Bericht onleesbaar? Klik hier.
 
nr 79
23 april 2010
 
 

 

Inhoud

 
 
 
De CO2-uitstoot van de Nederlandse deelnemers aan het Europese emissiehandelssysteem is in 2009 met 3% gedaald ten opzichte van 2008. Dit blijkt uit de uitstootcijfers over 2009 die de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) op 1 april jl. bekendgemaakt heeft. Gezien de economische recessie, was vooraf rekening gehouden met een grotere daling. Binnen Europa is de Nederlandse daling het op één na laagst.
 
Vergelijking uitstoot en rechten
Een vergelijking tussen de totale CO2-uitstoot in 2009 (81,1 miljoen t CO2) en het totale aantal gratis verstrekte uitstootrechten (81,4 miljoen t CO­2) leert dat deze nagenoeg gelijk zijn aan elkaar. Over 2008 was er nog een tekort van 3,9 miljoen emissierechten (4,9%). De NEa baseert zich op voorlopige emissiecijfers over 2009 van alle bedrijven die in Nederland verplicht moeten deelnemen aan CO2-emissiehandel.
 
Forse daling in EU
Voorlopige cijfers van Point Carbon laten zien dat de CO2-emissies in de EU in 2009 daalden met maar een veel groter percentage, namelijk 11.2%. Volgens de analyse komt de daling door de crisis. De Nederlandse daling van slechts 3% is het minst fors van alle 23 EU-landen die op 1 april hun gegevens bekend hebben gemaakt. Ter vergelijking: België, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk kenden dalingen van respectievelijk 16.8%, 8.4%, 12.5% en 11.6%. Hoe het komt dat Nederland hier uitzonderlijke cijfers haalt, is nog onduidelijk. Volgende maand, als alle cijfers nagenoeg bekend zijn, komt de Europese Commissie met een eigen analyse.
 
Voorlopige analyse
Hoe komt het dat de CO2-uitstoot van de Nederlandse bedrijfslocaties relatief zo weinig gedaald is? Bas Kroon (NEa): “Bij de meeste deelnemende sectoren in Nederland zien we een aanzienlijke daling van de CO2-uitstoot. Maar er zijn ook enkele sectoren waarvan de CO2-uitstoot in 2009 juist is toegenomen ten opzichte van 2008. Twee voorbeelden hiervan zijn de chemische industrie en de elektriciteitsproducenten. De toename van de CO2-uitstoot van deze sectoren heeft er mede voor gezorgd dat de totale CO2-uitstoot slechts licht gedaald is.” Medio mei komt de NEa met de finale cijfers en een volledige analyse.
De uitstootgegevens van installaties uit alle EU-lidstaten zijn op te vragen via de website van het centrale EU-transactielogboek, het CITL.
 

 
De Nederlandse Staat heeft op 15 april 4 miljoen emissierechten geveild voor € 14.10 per stuk. De verkoopprijs lag precies in lijn met de secundaire markt, die voor de opening van de veiling op € 14.07 en na de veiling op € 14.15 stond.
 
Volgens een woordvoerder van het Agentschap van het ministerie van Financiën, dat de regie in handen had, verliep de veiling vlot en succesvol: “Er was goede toegang, een grote spreiding onder de deelnemers, en weinig marktverstoring. Alles verliep erg goed.” Het Agentschap en de NEa gaan evalueren hoe de deelnemers zelf de veiling vonden, onder andere via een evaluatieformulier.
 
Enkele cijfers
Biedingen werden uitgebracht door 40 partijen uit veertien verschillende landen. In totaal boden zij aan 16,74 miljoen rechten te kopen, ofwel 4,18 keer het aantal beschikbare rechten. De 4 miljoen rechten gingen uiteindelijk voor 60% naar EU-ETS bedrijven, die de rechten kunnen gebruiken om aan hun emissieverplichtingen te voldoen. Ook zou de aankoop een strategische investering op lange termijn kunnen zijn.
 
De veiling verliep volgens het zogenoemde Dutch Direct Carbon Auction (DDCA) principe en is gestoeld op hetzelfde veilingconcept als waarmee de staat haar obligaties veilt. Kenmerkend voor deze methode is dat geïnteresseerde partijen kunnen bieden op de emissierechten via bancaire intermediairs, zogenaamde Carbon Dealers, en niet via een bestaand veilingplatform.
 
Meer veilingen in voorbereiding
De ministeries van VROM en EZ bereiden nu een volgende veiling voor, van eveneens 4 miljoen CO2-emissierechten . Deze veiling zal in het derde kwartaal van 2010 plaatsvinden en verloopt wel via één van de bestaande CO2-veilingplatforms. Het platform wordt nu geselecteerd via een Europese openbare aanbesteding. Op een veilingplatform kunnen kopers zonder intermediair hun emissierechten kopen. Verdere principes (één ronde, één prijs) zijn grotendeels vergelijkbaar met DDCA.
 
De opbrengsten van de recente veiling (ruim 56 miljoen €) worden volgens een oude afspraak tussen toenmalige ministers Zalm (Financiën) en Brinkhorst (EZ) gebruikt voor duurzame energie. Het geld komt ten goede aan subsidie-uitkeringen die voortvloeien uit de MEP-regeling.
 
plaatje15cm.jpg - 13 kB
 
 
 
 
Het proef-allocatieproject van de Nederlandse overheid in samenwerking met een tiental bedrijven is op een belangrijk vraagstuk gestuit: Hoe kunnen de productiegegevens van een bedrijf worden geverifieerd? Verificatie van deze productiegegevens is noodzakelijk omdat zij de basis vormen voor toewijzing van gratis emissierechten vanaf 2013.
 
Anders dan bijvoorbeeld financiële gegevens of emissiedata, hoeft een bedrijf zijn gegevens over de productie in de meeste gevallen niet te laten controleren door een onafhankelijke verificateur. Voor de volgende handelsperiode vanaf 2013 krijgen deze productiedata echter een belangrijke waarde als basis voor de berekening van de toewijzing van gratis emissierechten. Hoe hoger de historische productiegegevens, hoe meer gratis rechten een bedrijf krijgt toegewezen.
 
“Net als een paar andere landen hebben opgemerkt, hebben wij ook ontdekt dat de Europese en nationale regelgeving niet voorziet in verificatie,” zegt Eva Thompson van het ministerie van VROM, die het proefproject begeleidt. “De Nederlandse overheid wil hiervoor regelgeving, en liefst geharmoniseerd in Europa.”
 
De kwestie is formeel nog niet aan de Europese Commissie gemeld, maar dat zal gebeuren bij de eerstvolgende vergadering van de Taskforce met landen die proefallocaties draaien. “Wij denken aan een rapportage waarin bedrijven verantwoorden hoe ze hun historische productiegegevens hebben opgebouwd. Een beetje op de manier van het beschrijven van je monitoringsplan,” aldus Thompson. Daarnaast wordt ook gewerkt aan een methode die werkbaar is voor verificateurs.
 
De overheid overweegt nog wat te doen in de volgende fase van de testallocatie, de daadwerkelijke toewijzing. “We willen nog wel een doorrekening maken tot aan de toewijzingsgetallen om te zien wat er precies in een toewijzingsbesluit moet komen te staan. Maar daadwerkelijke proeftoewijzing is in dit geval misschien nog niet zo nuttig.”

Terug naar inhoud.

 

 
De deelnemers aan het Nederlandse systeem voor emissiehandel (zowel CO2 als NOx) hebben verreweg de meeste van hun 455 emissieverslagen bijtijds ingeleverd. Op de dag van de deadline - 31 maart – miste de Nederlandse Emissieautoriteit NEa nog 18 verslagen, één dag later nog slechts drie.
 
Inleveren emissierechten
Bedrijfslocaties die in 2009 onder het systeem van CO2 en/of NOx emissiehandel vielen, moeten voor de volgende deadline - 1 mei 2010 - hun emissierechten online inleveren in het betreffende Register om hun uitstoot over 2009 te vereffenen. Uitgebreide informatie voor het inleveren van voldoende CO2 emissierechten is te vinden op een infoblad Nalevingshandelingen CO2 op de NEa-site.
De instructies over de nalevingstransactie in het NOx Register staan in hoofdstuk 4 van de Handleiding Register NOx Emissiehandel.

Het saldo van NOx-emissierechten over 2009 dat na 30 april 2010 nog op de rekening van bedrijven staat komt te vervallen. Bedrijven kunnen dit voorkomen door uiterlijk 30 april de rechten verkopen of op te sparen, tot aan het spaarplafond per bedrijf. Meer informatie over het sparen en lenen van NOx emissierechten staat op de website van de NEa.
 
Helpdesk NEa
Omdat op 30 april de Helpdesk NEa gesloten is en geen ondersteuning mogelijk is op de laatste dag voor de deadline, raadt de NEa bedrijven dringend aan al voor 29 april voldoende rechten in te leveren voor de bedrijfslocatie. De Helpdesk is tot en met 29 april open van 9.00 - 17.00 uur.
 

 

 
De Nederlandse deelnemers aan het systeem van NOx-emissiehandel hebben in 2009 8% minder stikstofoxide (NOx) uitgestoten dan in 2008. Dit blijkt uit de voorlopige emissiecijfers die bij de NEa gerapporteerd zijn. Sinds de start van NOx-emissiehandel in 2005 is de uitstoot tot nu toe ieder jaar gedaald.
De NOx-uitstoot van de 330 deelnemende bedrijven in 2009 bedroeg 59.000 ton. De 270 deelnemers in 2008 stootten in dat jaar 64.100 ton NOx uit, ca. 20% van de totale NOx-uitstoot in Nederland. In 2009 hebben meer bedrijven dus veel minder uitstoot veroorzaakt. De NEa publiceert medio mei 2010 de definitieve cijfers en een analyse van de NOx-emissiegegevens.
 
  
 
 
Naar aanleiding van een toenemend aantal fraude-incidenten binnen het Europese systeem van CO2-emissiehandel heeft de NEa besloten om per direct strengere eisen te stellen aan nieuwe persoonstegoedrekeningen.
De NEa neemt deze maatregel om de integriteit van het systeem van CO2-emissiehandel verder te vergroten en de rekeninghouders te beschermen tegen misbruik, bijvoorbeeld BTW-fraude, phishing-aanvallen of identiteitsfraude.
 
Verzwaarde eisen
De NEa werkt nu een aan aantal verzwaarde eisen die het gaat opnemen in de procedure om een rekening aan te vragen, zoals:

- Het aanleveren van (door een ambassade) gecertificeerde kopieën van paspoorten.

- Het aanleveren van een bewijs van een geopende rekening bij een bank in de Europese Economische Ruimte.

- Het aanleveren van een (gecertificeerd) bewijs van vestigingsplaats van de rekeninghouder (natuurlijk persoon of organisatie).

De NEa werkt de komende weken de eisen concreet uit en zal de aangescherpte procedure publiceren op haar website. Door de wijzigingen zal er de komende twee maanden vertraging ontstaan in het verwerken van de aanvragen.
Het nieuwe regime geldt ook voor lopende aanvragen. De NEa zal de aanvragers hierover informeren. Later dit jaar zal de NEa op basis van de gewijzigde Europese Registerverordening een project starten om alle bestaande persoonstegoedrekeningen te toetsen aan de nieuwe criteria.
 
Geen gevolgen voor ETR's
Voor aanvragen van exploitanttegoedrekeningen en bestaande exploitanttegoedrekeningen hebben de nieuwe criteria vooralsnog geen gevolgen.
 
 
 
 
De Nederlandse emissieautoriteit (NEa) gaat binnenkort starten met de voorbereidingen voor de toewijzing van gratis emissierechten voor de derde handelsperiode.
 
In de eerste en tweede handelsperiode werd het nationale allocatiebesluit nog voorbereid door SenterNovem (nu AgenschapNL). Voor de derde periode zal de NEa de allocatieberekeningen uitvoeren en het nationaal allocatiebesluit voorbereiden.
 
Aanleveren historische gegevens
Bedrijven die in aanmerking willen komen voor gratis emissierechten, moeten historische gegevens aanleveren bij de NEa. De NEa berekent de allocatie op basis van deze gegevens. Momenteel bereidt het ministerie van VROM, mede op basis van de proefallocatie (zie elders in deze nieuwsbrief) een regeling voor waarin regels worden vastgelegd hoe historische gegevens aangeleverd en geverifieerd moeten worden.
 
In de komende maanden zal de NEa de betrokken bedrijven verder informeren. De NEa zal uitgebreide informatie over de wet- en regelgeving op de website publiceren. Ook de Nieuwsbrief Emissiehandel zal de ongeveer 2000 lezers hierover informeren.
 
Op de website van de Europese Commissie staat algemene informatie over de wijze waarop emissierechten worden toegewezen op grond van de gewijzigde richtlijn:

Terug naar inhoud.

 Inruilen rechten uit CDM en JI herzien

 
Net als alle andere bedrijven in Europa, kunnen ook Nederlandse bedrijven aan het eind van de handelsperiode 2008-2012 rechten uit CDM en JI inruilen voor Europese emissierechten die na 2012 nog geldig zijn.
 
Het is aan bedrijven in het Europese handelssysteem toegestaan om rechten te gebruiken die afkomstig zijn van projecten in ontwikkelingslanden (CDM) of ontwikkelende landen (JI). Bedrijfslocaties mogen deze rechten, respectievelijk CER's en ERU’s genoemd, in de huidige fase van het EU ETS (2008-2012) inleveren om hun CO2-uitstoot mee te vereffenen, en wel tot maximaal 10% van hun totale allocatie voor deze periode.
 
Als bedrijfslocaties dit percentage niet volledig benutten, mogen zij de resterende CER’s en ERU’s die zij hebben aangekocht inruilen voor Europese emissierechten (EUA’s) die met ingang van 2013 geldig zijn.
 
Maximale inruil
De inruilmogelijkheid biedt bedrijfslocaties de zekerheid dat zij de maximale hoeveelheid CER’s en ERU’s die zij gedurende de periode 2008-2012 mogen gebruiken, volledig kunnen benutten. Deze zekerheid bestond niet onder de voorgenomen overbrengingsregeling.
 
Hieronder staat een voorbeeld van de verschillen tussen de overbrengings- en inruilregeling. Bij dit voorbeeld is uitgegaan van een bedrijfslocatie met een totale allocatie van 1000 emissierechten.
 
Overbrengingsregeling
Allocatie
1000
Max. hoeveelheid in te leveren CER’s/ERU’s (10%)
100
Ingeleverde CER’s/ERU’s
50
Max. hoeveelheid over te dragen CER’s/ERU’s (2,5%)
25
Onbenutte CER’s/ERU’s
25
 
Inruilregeling
Allocatie
1000
Max. hoeveelheid in te leveren CER’s/ERU’s (10%)
100
Ingeleverde CER’s/ERU’s
50
Max. hoeveelheid in te ruilen CER’s/ERU’s (restant %)
50
Onbenutte CER’s/ERU’s
0
 
 
 
 
Bij een bijeenkomst vorige week heeft de Europese Commissie de product-benchmark-curves gepresenteerd waarmee de top-10% in alle 55 geselecteerde sectoren zal worden bepaald.
 
Deze top-10% van de meest CO2-efficiënte bedrijven per sector zal maatgevend zijn voor de toewijzing van gratis emissierechten in de derde handelsfase. De meeste bedrijven komen ook vanaf 2013 nog in aanmerking voor toewijzing van gratis rechten, die ten minste een deel van hun emissies zullen dekken.
 
Bijna alle benchmark curves die hiervoor nodig zijn, zijn inmiddels aangeleverd door de sectoren. De voorlopig vastgestelde benchmarks zijn echter op dit moment nog vertrouwelijk.
 
In de voorbereiding voor de derde fase van het Europese systeem voor emissiehandel (2013-2020) werken Europese Commissie en lidstaten nu hard aan geharmoniseerde regels voor de toewijzing van emissierechten. In het uitwerken van de benchmark- allocatiemethodiek komen steeds meer punten boven water die verdere uitwerking behoeven. De Europese Commissie wil de geharmoniseerde allocatieregels eind 2010 klaar hebben.
 
Discussiepunten
Eén van de discussiepunten is hoe allocatie voor procesemissies moet plaatsvinden. Het debat gaat over de vraag of de toewijzing van rechten voor deze procesemissies op eenzelfde manier moet plaatsvinden als bij bijvoorbeeld verbrandingsemissies. Ook de waardering van nuttig gebruik van brandbare restgassen (zoals hoogovengas) is nog geen gelopen koers.
 
Een belangrijke kwestie is ook de allocatie van rechten voor productie en gebruik van (rest)warmte. Warmte wordt in veel gevallen getransporteerd van één installatie naar een andere. Eén van de vragen die spelen is: krijgt de producent of de consument van de warmte de bijbehorende emissierechten? En hoe veel rechten moeten dan verstrekt worden?
 
In elk geval vinden de verzamelde warmtekrachtproducenten in Europa dat de huidige voorstellen voor de waardering van warmte uit hun installaties geen recht doen aan warmtekracht. Zeker in Nederland, waar een behoorlijk deel van de elektriciteitsopwekking uit warmtekracht komt, is dit een belangrijk onderwerp.
 
Warmtekracht
Het belangrijkste probleem voor de warmtekrachtsector (waaronder branchevereniging Cogen Nederland) is, dat warmtekracht wellicht op verschillende manieren rechten krijgt toegewezen, afhankelijk van de sector waarin de wkk-installatie staat. Elektriciteitsproducenten – die wel onder ETS vallen maar in principe alle emissierechten moeten kopen – kunnen wel gratis emissierechten krijgen voor het warmtedeel van hun wkk-installaties. Een industrie met een eigen installatie krijgt ook voor de elektriciteit geen gratis rechten, maar er treden bijvoorbeeld verschillen op in toewijzing van emissierechten als de industrie te maken krijgt met een benchmark die op hun product is gebaseerd, en niet op het warmtegebruik. De wkk-sector wil zo veel mogelijk gelijkschakeling in de behandeling van wkk-installaties.
 
Over die mogelijke verschillende waarderingen zegt Elske van Efferink van het ministerie van Economische Zaken: “Dit is lastige materie, want er zijn veel verschillende situaties voor warmteproductie en –levering. Het gaat uiteindelijk over een eerlijke balans.” Deze week voeren de ministeries van EZ en VROM overleg met onder andere VNO-NCW over de warmtekwestie.

Terug naar inhoud.

 Europese Commissie definieert ETS-activiteiten

 
Met de publicatie van het officiële ‘guidance’-document medio maart heeft de Europese Commissie nader bepaald welke activiteiten vanaf 2013 onder het systeem voor CO2-emissiehandel vallen.
 
Het begeleidende document is een beschrijving van de discussies en de uitkomsten daarvan tijdens vergaderingen van het Klimaatcomité van lidstaten en de Europese Commissie. Het geeft een nadere uitleg van de Annex I van de herziene Europese richtlijn voor emissiehandel, die gaat gelden vanaf 31 december 2012.
 
Het document is bedoeld als richtsnoer voor lidstaten bij het bepalen van de zogenaamde National Implementing Measures (NIM’s), die het nationale allocatieplan van de jaren voor 2013 gaan vervangen. De toewijzing van rechten gebeurt vanaf dat jaar immers op Europees geharmoniseerde schaal, en niet langer door nationale overheden. Die moeten echter wel bepalen welke bedrijven en activiteiten binnen de landsgrenzen onder het systeem gaan vallen.

Terug naar inhoud.

 Deadline gegevens nieuwe deelnemers nadert

Bedrijven die vanaf 2013 voor het eerst gaan deelnemen aan het Europese systeem voor emissiehandel moeten uiterlijk op 30 april hun emissiegegevens aanleveren bij de Nederlandse overheid.
 
De gegevens zijn bedoeld voor de aanpassing van het overkoepelende emissieplafond voor alle industrie die deelneemt aan het systeem voor CO2-emissiehandel. Alle 27 EU-landen verzamelen momenteel gegevens van de nieuw deelnemende bedrijven, zoals aluminiumfabrieken.
 
De Commissie zal de aanpassing in september vaststellen op grond van de data die 27 lidstaten aanleveren. De dataverzameling voor de toewijzing in de periode vanaf 2013 start later dit jaar. De NEa zal de bedrijven hierover informeren (o.a. via deze nieuwsbrief).
 
Zie ook het artikel in de vorige Nieuwsbrief Emissiehandel.

Terug naar inhoud.

Abonnement
Inschrijven
Veranderen gegevens
Uitschrijven
Doorsturen
Reageren
Archief Nieuwsbrieven


Websites Emissiehandel
NEa
Ministerie van VROM
Ministerie van EZ
AgentschapNL
Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de Nederlandse Emissieautoriteit, in opdracht van de ministeries van VROM en EZ, in samenwerking met VNO-NCW. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys (Rolf de Vos).