******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=3231&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 10
19 mei 2004

In twee besprekingen hebben de lidstaten van de EU de eerste zeven allocatieplannen voor CO2-emissierechten besproken. Daaronder ook het Nederlandse plan, dat medio april is ingediend.

De besprekingen in het klimaatcomité gelden als voorbereiding op de definitievebeoordeling door de Europese Commissie. De beoordeling, uiterlijk drie maanden na indienen, zal duidelijk maken welke aanpassingen de lidstaten nog moeten aanbrengen. "Het klimaatcomité adviseert daarin en geeft, bovenop de criteria die de Commissie zelf al had bepaald, nog wat extra beoordelingscriteria mee", zegt Paul van Slobbe van de Kerngroep, die verder niet veel kwijt wil over de besprekingen. "De beoordeling van de allocatieplannen zal plaatsvinden aan de hand van de kwaliteit van de plannen, de hoogte van de allocatie vergeleken met de verwachte emissies en de afwijkingen van de eerder vastgelegde criteria."

Meetlat
Ingediende plannen zullen uiteindelijk door de Europese Commissie langs de meetlat worden gelegd. De Europese Commissie heeft inmiddels een aantal gedetailleerde vragen gesteld aan de Nederlandse overheid. "De Europese Commissie kijkt kritisch naar de hoogte van onze emissieplafonds", aldus Van Slobbe. ´Wij zullen het Nederlandse totale plafond van 115 miljoen, die we met de industrie zijn overeengekomen, blijven verdedigen. Ik denk ook dat we daar een goed verhaal bij hebben." Andere kritische punten in het Nederlandse plan zijn het gratis teruggeven van de reserve die niet is opgemaakt en het plan om de kleinere bedrijven met relatief lage emissies niet aan het handelssysteem mee te laten doen.

Beoordeling door de collega-lidstaten is een essentieel onderdeel in de procedure. De Britse regering heeft voor die beoordeling zelf een consultant ingeschakeld (Ecofys). Uit de gegevens die het Britse ministerie voor handel en industrie heeft vrijgegeven blijkt dat het plafond in het Nederlandse plan een redelijke reductie van 10% inhoudt ten opzichte van 'business-as-usual' ontwikkeling in 2005-2007. Alleen Denemarken scoort beter (- 15%), de andere lidstaten blijven net onder of op de door henzelf verwachte nullijn.

Beperking bij deze cijfers is wel dat de onderlinge vergelijkbaarheid slecht is. Lidstaten gebruiken voor de projecties voor 'business-as-usual' methoden van uiteenlopende kwaliteit, waar Nederland juist geverifieerde gegevens gebruikt. Daarnaast is er een grote verscheidenheid aan allocatiemethodes, inzet van emissiehandel in het gehele klimaatbeleid, omgang met nieuwkomers, reserve, sluitingen,etcetera.

Projecties in de eigen allocatieplannen geven weer dat vooral Ierland en Oostenrijk ver van hun Kyoto-doelstelling verwijderd blijven. Nederland komt 4% boven de emissies van 1990/95 uit en gebruikt de emissiereducties uit buitenlandse projecten (JI en CDM) om op de doelstelling van –6% uit te komen.

Hoge plafonds
Eurocommissaris Margot Wallström van Milieu bevestigde gisteren tijdens een persbriefing dat zij ongerust is over de plafonds voor de deelnemende sectoren. "De totale hoeveelheid emissierechten vormen de kern van de besluitvorming. Mijn eerste indruk is dat veel allocatieplannen een nogal hoog plafond hebben. Dat is teleurstellend en maakt het nog belangrijker dat de Commissie de plannen kritisch bekijkt."

Negen van de vijftien 'oude' lidstaten hebben hun allocatieplan nu ingeleverd, drie nieuwe lidstaten hebben dat ook gedaan. Wallström treft nu voorbereidingen om de zes 'oude' lidstaten die nog geen plan hebben ingeleverd (België, Spanje, Italië, Portugal, Frankrijk en Griekenland) aan te klagen wegens overschrijding van de deadline, die reeds op 31 maart verliep.

Veel bedrijven zien de voorbereidingen op de emissiehandel als een afhandeling van een aantal formaliteiten. Ze maken zich hier niet zo druk over.

Als alles volgens planning verloopt gaat de emissiehandel begin 2005 van start. Vanaf 1 januari moeten de emissies gemonitord worden. Bedrijven kunnen dan 'overgebleven' emissierechten verkopen aan andere bedrijven die juist rechten tekortkomen. "We zijn nog niet actief met de voorbereidingen begonnen", zegt Alexandre Gizard, procesingenieur bij Air Liquide. "We zijn momenteel nog hard bezig met het protocol voor de MEP-subsidie en dat heeft gezien de deadline even prioriteit. Maar omdat we alles nu goed vastleggen, wordt de CO2-monitoring straks makkelijker. Veel werk verwacht ik er dan ook niet van. Metingen voeren we al uit en het meeste werk gaat waarschijnlijk zitten in het invullen van formulieren."

Marco Bakker, engineer bij de afdeling Energieprojecten van Eneco Energie, kan dit beamen: "Wij houden ook alles bij voor de MEP en hoeven straks alleen het document nog te schrijven. Bedrijven die meer brandstoffen gebruiken hebben meer werk. Kolencentrales bijvoorbeeld moeten op verschillende brandstoffen die ze meestoken ook verschillende CO2-factoren toepassen."

Hulp
Brancheverenigingen schieten te hulp in hun sectoren bij de voorbereidingen. Zo zet de Vereniging van Nederlandse Papier- en kartonfabrieken (VNP) bedrijven in de startblokken voor de emissiehandel. "We maken gebruik van de voorbeeldprotocollen", zegt Marco Mensink, energiesecretaris van de VNP. "Het voordeel is dat veel bedrijven al ISO-gecertificeerd zijn. Onze 27 papier- en kartonfabrikanten zijn momenteel al hard aan het schrijven. Daarnaast hebben we een aantal workshops georganiseerd en begeleiden we vijf bedrijven die meedoen aan de komende demonstratie voor de CO2- en NOx-handel."

De Nederlandse Emissie Autoriteit i.o. (NEa i.o.) verwacht dat veel vergunningaanvragen pas de laatste maanden binnenkomen en ziet een berg werk in aantocht. "In de komende maanden willen we alle bedrijven via een aantal acties nog meer bewust maken van het feit dat voorbereiden meer is dan het invullen van wat formulieren.", zegt Bram Maljaars van het NEa i.o. "Met name sommige kleine bedrijven die niet onder NOx-emissiehandel vallen en daarover nog geen voorlichting hebben gehad, onderschatten het voorbereidingswerk."

Staatssecretaris Van Geel van milieu diende op 14 mei een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer dat de handel in CO2 mogelijk maakt. Hij vroeg om een snelle behandeling om aan de Europese verplichting te kunnen voldoen.

In Nederland vallen 259 inrichten onder het handelssysteem. Elke inrichting krijgt een bepaald aantal emissierechten toegewezen. Inrichtingen kunnen binnen het Europese handelssysteem rechten verkopen en aankopen. "Verschillende inrichtingen binnen een concern met verschillende vestigingen kunnen handelen in emissierechten", zegt Jeroen van Bruggen van de Nederlandse Emissieautoriteit i.o. "Intern kan zo een optimalisatie plaatsvinden."

Volgens de Europese wetgeving moet de overheid voor 1 oktober een formeel 'nationaal toewijzingsbesluit' nemen over de toewijzing van rechten aan de verschillende bedrijven. Het nationale toewijzingsplan of allocatieplan, dat de basis is voor dit formele toewijzingsbesluit, ligt momenteel bij de Europese Commissie ter goedkeuring. Bedrijven treffen momenteel voorbereidingen op de emissiehandel, waaronder het opstellen van protocollen voor het meten van de CO2-uitstoot.

Internationale afspraken
Volgens het Kyoto-protocol is Nederland verplicht de CO2-uitstoot in de periode 2008-2012 met zes procent terug te dringen ten opzichte van 1990. Op 16 april diende Nederland haar Nationale Allocatieplan in bij de Europese Commissie. Hierin is de totale CO2-ruimte voor de industrie (inclusief energie) voor de jaren 2005 t/m 2007 vastgesteld op 115 megaton per jaar. Van de 115 megaton is 98,3 megaton beschikbaar voor de deelnemers aan de handel.

Naast een handelssysteem voor broeikasgassen wil Van Geel per 2005 ook een handelssysteem voor stikstofoxiden starten. In de zomer zal de regering een wetsvoorstel naar de Raad van State sturen, waarna het na advies met spoed naar de Tweede Kamer zal gaan. Zo wil Nederland ook voldoen aan internationale afspraken over het terugdringen van emissies van stifkstofoxiden, waaronder de Europese National Emission Ceilings Directive (NEC). De grote industrie mag vanaf 2010 niet meer dan 55 kton NOx uitstoten, terwijl de uitstoot nu nog 90 kton bedraagt.

De uitstoot van CO2 in Nederland is in 2003 naar verwachting voor het eerst sinds 1999 gedaald, aldus de Milieubalans 2004.

De daling wordt vooral veroorzaakt door de economische recessie in de meeste industriële sectoren. In de laatste jaren was er al een trend dat de CO2-emissies in Nederland slechts licht stegen, hetgeen werd gecompenseerd door de daling van de emissies van de overige broeikasgassen (zoals methaan, lachgas en fluorhoudende gassen).

Met het huidige beleid worden de Nederlandse doelstellingen voor binnenlandse broeikasgasemissies waarschijnlijk gehaald, mits het kabinet de aangekondigde maatregelen in de chemische industrie doorvoert, zo staat in de recent gepubliceerde Milieubalans 2004. De binnenlandse emissies waren in 2002 slechts drie procent hoger dan de richtjaar 1990. Uit een analyse blijkt dat zonder klimaatbeleid de emissies nu tien procent hoger zouden zijn geweest.

Buitenland
De totale Nederlandse doelstelling in het kader van de internationale Kyoto-afspraken ligt zes procent onder het niveau van 1990, maar daarvoor zet Nederland ook maatregelen in het buitenland in, zoals projecten voor emissiereductie in Oost-Europa (Joint Implementation) of in ontwikkelingslanden (Clean Development Mechanism). De Milieubalans vindt het nog te vroeg om te concluderen dat de buitenlandse maatregelen zodanig kunnen worden uitgevoerd dat de doelstelling van -6% wordt gehaald. Staatssecretaris Van Geel van VROM is er niettemin van overtuigd dat ook deze buitenlandse maatregelen tot het gewenste resultaat zullen leiden.

"Als veel lidstaten hun industrie even ruimhartig toebedelen als Nederland zal er geen grootschalige handel in emissierechten in de proefperiode plaatsvinden." Dat stelt RIVM in de Milieubalans 2004.

In het concept-allocatieplan wijst Nederland voor de proefperiode 2005-2007 met 115 miljoen ton CO2 meer emissierechten toe dan de raming door de onderzoeksinstituten RIVM en ECN van de emissies in 2005 (109 Mton). Voor de periode erna, de Kyoto-budgetperiode 2008-2012 houdt het kabinet wel vast aan de raming voor die jaren (112 Mton). RIVM constateert dat het hoge plafond voor de proefperiode één van de twee 'kwetsbare punten' in het allocatieplan zijn. Een ander kwetsbaar punt is de subsidie van besparingsmaatregelen, die wellicht de toets door de Europese Commissie niet kan weerstaan.

Mocht er geen grootschalige handel tot stand komen, dan wordt er in de proefperiode in elk geval wel ervaring opgedaan met de monitoring van financiële en juridische aspecten, zo stelt de Milieubalans.

Europees Milieucommissaris Margot Wallström heeft in een brief aan staatssecretaris Van Geel haar instemming betoond met het Nederlandse klimaatbeleid. Zij schreef dit in april als antwoord op twee brieven van Van Geel.

In de twee brieven gaf Van Geel uitleg over de Nederlandse bijdrage aan de Europese klimaatdoelstellingen, waarover Wallström eerder had geklaagd. In één brief legde Van Geel uit hoe de Nederlandse doelstelling van 6% reductie in 2010 ten opzichte van 1990 tot stand zou komen, in de tweede kwam hij met gegevens over de voorziene emissies tot 2012. Wallström beloofde de maatregelen van de Nederlandse regering op te zullen nemen in de jaarlijkse evaluatie van het Europese klimaatbeleid.

Tevens antwoordde de Eurocommissaris op vragen omtrent onduidelijke definities van het begrip 'verbrandingsinstallaties' in de richtlijn voor emissiehandel. 'Wij zijn altijd consistent geweest in onze interpretatie", schrijft Wallström "Ik kan u verzekeren dat Commissie zorgvuldig de implementatie van de richtlijn door alle Lidstaten zal volgen en gepaste actie zal ondernemen waar nodig voor een juiste implementatie."

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).