******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=7251&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 31
16 januari 2006

De CAP projectgroep geeft bedrijven tot begin februari de mogelijkheid te reageren op de voorlopige onderdelen van het CO2 allocatieplan 2008 – 2012.

De consultatieronde is vooral bedoeld om bedrijven te informeren en te laten reageren op deze tussenbalans van het Nationale CO2 allocatieplan (NAP) van de projectgroep. Het is uitdrukkelijk niet de start van een officiële inspraakprocedure. Bedrijven kunnen alleen hun mening kenbaar maken via hun brancheorganisatie of via VNO-NCW. Verder is deze consultatie niet bedoeld om specifiek aan één bedrijf gebonden problemen aan te kaarten.

Besluiten
Over een aantal zaken heeft de projectgroep, met vertegenwoordiging uit overheid en bedrijfsleven, al besluiten genomen. Zo is bijvoorbeeld de maximale streefwaarde voor de gehele industrie en energiesector vastgesteld op 108,6 Mton per jaar voor de periode van 2008 tot 2012. Dit bedrag is overigens nog inclusief de CO2-emissies van bedrijven die niet vallen onder de sectoren voor CO2-handel. Verder zullen voor de elektriciteitssector vaste rendementen voor de allocatie worden gebruikt.

Een aantal zaken rond het allocatieplan staat nog ter discussie en moet verder worden uitgewerkt. Zo moet er nog besloten worden of alle sectoren dezelfde groeifactor en dezelfde correctiefactor krijgen en dat ze gelijkelijk bijdragen aan de reserve. Zo krijg je een transparant en simpel allocatieplan. Het alternatief is een gedifferentieerde aanpak van sectoren, rekening houdend met de verwachte groei per sector of speciale omstandigheden zoals externe milieueisen.

Verder staat nog ter discussie hoe hoog de groeifactor moet zijn. Naarmate de groei optimistischer wordt geschat, wordt de correctiefactor C, die bedoeld is om de totale emissie onder het plafond te houden, kleiner. Daarnaast moet ook de hoogte van de reserve voor uitbreidingen van bedrijven (inclusief totaal nieuwe bedrijven) nog worden bepaald. Verder is nog de vraag of de C-factor moet gelden voor bedrijven die aangeven dat zij hun CO2-uitstoot niet met maatregelen kunnen reduceren.

Ook moet worden nagedacht of Nederland iets moet doen met de mogelijkheid om 10% van de emissierechten te veilen, en wat er met de opbrengst daarvan moet gebeuren. Ten slotte moet er een besluit genomen worden over hoe er omgegaan dient te worden met bedrijven met een relatief kleine CO2-uitstoot. Nu de opt-out niet meer is toegestaan, zullen ook deze bedrijven onder emissiehandel vallen, maar wordt een speciale regeling overwogen om de administratieve lasten tot een minimum te beperken.

De CAP projectgroep zal op 6 en 7 februari in gesprek gaan met de verschillende brancheorganisaties.

Lees meer op www.C02-allocatie.nl. Klik hier voor de volledige brief van de CAP-projectgroep over de consultatieronde.

Vorige week heeft de Europese Commissie de langverwachte 'guidance' gepubliceerd voor het opstellen van de allocatieplannen 2008-2012. Deze richtsnoeren komen rijkelijk laat, want sommige landen (waaronder Nederland) zitten al midden in de voorbereiding. De aanwijzingen van de Europese Commissie zijn in Nederland met gemengde gevoelens ontvangen.

Het document geeft uitsluitsel over een aantal discussiepunten die bij de eerste toewijzingsplannen naar voren kwamen, maar schept op andere vlakken juist weinig duidelijkheid, aldus betrokkenen. Op één punt bevat het richtsnoer zelfs een fout, zegt Paul van Slobbe van Economische Zaken. Volgens het richtsnoer zou Nederland zijn Kyoto-doelstelling niet halen, en daardoor voor 2008-2012 minder emissierechten mogen toewijzen dan het voornemen van 108,6 miljoen ton voor de industrie. "Over deze fout hebben we de Commissie al bericht", zegt Van Slobbe. "Wij halen de Kyoto-doelstelling namelijk wel en mogen dus evenveel rechten toewijzen als in de eerste periode."

De Nederlandse pers heeft de afgelopen week al aandacht besteed aan het feit dat het CO2-emissieplafond voor de industrie, eerder vastgesteld op maximaal 108,6 miljoen ton per jaar, nog verder omlaag zou moeten, en wel met 6%. Zowel Van Slobbe als Wiel Klerken van VNO-NCW gaat er echter van uit dat het totale emissieplafond voor de bedrijven die deelnemen aan het systeem voor emissiehandel op hetzelfde niveau zal blijven als in de eerste handelsperiode. "De bedrijven die eerder een opt-out hadden komen terug onder het handelssysteem en nemen hun eigen portie CO2 mee", legt Van Slobbe uit. "Het is dus niet zo dat méér bedrijven emissierechten uit dezelfde pot krijgen, zoals in de dagbladen is gesuggereerd. Wel is het zo dat uit deze pot nu ook de economische groei moet worden gevoed. Dus de spoeling wordt wel dunner."

Het misverstand schuilt waarschijnlijk in het feit dat Nederland ten opzichte van 1990 zijn emissies van broeikasgassen met 6 procent moet terugdringen. Het Kyoto-protocol staat echter ook de verhandelbaarheid van de emissieruimte toe. De Nederlandse overheid heeft besloten emissieruimte bij te kopen via projecten in het buitenland. Deze extra emissieruimte komt ten goede aan het totaal van de doelgroepen, waardoor de 6% verplichting in feite lichter is.

Definitie verbrandingsinstallatie
De richtsnoeren van de Commissie is in principe niet bindend, maar de Commissie zag geen kans de Richtlijn voor de tweede handelsperiode aan te passen. "Deze richtsnoeren zijn wel bepalend voor de manier waarop de Commissie de nationale toewijzingsplannen zo meteen gaat beoordelen", zegt Van Slobbe. "Niettemin is nog onduidelijk hoe hard de Commissie deze richtsnoeren zal kunnen handhaven. Wij studeren daar nog op."

In het richtsnoer neemt de Commissie een standpunt in ten aanzien van de omstreden definitie van de term 'verbrandingsinstallatie'. Omdat die term in de eerste planperiode door verschillende landen verschillend werd geïnterpreteerd, ontstond een scheve concurrentieverhouding tussen bedrijven in Europa. Van Slobbe van Economische Zaken ziet dat probleem grotendeels opgelost, al houdt hij een slag om de arm. "Het is redelijk duidelijk dat de Commissie nu de 'brede' definitie hanteert, zoals wij en andere landen hadden bepleit. Dat betekent dat alle inrichtingen met verbrandingsinstallaties boven 20 megawatt thermisch ingangsvermogen in principe moeten meedoen." Wiel Klerken van VNO-NCW vertrouwt erop dat de handhaving streng zal zijn, om concurrentievervalsing te voorkomen: "Dat heeft Eurocommissaris voor Milieu Dimas nog vorige week aan VNO-NCW voorzitter Wientjes toegezegd. Of dat in de praktijk ook zal gebeuren weten we echter pas over een half jaar. We zullen dus iets moeten bedenken om met deze onzekerheid te kunnen omgaan."

Duidelijk zijn de richtsnoeren ten aanzien van een verbod op het achteraf (ex-post) corrigeren van toewijzingen, zoals sommige landen wilden. Ook wordt voor alle plannen eenzelfde stramien voorgeschreven. "Dat is prettig, want de nationale plannen worden daardoor onderling beter vergelijkbaar", zegt Klerken. EZ en VROM zullen dan echter wel wat aanpassingen moeten plegen in het proces dat nu al loopt.

De richtsnoeren schieten, aldus Van Slobbe en Klerken, op een paar punten ook echt te kort. Beiden reageren teleurgesteld op het feit dat de kleine bedrijven binnen het emissiehandelssysteem niet buiten schot kunnen blijven. Er is zelfs geen constructief voorstel over de vermindering van de administratieve lasten voor die bedrijven. "Terwijl verschillende landen dat wel hadden voorgesteld",zegt Klerken. "Een opt-out kan niet, maar een alternatief is er ook niet. Ronduit teleurstellend."

Lees hier de volledige tekst van de guidance.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).