******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=4009&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 16
31 augustus 2004

De Nederlandse overheid gaat bij de Europese Commissie een aanvraag indienen om bedrijven uit de chemie en enkele andere sectoren buiten het systeem voor emissiehandel te plaatsen voor de eerste handelsperiode. Minister Brinkhorst van EZ en staatssecretaris Van Geel van VROM willen voorkomen dat de Nederlandse industrie concurrentienadeel ondervindt doordat verschillende definities van het begrip "verbranding" worden gehanteerd in de nationale allocatieplannen van EU-lidstaten.

In aanmerking voor uitzondering komen enkele tientallen installaties van 20 MWth en meer die oorspronkelijk wel een toewijzing van emissierechten hebben gekregen maar die niet onder de (in de richtlijn genoemde) verplicht deelnemende sectoren vallen. Deze bedrijven bevinden zich vooral in de chemie, maar bijvoorbeeld ook in de zuivelindustrie en hebben naar schatting een totale jaarlijkse emissie van 17 miljoen ton CO2. De bedrijven in de verplicht deelnemende sectoren en de elektriciteitsproductiebedrijven komen niet in aanmerking voor deze uitzondering.

Alle in aanmerking komende bedrijven ontvangen een brief van minister Brinkhorst over de voorwaarden voor een opt out. Deze brief is ook op de website van Novem te vinden.

Concurrentienadeel

Volgens de Europese richtlijn voor emissiehandel zouden alle verbrandingsinstallaties met een thermisch vermogen groter dan 20 megawatt vanaf 1 januari 2005 onder het systeem van emissiehandel moeten vallen. Het Nederlandse toewijzingsplan, dat al is goedgekeurd, volgt de richtlijn naar de letter. Maar in de plannen van Duitsland en Groot-Brittannië, die onder enkele voorwaarden zijn goedgekeurd, geldt de verplichting tot deelname aan emissiehandel niet automatisch voor alle verbrandingsinstallaties. Italië, Frankrijk en Spanje willen zelfs alle verbrandingsinstallaties buiten de energiesector buiten het systeem houden. De laatste plannen zijn nog niet door de Europese Commissie beoordeeld.

Op verzoek van de industrie gaat de Nederlandse overheid alsnog een uitzonderingspositie aanvragen voor installaties die door deze ongelijkheid concurrentienadeel ondervinden. "Wij achten een dergelijke ongeharmoniseerde implementatie van de richtlijn en de potentiële concurrentieverstoring die daarmee samenhangt onwenselijk", aldus minister Brinkhorst in een brief aan de bedrijven, die vandaag uitgaat. Het verzoek moet door Brussel worden goedgekeurd.

Overigens verwacht Wiel Klerken, hoofd milieu van VNO-NCW, dat een beperkt aantal bedrijven om deze uitzondering zal vragen. "De uitzondering is tijdelijk, alleen voor de eerste handelsperiode tot en met 2007", aldus Klerken. "Veel bedrijven zijn ook al bezig met de voorbereidingen voor emissiehandel. Bovendien komen de uitgezonderde bedrijven er niet gemakkelijker vanaf. Zij zullen gewoon de bestaande afspraken in het convenant Benchmarking of de Meerjarenafspraken over het verbeteren van hun energie efficiency moeten blijven nakomen."

Oordeel Commissie

"Door de verschillende toepassingen van de definitie van 'verbrandingsinstallatie' komt het level playing field in gevaar", zegt Paul van Slobbe, projectleider emissiehandel bij EZ. Wiel Klerken van VNO-NCW had graag gezien dat de Europese Commissie strenger had geoordeeld over de buitenlandse plannen. Klerken: "Wij hebben alles keurig voor elkaar, maar zijn veel te netjes geweest. Tenminste als je kijkt naar bijvoorbeeld de gang van zaken rond het Duitse plan."

Onlangs heeft werkgeversvereniging VNO-NCW per brief zijn beklag gedaan bij Eurocommissaris Rehn van Onderneming en Informatiemaatschappij. Hem is gevraagd om 'passende maatregelen' voor een geharmoniseerde invoering van de Richtlijn. Directeur-generaal van Kesteren van VNO-NCW wijst op de andere interpretatie van de richtlijn door de Duitsers. "Als de Commissie verschillende interpretaties accepteert zal een onacceptabele verstoring van de mededinging optreden bij de start van de handel. In dat geval zal de Nederlandse industrie gerechtelijke stappen overwegen."

Tweede 'opt-out'

Het verzoek om specifieke Nederlandse bedrijven buiten de emissiehandel te laten is het tweede verzoek van de overheid tot een dergelijke 'opt out', een toevoeging aan het allocatieplan. Eerder verzocht Nederland om alle kleine bedrijven met een uitstoot van minder dan 25 kiloton CO2 per jaar de mogelijkheid te geven om buiten het handelssysteem te blijven. De lijst van bedrijven die hiervoor in aanmerking willen komen is al bekend. "We hebben goede hoop dat dit voorstel wordt geaccepteerd", zegt Wiel Klerken, hoofd milieu van werkgeversvereniging VNO-NCW. "Dit moet ook echt gebeuren, want het systeem voor emissiehandel is nooit bedoeld geweest voor de kleine bedrijven."

Niet de Europese Commissie zelf, maar het Klimaatcomité van de gezamenlijke lidstaten velt het eindoordeel over opt-out verzoeken. De eerste aanvraag betreffende de kleine bedrijven komt naar verwachting aan de orde bij de eerstvolgende vergadering van het Klimaatcomité, medio september. De Europese Commissie zal positief adviseren. De planning voor de tweede aanvraag voor de grotere, internationaal opererende bedrijven is nu nog onzeker, omdat het verzoek zelf een lijst van de betrokken bedrijven moet omvatten. Wel zullen de Europese Commissie en het Klimaatcomité in kennis worden gesteld van het voornemen.

Acties bedrijven

Bedrijven die eerder al emissierechten kregen toegewezen en denken in aanmerking te komen voor uitsluiting van emissiehandel, moeten uiterlijk 17 september (dagtekening poststempel) een verzoek richten aan het ministerie van Economische Zaken:

Ministerie van Economische Zaken
t.a.v. dhr. P. van Slobbe
Postbus 20101
2500 EC Den Haag

In de brief moet het bedrijf duidelijk maken dat het nadeel ondervindt doordat concurrenten in andere lidstaten niet aan emissiehandel hoeven deel te nemen.

Daarnaast adviseren de ministeries van VROM en EZ aan alle bedrijven die om een opt out verzoeken toch gebruik te maken van de inspraakmogelijkheid op het toewijzingsbesluit. Het is immers niet zeker of de aanvraag tot opt out wordt gehonoreerd.

Voor meer informatie staat hier een lijst met vragen en antwoorden over de nieuwe opt out.

Gisteren ontving Tom Moeller, directeur raffinaderijen Europa en Midden-Oosten van Exxon Mobil (links op de foto), een prijs uit handen van staatssecretaris Pieter van Geel van VROM. De Nederlandse vestiging Esso is het eerste bedrijf in Nederland dat een gevalideerd monitoringsprotocol bezit voor het bijhouden van de CO2- en NOx- emissies.



Het feestje bij VROM markeerde een mijlpaal. "Een historische dag", noemde Van Geel het. Hij roemde de activiteiten van de werkgroep monitoring. "Dit is het resultaat van veel creativiteit en samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid."

Na het in ontvangst nemen van de oorkonde kondigde Exxon-directeur Moeller aan dat het monitoringsprotocol ook in andere raffinaderijen van Exxon-Mobil zal worden toegepast. Moeller: "Bij maatregelen tegen klimaatverandering is het 'level playing field' voor het bedrijfsleven van het allergrootste belang. Een integere, accurate monitoring is daarbij essentieel."

Opt out ontraden

Het 'level playing field', ofwel het voorkomen van verstoring van concurrentieverhoudingen door emissiehandel, was een belangrijk gespreksonderwerp tijdens de bijeenkomst, waarbij ook Artur Runge Metzger, hoofd klimaat van het Directoraat-Generaal Milieu van de Europese Commissie, aanwezig was. Runge Metzger schetste de snelle doorloop van de regelgeving voor emissiehandel en gaf aan dat de eerste handelsperiode volgens hem een periode van 'learning by doing' is.

Tevens gaf hij aan dat de Europese Commissie de natuurlijke partner is bij het aanpakken van verstoring van de interne markt. Hij reageerde daarmee op de nieuwe aanvraag voor een opt out door Nederland (zie elders in deze nieuwsbrief), die juist is bedoeld om concurrentienadeel door emissiehandel tijdelijk te repareren.Hij raadt de bedrijven die in aanmerking komen af om van de mogelijkheid gebruik te maken buiten de emissiehandel te blijven. "Er zit een risico aan vast. De koolstofmanager zou wel slechter af kunnen zijn, omdat zijn bedrijf dan nog onder de oude bepalingen voor energiebesparing en emissiereductie blijft vallen. Terwijl emissiehandel juist is gebaseerd op het nemen van de meest kosteneffectieve maatregelen."

Van Geel beaamde dat beeld. "Wij doen het verzoek om een opt out met bloedend hart, maar we hebben het nu eenmaal aan de Tweede Kamer beloofd. Wij hebben dezelfde visie als de Europese Commissie: het is onverstandig voor bedrijven om gebruik te maken van de opt out." Overigens gelooft Van Geel dat de kwestie van verschillende definities in allocatieplannen van lidstaten, die hem dwongen tot de aanvraag, in de toekomst tot het verleden zal horen. "Het bedrijfsleven zelf snapt heel goed hoe belangrijk het is dat alle bedrijven in de EU dezelfde regels ondergaan. Zie Exxon, dat dit monitoringsprotocol in alle bedrijven gaat toepassen. In de tweede handelsperiode (vanaf 2008, redactie) verwacht ik hiermee geen problemen meer."

Deadline 1 oktober

Ieder bedrijf moet een gevalideerd monitoringsprotocol bezitten om een vergunning te krijgen om te mogen handelen in emissierechten voor CO2 en NOx. Marc Alessie, de aankomend directeur van de Nederlandse Emissie-autoriteit in oprichting, benadrukte nog eens het voordeel van snel indienen van een monitoringsprotocol. "Voor bedrijven die vóór 1 oktober een protocol indienen, hebben wij een resultaatsverplichting om het protocol vóór 1 januari 2005 te hebben gevalideerd. Voor indieners na 1 oktober bestaat slechts een inspanningsverplichting."

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).