******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=2437&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 6
24 februari 2004
Inhoud

- Publicatie allocatieplan start inspraak CO2-emissierechten
- Emissierechten: 3% lager dan berekende emissies
- Aparte brief met details toegewezen emissierechten
- Het toewijzingsplan in vogelvlucht
- Oproep tot actie voor monitoring

Met de publicatie van het ontwerpplan voor de toewijzing van CO2-emissierechten aan bedrijven (het allocatieplan), vandaag in de Staatscourant, is de inspraakprocedure voor dat plan officieel gestart. Bedrijven, maar ook anderen, hebben tot en met 14 maart de tijd om op de inhoud van het ontwerpplan te reageren.

Het plan bevat de voornemens van EZ en VROM voor de toewijzing van de emissierechten en is de eerste stap om uiteindelijk te komen tot de verlening van rechten aan bedrijven die vanaf 1 januari 2005 zullen deelnemen aan het Europese systeem voor emissiehandel. Het plan bevat tevens de uitgangspunten voor deze toewijzing, zoals de Nederlandse CO2-doelstellingen uitgewerkt voor de sectoren industrie (inclusief elektriciteitssector), landbouw, verkeer en vervoer en de gebouwde omgeving (de 'streefwaarden'). Daarnaast bevat het plan de gehanteerde procedure voor de toewijzing en verlening van de rechten en de rekenregels die zijn toegepast om tot een verdeling van de rechten te komen.

Tijdens de inspraakprocedure kunnen bedrijven reageren op zowel de berekeningsmethode als hun eigen toewijzing. De reacties zullen na 14 maart worden verwerkt in het plan, dat daarna (uiterlijk 31 maart) naar de Europese Commissie moet worden gestuurd. Ook de andere 14 huidige lidstaten moeten dan hun allocatieplan klaar hebben. De tien landen die dit jaar tot de EU toetreden hoeven pas een maand later klaar te zijn.

Een samenvatting van het toewijzingsplan is gepubliceerd in de Staatscourant van vandaag 24 februari. Het complete plan ligt ter inzage in de bibliotheken van VROM (Rijnstraat 8) en EZ (Bezuidenhoutseweg 30) in Den Haag, en op de griffie van alle provincies. Ook via
internet is het plan vanaf vandaag te raadplegen.

Als het plan aanleiding geeft voor reacties, kunnen bedrijven deze sturen naar:
Ministerie van Economische Zaken
Inspraak CO2-allocatieplan ALP C/312
t.a.v. dhr. P. van Slobbe
Postbus 20101
2500 EC Den Haag


Bedrijven die eerder een reactie hebben gestuurd worden uitdrukkelijk verzocht hun reactie nogmaals te sturen. Reacties die voor het verschijnen van het ontwerpallocatieplan zijn ontvangen, worden niet in behandeling genomen. Alleen schriftelijke reacties die uiterlijk op 14 maart zijn verstuurd, worden in behandeling genomen.

Het totaal van de verwachte CO2-emissies van alle 206 aan emissiehandel deelnemende bedrijven blijkt 3% hoger uit te komen dan de afgesproken emissieruimte voor de deelnemers aan het emissiehandelssysteem. Daardoor wordt voor elk bedrijf het totale aantal emissierechten gecorrigeerd met een factor van 0,97.

In het allocatieplan staan de definitieve cijfers voor de rekenregels, waarnaar de industrie en andere partijen maanden hebben uitgekeken. Niet alleen krijgt elk bedrijf in het allocatieplan emissierechten toegewezen, tevens worden de gebruikte rekenregels verantwoord.

De emissieruimte (van 94,1 miljoen ton CO2) is berekend aan de hand van de totale streefwaarde voor CO2-emissies door de industrie (incl. de elektriciteitssector) in de eerste handelsperiode 2005-2007 (115 miljoen ton), zoals overeengekomen tussen het kabinet en de industrie. Van die streefwaarde zijn afgetrokken de (proces)emissies van de industrie die niet onder de emissiehandel zullen vallen en emissies door het gebruik van energiedragers in materialen (feedstock). Ook zijn daarvan afgetrokken de emissies van bedrijven die niet onder het handelssysteem vallen. Verder is er 4 miljoen ton gereserveerd voor nieuwkomers en 'onvoorziene omstandigheden'.

Anderzijds is voor elk bedrijf een prognose gemaakt van de emissies voor 2005-2007 op grond van de opgave over 2001 en 2002, waarbij bedrijven die door 'early action' maatregelen al relatief energie-efficiŽnt zijn ruimer rechten krijgen toegewezen dan andere die dat niet deden. Tevens is in die prognose de verwachte sectorgroei opgenomen. Daarbij zijn acht industriŽle sectoren onderscheiden.

De optelsom voor alle bedrijven blijkt nu enkele miljoenen tonnen hoger uit te komen dan in het licht van de Kyoto-afspraken was afgesproken tussen kabinet en bedrijfsleven. Om prognose en emissieruimte even groot te maken, wordt op elke emissieprognose de zogenoemde 'C-factor' van 0,97 (exacter: 0,969) toegepast.

Bovenstaande wordt samengevat in de formule:
A = E x G x Eff x C, waarbij
A = de toewijzing per inrichting
E = de gemiddelde emissie in de basisjaren 2001-2002
G = de groei van de gehele sector
Eff = de relatieve energie-efficiency ofwel Efficiency Graad
C = de correctiefactor die nodig is om onder het emissieplafond te blijven.

Morgen krijgen alle 206 onder het handelssysteem vallende bedrijven hun emissierechten voor de periode 2005 t/m 2007 per brief gemeld. In de brief staan alle gegevens die bedrijven nodig hebben om de berekening van hun emissierechten te kunnen controleren.

De brief is bedoeld ter aanvulling van de publicatie van het integrale allocatieplan vandaag, tevens het startsein voor de inspraakprocedure. In dit ontwerpplan is de volledige lijst van alle inrichtingen met de hen toe te wijzen emissierechten opgenomen. Het aantal inrichtingen is kleiner dan het aantal bedrijven dat opgave heeft gedaan. Zo vielen bedrijven af omdat ze toch niet aan de criteria uit de richtlijn bleken te voldoen of omdat ze niet meer bestaan.

Van de 152 bedrijven met een emissie kleiner dan 25 kton per jaar – Nederland stelt voor aan de Europese Commissie om die bedrijven niet mee te laten doen - hebben 123 aangegeven dat ze dan niet aan het handelssysteem willen deelnemen. Die krijgen nu geen rechten toegewezen, maar worden wel in het plan genoemd.

In de brief krijgen de bedrijven ook terugkoppeling van de projectgroep op de aangeleverde gegevens en de andere gegevens waarop de berekende emissierechten zijn gebaseerd:
- de gemiddelde CO2-emissie over de jaren 2001/2002
- verbrandingsemissie
- procesemissie
- verbrandingsemissie van warmtekrachtcentrales (WKC)
- Gemiddelde energielevering uit warmtekracht, over de jaren 2001/2002
- geleverde elektriciteit
- geleverde warmte
- emissie van uitbreidingen (ook door eventuele nieuwkomers)
- de groeifactor van de sector, gecorrigeerd voor uitbreidingen en (nu al bekende) nieuwkomers
- de toegepaste Efficiency Graad;
- de correctiefactor C.
Aan de hand van deze gegevens en de rekenregels, die als bijlage bij het ontwerp-allocatieplan zijn gevoegd, kunnen bedrijven de uitgevoerde allocatie narekenen.

De belangrijkste punten uit het ontwerpallocatieplan:

- Het voorliggende plan is nog niet definitief, maar de 'inspraakversie'. De inspraak wordt meegenomen in het plan dat naar de Europese Commissie wordt gestuurd (uiterlijk op 31 maart). Als de Commissie het plan niet verwerpt is het plan daarmee definitief. Als de Commissie het plan geheel of deels verwerpt moeten de betreffende wijzigingen expliciet worden aanvaard door de Commissie. In een dergelijk geval is het plan pas daarna definitief. De definitieve toewijzing van emissierechten aan bedrijven geschiedt in een later stadium via een afzonderlijk toewijzingsbesluit.
- De criteria die vastgelegd zijn in de EU-richtlijn zijn de basis voor dit plan. De operator van de schoorsteen krijgt de emissierechten toegewezen.
- Daarnaast is zoveel mogelijk aangesloten bij de lopende afspraken (Convenant Benchmarking, Meerjarenafspraken, Kolenconvenant) tussen overheid en industrie plus elektriciteitssector.
- Het emissieplafond is afgeleid van de afspraken binnen de EU over invulling van het Kyoto Protocol. Hierbij mag Nederland in 2008-2012 gemiddeld 6% minder CO2-emissies uitstoten dan in 1990. Een deel van deze doelstelling wordt ingevuld met aankoop van reducties in het buitenland en reductie van overige broeikasgassen. Deze Kyoto-doelstelling ligt binnen bereik, aldus het Plan.
- Het totale emissieplafond voor alle industrie (inclusief elektriciteitssector) in de periode 2005-2007 bedraagt 115 miljoen ton, zoals overeengekomen tussen bedrijfsleven en overheid. Voor 2010 gaat de overheid uit van een emissieruimte van 112 Mton.
- In het toewijzingsplan staan ook de streefwaarden voor andere sectoren (landbouw, verkeer en vervoer, gebouwde omgeving).
- Er vallen 329 bedrijven (officieel: inrichtingen) onder het handelssysteem , samen goed voor ruim 90% van alle industriŽle broeikasgasemissies en 96% van de energiesector. Nederland kiest er in het ontwerpplan voor om kleine emitters (minder dan 25.000 ton per jaar) buiten het systeem te houden, maar dat behoeft nog goedkeuring van de Europese Commissie.
- Alle rechten worden gratis toegewezen. De berekening vindt plaats op grond van historische emissies, geraamde groei in de sectoren, prestaties op het gebied van energie-efficiency, en soms bijzondere omstandigheden.
- Er worden ook rechten aan bekende nieuwkomers toegewezen. Daarnaast wordt 4 miljoen ton gereserveerd voor nog onbekende nieuwkomers en uitbreidingen en het honoreren van beroepen.
- In bijlagen staan de rekenregels, de lijst van installaties en hun emissierechten en de EU richtlijn.

'Wacht niet te lang met de voorbereidingen voor uw monitoringsprotocol.' Die oproep deden enkele sprekers, onder wie Kees van Kuijen, directeur van de Nederlandse Emissie-autoriteit in oprichting, aan de aanwezige bedrijven tijdens de eerste gezamenlijke conferentie over CO2- en NOx-emissiehandel in Nederland.

Een zeer grote opkomst van ruim 450 bedrijven en andere belangstellenden kenmerkte de conferentie, gehouden op 29 januari in Rotterdam. Vele bedrijven lieten zich voor het eerst voorlichten over de emissiehandel. De nadruk lag op de handel in CO2-emissies, maar ook de NOx-handel kwam uitgebreid aan de orde.

Het publiek kreeg nieuws en achtergronden over onder andere de Nederlandse emissie-autoriteit (NEa) in oprichting, de samenhang met het bevoegd gezag (provincies), het allocatieplan met bijbehorende rekenregels en het bijhouden (monitoren) van de emissies. Verschillende sprekers vanuit overheid en bedrijfsleven vielen Van Kuijen bij toen hij het belang aangaf om niet te wachten met de vergunningaanvraag tot de formele startdatum 1 januari 2005. Hij gaf aan niet op een dag te kijken, maar zei ook: "U heeft uw vergunning nodig om aan te tonen dat u aan uw milieuverplichtingen voldoet."

De vergunningaanvraag draait om het monitoringssysteem van het bedrijf. Als het bedrijf kan aangeven hoe het zijn emissies gaat bijhouden, is het grootste deel van de vergunningaanvraag reeds verricht. "Een goed milieuzorgsysteem is onontbeerlijk voor een goed monitoringsysteem", aldus spreker ir. R. Kalwij van Royal Cosun. "Maar monitoring gaat nog iets verder. De metingen moeten nauwkeuriger, het gaat tenslotte om handel, en dus om geld."

Momenteel lopen bij enkele bedrijven proeven met zo'n monitoringprotocol, waaraan de deelnemers aan de handelssystemen voor CO2 en NOx binnenkort een voorbeeld kunnen nemen. Binnen enkele weken komen deze voorbeelden beschikbaar.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).