******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=3513&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 12
16 juni 2004

De invoering van emissiehandel van CO2 en NOx verloopt voorspoedig. In recordtempo wordt het wetsvoorstel CO2 door de Tweede Kamer behandeld. "Alles is erop gericht om de wet voor CO2-emissiehandel per 1 oktober 2004 in werking te hebben", aldus Tilly Zwartepoorte, Directeur van de VROM-directie Klimaatverandering en Industrie. "Dat is nodig voor het formele toewijzingsbesluit. De NOx-wetgeving loopt daar wat op achter, maar naar verwachting kunnen we ook voor NOx-handel heel 2005 laten meetellen." In een brief vroeg VROM vorige week bedrijven zo spoedig mogelijk een voor CO2 en NOx geÔntegreerd monitoringsprotocol in te leveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) in oprichting.



Het wetsvoorstel CO2-emissiehandel, dat de vergunning voor CO2-emissies voor bedrijven regelt, is half mei naar de Tweede Kamer gestuurd. "Deze week horen we wanneer het wetsvoorstel in de Kamer behandeld wordt, dat zal waarschijnlijk nog voor het zomerreces zijn. We kunnen dan met recht spreken over een behandeling door de Kamer in recordtempo", aldus Zwartepoorte. "Als ook de Eerste Kamer zo snel is, kan de wet in het najaar gepubliceerd worden in het Staatsblad. Voor het NOx wetsvoorstel zetten we alles op alles om dat na het zomerreces naar de Tweede Kamer te versturen."

De wetgeving voor CO2 en die voor NOx doorlopen gescheiden trajecten in het Parlement. "Maar in de lagere regelgeving komen ze weer samen", zegt Zwartepoorte. "Onze inzet is om de lasten voor bedrijven zo laag mogelijk te houden. Daarom gaan we uit van ťťn protocol voor de monitoring van CO2- en NOx-emissies en op basis daarvan ťťn emissievergunning. Dat voorkomt onnodige lasten voor de bedrijven en zorgt voor een efficiŽnte en effectieve procedure rond de vergunningverlening."

Brief
Vorige week stuurde Zwartepoorte een brief naar alle deelnemende bedrijven over de stand van zaken. "Van onze kant doen wij er alles aan om de wetgeving op tijd rond te hebben en de bedrijven uitgebreid te informeren. Ik hoop dat bedrijven zich ook tijdig voorbereiden en bijdragen aan een soepele invoering. Dat is in ons beider voordeel." VROM verwacht dat een bedrijf in het voordeel is als het tijdig (medio 2004) een geÔntegreerd protocol inlevert. Het bedrijf kan dan mogelijke aanpassingen op tijd doorvoeren, zodat de formele vergunning zo snel mogelijk na van kracht worden van de wetgeving verleend kan worden.

In het overtuigen van bedrijven om actie te ondernemen ziet Zwartepoorte de grootste uitdaging van de komende maanden. "We krijgen nu al een aantal monitoringsprotocollen binnen en daarnaast is er de grootschalige proef met emissiehandel. Met de brief vraag ik van alle bedrijven om voor te sorteren op de aankomende wetgeving. Ik proef nog geen groot enthousiasme, er is scepsis en bedrijven wachten af. Begrijpelijk, want ze moeten met iets nieuws aan de slag. En met woorden overtuigen is lastig. Maar bij een snelle invoering van de wet wordt alles concreet en vertrouw ik erop dat bedrijven gemotiveerd zullen raken. Het handelssysteem is immers opgezet om de Europese regelgeving op gebied van CO2 en NOx zo kosteneffectief mogelijk te kunnen realiseren."

De in het interview genoemde brief van VROM is verstuurd aan alle bedrijven die betrokken zijn bij emissiehandel. Mochten bedrijven op vrijdag 18 juni nog geen exemplaar ontvangen hebben, dan kunnen zij contact opnemen met Jan Dijstelbloem (070-3391830 of
jan.dijstelbloem@minvrom.nl).


Het Nederlandse allocatieplan zit in de eerste lichting van acht landen die medio juli officieel te horen krijgen hoe de Europese Commissie hun plannen beoordeelt.

Begin deze week is een ambtelijke vertegenwoordiging van de Europese Commissie op bezoek geweest in Den Haag. Doel was om een paar punten in het Nederlandse allocatieplan door te spreken en de verdere procedure binnen de Europese Commissie toe te lichten. Daarbij maakte de Commissiedelegatie duidelijk dat de eerste lichting snel zal worden behandeld, maar dat de later ingeleverde allocatieplannen volgens dezelfde criteria zullen worden beoordeeld.

De ambtelijke vertegenwoordiging was vooral te spreken over de transparantie en de onderbouwing met gegevens van het Nederlandse allocatieplan voor emissierechten. Ook werd de opbouwende houding bij het totstandkomen van de monitoringsprotocollen en de registratieverordening geprezen. Drie punten in het allocatieplan werden er door de Commissiedelegatie uitgelicht: het totale emissieplafond zou te ruim zijn en de teruggave van de reserve aan de bedrijven aan het eind van de eerste handelsperiode mag niet volgens de richtlijn, terwijl het uitzonderen in het handelssysteem van bedrijven met relatief lage CO2-uitstoot ook kritisch wordt bekeken. Het is de Europese Commissie die over het allocatieplan beslist. Voor de opt-out is er een aparte procedure. Hierover adviseert de Commissie slechts, de beslissing ligt bij de gezamenlijke Lidstaten.

Verdedigen
Volgens EZ-ambtenaar Paul van Slobbe van de Kerngroep Emissiehandel is nog niet duidelijk hoe de Commissie uiteindelijk over de punten gaat oordelen. "Wij vinden ons allocatieplan en daarmee hetplafond en de teruggave van de reserve goed te verdedigen. Wij doen dat dus ook. Over enkele weken zal de Commissie haar oordeel vellen."

Het plan voor het uitzonderen van bedrijven met een lage uitstoot kan op sympathie rekenen bij veel collega-lidstaten, maarstuit wel op formele bezwaren, vooral ten aanzien van de mogelijke sancties, zegt Van Slobbe. "Iedereen begrijpt deze opt-out, maarnogal wat landen zijn bang dat de eigen kleine bedrijven ook om zo'n uitzonderingspositie zullen vragen. En ze willen graag toch alle bedrijven binnen het systeem houden. Dat kan de reden zijn waarom ze toch tegen onze opt-out zullen stemmen."

Rectificatie:
In het bericht 'Advies klimaatcomitť naar Europese Commissie' (
Nieuwsbrief nummer 10 van 19 mei 2004) staat in de vierde paragraaf dat, volgens gegevens vrijgegeven door het Britse ministerie voor handel en industrie, het Nederlandse Allocatieplan een reductie van 10% ten opzichte van 'business-as-usual' inhoudt. Dat is niet juist. De juiste cijfers laten een toename van 5% ten opzichte van 'business-as-usual' zien.

Volgens een onderzoek dat in opdracht van het ICT-bedrijf LogicaCMG is uitgevoerd, zal bijna de helft van de Europese bedrijven de deadline van 1 januari 2005 niet halen. Op die dag moeten ze voldoen aan de Europese richtlijn CO2-emissiehandel.

Het onderzoek betrof de automobiel-, pulp- en papier-, ijzer- en staal- en cementindustrie in een aantal Europese landen, waaronder Nederland. Slechts de helft van de ondervraagde bedrijven heeft volgens het onderzoek genoeg voorbereidingen getroffen om op tijd aan de Europese richtlijn voor de Emissiehandel te voldoen. Slechts een derde heeft hiervoor een budget gereserveerd.

Het onderzoek laat zien dat bedrijven verwachten dat de emissiehandel vergaande gevolgen heeft voor zowel de strategie, productie als de financiŽle resultaten binnen bedrijven. Veel bedrijven zijn echter onzeker over de exacte gevolgen van de emissiehandel voor de organisatie. De meerderheid is het met de stelling eens dat de regelgeving ook gevolgen heeft voor hun klanten.

Het onderzoek was gericht op de emissiehandel in Engeland, Nederland, BelgiŽ, Frankrijk, Duitsland ItaliŽ en Spanje. Nederlandse bedrijven liggen aardig op schema in vergelijking met andere Europese bedrijven. 71% is bezig met de nodige voorbereidingen en 77% verwacht op 1 januari ook daadwerkelijk aan de nieuwe wetgeving te voldoen. Dit in contrast met landen als Spanje waar slechts 23% van de bedrijven de deadline denkt te kunnen halen.

"Ik kan me deze feiten goed voorstellen", zegt Hans de Waal van het ministerie van VROM. "We hebben in Nederland tijdig onderkend dat monitoring op dit moment het belangrijkst is. Dit moet op 1 januari 2005 namelijk rond zijn en daar gaat onze aandacht nu vooral naar uit. We doen er alles aan om via voorlichting de overige 29 procent bij de voorbereidingen te betrekken. De overheden in de andere lidstaten hebben nog een flinke inhaalslag te maken."

Milleucommissaris Margot WallstrŲm noemt de tot nu toe ingeleverde allocatieplannen over het algemeen teleurstellend. Gedurende de eerste helft van juli wil de Europese commissie de Nationale Allocatieplannen beoordelen, maar een aantal landen heeft nog niets ingeleverd.

Terwijl de deadline voor het inleveren van de Nationale Allocatieplannen (31 maart) al lang achter de rug is, hebben BelgiŽ, Frankrijk, Griekenland, ItaliŽ, Portugal en Spanje nog steeds geen definitieve versie aangeleverd. Een maand geleden kondigde de Europese Commissie al aan maatregelen te nemen tegen de laatkomers. Voor de onlangs toegetreden lidstaten lag de deadline overigens op 30 april en zij krijgen nog wat extra tijd. Vijf van de tien hebben hun definitieve versie al aangedragen.

Beoordeling
In juli wil de Europese Commissie met de eerste beoordelingen komen. WallstrŲms eerste indruk was dat de ingeleverde plannen over het algemeen te veel ruimte aan emissies geven. Zie ook het bericht 'Allocatieplan: half juli uitsluitsel' in deze nieuwsbrief.

Vooral het Franse plan ligt zwaar onder vuur en de Europese Commissie start daarom een gerechtelijke procedure tegen de Franse regering. "Frankrijk hanteert een sterk afwijkende interpretatie van de definitie 'verbrandingsinstallaties'", zegt Arnoud Walrecht van Economische Zaken. "Alleen verbrandingsinstallaties die direct energie aan derden leveren tellen mee, waardoor er slechts 700 installaties onder het handelssysteem vallen."

Frankrijk bracht 8 juni zijn conceptversie van het Nationaal Allocatieplan naar buiten en deze staat open voor bezwaren tot 29 juni. Voor de eerste periode stelt Frankrijk een emissieplafond van 126 megaton CO2 voor. Dit komt overeen met 1,8% reductie ten opzichte van 'business as usual'. Volgens het Franse Ministerie van Milieu blijven de absolute emissies in de industrie- en energiesector op deze manier tot 2010 ongeveer gelijk.

Bedrijven mogen vanaf 1 januari met het Clean Development Mechanism (CDM) extra emissierechten verwerven. Het zal echter lastig worden om dit instrument effectief in te zetten voor duurzame energie, zo menen enkele Nederlandse specialisten.

Tijdens de wereldconferentie over duurzame energie, begin deze maand in Bonn, wezen verschillende sprekers enthousiast op de mogelijkheden van CDM. Met dit instrument kunnen bedrijven en overheden energieprojecten uitvoeren in ontwikkelingslanden en zo emissierechten verwerven die in het Europese handelssysteem passen via de recent aangenomen 'Linking Directive' van de EU. Het zou een oplossing kunnen zijn voor de moeizame financiering van duurzame energieprojecten in ontwikkelingslanden, en anderzijds een goede methode voor Europese bedrijven om relatief goedkoop aan emissierechten te komen. Op de onlangs gehouden Carbon Expo in Keulen toonden ontwikkelingslanden veel interesse in CDM.

Twee Nederlandse specialisten hebben hun reserves. Paul Hassing, hoofd klimaat en energie bij Ontwikkelingssamenwerking, denkt dat weinig ontwikkelingslanden de gelegenheid zullen grijpen om met CDM duurzame energieprojecten te (laten) ontwikkelen. "Het is nogal lastig om te voldoen aan de regels voor CDM", zegt hij. "Bovendien is het kleine beetje extra geld dat via CDM – overigens pas achteraf - aan zo'n project kan worden toegevoegd, waarschijnlijk niet doorslaggevend in de besluitvorming over het uitvoeren van zo'n project. Andere zaken zijn veel bepalender, zoals de lokale voorwaarden voor kredietvoorziening, ervaring met de toepassing van de technologie, onderhoudsystemen en dergelijke."

Maurits Blanson Henkemans, CDM-specialist bij Economische Zaken, is het met zijn collega eens:"CDM is in principe een mooi instrument, ook voor duurzame energie. Maar milieuorganisaties hebben steeds om strenge regels gevraagd, om er zeker van te zijn dat het gaat om echt nieuwe en duurzame projecten. Dat heeft tot gevolg gehad dat de praktijk voor zulke projecten lastig is gemaakt. Emissierechten verwerven met projecten om emissies van methaan of fluorhoudende gassen te reduceren zijn veel aantrekkelijker."

De ministeries van EZ en VROM organiseren op 29 juni 2004 een congres over Emissiehandel van CO2 en NOx. Het congres is vooral gericht op deelnemende bedrijven, maar ook brancheorganisaties, het bevoegd gezag Wet milieubeheer en de consultancy- en adviesbranche zijn welkom.

Op het programma staat onder andere:
- De stand van zaken van de CO2-allocatieplannen in Europa
- Emissierechten en de Grootschalige demonstratie
- Monitoring: aanpak, voorwaarden, validatie
- Handel: Hoe gaat het in zijn werk? Wat zijn de fiscale aspecten?
- Tips uit het bedrijfsleven
- Wat wordt er van bedrijven verwacht?
- Forum

Het definitieve programma wordt later bekend gemaakt om zo goed mogelijk op de actuele situatie in te kunnen spelen. Meer info vindt u op de website van
SenterNovem.

Het congres vindt plaats in de Rotterdam Hall van het Beurs- World Trade Center Rotterdam (WTC). De organisatie verzoekt u het inschrijven elektronisch te doen. Schriftelijke inschrijving is ook mogelijk. Het aantal plaatsen is beperkt. Het congres is een initiatief van de Kerngroep 'CO2-emissiehandel' en het kernteam 'NOx-emissiehandel'.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).