Bericht onleesbaar? Klik hier.
 

nr 80 
  9 JUNI 2010 

 
 

Inhoud

 

Veel beslissingen op stapel over EU-ETS post 2012

Het definitieve ontwerpvoorstel van de nieuwe methodologie voor toewijzing van gratis emissierechten na 2012 hoopt de Europese Commissie (EC) nog voor de zomervakantie naar alle lidstaten te sturen. De stemming in het Climate Change Committee zal dan mogelijk op 9 september plaatsvinden. Deze planning presenteerde de Commissie drie weken geleden aan stakeholders en lidstaten.

Knopen doorhakken

Tijdens deze bijeenkomst werd duidelijk dat de EC nog worstelt met diverse thema’s waarover op korte termijn knopen moeten worden doorgehakt. Het gaat onder meer om de precieze definitie van bestaande en nieuwe deelnemers, de minimale capaciteitsverhoging die benodigd is voor extra allocatie en de vraag hoe allocatie moet plaatsvinden voor bijvoorbeeld warmte en afvalgassen die tussen bedrijven worden verhandeld. De Commissie is veelvuldig in overleg met stakeholders en technische experts om binnenkort over deze kwesties een besluit te kunnen nemen.

Benchmarkwaardes

Ook op het gebied van de benchmarkwaardes zal de komende weken veel duidelijk worden. De Commissie wil op 18 juni de lijst met definitieve waardes voor de productbenchmarks bekend maken, die worden gebruikt als basis voor de toewijzing van gratis emissierechten. De afgelopen maanden zijn alle data voor de zogenoemde benchmarkcurves aangeleverd en inmiddels is het merendeel van de benchmarks ook al geverifieerd door PWC. De Commissie zal deze verificatie nog toetsen.

Als er geen productbenchmark mogelijk is, zijn er terugvalopties: benchmarkwaardes voor warmte (voorgesteld wordt 60,32 EU emissierechten per TJ warmte) en voor brandstof (56,10 EAU / TJ primaire brandstof). Ook deze waarden moeten nog vastgesteld worden. Voor de laatste terugvaloptie (‘grandfathering’) is een zogenoemde effort-sharingfactor voorgesteld in de range 0,70 – 0,85. Deze waarde bepaalt hoeveel minder rechten men krijgt dan op basis van historische emissies zou worden toegewezen. Deze correctie staat nog niet definitief vast.

Impact assessment

De aanstaande beslissingen, bijvoorbeeld over de hoogte van de benchmarkwaardes, zullen mede bepaald worden op basis van een impact assessment van Entec, dat onlangs bij de Commissie is ingeleverd. In deze studie is uitgewerkt hoe verschillende parameters, zoals de hoogte van de brandstofmix- en warmte-benchmarks, de hoeveelheid gratis toegewezen rechten beïnvloeden. Ook is voor elke sector uitgerekend in hoeverre zij in staat is om haar emissies verder omlaag te brengen door het implementeren van ‘best available techniques’. De Commissie moet de studie intern onderzoeken en afronden.

Terug naar inhoud.

 

“Europese industrie berekende gratis emissierechten door”

Energie-intensieve industrieën, zoals raffinaderijen, staal- en petrochemische industrieën, hebben hun gratis toegewezen emissierechten voor vrijwel honderd procent doorberekend aan de consument.

Dit concludeert CE Delft uit een economisch onderzoek. De studie laat zien dat de genoemde sectoren tussen 2005 en 2008 zo’n 14 miljard euro hebben verdiend aan hun rechten voor koolstofuitstoot. Het gaat om bedrijven die vallen onder het EU Emission Trading System (ETS) en die vooraf beweerden dat ze onevenredig getroffen zouden worden door de invoering van het ETS.

“Deze studie toont aan dat de gratis toegewezen CO2-rechten hebben geleid tot hogere kosten voor eindgebruikers en hogere inkomsten voor de bedrijven, zonder dat het CO2-emissiereductie heeft gestimuleerd,” zegt Sander de Bruyn, auteur van de studie. De economische studie zet een van de basiselementen voor de toewijzing van emissierechten na 2012 – de carbon leakage – op losse schroeven.

VNO-NCW en de betreffende bedrijven herkennen zich echter niet in de uitkomsten van de studie. “De statistische analyse draagt de conclusies niet, mede omdat de prijsontwikkelingen van belangrijke commodities die mede de kosten bepalen (olie, kolen, gas, ertsen) niet zijn meegenomen,” zegt Erik te Brake, secretaris milieu van VNO-NCW. De sectoren die in de studie worden genoemd (raffinage, staal en petrochemie) beraden zich elk nog op een inhoudelijke reactie op het rapport.

Carbon leakage

Forse winsten op gratis emissierechten (‘windfall profits’) waren eerder al geconstateerd in de elektriciteitsproductie, waardoor producenten vanaf 2013 voor al hun emissierechten gaan betalen. Ook voor andere industrie was dat aanvankelijk de bedoeling, maar de EU oordeelde uiteindelijk anders.

Het merendeel van de Europese industrie - raffinaderijen, staal- en petrochemische industrieën maar ook andere bedrijven – zou blootstaan aan het gevaar van een ‘CO2 lek’ (carbon leakage). Volgens deze redenering kunnen bedrijven vanwege intensieve internationale concurrentie hun kosten voor CO2-emissierechten niet doorberekenen aan de klant en zou industriële activiteit weglekken naar landen zonder reductie-eisen. Die doorberekening blijkt volgens CE nu toch al plaats te vinden.

Terug naar inhoud.

 

Raad van State geeft EnecoGen nul op rekest

De Raad van State heeft besloten om in de rechtszaak van EnecoGen tegen de ministeries van VROM en EZ geen zogenoemde ‘voorlopige voorziening’ te treffen en dus niet de toewijzing van emissierechten aan een nieuwe installatie van staalfabriek Corus te schorsen.

EnecoGen, een joint venture van Eneco en DONG, had in april dit jaar bezwaar gemaakt tegen de toewijzing van de emissierechten aan een nieuwe hoogoven van Corus. EnecoGen vreest dat de reservepot voor nieuwe industriële activiteiten voor de periode 2008-2012 mede door de toewijzing aan Corus geen emissierechten meer zal bevatten als de eigen EnecoGen-elektriciteitscentrale op de Maasvlakte in 2011 in gebruik zal worden genomen.

De 870-megawatt centrale op gas nadert nu voltooiing. Als EnecoGen ook voor een deel van 2011 en voor 2012 alle emissierechten voor de nieuwbouw op de markt moet kopen, dan is de centrale naar schatting zo’n 40 miljoen euro aan emissierechten kwijt (bij de huidige prijs van 14 euro per stuk).

Berekeningsmethode

EnecoGen greep de beroepsprocedure op de voorlopige toewijzing aan Corus aan om de methodiek voor de berekening van de reservepot aan te vechten. “Bij de verdeling tussen toewijzing aan bestaande installaties en nieuwkomers kun je vragen stellen,” aldus Jilles van den Beukel, hoofd Regulatory Affairs van Eneco. “Bijvoorbeeld: wordt het doel van de wet bereikt om een level playing field voor nieuwkomers te bewerkstelligen? De uitspraak tegen een voorlopige voorziening is natuurlijk geen gunstig teken, maar de definitieve uitspraak in de bodemprocedure zullen we nog afwachten.”

Industriële organisaties hebben bij het ontwerp van het systeem getracht om de toewijzing van rechten niet te laten gebeuren op basis van historische emissies, maar op grond van werkelijke productie (achteraf), in combinatie met een benchmark. Zo’n methodiek wordt wel toegepast in het huidige Nederlandse systeem voor NOx-emissiehandel. Voor CO2 gaat de gewenste benchmarkmethode vanaf 2013 wel worden toegepast, maar tegen een zogenoemde ‘ex-post’ toewijzing heeft de Europese Commissie altijd fundamentele bezwaren gehad. Ook in de volgende periode is zo’n correctie achteraf niet mogelijk. “Als we voor een allocatie hadden gekozen gebaseerd op werkelijke productie, hadden we nu dit probleem met de nieuwkomersregeling niet gehad. Nu worden nieuwe investeringen in efficiënte technologie onnodig benadeeld,” zegt Erik te Brake van VNO-NCW.

Uitspraak

De uitspraak over de ‘voorlopige voorziening’ is een tussenfase in de bodemprocedure, die nog doorloopt. Paul van der Lee van VROM ziet in de uitspraak wel de bevestiging van het feit dat de ministeries destijds bij de bepaling van de reservepot een goede beslissing hebben genomen. “Wij hebben geen vertrouwen geschaad. Je kunt tevoren niet alle uitbreidingen zien aankomen. De grootte van de reservepot was uiteindelijk ook mede het resultaat van hoe het bedrijfsleven zelf dacht over de verdeling tussen bestaande en nieuwe activiteiten.”

De uitspraak van de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak om de toewijzing aan Corus niet te schorsen is mede gebaseerd op de constatering dat daarmee nog geen emissierechten voor EnecoGen beschikbaar komen. Van der Lee: “Er zijn nog veel andere bedrijven die eerder aan de beurt zijn dan EnecoGen. Het principe ‘Wie het eerst komt, die het eerst maalt’ is ook logisch, want de eerste nieuwkomers zouden ook het langst voor hun emissierechten moeten betalen.”

Terug naar inhoud.

 

Handelsjaar 2009 afgerond

Alle verplichtingen rond het afsluiten van het handelsjaar 2009 zijn voldaan.

De 473 deelnemende bedrijven hebben voor de deadline van 30 april voldoende emissierechten ingeleverd om hun uitstoot te vereffenen. Op 29 april rond 15.00 uur waren alle nalevingstransacties in de Registers CO2- en NOx-emissiehandel voltooid.

Terug naar inhoud.

 

CO2 en NOx emissies 2009 bekend

De NEa heeft afgelopen week nadere analyses van de CO2- en NOx-emissiegegevens gepubliceerd. De definitieve cijfers verschillen weinig van de voorlopige cijfers waarvan de vorige nieuwsbrief verslag deed.

CO2-emissies dalen met 2,9%

De totale CO2-emissie van de Nederlandse bedrijfslocaties die aan het Europese systeem van CO2-emissiehandel meedoen, is in 2009 (81,1 Mton) met 2,9% afgenomen ten opzichte van 2008 (83,5 Mton). Deze daling is laag ten opzichte van de totale Europese daling van 11.6%. Volgens de analyse van de NEa komt dit verschil vooral door de Nederlandse sector ‘Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas en warm water’, die met 47,1 Mton 58% van de totale Nederlandse CO2-emissies (binnen ETS) voor zijn rekening neemt, en een stijging laat zien van 0.2%. Dit trekt het gemiddelde aanzienlijk omhoog.

Verder blijkt uit de analyse dat de uitstoot van CO2 in 2009 zeer ongelijkmatig over de bedrijfslocaties verdeeld was: 5% van de bedrijfslocaties is verantwoordelijk voor 73% van de totale CO2-emissies. De 50% bedrijfslocaties die de minste CO2 emitteerden, namen daarentegen slechts 2,03% van de totale CO2-emissie voor hun rekening.

Voor meer informatie, zie de nadere analyse CO2-emissiegegevens van de NEa.

NOx-emissies dalen verder

Net als in 2005-2008 is de totale NOx-emissie van de Nederlandse bedrijfslocaties die aan NOx-emissiehandel meedoen, ook in 2009 verder afgenomen. De uitstoot is vorig jaar met 4,9 kton gedaald tot 59,2 kton.

Uit de nadere analyse van de NOx-emissiegegevens blijkt dat NOx-emissie van de sector ‘Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas en warm water’ in de afgelopen vijf jaar van 40 kton naar 23,4 kton is gedaald. Dit is een daling van 42%, de grootste daling van alle deelnemende sectoren.

Uit de analyse blijkt verder dat er in de periode 2005-2009 elk jaar sprake was van een overschot aan NOx-emissierechten, maar dat dit overschot door de jaren heen aanzienlijk kleiner is geworden. Het aantal bedrijfslocaties met een overschot aan emissierechten is bovendien steeds kleiner geworden. 2009 is het eerste jaar dat het percentage bedrijfslocaties met een tekort groter was dan het percentage bedrijfslocaties met een overschot. In totaal had 50,6% van de bedrijfslocaties vorig jaar een tekort aan NOx-emissierechten. Als gevolg hiervan wordt de prikkel voor bedrijfslocaties om emissieverlagende maatregelen te nemen steeds groter.

Voor meer informatie, zie de nadere analyse NOx-emissiegegevens van de NEa.

Terug naar inhoud.

 

Deelnemers emissiehandel 2013-2020

Voor 1 februari 2011 zullen alle bedrijfslocaties die in de derde handelsperiode (2013-2020) deelnemen aan CO2-emissiehandel geverifieerde historische gegevens aan moeten leveren bij de NEa. Deze gegevens vormen de basis voor de berekening van de gratis emissierechten die elke individuele bedrijfslocatie toegewezen zal krijgen.

Van alle bedrijfslocaties die op dit moment deelnemen aan emissiehandel controleert de NEa of zij vanaf 2013 moeten blijven deelnemen aan CO2-emissiehandel. De NEa informeert deze bedrijfslocaties in de komende maanden hierover. Naast de al bekende bedrijven, zullen ook nieuwe bedrijven moeten gaan deelnemen, vanwege de gewijzigde criteria voor deelname aan CO2-emissiehandel voor de derde handelsperiode.

Aanmelden

Om een volledig overzicht te krijgen van de bedrijven die vanaf 2013 moeten gaan deelnemen maar nog niet bij de NEa bekend zijn, worden contactpersonen van die bedrijfslocaties gevraagd zich bekend te maken bij de NEa. Het gaat hierbij dus om bedrijfslocaties die op dit moment nog niet beschikken over een emissievergunning voor CO2-emissiehandel of over een emissievergunning of opt-out voor NOx-emissiehandel, maar wel onder de nieuwe criteria voor deelname aan CO2-emissiehandel vallen. Bedrijven die geen historische gegevens aanleveren kunnen later geen aanspraak maken op gratis emissierechten.

Deelnamecriteria

Bedrijfslocaties die vermoeden dat zij deelnameplichtig zijn, kunnen per e-mail contactgegevens sturen aan nea@minvrom.nl, onder vermelding van ‘Nieuwe deelnemer CO2-emissiehandel 2013-2020’. In de e-mail moet staan op grond van welke activiteit de bedrijfslocatie deelnameplichtig wordt. In Bijlage I van de Europese richtlijn voor emissiehandel staat welke activiteiten dit betreft. Op de NEa-website staat meer informatie over de criteria voor deelname aan emissiehandel in de derde handelsperiode (waaronder een beslisboom) en over de toewijzingsprocedure van emissierechten.  Bedrijven kunnen hun vragen ook richten aan de Helpdesk NEa, telefoon: 070-3395250, e-mail: nea@minvrom.nl

Terug naar inhoud.

 

“Lagere kosten voor 30% emissiereductie”

De Europese Commissie heeft recent becijferd dat het verhogen van de doelstelling voor CO2 reductie van 20% naar 30% voor 2020 beter betaalbaar is geworden als gevolg van de economische crisis. De totale kosten worden nu geschat op 81 miljard euro. Het bedrijfsleven waarschuwt echter dat een 30%-reductiedoelstelling 'de concurrentiepositie van Europa om zeep helpt'. 

De huidige begrote kosten zouden 11 miljard euro meer bedragen dan de kosten voor de 20%-doelstelling zoals die twee jaar geleden waren ingeschat. Het behalen van de 20% doelstelling pakt volgens de huidige schattingen met 48 miljard euro ook een stuk goedkoper uit.

Oorzaken

De EC geeft verschillende oorzaken aan voor deze meevallende cijfers: lagere economische groei (minder emissies), hogere energieprijzen (meer investeringen in duurzame energie) en lagere CO2-prijzen dan verwacht. Een mogelijk gevaar van een te lage doelstelling is, vindt de Commissie, dat investeringen in duurzame energie achterblijven en Europa zijn leidende positie op het gebied van low-carbon technologie zal verliezen.

De afgelopen weken deden veel geruchten over een eventuele aanpassing van de CO2-reductiedoelstelling van 20% naar 30% de ronde. Als reactie daarop kwamen verschillende lobbygroepen en ministers van diverse lidstaten op voor de belangen van hun achterban. Zo was de Duitse minister van Industrie tegen de verhoging, terwijl zijn collega Norbert Rottgen (Milieu) zich tegenover Point Carbon voorstander noemde. Ook  Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk zijn voor. Grote landen als Frankrijk en Italië zijn echter tegen en stellen als harde voorwaarde voor de 30% doelstelling dat bijvoorbeeld ook de Verenigde Staten en China aansluiten.

Connie Hedegaard, de Deense Eurocommisaris voor klimaatbeleid, verklaarde: “Of wij onze reductiedoelstelling voor 2020 al dan niet versterken van 20% tot 30% is een politieke beslissing die de EU-leiders moeten nemen op het moment dat de tijd rijp is en de voorwaarden aanwezig zijn.” Met de gepresenteerde kosten/batenanalyse stelt Hedegaard dat de Commissie nu de nodige input heeft gegeven voor een op feiten gebaseerde discussie. “Het besluit wordt nu nog niet genomen, maar ik hoop dat onze analyse de discussie in de lidstaten over de in te slagen weg zal inspireren.”

VNO-NCW

In een open brief noemt VNO-NCW de lagere inschatting van de kosten ‘een misvatting’. “De financieringslasten zijn juist toegenomen, terwijl tegelijkertijd ook de ruimte om te investeren is verminderd. De aandacht zou nu juist moeten gaan naar het stimuleren van innovatie. Zo kan het klimaat een economische kans worden.” VNO-NCW pleit ook voor meer focus op internationale klimaatafspraken, in plaats van een unilaterale stap door de EU.

Terug naar inhoud.

 

Tweede veiling in tweede helft 2010

Indieners in heel Europa hebben nog tot 14 juni de tijd om de Nederlandse overheid een aanbod te doen voor het organiseren van een veiling voor 4 miljoen emissierechten. Deze veiling moet plaatsvinden in de tweede helft van dit jaar.

In juli zullen de ministeries van VROM en EZ, in samenspraak met Financiën, een keuze maken voor een partij in de internationale aanbesteding van de tweede Nederlandse veilingronde. De eerste veiling vond in april plaats. Daarbij werden 4 miljoen emissierechten (één ton CO2 per stuk) voor 14,10 euro per exemplaar verkocht.

De tweede veiling zal wat anders van karakter zijn dan de eerste, die door Financiën werd georganiseerd. De tweede ronde verloopt in twee keer 2 miljoen rechten, binnen twee weken te veilen.

“We streven naar een maximaal aantal deelnemers,” zegt Frans Duijnhouwer van VROM. Behalve de 80.000 euro voor de aanbesteding kunnen indieners ook aan de deelnemers van de veiling kosten in rekening brengen. “Maar die kosten willen wij als overheid natuurlijk zo laag mogelijk houden.”

Terug naar inhoud.

Abonnement
Inschrijven
Veranderen gegevens
Uitschrijven
Doorsturen
Reageren
Archief Nieuwsbrieven


Websites Emissiehandel
NEa
Ministerie van VROM
Ministerie van EZ
AgentschapNL
Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de Nederlandse Emissieautoriteit, in opdracht van de ministeries van VROM en EZ, in samenwerking met VNO-NCW. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys (Rolf de Vos).