******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=2909&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 9
8 april 2004

Met een paar kanttekeningen en reserves stemde de Tweede Kamer vorige week in met het ontwerpplan voor de toewijzing van CO2-emissierechten aan bedrijven die vanaf 1 januari gaan meedoen aan het Europese handelssysteem.

De belangrijkste bezwaren vanuit de Kamer betreffen de onzekerheid over het handhaven van een 'level playing field' in Europa. CDA en VVD hamerden erop dat de introductie van de emissiehandel er niet toe mag leiden dat bedrijven in dezelfde sector in verschillende landen ook verschillend zouden worden behandeld. Paul de Krom (VVD): "Door een verschillende definitie van 'verbrandingsinstallatie' valt de chemiesector in ons land grotendeels, in andere landen half en weer elders helemaal niet onder het emissiehandelssysteem." Liesbeth Spies van het CDA dreigde zelfs: "Als er geen gelijk speelveld is, is het wat ons betreft einde verhaal."

De suggestie om hierover een clausule op te nemen in het plan dat op 16 april naar Brussel wordt gestuurd, wees minister Brinkhorst van de hand. Hij maakte duidelijk dat deze uniforme aanpak in alle landen ook voor hem boven aan de prioriteitenlijst staat. "Wij zullen hard inzetten op onze belangen. De Europese Commissie steunt onze interpretatie. De Commissie heeft de verantwoordelijkheid alle landen op hun verplichtingen te wijzen."

Hans Veenenbos van de Vereniging van Nederlandse Chemische Industrie was na afloop van het debat nog niet geheel gerustgesteld. "Ik ben nog steeds sceptisch over het Salomonsoordeel dat Brussel moet vellen. Wij zijn maar een klein landje met een beperkte stem. Een positie voor de Nederlandse chemie in de emissiehandel die anders is dan de chemische industrie in andere landen is niet acceptabel."

Brinkhorst benadrukte nog eens dat emissiehandel een kosteneffectief middel is om de emissies van CO2 terug te brengen. "Lidstaten die hun industrie geen emissiehandel gunnen schieten zichzelf in de voet. Ik verwijs ook maar even naar een paar voorbeelden, zoals het niet adequaat invoeren van de Europese nitraat-richtlijn of de Securitel- en Bosal-arresten. Die hebben Nederland miljarden gekost."

Diederik Samsom (PvdA) vond het plafond van 115 Mton CO2-emissies voor de industrie (inclusief niet-deelnemers aan de emissiehandel) in de jaren 2005-2007 te hoog, maar Brinkhorst bestreed dat met een "driewerf nee. Er is geen sprake van over-allocatie", aldus Brinkhorst.

Staatssecretaris Van Geel van VROM en Brinkhorst bevestigden anderzijds de visie van Samsom dat Nederland bij de toewijzing ook niet 'het braafste jongetje van de klas' is. Van Geel: "De rest van Europa en de Europese Commissie kijkt naar ons en naar onze inkoop van JI- en CDM-emissiereducties in het buitenland. Commissaris WallstrŲm van Milieu heeft ons er al op gewezen dat we zo veel emissieruimte voor de industrie creŽren. Dat was zo afgesproken. Maar als we dit niet halen, moeten we ons schamen."

De Nederlandse Emissie Autoriteit in oprichting (NEa i.o.) start begin april de voorbereiding van een grootschalige demonstratie voor de CO2- en NOx-handel. Op deze manier wil de overheid alle aspecten van emissiehandel zoveel mogelijk onder praktijkomstandigheden testen.

Als alles volgens planning verloopt, gaat op 1 januari 2005 de handel in CO2- en NOx-emissierechten van start. Om te kijken of alle wettelijke systemen en procedurele stappen klaar zijn voor de invoering van de handel, organiseert de NEa i.o. een grootschalige proef waarin de hele emissiehandelcyclus wordt gesimuleerd. In de proef wordt een jaar gesimuleerd in een aantal maanden. In deze periode wordt gekeken naar andere de vergunningverlening, validatie van protocollen, het opstellen van emissieverslagen, registratie van overdrachten en verificatie van emissies. Met de resultaten van de demonstratie wil de overheid de systemen van de emissiehandel verder optimaliseren.

Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk spelers in het veld deel gaan nemen aan de demonstratie, zoals bedrijven, vergunningverleners handhavers, verificateurs en meetbureaus. De NEa i.o. zoekt op dit moment zo veel mogelijk bedrijven die deel willen nemen aan de demonstratie. Tijdens de proef zullen zij monitorenprotocollen opstellen, handelen in emissierechten en uiteindelijk hun emissies rapporteren. De NEa i.o. heeft een ondersteunende rol en zal de protocollen valideren, overdrachten van rechten faciliteren en emissieverslagen laten verifiŽren.

Volgens adviseur Hans Warmenhoven, een van de organisatoren van de demonstratiehebben ook bedrijven veel baat bij deelname aan de proef. "Ze worden betrokken bij de verdere invulling van de demonstratie en zo ook bij de inrichting van ondersteunende elementen voor emissiehandel. Daarnaast doet het bedrijf al de nodige ervaring op met de handel in emissierechten en krijgt het al vroeg te weten of de eigen systemen en procedures voldoen", aldus Warmenhoven.

Deelnemende bedrijven dienen voor 1 juni hun monitoringprotocol te hebben ingeleverd en voor ten minste twee maanden hun emissies hebben gemonitord overeenkomstig het goedgekeurde protocol. Het emissieverslag, dat door een externe verificateur is geverifieerd, moet op 15 augustus bij de NEa liggen. Op 30 augustus moeten de ingeleverde rechten de emissies in de periode van enkele maanden dekken. Deze periode wordt nog nader vastgesteld.

Bedrijven die mee willen doen aan de demonstratie kunnen zich tot eind mei opgeven bij Hans Warmenhoven, tel. 06 52 67 56 04, e-mail:
Hans.Warmenhoven@planet.nl

Op 31 maart verliep de deadline voor het indienen van de Nationale Allocatieplan door alle EU-lidstaten. Slechts vijf landen haalden de deadline: Duitsland, Denemarken, Finland, Ierland en Oostenrijk. Een aantal landen heeft een concept dat nog open staat voor reacties. Nederland kreeg uitstel vanwege het overlijden van prinses Juliana en levert op 16 april.

De officieel ingediende plannen laten over het algemeen nog ruimte voor groeiende emissies in de industrie. Alleen het Duitse plan, dat overigens nog onvolledig is, voorziet een krimp van de emissies, maar moet volgens het Kyoto-verdrag ook met 21,5 % omlaag met de broeikasgasemissies. Na heftige discussies tussen de Duitse milieuminister Trittin (De Groenen) en Clement (industrie) werd er op 31 maart een compromis bereikt. De huidige emissies van 505 Mton CO2 moet in de eerste periode (2005-2007) terug naar 503 Mton en in de tweede periode (2008-2012) naar 495 Mton.

De overige vier landen staan een groei toe, maar beperken de groei iets ten opzichte van de voorspelde autonome groei. Oostenrijk laat in de eerste periode een stijging naar 32,5 Mton per jaar toe ten opzichte van 30 Mton in 1998-2001. Dat bedrag is lager dan de voorspelde emissies in 2005-2007 van 34 Mton per jaar. Ook in Ierland groeit de emissieruimte, maar ten opzichte van voorspelde emissies zijn ze 2 tot 4 % lager. Denemarken brengt de emissies in de eerste periode gemiddeld 15 % omlaag ten opzichte van voorspelde emissies. In Finland gaan de emissies ten opzichte van de verwachte emissies met vier procent omlaag.

Een belangrijk discussiepunt is de definitie van de verbrandingsinstallaties die onder het emissiehandelssysteem (ETS) zullen vallen. De Europese Commissie heeft de ondergrens voor deelnemende installaties gesteld op een vermogen van 20 megawatt (thermisch), maar verschillende lidstaten interpreteren de definitie van 'verbrandingsinstallatie' verschillend. De plannen van Duitsland en Oostenrijk, alsmede de conceptplannen van Frankrijk en Engeland, hanteren een nauwe interpretatie. Zij nemen alleen verbrandingsinstallaties mee die direct energie leveren.

De nauwe interpretatie van het uitgelekte Franse NAP heeft tot gevolg dat 700 installaties minder dan de verwachte 1850 onder ETS komen te vallen. Dit komt overeen met 34% van de nationale CO2-emissies. Onder andere Nederland hanteert een bredere interpretatie van de definitie, inclusief installaties die ook direct aan processen leveren (zoals in de chemie en in de staalindustrie). Volgens minister Brinkhorst volgt de Europese Commissie ook deze lijn.

Het Britse concept dat op 19 januari was gepubliceerd staat nog open voor reacties van bedrijven en publiek. De regering zegt met het concept op een reductie van 16,3 % uit te komen in 2005-2007 ten opzichte van 1990. In 2008-2012 wil de regering op 20 procent reductie uitkomen. Het bedrijfsleven reageert overwegend negatief op de nationale doelstelling, die scherper is dan Kyoto, en vreest onder andere een stijging van de energieprijzen. De Belgische regering heeft een voorstel gedaan met een verdeling van de Kyoto-doelstelling over de gewesten. Hiervoor heeft het toestemming van de Europese Commissie.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).