******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=5178&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr 21
1 februari 2005

Sinds op 1 januari de handel in CO2-emissierechten officieel is gestart, is al meer dan vijf miljoen ton in Europa verhandeld. De prijs van een ton CO2 emissierechten daalde vanaf begin januari van zo'n €8,50 naar €7.

De bewegingen op de markt zijn volgens de Noorse consultant Point Carbon sinds 1 januari enorm toegenomen. Hoewel ook vůůr 1 januari al handel mogelijk was, was het totale volume in bijna twee jaar voor die datum nog slecht zo'n tien miljoen ton. Hoewel de transacties nog niet kunnen worden vastgelegd in de handelsregisters – want die zijn nog niet allemaal in de lucht – dragen de handelsplatforms al hun steentje bij. In Europa zijn nu diverse platforms opgericht of in oprichting, zoals EEX in Duitsland, Powernext in Frankrijk, Exaa in Oostenrijk, Nordpool in ScandinaviŽ, SendeCO2 in Spanje en maar liefst drie initiatieven in Nederland: ECX, Emissiebeurs en NewValues/Climex.

Allocatieplannen
Terwijl de handel al enige vorm aanneemt, worstelen sommige lidstaten in Europa nog altijd met hun plannen voor de toewijzing van emissierechten aan bedrijven. De belangrijkste problemen bestaan bij de plannen van ItaliŽ, dat nog altijd een zeer beperkte definitie van het begrip 'verbrandingsinstallatie' wenst te hanteren en Groot-BrittanniŽ, dat de totale allocatie na het indienen van het eerste plan naar boven bijstelde. Beide plannen mogen niet rekenen op steun van de Commissie. Momenteel zijn 21 plannen door de Commissie beoordeeld.

  • Terug naar Inhoud

  • De Nederlandse emissie-autoriteit is erin geslaagd het leeuwendeel van de vergunningen voor emissiehandel in CO2 aan bedrijven te verstrekken. Van de 205 bedrijven die gaan meedoen hebben 194 een vergunning, de rest zit nog in de molen.

    Volgens Joyce Sikking, hoofd validatie en vergunningen, gaat ook het behandelen van de vergunningaanvragen voor NOx-emissiehandel voorspoedig. "Van de 300 bedrijven hebben we al 100 monitoringsprotocollen gevalideerd, 100 zijn in behandeling. Alle bedrijven die vůůr 1 februari hun aanvraag hebben ingediend, krijgen vůůr 1 juni hun vergunning, dat is onze resultaatsverplichting." De nationale NOx-emissiehandel gaat naar verwachting op 1 juni van start.

    Voor NOx is nog onduidelijk welke bedrijven buiten de emissiehandel mogen blijven. Deze 'opt-out' is toegezegd door staatssecretaris Van Geel om deze meestal kleinere bedrijven te ontlasten van relatief zware administratieve handelingen.

  • Terug naar Inhoud

  • In de afgelopen maand zijn 150 vertegenwoordigers van bedrijven getraind in het praktische gebruik van het handelsregister. In december keurde de Europese Commissie de opzet van het Nederlandse Register CO2-Emissiehandel definitief goed.

    De training, die volgens Harm van de Wetering van de Nederlandse Emissie-autoriteit (NEa) door de deelnemers als zeer positief werd ervaren, ging over het openen van rekeningen, het doen van transacties en handelingen in het kader van de vergunning, zoals het krijgen en inleveren van emissierechten; handelingen die alle van achter de computer worden gedaan. "De demo voor de trainingen bleek ook voor de mensen met relatief weinig computerervaring goed hanteerbaar. Zodra de allocatielijst voor Nederland door de Europese Commissie is goedgekeurd, kan het register online", zegt Van de Wetering.

    Het register speelt in het Europese systeem voor emissiehandel een belangrijke centrale rol, want daar worden alle emissierechten en handelsacties geadministreerd. "Het register is het beheerssysteem voor de emissierechten van alle deelnemende bedrijven en alle overboekingen. Wij zijn dus geen 'bank' want de financiŽle afhandeling van overboekingen en contracten gebeurt niet bij ons", verduidelijkt Van de Wetering. Het Nederlandse register moet dus ook gekoppeld zijn aan de buitenlandse registers. "Denemarken is al online, de meeste andere landen zitten in hetzelfde stadium als wij."

    Alle bedrijven die deelnemen aan de emissiehandel – en dus op de allocatielijst staan – krijgen een rekening bij het register, dat wordt beheerd door de NEa. Ook andere geÔnteresseerden kunnen een rekening openen, zoals handelsplatforms, handelaars of maatschappelijke organisaties die CO2-rechten uit de markt willen halen. "We hebben zelfs al een vraag gekregen van een particulier om een rekening te openen, waarop hij de rechten wil zetten voor alle CO2 die hij in een jaar uitstoot", aldus Van de Wetering. "Volgens de Europese richtlijnen moet dat ook mogelijk zijn." Om wildgroei te voorkomen, wordt een jaarlijks bedrag van € 50 per rekening geheven.

    De NEa heeft een Helpdesk Registratie Emissiehandel ingericht die bereikbaar is via 070-3395250, helpdesk.registratie@minvrom.nl. Het register zelf zal binnenkort benaderbaar zijn vanaf de website van NEa.

  • Terug naar Inhoud

  • Nu de emissiehandel daadwerkelijk van start is gegaan, kijkt de overheid terug op het allocatieproces in de afgelopen jaren, waarin onder grote tijdsdruk de daadwerkelijke toewijzing van emissierechten vorm moest krijgen.

    Doel van de evaluatie is de lessen uit het verleden te kunnen meenemen voor de volgende toewijzing van emissierechten voor de periode 2008-2012. Dit proces zal medio 2005 van start gaan. De evaluatie zal overigens geen inhoudelijk oordeel over het allocatieplan en de hoogte van de toewijzingen vellen.

    Het onderzoek vindt plaats via een uitgebreide enquÍte en interviews met overheden, branches en bedrijven. De enquÍte, die onder andere vroeg naar de ervaring van bedrijven en het oordeel over de zorgvuldigheid in het proces, is inmiddels door ruim 100 bedrijven ingevuld teruggestuurd. "Dat mag een grote respons heten", zegt Hans Warmenhoven van Spin Consult, die het onderzoek uitvoert. "Ik verwacht dat we in februari kunnen rapporteren, en dat is ruim op tijd voordat het volgende toewijzingsproces weer op gang komt."

  • Terug naar Inhoud

  • Eind februari en begin maart vinden de openbare zittingen plaats waarin de Raad van State een vijftigtal beroepen van bedrijven tegen de toewijzing van emissierechten behandelt.

    De beroepen – waarvan enkele weer zijn ingetrokken – gaan vooral over de grondslagen van de toewijzing die in het allocatieplan zijn neergelegd. "Daarbij gaat het onder andere over het gebruik van de basisjaren, de gehanteerde groeifactor, de efficiŽntiecoŽfficiŽnt, indeling in sectoren, etcetera", aldus Hans de Waal van VROM. "De Raad van State heeft ons inmiddels om een verweerschrift gevraagd."

    De Raad van State is gehouden aan een definitieve uitspraak in uiterlijk september dit jaar. Maar de Raad van State doet al eerder (waarschijnlijk in april) een tussenuitspraak, waarna de overheid eventueel een herziening kan treffen waarmee de Raad van State zich akkoord verklaart.

  • Terug naar Inhoud


  • Het ministerie van VROM werkt momenteel aan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) voor nieuwe bedrijven of uitbreidingen die emissierechten moeten krijgen. Dit voorjaar zal de AMvB worden gepubliceerd.

    In de AMvB komen de eisen te staan aan de informatie die nieuwkomers moeten leveren, ten einde in aanmerking te komen voor toewijzing van emissierechten. Tot die eisen behoren onder andere de aanwezigheid van een emissievergunning (dus een protocol voor het monitoren van de emissies), de startdatum en de bijbehorende documenten, plus een beeld van de toekomstige emissies inclusief onderbouwing.

    Voor toewijzing van emissies in 2005 dienen nieuwe bedrijven vůůr 1 juli een aanvraag in te dienen, waarop uiterlijk op 1 oktober een besluit volgt. Uiteraard komen alleen bedrijven in aanmerking die verplicht zijn aan de emissiehandel mee te doen (elektriciteitsproductie, bouwmaterialen, basismetaal, raffinaderijen, papier en verbrandingsinstallaties met meer dan 20 MW thermisch vermogen).

  • Terug naar Inhoud


  • De overheid wil aan de bedrijven snel duidelijkheid verschaffen hoe zij emissierechten kunnen verkrijgen via JI- en CDM-projecten.

    Volgens een nieuwe Europese richtlijn (de Linking Directive) kunnen bedrijven door hun overheden in staat worden gesteld om emissierechten te gebruiken die voortkomen uit Joint Implementation en Clean Development Mechanism - emissiereductieprojecten uitgevoerd in respectievelijk Oost-Europa en ontwikkelingslanden. De Linking Directive opent de mogelijkheid om dergelijke rechten te kopen van andere bedrijven of zelf projecten uit te voeren en de bijbehorende emissierechten op hun rekening te schrijven. Zowel JI als CDM is een zogenoemd Flexibel Mechanisme uit de Kyoto-afspraken, waarmee landen, en nu mogelijk ook bedrijven, hun doelstellingen gedeeltelijk kunnen halen door het financieren van projecten elders. Zij zijn aantrekkelijk vanwege de verwachte relatief lage prijs per ton CO2 reductie ten opzichte van Europese reductie-opties.

    VROM en EZ bereiden momenteel een brief voor aan de Tweede Kamer waarin staat hoe de Linking Directive wordt ingevoerd. Enerzijds moeten bedrijven dooroverheden worden geautoriseerd om in hun naam JI- en CDM-projecten te mogen uitvoeren. Anderzijds moet in de milieuwetgeving worden vastgelegd dat deze bedrijven de credits ook kunnen gebruiken.

    Eťn van de discussiepunten is tot welk percentage van hun totale emissies bedrijven JI- en CDM-credits mogen inleveren. Maurits Blanson-Henkemans van EZ bevestigt dat deze discussie loopt en dat de overheid snel duidelijkheid wil verschaffen. "Ik denk niet dat het direct storm zal lopen met bedrijven die credits willen inleveren, maar het is wel onze intentie om zo snel mogelijk de wet aan te passen aan de EU Richtlijn. Dat zal eind 2005 het geval zijn. Wel is het zo dat voor de eerste handelsperiode geen beperking bestaat, die geldt pas vanaf 2008."

  • Terug naar Inhoud


  • Voor volgende week heeft het ministerie van Economische Zaken een groep specialisten uitgenodigd om over de voortgang van de markt voor CO2-emissierechten te praten.

    Economische Zaken wil in een vroeg stadium op de hoogte zijn van ontwikkelingen op deze markt. "Het gaat om bijvoorbeeld prijsontwikkeling, de werking van het register, hoe actief zijn de kleine spelers of zijn er barriŤres?", aldus Maurits Blanson-Henkemans van EZ. "Natuurlijk hebben we geen middelen om de markt te beÔnvloeden, maar we willen wel graag problemen vroegtijdig onderkennen."

    In de expertgroep zijn het bedrijfsleven, de energiesector, fiscale experts en de handelsplatforms vertegenwoordigd.

  • Terug naar Inhoud


  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).