******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=1884&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr 3
18 december 2003
Inhoud

- Bedrijven krijgen 'laatste kans' om CO2-gegevens te leveren
- Overheid en industrie praten verder over emissieplafond
- Europese Commissie roept medewerking lidstaten in
- Klimaattop Milaan brengt EU niet af van invoering emissiehandel
- Besluit over rekenregels warmtekracht
- Agenda

Ruim 80% van de aangeschreven 350 bedrijven plus 30 nieuw aangemelde bedrijven hebben de afgelopen weken een opgave gedaan van hun CO2-emissies in 2001 en 2002. De resterende bedrijven krijgen nog een kans.

De belangrijkste opgave voor de Kerngroep CO2-emissiehandel ligt nu in het verzamelen van de gegevens van de ongeveer 60 bedrijven die nog niets van zich hebben laten horen. "Het is van het grootste belang, vooral voor henzelf, dat zij dat alsnog doen", zegt Wiel Klerken, secretaris Milieu van VNO-NCW en lid van de Kerngroep CO2-emissiehandel. "Natuurlijk is het invullen niet iets dat je even in een halfuurtje doet, het is best lastig. Dus het aantal opgaven valt me niet tegen. Maar men moet zich realiseren dat als er geen gegevens bekend zijn, er ramingen moeten worden gemaakt van de emissies in 2001 en 2002. En daar wordt een bedrijf niet beter van."

Officieel is de deadline op 8 december verstreken, maar er blijkt nog ruimte te zijn voor spijtoptanten. Deze week worden alle resterende bedrijven nog een keer gebeld. "Als hun gegevens uiteindelijk niet bekend zijn, zal een raming plaatsvinden op basis van de benodigde emissierechten", zegt Paul van Slobbe van Economische Zaken. Die raming zal niet ruimhartig uitvallen, zo is de verwachting.

De binnengekomen opgaven van de bedrijven worden momenteel getoetst aan gegevens uit de Nederlandse Emissie Registratie (afgeleid uit de milieujaarverslagen) en gegevens die bekend zijn uit het Convenant Benchmarking of de Meerjarenafspraken. "Een team van twintig man is nu bezig om te toetsen en bedrijven na te bellen om onduidelijkheden te verhelderen", aldus Wil Nuijen van Novem. "De vaststelling wordt teruggemeld aan de bedrijven. Uiteindelijk willen we begin januari alles op een rij hebben. Dan kan de berekening van de toewijzing gaan plaatsvinden."

De vaststelling van de emissiegegevens is nog niet het moment waarop een bedrijf gebruik kan maken van een inspraakmogelijkheid. "Dat kan formeel pas als het Toewijzingsplan en de lijst met toewijzingen van emissierechten per bedrijf worden gepubliceerd", aldus Nuijen. "Dat zal omstreeks eind januari, begin februari het geval zijn." Dan start een inspraakprocedure die, volgens het strakke tijdpad, zes weken in beslag zal nemen. Eind maart moet het Toewijzingsplan bij de Europese Commissie liggen.

Een gesprek op hoog niveau tussen minister Brinkhorst van EZ, staatssecretaris Van Geel van VROM en de top van het bedrijfsleven, begin december, heeft nog niet geleid tot een akkoord over de toe te wijzen plafonds voor CO2-emissies voor de industrie. Medio januari zal er een vervolggesprek plaatsvinden.

Momenteel is de overheid samen met het bedrijfsleven druk bezig met het opstellen voor het plan voor toewijzing van CO2-emissierechten aan bedrijven (het Toewijzingsplan, ook wel Allocatieplan). Centraal in dat plan staat de totale hoeveelheid emissies die in de jaren 2005 tot en met 2007 toegestaan kan worden aan de bedrijfssectoren die gaan meedoen aan de emissiehandel. Dit emissieplafond moet, opgeteld bij de emissieruimte van andere sectoren zoals verkeer en vervoer of huishoudens, tezamen leiden tot een emissie die overeenkomt met de afspraken die de EU-landen onderling hebben gemaakt over nakomen van het Kyoto Protocol. Nederland moet daarbij in de periode 2008-2012 6% minder emissies uitstoten dan in 1990, maar staat zichzelf toe een deel van de vereiste emissiereductie in het buitenland te kopen. De facto leidt dit tot een verhoging van het voor Nederland geldende absolute emissieplafond met 10%, waardoor Nederland zicheen emissietoename vanruwweg 4% ten opzichte van 1990 kan veroorloven.

Momenteel staat de verdeling van de emissieruimte tussen de verschillende sectoren ter discussie. Het Energieonderzoek Centrum Nederland heeft de 'Streefwaarden' per sector uitgerekend. Deze vormen de basis voor de sectorale emissieruimtes. Dit rapport zal binnenkort naar de Tweede Kamer worden gestuurd, samen met een brief van de bewindslieden over de voortgang van de implementatie van de emissiehandel.

De Europese Commissie zal bij de toetsing van de plannen voor toewijzing van emissierechten de assistentie inroepen van lidstaten. De onderlinge toetsing zal de Commissie helpen met een snel besluit, dat nodig is vanwege het krappe tijdpad tot de start van de emissiehandel op 1 januari 2005.

Dat leerde deze week een overleg tussen de deelnemende lidstaten in Brussel. Toetsing van de toewijzingsplannen zal onder andere plaatsvinden aan de hand van richtsnoeren die de Europese Commissie een dezer dagen officieel zal publiceren, plus de criteria die al eerder in de Richtlijn van de Europese Commissie zijn vastgelegd.

Achter de schermen wordt er, onder leiding van de Commissie, al druk gewerkt aan het gelijkrichten van de 25 Toewijzingsplannen. Er wordt druk overleg gepleegd over discussiepunten zoals de behandeling van nu nog onbekende nieuwkomers op de markt, het omgaan met sluiting van installaties, het overhevelen van emissierechten van de eerste periode (2005-2007) naar de volgende (2008-2012), ofwel 'banking', en de definitie van een 'verbrandingsinstallatie'.

Momenteel stellen 25 landen een Toewijzingsplan op in het kader van het Europese emissiehandelssysteem, dat per 1 januari 2005 moet starten. De 15 huidige EU-lidstaten moeten per 31 maart klaar zijn, de deadline voor de toetredende landen is twee maanden later. Jeroen Brinkhoff van EZ: "Het grote peloton is ongeveer even ver met het ontwikkelen van de Toewijzingsplannen. Alle landen zijn nu bezig met de politieke discussie over het totale plafond. Ook is iedereen druk met het samenstellen van de database met alle installaties." De huidige schatting van het aantal deelnemende installaties in de EU-25 bedraagt ongeveer 15.000.

In het peloton behoort Nederland samen met het Verenigd Koninkrijk en Duitsland tot de voorhoede. Jos Sijm van ECN, die deze week een 'rondje Europa' belde, plaatst een kanttekening: "Maar in sommige landen, zoals Spanje, Griekenland en Portugal, is de situatie zorgelijk, want die lopen ernstig achter. En is het niet de zwakste schakel die bepaalt hoe snel het systeem kan worden ingevoerd?"

Voor de stand van zaken over alle nationale allocatieplannen zie ook
hier.

De wisselende uitlatingen van Russische functionarissen over de ratificatie van het Kyoto Protocol, noch het achterwege blijven van besluiten over de toekomst van het Protocol op de Klimaattop vorige week in Milaan brengen de EU af van start van emissiehandel in 2005.

In perscommuniqués na Milaan zegt zowel Europees Milieucommissaris
Wallström als VROM-staatssecretaris Van Geel erop te rekenen dat Rusland na de presidentsverkiezing 16 maart 2004 alsnog tot ratificatie zal overgaan. De EU en Nederland hebben eerder aangegeven achter de Kyoto-doelstellingen te staan, ook als het (nog) niet in werking treedt. "Maar het uitblijven van de ratificatie door Rusland is wel frustrerend", aldus Wallström. "Niet in de laatste plaats voor het bedrijfsleven, dat nu ook is gemobiliseerd en zekerheid op de langere termijn nodig heeft. Maar er is geen twijfel over de doelen van het Kyoto Protocol, hoewel sommige media dat al 'dood' verklaarden. Ik heb alle hoop dat we in Europa doorgaan met inzet van alle mogelijke instrumenten, om emissiereductie te realiseren tegen aanvaardbare kosten voor de maatschappij."

Gisteren is een besluit gevallen over de manier van toewijzen van emissierechten aan warmtekrachtinstallaties bij bedrijven. Bij het bepalen van de rekenregels is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande rekenregels in het Convenant Benchmarking.

"Uitgangspunt was steeds dat we warmtekracht willen belonen als 'early action', maar ook niet te veel", aldus projectleider Paul van Slobbe van EZ. De projectgroep heeft een paar aanbevelingen overgenomen van de werkgroep die een aantal maanden heeft gestudeerd op de rekenregels voor warmtekracht.

Centraal in de rekenregels staan referenties voor de opwekking van warmte en elektriciteit. Als een bedrijf in de energiesector of de industrie een warmtekrachtcentrale bedrijft, wordt deze meegerekend alsof de elektriciteit met een rendement van 50% (gas) of 39% (kolen) wordt opgewekt en de warmte met een rendement van 90%. Warmtekracht haalt cumulatief meestal betere rendementen, waardoor de installatie relatief ruim bedeeld zal worden met emissierechten. Als een bedrijf gebruik maakt van warmtekracht die in het proces is geïntegreerd, dan worden de emissierechten toegewezen op basis van de afstand tot de wereldtop, zoals ook in het convenant benchmarking gebeurde.
De rekenregels worden binnenkort integraal gepubliceerd.

29 januari 2004: Congres CO2-NOx Emissiehandel

Het congres CO2-NOx Emissiehandel, reeds aangekondigd in de vorige Nieuwsbrief, zal plaatsvinden op donderdag 29 januari 2004 in het Beurs-World Trade Center in Rotterdam. Die datum valt naar verwachting ongeveer gelijk met de start van de inspraakprocedure over de toewijzing van CO2-emissierechten.
Het congres gaat in op de systematiek van emissiehandel, monitoring, wetgeving, de Nederlandse Emissieautoriteit en de toewijzing van emissierechten. Het congres is een initiatief van de ministeries van VROM en EZ en werkgeversvereniging VNO-NCW, die gezamenlijk ook de invoering van emissiehandel voor CO2 en NOx begeleiden. Het congres is bedoeld voor bedrijven, branche-organisaties, de huidige vergunningverleners in het kader van de Wet Milieubeheer(provincies) en adviseurs.

Meer informatie en een opgaveformulier vindt u
hier.

11 februari 2004: VVM-debat over emissiehandel

Woensdag 11 februari 2004 wordt het traditionele energiedebat van de sectie energie van de Vereniging van Milieukundigen (VVM) gewijd aan CO2-emissiehandel. Opinieleiders uit het bedrijfsleven, overheid, politiek, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties debatteren over:
Hoe laag is het emissieplafond en hoe verhoudt zich dat tot andere landen?
Is de verdeling van nationale rechten over de sectoren en bedrijven rechtvaardig?
Zaligmakend beleidsinstrument of is de theorie mooier dan de praktijk?
Het debat wordt geleid door Jaap Jelle Feenstra (voorzitter VVM).
Datum: woensdag 11 februari 2004 van 15.30-20.00 uur.
Locatie: Rode Hoed Amsterdam
Voor meer informatie: e-mail naar VVM-secretariaat.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).