******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=4195&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 17
24 september 2004

Nederlandse bedrijven die minder dan 25 kiloton kooldioxide per jaar uitstoten mogen tot 1 januari 2008 buiten het systeem voor emissiehandel blijven.

Vorige week heeft het Klimaatcomité van de EU-lidstaten het Nederlandse plan goedgekeurd om bedrijven met lage emissies voorlopig buiten het systeem voor CO2-emissiehandel te houden. Nederland had dat verzoek gericht tot het Klimaatcomité en de Europese Commissie vanwege de relatief hoge kosten voor monitoring, registratie en verslaglegging van emissies. De verwachting is dat die kosten in de tweede handelsperiode lager zullen zijn, omdat dan al ervaring is opgedaan met deze systemen.

Tevreden

Werkgeversvereniging VNO-NCW toont zich zeer tevreden over de goedkeuring van de Nederlandse opt-out voor kleine bedrijven. "Een pak van mijn hart, want er was een gekwalificeerde meerderheid nodig, dus het was redelijk spannend", aldus milieusecretaris Wiel Klerken. "Ook voor de tweede handelsperiode heb ik goede hoop dat de kleine bedrijven definitief buiten het systeem kunnen blijven."

Bedrijven die niet gaan handelen, blijven onderworpen aan de gebruikelijke vergunningsystemen, het benchmark-convenant en de meerjarenafspraken, inclusief de verplichting tot het nemen van rendabele maatregelen voor energiebesparing. Klerken: "Maar naar ik begrijp zijn de meeste bedrijven er blij mee dat zij voor hun relatief lage emissies niet de volledige administratieve last van de emissiehandel hoeven te dragen." Overigens heeft de opt-out alleen betrekking op CO2-emissiehandel, en niet op NOx.

Bedrijven die voor deze opt-out in aanmerking komen hebben al in het voorjaar kunnen aangeven of zij van de mogelijkheid gebruik willen maken. In totaal hebben ruim 90 bedrijven zich op tijd aangemeld om in aanmerking te komen voor de opt-out. Deze bedrijven krijgen binnenkort een formele bevestiging per brief. Voor een tiental bedrijven dat te laat was, wordt binnenkort alsnog een aanvraag bij Brussel gedaan. Andere bedrijven die alsnog ook van deze opt-out gebruik willen maken, dienen dit uiterlijk 8 oktober kenbaar te maken bij Arnoud Walrecht van EZ met een kopie aan Wil Nuijen van Novem.

Dan kan voor deze tweede en laatste groep een verzoek aan Brussel gestuurd worden. Vooruitlopend op goedkeuring zullen de betreffende bedrijven geen rechten gealloceerd krijgen en hoeven zij geen monitoringsprotocol in te dienen. Zji krijgen dan ook geen vergunning. Mocht onverwacht goedkeuring uitblijven, dan zullen de bedrijven alsnog moeten meedoen in het systeem. Daarvoor zal een redelijk tijdschema worden uitgestippeld.

Tijdens de vergadering van het Klimaatcomité werd ook het Britse plan voor een opt-out van bedrijven goedgekeurd. Bedrijven die al aan het Britse emissiehandelssysteem meedoen, hoeven zich pas in 2007 bij het Europese systeem aan te sluiten. Daarnaast kreeg Zweden een 'opt-in' goedgekeurd om ook de kleine stadsverwarmingseenheden mee te laten doen in het Europese systeem.

De Europese Commissie zal de besluiten nu bekrachtigen.

Tweede opt-out

Overigens moet het Klimaatcomité nog besluiten over de tweede Nederlandse aanvraag voor een opt-out, waardoor bedrijven uit de chemie en andere sectoren buiten het systeem kunnen blijven als zij aantonen concurrentienadeel te ondervinden door verschillende nationale interpretaties van de richtlijn voor emissiehandel. Die aanvraag is nog niet in behandeling genomen; dat zal vermoedelijk gebeuren bij de vergadering van het Klimaatcomité in november.

In principe komen installaties met een totale emissie van ongeveer 17 megaton CO2 in aanmerking; vorige week bij het verstrijken van de deadline hadden 19 bedrijven een aanvraag ingediend, met een totaal van 7,2 Mton CO2. "Sommige bedrijven geven goed gedocumenteerd aan dat zij concurrentienadeel ondervinden", aldus Arnoud Walrecht van EZ. "Andere doen dat juist niet. Er zijn ook bedrijven die pas in 2006 of 2007 willen instappen, of die niet aan de NOx-emissiehandel willen meedoen. Daar kan echter geen sprake van zijn. Ook zijn er een paar bedrijven die al onder de andere opt-out vallen." EZ zal eerst een zorgvuldige quick scan uitvoeren, alvorens de bedrijven antwoord krijgen. "Wij streven naar uiterste zorgvuldigheid", aldus Walrecht.

De Nederlandse Emissie-autoriteit in oprichting (NEa.i.o) heeft inmiddels 74 monitoringsprotocollen ontvangen. De toevoer stijgt in de laatste weken drastisch.

"Op dit moment loopt het storm", zegt Bram Maljaars van de NEa i.o. "In de laatste drie weken zijn er bijna net zo veel protocollen binnengekomen als in de maanden ervoor. Maar we hebben geen achterstand. Een monitoringsprotocol dat nu binnenkomt, behandelen we direct."

Toch zijn er tot nu toe niet meer dan 72 van de ongeveer 250 protocollen binnen. Bedrijven die na 1 oktober hun protocol aanleveren, riskeren dat er op 1 januari geen vergunning voor ze klaarligt. "We hebben wel een inspanningsverplichting, maar geen resultaatverplichting aan laatkomers", aldus Maljaars.

De kwaliteit van de binnenkomende monitoringsprotocollen blijkt met de tijd te stijgen. "Het is duidelijk dat bedrijven van elkaar leren. Sommigen ook van zichzelf. Enkele bedrijven die meerdere protocollen aan moeten leveren, bijvoorbeeld elektriciteitsproducenten, sturen eerst een soort 'pilot' protocol. De feedback die ze hierop krijgen, gebruiken ze bij het opstellen van de volgende reeks."

De grootschalige demonstratie is in inmiddels in de afrondingsfase. Het overgrote deel van de emissieverslagen is binnen en de laatste worden vandaag of morgen verwacht.

De toetsing van monitoringsprotocollen voor CO2 en NOx door VROM/Nederlandse Emissieautoriteit i.o. is in volle gang. In de tot dusverre ingediende protocollen komt een aantal aspecten relatief vaak voor die niet stroken met de voorgepubliceerde Ministeriële Regeling.

De NEa verstrekt een aantal tips aan nieuwe indieners:
- De CO2-klasse (A, B of C) wordt vaak per bron bepaald, maar de klasse moet echter voor de CO2-installatie (dat is de inrichting) worden bepaald. Uit die klasse volgen dan de nauwkeurigheidsniveaus voor de verschillende bronnen.

- De systeemgrenzen van de NOx- en CO2-monitoring moeten expliciet worden aangegeven. Alle vergunde installaties en bronnen moeten vermeld worden en welke hiervan respectievelijk onder NOx- en CO2-emissiehandel vallen. In par. 1.3 van het Programma van Eisen en in de toelichting daarop is duidelijk aangegeven wat de eisen zijn en hoe deze uitgevoerd kunnen worden.

- De procedure 'van meten tot rapporteren' is vaak erg summier. Inrichtingen mogen verwijzen naar (ISO-)procedures, maar álle vereiste procedures moeten wel genoemd worden met duidelijke verwijzingen en een duidelijke en eenduidige omschrijving waar de procedures over gaan.

- De naam van het Bevoegde Gezag volgens de milieuvergunning en een contactpersoon daar ontbreken vaak.

- Bij het gebruiken van kentallen voor de NOx-monitoring moet een inrichting (met een verwijzing naar een meetrapport) aangeven wat het kental is, wat het geldigheidsgebied van het kental is, met welke parameters het kental wordt bepaald en welke formule wordt gebruikt. Bovendien moet een aantal (minstens 2) sets typische in- en outputwaarden worden gegeven dat gebruikt kan worden bij de validatie.

Als over de bovengenoemde punten nog vragen zijn die niet beantwoord worden in de voorgepubliceerde Ministeriële Regeling monitoring, het Programma van Eisen of de toelichting daarop, kunt u die stellen aan de helpdesk van Infomil (070 – 373 55 75).

Onder druk van de Europese Commissie zal Frankrijk het plan voor toewijzing van emissierechten aan de eigen industrie aanpassen. Naar verwachting zullen in de volgende versie van het allocatieplan van de Fransen zo'n 800 installaties meer onder emissiehandel vallen dan in de eerste versie.

De Fransen hanteerden tot dusverre een zeer smalle definitie van het begrip 'verbrandingsinstallatie' in de Europese richtlijn voor emissiehandel. Alle installaties met een thermisch vermogen van meer dan 20 megawatt zouden onder het handelssysteem moeten vallen, maar volgens de Franse interpretatie betrof dit alleen de producenten van elektriciteit. De Europese Commissie had al eerder laten weten dit niet acceptabel te vinden. De Fransen worden nu gehouden aan een bredere definitie.

De gehanteerde groep van 'verbrandingsinstallaties' is echter niet zo breed als in Nederland, dat ter bestrijding van concurrentievervalsing dan ook een opt-out heeft aangevraagd. Bedrijven die denken concurrentienadeel te ondervinden, konden tot vorige week een verzoek indienen om buiten het systeem voor emissiehandel te mogen blijven.

Er liggen momenteel acht goedgekeurde plannen bij de Europese Commissie, waaronder dat van Nederland. Uit een volgende tranche van tien plannen, zullen begin oktober naar verwachting zeven of acht plannen worden goedgekeurd. Het Franse plan is nu dus uitgesteld. De Italianen en de Polen hebben net pas ingediend en zullen later ter beoordeling komen; Griekenland, Hongarije, Malta, Cyprus en Tsjechië hebben nog niets ingediend. De Europese Commissie is al een 'infringement procedure' tegen de Grieken gestart.

Aan de andere kant gaat Duitsland proberen de zogenaamde 'ex-post' methode voor nieuwkomers toch goedgekeurd te krijgen via het Europese Hof. Duitsland wilde toebedeling van rechten aan nieuwkomers achteraf kunnen corrigeren, maar dat onderdeel van het allocatieplan vond geen genade in de ogen van de Europese Commissie.

De mogelijkheid tot inspraak op het ontwerp van het toewijzingsbesluit dat de ministeries van VROM en EZ hebben opgesteld, is vorige week vrijdag gesloten met 130 reacties. Naar verwachting wordt het definitieve besluit in oktober gepubliceerd.

Eind augustus stelden de ministeries van VROM en EZ het ontwerp nationaal toewijzingsbesluit op, op basis van het door de Europese Commissie goedgekeurde Nederlandse allocatieplan. Het besluit stond vier weken open voor inspraak van bedrijven.

In totaal zijn er gedurende de inspraakronde ongeveer 130 reacties binnengekomen. "Veel reacties hebben betrekking op het allocatieplan", zegt Hans de Waal van VROM. "Het gaat dan vaak over de rekenregels die men als onrechtvaardig of onjuist ervaart. Omdat het allocatieplan met de daarbij behorende rekenregels vastligt kan dit soort reacties niet worden gehonoreerd. Ook is er discussie over hoe er omgegaan moet worden met nieuwkomers in de emissiehandel. Daarnaast hebben sommige reacties betrekking op de opt-out regeling voor kleine emittenten." Inmiddels heeft Brussel goedkeuring gehecht aan de Nederlandse opt-out-regeling voor ruim 90 bedrijven die minder dan 25 kiloton CO2 per jaar uitstoten (zie elders deze nieuwsbrief).

VROM zal samen met EZ de reacties verwerken en bekijken wat er gewijzigd moet worden en wat niet. De bewindslieden zullen deze beslissingen motiveren. VROM verwacht dat het definitieve besluit in oktober bekend wordt gemaakt. Bedrijven kunnen dit definitieve nationaal toewijzingsbesluit daarna alleen nog aanvechten door beroep in te stellen bij de Raad van State. De beroepstermijn zal 6 weken zijn.


Na de goedkeuring van het wetsvoorstel CO2-emissiehandel in de Tweede Kamer is afgelopen dinsdag ook het wetsvoorstel ter voorbereiding van de emissiehandel van stikstofoxiden naar de Tweede Kamer gegaan.

"De wet voor het NOx-handelssysteem is nodig om op een kosteneffectieve manier aan de eisen van de Europese NEC-richtlijn te kunnen voldoen", zegt Hans de Waal van VROM. "Bij een spoedige inwerkingtreding van de wet kunnen we optimaal gebruik maken van het synergie-effect van de NOx- en CO2-emissiehandel Het is daarom noodzakelijk dat het NOx-wetsvoorstel zo snel mogelijk wordt behandeld. Dit temeer daar het systeem voor CO2-emissiehandel al op 1 januari 2005 van start gaat. We hopen op een Kameroverleg in november."

Het wetsvoorstel voorziet in een systeem van NOx-handel. Dit systeem wordt ingericht om emissies van stikstofoxiden op een kosteffectieve manier bij grote industriële inrichtingen te reduceren. De lidstaten van de Europese Unie hebben afspraken gemaakt om hun nationale NOx-uitstoot terug te dringen. Volgens de NEC-richtlijn, die daar uit voortvloeit, mag Nederland in 2010 niet meer dan 260 kiloton NOx uitstoten.

Daarnaast moet Nederland voldoen aan het Gothenburg-protocol, een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende emissies. In dit protocol is afgesproken dat de Nederlandse NOx-uitstoot in 2010 niet meer dan 266 kiloton bedraagt.

Uit de NEC-richtlijn is voor NOx-emissies een taakstelling vastgesteld voor zware bedrijven in de Nederlandse industrie. De totale uitstoot van deze bedrijven moet in 2010 zijn teruggebracht 55 kiloton. Om dit te bereiken zijn voor de bedrijven prestatienormen opgesteld. Tussen 2005 en 2010 worden deze voor elk bedrijf scherper.

Het voorstel van wet vindt u hier, de bijbehorende Memorie van Toelichting hier.

De Tweede Kamer heeft recent een onderzoek uit laten voeren naar klimaatverandering. Het rapport constateert dat emissiehandel een belangrijk internationaal instrument is tegen klimaatverandering.

Het rapport 'Klimaatverandering Klimaatbeleid' concludeert is dat de effecten van klimaatverandering zichtbaarder zijn geworden en dat de menselijke invloed op het klimaat in de tweede helft van de twintigste eeuw is aangetoond. Het rapport stelt maatregelen voor om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan en om te voorkomen dat de temperatuur dusdanig stijgt dat er grote schade aan de leefomgeving ontstaat. Volgens de onderzoekers kan Nederland een bijdrage aan internationale maatregelen leveren via een instrumentarium dat innovatie stimuleert en via extra maatregelen voor woningen en transport. Het internationale beleid moet stoelen op marktconforme maatregelen zoals emissiehandel, heffingen en concessiestelsels.

Het onderzoek is uitgevoerd door CE in Delft in samenwerking met het KNMI en Wageningen Universiteit. Het onderzoeksrapport werd op 16 september aan Frans Weisglas, voorzitter van de Tweede kamer, aangeboden. Het onderzoek is een actualisering van het Kameronderzoek klimaatverandering van de Commissie-Van Middelkoop in 1996. Deze moet dienen als basis voor een discussie over het klimaatbeleid na 2012.

De volledige rapportages staan op de site van het Onderzoeks- en Verificatiebureau van de Tweede Kamer.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).