******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=5817&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 23
7 april 2005

Staatssecretaris Pieter van Geel van VROM wil in de tweede handelsperiode 'minder bedrijven, maar meer emissies' in het handelssysteem. "Als de gehele chemische industrie in de EU meedoet, dus niet alleen die met verbrandingsinstallaties maar ook de procesemissies, komt dat de harmonisatie van het handelssysteem in de EU ten goede."

Van Geel zei dit bij de opening van het congres Carbon Markets Insights, begin maart in Amsterdam. Hij verwees daarbij impliciet naar de discussies over de 'definitie van verbrandingsinstallaties', die in verschillende lidstaten tot verschillende uitleg heeft geleid. Ook wil hij de kleinere bedrijven buiten het systeem laten. "Veertig procent van alle bedrijven stoot slechts 1,5% van alle CO2 uit. Het kan de bedoeling niet zijn dat deze bedrijven al die moeite moeten doen."

Of de wensen van Van Geel kunnen worden ingelost is nog maar de vraag. Peter Vis van deEuropese Commissie liet later tijdens het congres weten dat het wijzigen van de Europese Richtlijn over emissiehandel voor de tweede handelsperiode (vanaf 2008) hoogstwaarschijnlijk niet tot de mogelijkheden behoort. Zo'n wijziging is wel nodig om bijvoorbeeld de procesemissies in de chemie, de luchtvaart of andere broeikasgassen dan CO2 in het handelssysteem op te nemen of de kleine installaties uit te sluiten. Van Geel: "Inderdaad, veel tijd hebben we niet. Maar waar een wil is, is een weg, zeker als het om een relatief kleine verandering gaat."

De Nederlandse staatssecretaris nam ook vast een voorschot op de periode na 'Kyoto' (2012). "We hebben geen tijd te verliezen. Besluiten over die post-Kyoto periode worden in de komende jaren genomen. We moeten de Verenigde Staten op ťťn of andere manier in het systeem betrekken, en ook landen als China en India. We mogen niet toelaten dat hun energiegebruik eerst groeit en dan pas met duurzame enenergie en besparing omlaag gebracht wordt. Als we de onderhandelingen niet nu starten, valt er na 2012 een gat."

  • Naar inhoud


  • Het ministerie van VROM heeft tot dusverre 95 verzoeken van bedrijven gehad om buiten het nationale emissiehandelssysteem voor stikstofoxiden (NOx) te blijven. Niet alle verzoeken zullen gehonoreerd kunnen worden.

    Vlak voor Pasen hadden bedrijven bewijsstukken moeten overleggen om in aanmerking te kunnen komen voor de 'opt-out' voor kleinere emitters van NOx."Er zijn bedrijven die voor alle zekerheid de opt-out hebben aangevraagd, maar zelfs te klein zijn om onder het emissiehandelssysteem te vallen", zegt Julia Williams van VROM. "Ook is er een categorie bedrijven die niet onder de opt-out vallen, maar wel onder het handelssysteem. Ten slotte zijn er de bedrijven die met installaties met een opgeteld vermogen van tussen 20 en 30 megawatt thermisch wel voor de opt-out in aanmerking komen. We verwachten dat zo'n 50 tot 70 bedrijven onder de opt-out zullen vallen. Preciezer weten we het nog niet, de analyse van de aanvragen en bewijsstukken is net begonnen."

    De bedrijven hebben de belofte gekregen binnen zes weken na completering van de stukken antwoord te krijgen van VROM. Binnenkort zullen de eerste brieven worden verstuurd. Een formele beschikking kan echter niet eerder plaatsvinden dan 1 juni, wanneer de wetgeving in werking treedt. De wet is inmiddels ook bijna door de Eerste Kamer, dat het eindverslag deze week uitbracht en op 19 april het wetsvoorstel behandelt. "Dat is fantastisch nieuws, want daarmee is een belangrijke mijlpaal gepasseerd", aldus Julia Williams. Ook moeten de Eerste en Tweede Kamer nog worden ingelicht over de uitvoering van de emissiehandel, vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Deze AMvB wordt deze maand naar de Tweede Kamer gestuurd.

  • Naar inhoud

  • Het proces dat in de laatste anderhalf jaar heeft geleid tot de huidige toewijzing van de emissierechten aan Nederlandse bedrijven krijgt over het algemeen de goedkeuring van de betrokken partijen. Maar op onderdelen had het proces beter gekund, zo concludeert het ministerie van Economische Zaken uit een recente evaluatie van het allocatieplan door de bureaus SpinConsult en PWC.

    De evaluatie betrof het proces dat leidde tot de uiteindelijke toewijzing en niet de inhoud zelf – rekenregels, hoeveelheid toegewezen rechten, etcetera. "Die evaluatie is relevant omdat het volgende allocatieplan voor de handelsperiode vanaf 2008 al in juni 2006 gereed moet zijn", zegt Paul van Slobbe van EZ. "Samen met VROM zijn wij nu bezig met de voorbereiding van de aanpak van dit tweede plan, waarbij we de aanbevelingen van dit rapport ter harte nemen. In mei verwachten we met een voorstel voor de nieuwe aanpak te kunnen komen."

    De onderzoekers hebben het proces geanalyseerd mede op grond van gesprekken met een aantal stakeholders (rijksoverheid, provincies, bedrijven, belangenorganisaties). De onderzoekers concluderen dat het hele proces goed is verlopen, zeker gezien de korte doorlooptijd en de grote tegengestelde belangen bij bijvoorbeeld overheid en bedrijfsleven. Er was tijdig een duidelijk, transparant allocatieplan. Ook is er bij alle partijen veel lof voor de 'opt-out' voor de kleine bedrijven, waardoor deze niet de relatief zware lasten van deelname aan emissiehandel hoeven dragen.

    Op onderdelen is het proces voor verbetering vatbaar. Zo vinden de onderzoekers dat de besluitvorming niet altijd duidelijk was. Ook vindt men dat de stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de overheid en het bedrijfsleven, niet goed heeft gefunctioneerd. De interactie met de bedrijven was in het algemeen goed georganiseerd, maar bedrijven waren minder tevreden over de manier waarop de inspraak was geregeld. Ook voelde niet elke partij zich voldoende vertegenwoordigd, ondanks de mogelijkheden die hiervoor in principe waren gecreŽerd.

    Het evaluatierapport staat op de vernieuwde website www.senternovem.nl/emissiehandel.

  • Naar inhoud


  • De lidstaten van de EU zijn zowel onderling als met de Europese Commissie in druk overleg over de toewijzingsplannen voor de tweede handelsperiode 2008-2012. Op grond van de lessen uit de eerste toewijzingsplannen streven de meeste landen naar een verdere harmonisatie van de aanpak.

    Dat moet waarschijnlijk zonder dat (grote) veranderingen in de Richtlijnvoor Emissiehandel kunnen worden aangebracht, omdat het daarvoor te kort dag is (zie ook elders in deze nieuwsbrief). "Voor harmonisatie van de aanpak van bijvoorbeeld nieuwkomers, sluitingen, het gebruik van een CO2-benchmark of de manier van beoordeling door de Europese Commissie hoef je de Richtlijn niet te wijzigen", zegt Paul van Slobbe van EZ. "De Commissie wil ook graag dat alle landen dezelfde definitie van 'verbrandingsinstallatie' gaan hanteren. Maar het is nog niet duidelijk hoe zij dat aan de orde wil stellen. Wij hebben het uitsluiten van de kleine installaties op de agenda gezet, maar hiervoor moet de Richtlijn worden veranderd. Dit zal moeilijk worden."

    Intussen is de eerste toewijzing nog altijd niet compleet. Griekenland, TsjechiŽ en ItaliŽ wachten nog op goedkeuring van hun allocatieplannen, terwijl Polen en Groot-BrittanniŽ waarschijnlijk beroep zullen aantekenen tegen de beslissing van de Commissie om een lager emissieplafond vast te stellen dan zij wilden. Het Poolse plan kreeg afgelopen maand een voorwaardelijke goedkeuring, maar moet wel omlaag van 286 naar 239 miljoen ton uitstoot per jaar.

  • Naar inhoud


  • De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft inmiddels 265 van de circa 275 monitoringsprotocollen voor NOx-emissies binnen. Ongeveer 90 daarvan zijn nu gevalideerd. Een dezer dagen wordt de eerste tranche ontwerpvergunningen naar de betreffende bedrijven gestuurd.

    "Veel van deze protocollen zijn al vorig jaar tijdens het CO2-traject ingediend", zegt Bram Maljaars van de NEa. "Er zijn toch ook redelijk wat protocollen relatief laat ingediend. Het zal aanpoten worden, maar de protocollen die op tijd, compleet en redelijk van kwaliteit zijn aangeleverd, zullen resulteren in een vergunning voor NOx-emissiehandel op 1 juni, wanneer wet in werking treedt."

    Complex
    Naar ervaring van de NEa blijken bedrijven de vergunning voor NOx ingewikkeld te vinden. Begrijpelijk, vindt Maljaars: "Bij CO2 is het registreren van de emissie meestal eenvoudiger: je berekent de verbrandingsemissies veelal op grond van de input aan brandstof. Bij NOx moet je echt meten in de schoorsteen en de methodiek daarvoor uitgebreider beschrijven. Aanpassingen van het protocol kosten dan ook meer tijd."

    De NEa heeft een aantal elementen in de protocollen geÔdentificeerd die relatief vaak moeten worden aangepast.
    -Kentallen: de kentallen voor NOx-emissies moeten periodiek worden vastgesteld. Vaak is niet duidelijk hoe de 'emissievracht' wordt vastgesteld als een bedrijf niet vanaf het eerste moment kentallen heeft bepaald. Bovendien wordt in dat geval vaak te vaag aangegeven wanneer de kentallen zullen worden bepaald en hoe representatief ze zijn voor de bedrijfsvoering.
    -NOx-emissiehandel heeft ook betrekking op een aantal benoemde procesemissies, waarvoor niet het thermische vermogen maar de productiecapaciteit gegeven moet worden en ook de bepaling van de productie beschreven moet worden.
    -Als meerdere installaties op ťťn schoorsteen zijn aangesloten, kan gezamenlijke meting plaatsvinden, maar geldt het gezamenlijke vermogen als maat voor de monitoringsklasse, met de bijbehorende monitoringsmethodiek.
    -Het meetbureau moet geaccrediteerd zijn door de Raad voor Accreditatie; een CIOS-certificaat is bijvoorbeeld niet voldoende.

    Voor andere regelmatig terugkerende aanpassingen aan ingediende monitoringsprotocollen, zie ook www.vrom.nl/NEa.

  • Naar inhoud


  • Hoewel de verificatie van de emissieverslagen voor NOx en CO2 pas begin 2006 hoeft plaats te vinden, is verificatie momenteel een hot item. In de afgelopen maanden is een aantal besluiten genomen; een overzicht van de stand van zaken.

    Verificatie is een belangrijke stap in de borging van het emissiehandelssysteem. Jaarlijks moeten bedrijven een emissieverslag opstellen dat door een onafhankelijke deskundige, de verificateur, moet worden geverifieerd. Als de verificatie is uitgevoerd en de emissies in overeenstemming zijn bevonden met de vergunning en het monitoringsprotocol, kunnen de emissies door het bedrijf in het emissieregister worden ingevoerd. Dan is voldaan aan de wettelijke rapportageverplichtingen. De verificateur dient vervolgens zijn elektronische toestemming aan de invoer van die emissies te geven.

    Omdat het hierbij een nieuwe systematiek van verantwoording en borging van emissiegegevens betreft is er in overleg tussenEZ, VROM en de industrie afgesproken dat de bedrijven gedurende een overgangsperiode van drie jaar (de eerste handelsperiode) voor de verificatie beroep kunnen doen op het Verificatiebureau Benchmarking (VBE). In dat geval zullen de kosten van de verificatie voor rekening van de overheid komen. Het VBE heeft hierover al contacten gelegd met bedrijven. Inmiddels hebben zich al 170 bedrijven bij het VBE aangemeld voor verificatie van het verslag over 2005.

    Gedurende deze periode van 3 jaar wordt wel uitgegaan van een kostenreductie. In het tweede jaar moet het VBE voor de verificatie nog maar 60% van de uren per bedrijf nodig hebben vergeleken met het eerste jaar en in het derde jaar nog maar 40%.Als de efficiencyverbetering in het bedrijf minder blijkt te zijn, dan worden de kosten voor de extra VBE-uren aan het bedrijf doorberekend. Vanaf 2008 worden verificaties niet meer uitgevoerd door het VBE, maar door commerciŽle verificatie-instellingen. Onderzocht wordt of en zo ja op welke wijze samenwerking tussen de verificatie-instellingen gewenst en mogelijk is.

    Om de situatie naar de marktpartijen in een vroeg stadium zo transparant mogelijk te maken is het noodzakelijk dat de bedrijven op korte termijn aangeven bij het VBE of men op het aanbod van de overheid wil ingaan of dat men van begin af aan kiest voor verificatie door een commerciŽle verificatie-instelling.

    Systeemcontrole
    De eerste 'verificatie-ervaringen' in de grootschalige demonstratie vorig jaar hebben geleerd dat volledig doorvoeren van procedures en afspraken uit het monitoringsprotocol in de praktijk extra aandacht behoeft. De verificateurs stuitten onder andere op nog niet-functionerende software ten behoeve van het datamanagement, verkeerde emissiefactoren en niet geÔmplementeerde procedures en onderhoudsschema's voor emissiemeetapparatuur. Ook was niet overal de interne kwaliteitsborging geÔmplementeerd.

    Ter voorbereiding op de daadwerkelijke verificatie vindt de Stuurgroep Emissiehandel het zeer gewenst dat bedrijven zo vroeg mogelijk in 2005 systeemcontroles laten uitvoeren. Het doel van deze zorgvuldige check van de diverse elementen van het monitoringsprotocol, is om in een zo vroeg mogelijk stadium eventuele fouten of manco's op te sporen zodat het bedrijf vervolgens kan bezien welke aanpassingen in het monitoringsprotocol gewenst of nodig zijn. De emissieautoriteit wordt geÔnformeerd of verzocht – als dat op grond van de verleende emissievergunning toestemming is vereist -om hiermee in te stemmen.

    Daarmee wordt voorkomen dat fouten pas tijdens de verificatie van het emissieverslag in de eerste 3 maanden van 2006 aan het licht komen. Dan zouden onder grote tijdsdruk alsnog correcties in het emissieverslag moeten worden aangebracht. De systeemcontrole zal door het VBE worden uitgevoerd bij die bedrijven die zich bij het VBE hebben aangemeld voor de verificatie.

    Overgang
    Emissiehandel zal in veel gevallen een forse verandering inhouden ten opzichte van de monitoring in het verleden, omdat toen vaak vanuit een andere doelstelling werd gemonitord. In het komende jaar moeten de partijen die bij de juiste monitoring van de emissies belangen hebben zich tijdig op die forse inspanning voorbereiden.

    Ondanks de voorbereidingen die bedrijven al hebben getroffen en ondanks de systeemcontroles, mag verwacht worden dat de verificaties van de emissieverslagen hier en daar problemen zullen geven. Voor de verificatie over het jaar 2005 is er voor gekozen een verklaring op basis van 'een beperkte mate van zekerheid' te vragen. Of dit niveau van zekerheid ook voor de daarop volgende jaren geldt, zal op een later tijdstip definitief worden besloten. Hiervoor wordt een apart onderzoek gedaan de ervaringen in Nederland en in andere landen.

    De verificatie van CO2 emissieverslagen is een verplichting die rechtstreeks voortvloeit uit de richtlijn inzake handel in broeikasgasemissierechten. Ook voor NOx is verificatie van het emissieverslag wettelijk verplicht. In de richtsnoeren voor de monitoring en rapportage van CO2 emissies is bepaald dat de verificateur een bevoegde, onafhankelijke, erkende instantie is. Deze accreditatie geschiedt door nationale accreditatie-instellingen, in Nederland door de Raad voor Accreditatie.

    Verificatie en toezicht/handhaving door NEa
    Het VBE of een andere instelling voert de verificaties uit in opdracht van het bedrijf, en doet dat vanuit een vertrouwensrelatie (contract) met het bedrijf. Het VBE wordt voor de uitvoering van de verificatie voor een beperkte periode (2005-2007) wel betaald door het ministerie van Economische Zaken. Het VBE legt over de uitvoering van de verificatie en de bevindingen die het VBE in algemene zin opdoet verantwoording af bij EZ en VROM, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de vertrouwensrelatie met de betrokken bedrijven.

    De NEa is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet- en regelgeving en ziet er op toe dat bedrijven hun emissies monitoren conform het monitoringsprotocol. Toezicht en handhaving moet uitgevoerd worden vanaf het moment dat de vergunning is verleend: voor CO2 is dat vanaf 1 januari, en voor NOx vanaf 1 juni.Toezicht door de NEa staat geheel los van de systeemcontroles door verificateurs als het VBE. Waar de systeemcontrole door het VBE (als verificateur) een ondersteuning is van het bedrijf om tijdig fouten, omissies en manco's op het spoor te komen, zodat daarna (begin 2006) de verificatie van het emissieverslag zonder veel problemen kan volgen, heeft de NEa wettelijk tot taak om helder en duidelijk naar een ieder de vergunningsvoorwaarden te handhaven. Het betreft hierbij twee overheidsinstanties, die in de praktijk en feitelijk volgens dezelfde onderzoeksprincipes en technieken te werk zullen gaan, maar die onafhankelijk en zonder last en ruggespraak van elkaar opereren.

  • Naar inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).