******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=5383&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 22
24 februari 2005

Bedrijven met installaties kleiner dan 30 megawatt thermisch vermogen hebben de mogelijkheid om buiten het systeem voor emissiehandel voor stikstofoxiden te blijven. Dat systeem start naar verwachting op 1 juni dit jaar. Bedrijven die in aanmerking willen komen, moeten uiterlijk 4 maart een aanvraag voor 'opt-out' indienen.

Alle kandidaat-deelnemers aan NOx-emissiehandel zijn vorige week per brief in kennis gesteld van het besluit. De opt-out is bedoeld om kleinere bedrijven te vrijwaren van al te zware administratieve lasten. De ontheffing is voorlopig alleen van toepassing op de eerste handelsperiode tot 1 januari 2008. Als een inrichting tussentijds groeit tot boven de 30 MW-grens, moet het alsnog een emissievergunning aanvragen, die nodig is om aan de emissiehandel mee te kunnen doen. "Naar schatting komen veertig bedrijven in aanmerking", aldus Julia Williams van VROM. "Tezamen zorgen ze voor ongeveer 1,5% van de totale industriŽle NOx-uitstoot."

De verzoeken moeten worden gericht aan VROM. De bewijsvoering dat het totale vermogen van de NOx-verbrandingsinstallaties niet meer is dan 30 MWth moet komen van het bedrijf zelf: een kopie van het relevante deel van de milieuvergunning of een aparte verklaring ondertekend door het Bevoegd gezag. Deze informatie moet, als het niet al met het verzoek wordt meegestuurd, uiterlijk 25 maart bij VROM zijn. Die stuurt binnen zes weken na ontvangst van alle gegevens een beslissing over al of niet honoreren van het verzoek.

Bedrijven die hun aanvraag gehonoreerd zien, vallen tot 1 januari 2008 buiten het handelssysteem en derhalve onder het 'normale' wettelijke regime voor NOx-emissies. Het is de bedoeling om opt-out-bedrijven die al voor 1 januari 2008 voldoen aan de norm voor 2010 ook daarna buiten het emissiehandelssysteem voor NOx te houden.

VNO-NCW
Het bedrijfsleven, dat van meet af bij de besprekingen rondom de opt-out was betrokken, is erg teleurgesteld over deze uitkomst. "Wij hadden graag een bovengrens van 40 ton gehad", legt Wiel Klerken, secretaris milieu bij VNO-NCW, uit. "Nu vallen ook installaties binnen de emissiehandel die groter zijn dan 30 megawatt, maar nauwelijks in bedrijf zijn."

Ook de beperking van de periode tot 2008 valt niet in goede aarde. Klerken: "De opt-out zou worden verlengd als bedrijven dan al aan de eis van 40 gram per gigajoule moeten voldoen. Dat is voor de grote bedrijven al nauwelijks haalbaar, laat staan voor de kleintjes. Ik verwacht niet dat veel bedrijven het aantrekkelijk vinden om voor de opt-out te kiezen. Dit is een wassen neus. Wij vinden dat er nu nauwelijks tegemoet is gekomen aan de wensen van de Kamer."

Verzoeken voor een opt-out moeten uiterlijk 4 maart worden gericht aan:

Ministerie van VROM
Directeur Klimaatverandering en Industrie
IPC 650
Postbus 30945
2500 GX Den Haag.


  • Terug naar Inhoud
  • Bijna alle 206 Nederlandse bedrijven die vallen onder het Europese handelssysteem voor CO2-emissierechten, kunnen vanaf volgende week met hun toegewezen rechten handel drijven. De vergunningen zijn, op enkele bedrijven na, helemaal rond. Het register voor de administratie van de transacties zal ook uiterlijk 28 februari online gaan. Op die datum krijgen alle bedrijven een rekening met het jaarlijkse deel van de hun toegewezen rechten, zoals wettelijk is vastgelegd.

    Nederland behoort daarmee tot de eerste EU-lidstaten die hun bedrijven de gelegenheid bieden om daadwerkelijk geregistreerde emissierechten uit te wisselen. Denemarken mocht in januari al online, Zweden en Finland kregen afgelopen week ook toestemming van de Europese Commissie. De internationale handel is al wel op gang gekomen, want bedrijven konden onderling afspraken maken over handelstransacties. Die transacties kunnen nu in het register worden bekrachtigd.

    De vier nationale registers zijn nu aangesloten op het Europese CITL (Community Independent Transaction Log), waar alle transacties worden aangemeld en gecontroleerd. "Alle transacties zijn dus Europees traceerbaar", zegt Harm van de Wetering van de Nederlandse Emissieautoriteit.

    Het register is hier. Er is tevens een telefonische Helpdesk Registratie Emissiehandel (tel. 070-3395250). Ook kunt u mailen.

  • Terug naar Inhoud
  • Veel bedrijven blijken op tijd te zijn geweest met hun aanvraag voor een NOx-emissievergunning. De meeste bedrijven kunnen er dan ook op rekenen dat zij bij aanvang van de emissiehandel voor stikstofoxiden op 1 juni 2005 over hun vergunning kunnen beschikken. "Dat is onze wettelijke resultaatsverplichting", aldus Geert van Grootveld, plaatsvervangend directeur van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

    Zo'n 240 aanvragen voor vergunningen, vergezeld van het bijbehorende monitoringsprotocol, zijn inmiddels binnen bij de NEa. Van Grootveld: "We weten nog niet exact hoeveel we er nog moeten verwachten. Dat hangt ervan af hoeveel bedrijven uiteindelijk van de opt-out (zie elders deze nieuwsbrief, red.) gebruik zullen maken."

    Veel vergunningaanvragen waren al geruime tijd binnen. Deze zijn van bedrijven die ervoor hebben gekozen een geÔntegreerd monitoringprotocol voor NOx en CO2 in te dienen. "Er zitten weliswaar verschillen tussen CO2 en NOX, maar emissiehandel in het algemeen lijkt binnen de bedrijven inmiddels goed geÔncorporeerd", meent Van Grootveld.

    Na de Tweede Kamer, moet ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor NOx-emissiehandel goedkeuren. Een datum daarvoor is nu nog niet bekend.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze en volgende week behandelt de Raad van State een vijftigtal beroepen van bedrijven die de toewijzing van de emissierechten voor CO2 aanvechten. De klachten zijn zeer divers, variŽrend van kritiek op de grondslagen van de allocatie tot aan de hoogte van de individuele toewijzing.

    De Raad van State behandelt de beroepen in clusters per sector, omdat de klachten per sector vaak eensluidend zijn. Het kost de Raad ongeveer vijf dagen om de bedrijven en de overheid te horen. Begin april zal de rechter een tussenuitspraak doen, waarop de overheid indien nodig actie kan ondernemen. Die actie wordt dan meegenomen in de latere definitieve uitspraak over het beroep.

  • Terug naar Inhoud
  • Vanaf 2008 zal een limiet gaan gelden voor de aankoop van emissierechten door bedrijven in ontwikkelingslanden en industrielanden in Oost-Europa. Op voorstel van staatssecretaris Van Geel van VROM en minister Brinkhorst van EZ heeft het kabinet besloten dat bedrijven maximaal 8 procent van de rechten waarmee zij hun werkelijke emissies dekken, van buiten het Europese handelssysteem mogen halen.

    Tot 2008 kunnen bedrijven vrij emisssierechten in ontwikkelingslanden aankopen via zogenaamde Clean Development Mechanism projecten. De emissierechten via projecten in industrielanden in Oost-Europa (Joint Implementation) gaan pas vanaf 2008 meetellen.

  • Terug naar Inhoud
  • Nog altijd zijn niet meer dan 21 van de 25 nationale toewijzingsplannen voor emissierechten binnen het Europese handelssysteem goedgekeurd. De plannen van TsjechiŽ, Griekenland, Polen en ItaliŽ zijn nog in behandeling. Groot-BrittanniŽ zag zijn aanvulling op het eerder goedgekeurde plan om alsnog enkele miljoenen tonnen CO2 meer toe te wijzen afgekeurd door de Europese Commissie.

    De Commissie heeft door drukte ook nog geen officieel besluit kunnen nemen over de Nederlandse opt-out voor een negental grotere bedrijven en de tweede tranche van de opt-out voor kleine bedrijven. Het Klimaatcomitť van lidstaten heeft al ingestemd, een definitief besluit wordt begin april verwacht.

    Voorzichtig wordt nu al gesproken over de volgende handelsperiode, vanaf 2008 tot en met 2012. Zo liet Jos Delbeke, hoofd afdeling Lucht en Chemie van het directoraat-generaal Milieu van de Europese Commissie, zich vorige week tegen ENDS gereserveerd uit over eventuele wijzigingen. Hij noemde het onwaarschijnlijk dat het systeem ingrijpend kan worden herzien. Reden daarvoor is dat een interne evaluatie pas op 30 juni 2006 klaar moet zijn; dat is ook de deadline voor de tweede ronde allocatieplannen. Peter Vis van de Europese Commissie verduidelijkt: "Bovendien kosten veranderingen in de Richtlijn meestal wel twee jaar, dus deze Richtlijn zal ook van toepassing zijn op de tweede handelsperiode. Wel kunnen we overeenstemming met lidstaten bereiken over een eenduidige interpretatie van de definitie van verbrandingsinstallaties. Maar zo lang we nog bijvoorbeeld het Italiaanse allocatieplan bespreken, is die discussie nog prematuur."

    Intussen zijn op initiatief van Nederland enkele lidstaten in gesprek met elkaar over de volgende allocatie 2008-2012. Onder de aandacht staan de harmonisatie van de definitie voor verbrandingsinstallaties, van de aanpak van nieuwkomers en de kleine installaties – die nu in Nederland via een opt-out worden uitgezonderd - een transparantere beoordeling van de allocatieplannen en de mogelijkheid van toewijzing op grond van een CO2-benchmark (zoals in Nederland is gebeurd). "Maar de tijd is krap en uiteindelijk is het aan de Europese Commissie om te besluiten", aldus Paul van Slobbe van EZ.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).