******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=4684&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 19
25 november 2004
Inhoud

Zo'n 250 bedrijven in Nederland bereiden zich momenteel voor op daadwerkelijk handelen in emissierechten. Nog niet alles is in kannen en kruiken, maar het startschot voor handel in CO2-emissierechten kan op 1 januari 2005 worden gegeven.

De stemming tijdens het Congres 'Emissiehandel in Uitvoering', dat eergisteren werd bezocht door zo'n 350 bezoekers, was redelijk optimistisch. De nadruk tijdens het congres lag, na alle voorbereidingen voor bijvoorbeeld vergunningen, nu op de handelsfase: het monitoren van de emissies volgens het protocol, het vastleggen in het emissieverslag en de verificatie daarvan. Ook het register, dat alle emissierechten van Nederlandse bedrijven registreert, is klaar.

Voorbereid
"De meeste bedrijven zijn voorbereid op emissiehandel", concludeert Hans Warmenhoven, coördinator van de demonstratiefase met zo'n dertig partijen. Dat geldt vooral voor de energie-intensieve bedrijven, zo lieten ook twee sprekers van Essent Energie tijdens het congres zien. Essent verwerkt de CO2-prijs nu als een integraal onderdeel in de eigen kostprijsberekening van de ingekochte brandstoffen.

Maar er zit een groot verschil in de handelspraktijk met bedrijven met lage emissies. "Die zullen pakweg twee keer per jaar emissierechten verkopen of kopen, terwijl bedrijven met hoge emissies minimaal maandelijks in actie komen", aldus Warmenhoven. "Bij kleinere spelers voorzie ik nog wel problemen. Belangrijk is dat één persoon de emissiezaken trekt en coördineert, dat levert minder risico's op. Gebruik maken van een handelsplatform of zelfs integraal uitbesteden aan een derde partij, zijn ook mogelijkheden, maar ik heb nog niet veel aanbieders van dergelijke diensten gezien."

Een aantal presentaties van het congres 'Emissiehandel in uitvoering' is hier te vinden. Komende dagen wordt deze nog aangevuld.

De introductie van emissiehandel ligt op schema. Maar met het verkrijgen van de vergunning is het werk nog lang niet gedaan, waarschuwden diverse sprekers tijdens het Congres Emissiehandel van dinsdag 23 november.

"Gaat u ook doen wat u heeft opgeschreven in het protocol?", vroeg Hans Schoolderman van PWC zijn toehoorders. Niet alleen hij maar ook Hans Warmenhoven van Spin Consult, organisator van de Grootschalige Demonstratie in de afgelopen maanden, wees er erop dat veel bedrijven nog hard zullen moeten werken aan de interne organisatie om verantwoord te kunnen gaan handelen in emissies. "Alle disciplines binnen een bedrijf, zoals de controller, inkopers, de verantwoordelijke voor de productie, moeten erbij worden betrokken", aldus Warmenhoven.

Er moeten nog diverse details worden ingevuld voordat het emissiehandelssysteem op orde is. In de afgelopen periode is bijvoorbeeld fel gediscussieerd over de manier waarop en de mate van zekerheid waarop de emissieverslagen zullen worden geverifieerd. Er is voorlopig gekozen voor een lichte variant van verificatie, die minder tijd kost en dus minder kostbaar is. Ook bleken bij de Grootschalige Demonstratie vooral bij de emissieverslagen fouten voor te komen.

Ten slotte is de manier van monitoren van emissies niet altijd overeenkomstig de werkwijze in de praktijk. Warmenhoven: "Ik beveel dan ook aan om te blijven sleutelen aan de monitoring en zo snel mogelijk na 1 januari een interne audit te doen. Wachten tot februari 2006, als de eindafrekening voor het eerste jaar wordt opgemaakt, brengt grote risico's met zich mee." Overigens kunnen bedrijven met een wijziging in het monitoringsprotocol meestal volstaan met een melding aan de Nederlandse Emissie-autoriteit.

Ook voor de overheid blijft er werk aan de winkel. Warmenhoven: "Kennisoverdracht en communicatie blijven belangrijk. Ook moet de effectiviteit van de emissiehandel voortdurend worden gevolgd. Er moet voldoende prijstransparantie zijn en stabiliteit in de markt, anders gaan partijen niet handelen. En natuurlijk geldt: kijk of er inderdaad maatregelen worden genomen die leiden tot emissiereductie. Dit aspect raakt nog wel eens ondergesneeuwd, maar is wel de reden voor het ontwerp van het emissiehandelssysteem."

Volgende week (2 december) nemen de gezamenlijke lidstaten van de EU een besluit over het voorstel om nog eens 58 Nederlandse bedrijven de gelegenheid te bieden buiten het stelsel van emissiehandel te blijven. De Europese Commissie heeft informeel laten weten geen bezwaar te hebben, maar het zijn de Europese Lidstaten die hierover beslissen.

Het Nederlandse voorstel volgt het eerdere goedgekeurde voorstel om 93 bedrijven buiten het emissiehandelssysteem te houden. Van het huidige voorstel vallen 49 bedrijven onder de emissiegrens van 25 kiloton CO2; onder die grens hoeven Nederlandse bedrijven niet mee te doen. Negen bedrijven hebben, in het kader van een tweede mogelijkheid tot 'opt-out', kunnen aantonen dat zij concurrentienadeel ondervinden van verschillend gehanteerde definities van 'verbrandingsinstallatie'.

Op grond van een analyse door adviseurs van Ecofys van de in totaal 26 aanvragen voor deze opt-out, hebben EZ en VROM negen aanvragen gehonoreerd. De negen zijn: Shell Chemicals, Dow Chemicals, Exxon Mobil Chemical, Air Products, Alcan Primary Metals, Frisia Zout, Lafarge Gips, Nestlé Oostrum en Kerr-Mcgee Pigments. In totaal gaat het om een emissie van zeven miljoen ton.

Paul van Slobbe van Economische Zaken beziet het oordeel van de Climate Change Committee van lidstaten, aanstaande donderdag, met 'voorzichtig optimisme'. "Bij de toelichting tijdens een eerdere werkgroepvergadering hadden lidstaten wel kritische vragen. Maar we denken hen met een goede onderbouwing van onze argumenten te kunnen overtuigen." Overigens blijven de 58 bedrijven ook na goedkeuring van hun opt-out verplicht tot het nemen van emissiereducerende maatregelen, onder meer via de Meerjarenafspraken en het Convenant Benchmarking.

Een kleine 140 van de 250 vergunningaanvragen (voor CO2 én NOx) door bedrijven ligt nu ter inzage. De ontwerp-vergunningen voor de andere bedrijven zullen naar verwachting de komende weken terinzage worden gelegd. De Nederlandse Emissieautoriteit in oprichting (NEa) wacht nog op monitoringsprotocollen van negen bedrijven.

Het bevoegd gezag van de Wet Milieubeheer keurt op dit moment de protocollen. Afgelopen weken verscheen er elke week een lijst van conceptvergunningen in de Staatscourant, maandag wordt nog een lijst gepubliceerd. "De validatie van deze protocollen is niet altijd gemakkelijk", zegt Bram Maljaars van de NEa. "De toets op volledigheid kost veel tijd, vaak nog meer dan de inhoudelijke toets."

Marc Allessie, directeur van de NEa: "Soms wordt ons muggenziften verweten, maar in deze fase van opbouw van het systeem moeten we nauwkeurig handelen. Desondanks gaan we onze resultaatverplichting halen, dat we alle bedrijven die vóór 1 oktober een protocol hebben ingediend dat aan de eisen voldeed een vergunning kunnen leveren. We gaan nog in overleg over de sancties die we bedrijven kunnen opleggen die nog niets hebben ingeleverd." Overigens werd de NEa tijdens het Congres Emissiehandel veel lof toegezwaaid, vanwege de manier waarop snel kennis is opgebouwd en wordt toegepast. "Het zijn muggenzifters, maar wel aardige muggenzifters," aldus één van de aanwezigen.

Inmiddels zijn er meer dan 240 monitoringsprotocollen binnen. Maljaars: "We sporen de overige bedrijven momenteel extra aan om hun protocol in te leveren. Ze hebben nu hun laatste kans om de vergunning op tijd binnen te hebben. Conceptvergunningen die op maandag 29 november gepubliceerd zijn, kunnen eind december definitief worden. De inzagetermijn is namelijk vier weken."

De nieuwe Europese Commissie buigt zich momenteel over de laatste Nationale allocatieplannen. Door de nodige vertraging blijft de industrie in een aantal landen vooralsnog in onzekerheid.

Nadat Groot-Brittannië eind oktober besloot zijn plafond met 19,8 miljoen ton CO2 te verhogen, diende het een nieuw Nationaal Allocatieplan (NAP) in bij de Europese Commissie. Het eerste ingediende Britse NAP werd in juli al goedgekeurd. Door de ophoging zal het NAP nog een keer het Europese beoordelingsproces moeten ondergaan. Officieel moet de Europese Commissie binnen drie maanden na indiening haar oordeel geven, dus uiterlijk 10 februari. Desalniettemin heeft het Britse ministerie van Milieu aangegeven het nationale toewijzingsbesluit op 5 januari te publiceren.

Ook Polen en een aantal andere Oost-Europese landen hebben een ruime allocatie, maar zij mogen rekening houden met hogere groeipercentages vanwege een grotere economische ontwikkeling in de toekomst. "Ze moeten wel aantonen dat de allocatie voor hun bedrijven niet te ruim is", zegt Jeroen Brinkhoff van Economische Zaken. "Naast economische groei mogen bedrijven ook rekening houden met emissiereducerende maatregelen in het verleden (early action). Zo heeft Polen in het verleden al een aantal vieze fabrieken gesloten."

Italië
Italië heeft tot nu toe slechts nog een voorlopig NAP gepubliceerd waaraan nog het nodige ontbreekt. Zo is de lijst van installaties nog steeds niet compleet, alsook de gegevens over historische emissies. De Italiaanse regering heeft pas in november een decreet uitgevaardigd waarin staat dat alle installaties die inschatten dat ze onder het handelssysteem zullen vallen, voor 5 december hun vergunningaanvragen moeten indienen. Voor 31 december moeten ze vervolgens de nodige informatie hebben aangeleverd. Het decreet veroorzaakt onzekerheid bij veel bedrijven, omdat ze zelf moeilijk een inschatting kunnen maken.

De nationale allocatieplannen van Spanje, Italië, Polen en Groot-Brittannië behoren tot de laatste batch die nog beoordeeld moet worden door de Europese Commissie. "De nieuwe Commissie die onlangs is aangesteld moet zich er nog over buigen", zegt Brinkhoff. "Dat levert enige vertraging. Alle leden van de Commissie moeten instemmen."

Griekenland, dat nog helemaal niks heeft aangeleverd, stelde onlangs de publicatie van NAP verder uit. De Griekse minister van Milieu mikt nu op een publicatie van een voorlopige versie begin december en een definitieve eind dit jaar. Installaties die na 31 december zonder geldige vergunning draaien, lopen het risico illegaal in bedrijf te zijn.

Op 13 november is de zogenaamde 'Linking Directive' officieel gepubliceerd. Daarin wordt nu wettelijk een koppeling gelegd tussen het emissiehandelssysteem en de mogelijkheid om CO2 reducerende projecten in het buitenland uit te voeren.

De Richtlijn biedt bedrijven in principe de ruimte om extra emissierechten te verkrijgen door projecten uit te voeren in ontwikkelingslanden (CDM, Clean Development Mechanism) of voormalige Oostbloklanden (JI, Joint Implementation). "In de eerste handelsperiode mogen bedrijven CDM-credits kopen", legt Maurits Blanson Henkemans van Economische Zaken uit. "In de tweede handelsperiode, vanaf 2008, komt JI erbij."

Deze Europese Richtlijn moet vóór 13 november 2006 worden omgezet in nationale regelgeving. "Elk land moet zelf bepalen hoe hoog het aandeel van dergelijke JI- of CDM-credits in het totale bedrag aan emissierechten per bedrijf mag zijn", zegt Blanson Henkemans. "Dat is een politieke beslissing die nog wel even kan duren. Ik verwacht overigens niet dat bedrijven nu massaal van deze mogelijkheid gebruik zullen maken, want het blijft toch redelijk ingewikkeld om dergelijke projecten uit te voeren."

Zie hier de Richtlijn.

In navolging van het handelssysteem voor CO2, dat op 1 januari start, verwacht de overheid dat bedrijven per 1 juni 2005 ook in NOx-emissierechten kunnen handelen.

Binnenkort zal een plenaire vergadering in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel voor NOx worden gepland. Deze wet, die oorspronkelijk tezamen met de CO2-wet was ingediend maar later is losgekoppeld, regelt de wijze waarop bedrijven de vereiste reducties in emissies van stikstofoxiden kunnen halen, mede door emissierechten te (ver)kopen. Oorspronkelijk zouden CO2 en NOx beide per 1 januari verhandeld kunnen worden, maar dat is voor NOx uitgesteld. Dat betekent dat het eerste handelsjaar korter wordt.

De verwachting van het ministerie van VROM is dat verreweg de meeste bedrijven al ruim vóór 1 februari hun monitoringsprotocollen kunnen inleveren. "In veel gevallen is NOx al meegenomen in de protocollen die voor de CO2-emissievergunning zijn ingediend", aldus Bram Maljaars van de Nederlandse Emissie-autoriteit. "Maar formeel kunnen deze protocollen voor NOx pas volgend jaar, nadat de wet voor NOx van kracht is geworden, worden goedgekeurd."

De toewijzing van NOx-emissierechten gaat op een andere manier dan bij CO2. De rechten per inrichting zijn gebaseerd op de input aan brandstof, maal een emissienorm (Performance Standard Rate, in gram per gigajoule). Deze PSR wordt de komende jaren steeds strenger. Het uitstel van de start van NOx-emissiehandel heeft overigens geen consequenties voor het verloop van deze PSR. In 2010 mogen bedrijven gemiddeld niet meer dan 40 g/GJ uitstoten.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).