******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=7176&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 30
22 december 2005

In deze eindejaars Nieuwsbrief Emissiehandel blikken enkele betrokkenen terug op een hectisch eerste handelsjaar voor CO2 en NOx en kijken zij vast vooruit naar 2006: het jaar van de consolidatie. Een korte impressie door de bril van Wiel Klerken (VNO-NCW), Paul van Slobbe (EZ), Hans de Waal (VROM) en Geert van Grootveld (NEa).

Het eerste handelsjaar heeft zich voltrokken zonder al te grote kleerscheuren, daar zijn alle betrokkenen het wel over eens. "De Europese Commissie verdient wel een compliment dat zij erin is geslaagd om het systeem voor CO2-emissiehandel op 1 januari 2005 te hebben gestart", vindt Wiel Klerken. "Al was het met een valse start in sommige lidstaten." Paul van Slobbe valt hem bij: "Dat had toch niemand kunnen denken toen de eerste plannen voor emissiehandel drie, vier jaar geleden werden ontwikkeld. Er zijn natuurlijk wat onvolkomenheden. Nog steeds zijn niet alle plannen zijn gereed en in sommige landen ontbreken nog de registers. Ook de hoge prijs van CO2-emissierechten heeft mij verrast en de hooglopende discussie rond de windfall profits voor energiebedrijven. Maar desondanks vind ik de negatieve sentimenten die soms rond de emissiehandel spelen, niet terecht."

Meer in detail, kijkt Hans de Waal tevreden terug op de beroepsprocedures bij de Raad van State: "Die zijn we zonder grote brokken doorgekomen. De reservepot bleek ook groot genoeg voor nieuwkomers. Als dat niet het geval was geweest, hadden we wellicht alle toewijzingen moeten terugdraaien." Klerken was ook verrast: "Achteraf gezien is de allocatie behoorlijk geland. Het aantal klachten was kleiner dan ik had verwacht."

Ook ten aanzien van monitoring en de komende rapportage over emissies van CO2 en NOx overheerst tevredenheid. Geert van Grootveld van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa): "Je mag constateren dat de bedrijven het zeer goed gedaan hebben. We hebben begin 2005 de laatste vergunningen voor CO2-emissies verleend, en begin juni de laatste NOx-vergunningen. De basis daarvoor lag in het serieuze werk dat bedrijven van hun monitoringsprotocol hebben gemaakt."

Kritiek
Ondanks het compliment aan de Commissie is er ook scherpe kritiek, vooral van Wiel Klerken. "Het afgelopen jaar is de Commissie weinig bereid gebleken om aantoonbare fouten in het systeem te herstellen. Dat grenst aan arrogantie. Dan heb ik het vooral over de kleine bedrijven en de 'definitiekwestie' over verbrandingsinstallaties. Dit systeem is gewoon niet bedoeld voor kleine bedrijven." Van Slobbe is ook teleurgesteld over de flexibiliteit van de Commissie in deze: "Dat de richtlijn niet wordt aangepast met zo'n minimale verandering, vind ik persoonlijk heel jammer."

Volgens Klerken betekent het wachten tot 2012 op een aanpassing, dat het tot die tijd voor de kleinere bedrijven 'aanmodderen' blijft. "We wachten nu al twee maanden op de Commissie voor een richtsnoer hoe de tweede toewijzing moet verlopen. Maar ten aanzien van de kleintjes en de definitie verwacht ik geen harde uitspraken. Dat is zonde, want nu blijft het systeem nog wat halfslachtig."

In de komende maanden gaan alle bedrijven rapporteren over CO2 en NOx. "Ik ben daar zeer benieuwd naar, want nu zullen we voor het eerst een echt beeld uit de praktijk krijgen over hoe ruim of krap de toewijzing is geweest." De Waal: "Ook van de manier van verifiëren van de verslagen gaan we veel leren."

Tweede toewijzing
Bij de jaarwisseling ligt er nog wetgeving bij het parlement, zoals over de link met projecten in ontwikkelingslanden. Intussen is wel al een voortvarende start gemaakt met de brieven voor de tweede ronde toewijzingen (voor de periode 2008-2012) die bij alle deelnemende bedrijven in de brievenbus zijn geland. De tweede toewijzingsronde, waarvoor het plan op 1 juli 2006 bij de Europese Commissie moet liggen, is de grote opgave voor 2006. Klerken: "Voor die periode van vijf jaar wordt de toewijzing van emissierechten toch lastiger. Als we inderdaad te maken krijgen met eenzelfde hoeveelheid emissierechten per jaar als in de huidige handelsperiode, is de vraag hoe we de groei van de industrie gaan accommoderen. Want er kómt een nieuwe kraker, en één of misschien meer nieuwe elektriciteitscentrales. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden, zoals het onderscheiden van de e-sector van de rest, of iedereen moet een beetje inschikken. Het is natuurlijk ook de bedoeling van dit systeem, maar bedrijven gaan meer pijn lijden door toewijzing van evenveel rechten voor meer activiteiten."

Paul van Slobbe vindt vooral het handhaven van een 'level playing field' van Nederlandse ten opzichte van buitenlandse bedrijven een punt van zorg in 2006. "Daarnaast denk ik dat de discussie over de toekomst van de richtlijn emissiehandel op lange termijn volgend jaar echt op gang komt. Aan lange termijn zekerheid hebben bedrijven en overheden immers behoefte."

Voor de NEa wordt het in de eerste maanden van het jaar spitsuur. Klerken verwacht geen problemen bij de bedrijven, "hoewel de verslaglegging over NOx een stuk lastiger is, met relatief kleine hoeveelheden." Geert van Grootveld van de NEa is ook optimistisch: "Bedrijven die pas op of na 1 april inleveren zijn in overtreding. We hebben bedrijven daar ook al veel op gewezen, in workshops, symposia en in de nieuwsbrief. Maar gezien de kwaliteit die bedrijven in 2004 en 2005 hebben geleverd, vertrouwen wij erop dat dit in 2006 wel goed komt."

  • Terug naar Inhoud
  • Zoals in de vorige nieuwsbrief aangekondigd, zijn gisteren en vandaag zo'n 500 brieven beland bij directies van bedrijven die vallen onder de emissiehandel voor CO2. In de brief staat het verzoek om gegevens ten behoeve van de tweede ronde van toewijzing van emissierechten voor de periode vanaf 2008. Ter aanvulling zijn nog ruim 250 e-mails verstuurd aan de directe contactpersonen, die gezamenlijk een kleine 400 installaties onder hun beheer hebben. De brieven en het opgaveformulier (uiterlijk op 23 december) staan op de site www.co2-allocatie.nl.

    De eerste vragen komen al binnen bij SenterNovem. Vanaf 2 januari kunnen bedrijven terecht bij de Bedrijvenhelpdesk Emissiehandel bij SenterNovem, bereikbaar via telefoonnummer 0900-6080600 (10 eurocent per minuut). De helpdesk is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur. Vragen kunnen ook worden ingestuurd via het mailformulier op www.SenterNovem.nl (> Contact > Front office bedrijven).

  • Terug naar Inhoud
  • De uitkomst van klimaattop in Montreal, waaraan zo'n 200 landen begin december deelnamen, heeft geleid tot gematigd positieve reacties van betrokken partijen. Overeenstemming werd bereikt over een 'Dialoog' over mondiaal klimaatbeleid ná 2012, de deadline van het Kyoto-protocol.

    Tijdens de klimaattop werd vooral gepraat over de uitvoering van de Kyoto-afspraken, maar was uiteraard ook de voortgang van de internationale afspraken ná 2012 een dominant onderwerp van gesprek. In de soms heftige discussies tussen de Kyoto-partijen, de ontwikkelingslanden en (vooral) de Verenigde Staten als opposant van 'Kyoto', was de overeenstemming over de Dialoog kennelijk het hoogst haalbare. Hoewel de milieubeweging zich verheugd toonde over het perspectief van post-Kyoto afspraken, was staatssecretaris Van Geel van VROM niet zo optimistisch gestemd. "We hadden harde afspraken op korte termijn gewild, want klimaatverandering wacht niet tot 2012. Kyoto is nog maar het begin, verdergaande maatregelen zijn nodig om de risico's van klimaatverandering te beperken."

    In de komende maanden zal de dialoog op gang komen. De Verenigde Naties zullen daarbij om input van de landen vragen. "Ik kan me goed voorstellen dat de Europese Commissie daarbij de ervaringen met de emissiehandel inbrengt", zegt Peter Zapfel van de Europese Commissie (DG Milieu).

    De uitkomst van de dialoog hoeft niet per se van invloed te zijn op al of niet voortzetten van het Europese systeem na 2012 (als het Kyoto-Protocol verloopt). Zapfel: "De Richtlijn voor emissiehandel is niet direct verbonden met Kyoto, er is geen houdbaarheidsdatum vastgelegd." Er moet dus een apart besluit komen om de emissiehandel stop te zetten, maar daarover is de Europese ambtenaar niet negatief gestemd. "Gezien Montreal, ben ik optimistisch over het voortzetten van klimaatbeleid na 2012, en dus over continueren van het EU systeem voor emissiehandel."

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie heeft de eerste bevindingen gepubliceerd van een recente stakeholder consultatie in heel Europa over het systeem voor emissiehandel. De consultatie heeft 300 reacties opgeleverd, waaruit vooral de behoefte aan zekerheden voor de lange termijn spreekt.

    Uit de consultatie blijkt dat het systeem voor emissiehandel nu al van invloed is op investeringsbeslissingen, vooral op de lange termijn. Meer dan de helft van de reagerende bedrijven ondervindt zelfs sterke invloed op de beslissingen om innovaties te ontwikkelen. Bedrijven in alle sectoren willen zekerheid voor de langere termijn over emissiehandel en vooral over de toewijzing van emissierechten, omdat zij dan gemakkelijker beslissingen kunnen nemen over investeringen in nieuwe technologie. Ook reductiedoelen en regels voor nieuwkomers worden van belang geacht. Overheden en milieubewegingen vinden de lange termijn eveneens van groot belang.

    Bedrijven verschillen onderling echter wel van mening over de beste manier voor toewijzing van emissierechten. Verschillende systemen met hun voor- en nadelen worden genoemd. Wel is er overeenstemming over de noodzaak van een lange lead-time van beslissingen.

    De enquête maakt deel uit van een uitgebreidere evaluatie van het handelssysteem die McKinsey en Ecofys in 2005 en 2006 voor de Europese Commissie uitvoeren. Beide bedrijven analyseren het ontwerp op een aantal specifieke punten, evalueren de invloed van een eventuele uitbreiding met andere gassen en/of sectoren en bekijken de invloed op de mededinging.
    Een samenvatting met de hoogtepunten uit de enquête is hier beschikbaar (in het Engels).

  • Terug naar Inhoud
  • Begin 2006 zullen de eerste emissieverslagen worden geverifieerd door verificateurs. Deze verificateurs dienen geaccrediteerd te zijn door de Raad voor Accreditatie of in een proces van accreditatie te zitten. Recent heeft de overheid de RvA gevraagd aanvragen van verificatie-instellingen voor ontvankelijkheid sneller in behandeling te nemen.

    In de wet over de handel in emissierechten staat dat verificatie-instellingen die bij de Raad een ontvankelijk verzoek tot accreditatie hebben ingediend, in het eerste jaar beschouwd worden als geaccrediteerd. Als invulling van die ontvankelijkheid wil de Raad voor de aanvrager een 'accreditatie met beperkte scope' uitvoeren, het is echter de vraag of die voor het begin van 2006 kan zijn gerond.

    De bij de handel in emissierechten betrokken bedrijven willen op korte termijn weten met wie zij verificatieafspraken kunnen maken. Vooral bedrijven die geen zaken doen met het VBE – voor vele bedrijven de verificateur - hebben behoefte aan duidelijkheid op dit punt. De overheid heeft de raad voor Accreditatie daarom dringend verzocht om de verzoeken van de vijf aanvragers (VBE, PWC, Lloyds, Ernst & Young en DNV) per direct ontvankelijk te verklaren zodat de afronding van het eerste handelsjaar zonder veel problemen van start kan gaan.

    Terug naar Inhoud

    Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).