******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=7556&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 33
22 maart 2006

Afgelopen dinsdag 21 maart heeft minister Brinkhorst van Economische Zaken een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aankondigt de elektriciteitssector te willen korten in het toewijzen van emissierechten voor de periode 2008-2012. Dit als gevolg van de overwinsten ('windfall profits') die deze sector maakt met de gratis toegewezen emissierechten. Hoe hoog die korting zal zijn en wat er met die rechten gaat gebeuren wordt duidelijk in het allocatieplan zelf. Brinkhorst ziet twee opties: de gekorte emissierechten worden geveild en/of toebedeeld aan de andere deelnemers aan de emissiehandel.

Nu het eerste handelsjaar de afsluiting nadert, zal binnenkort duidelijk worden hoe de werkelijke emissies van CO2 in 2005 zich verhouden tot de toegewezen emissierechten. Intussen werken departementen en industrie aan het allocatieplan voor de tweede handelsperiode (2008-2012), die uiterlijk op 30 juni bij de Europese Commissie moet liggen.

"Zoals het er nu uitziet kan het ontwerp-plan half april de inspraak in", zegt Paul van Slobbe van EZ. "Tijdens het Directeurenoverleg tussen departementen en industrie hebben we op een paar punten overeenstemming bereikt, daarnaast moet de minister nog enkele besluiten nemen. Na de volgende bijeenkomst op 31 maart denk ik dat alle besluiten genomen zijn."

Bij het Directeurenoverleg van afgelopen week zijn een paar belangrijke kogels door de kerk gejaagd. Zo is er overeenstemming over de houding ten aanzien van de 'definitiekwestie'. Bij de toewijzingen van emissierechten in Europa voor de eerste handelsperiode bleken nogal wat landen een afwijkende interpretatie van het begrip 'verbrandingsinstallatie' te hanteren. Voor de tweede periode heeft de Europese Commissie de basis gelegd voor een nadere omschrijving. Deze definitie (waarbij wel de grote chemische installaties, maar mogelijk niet alle kleinere meedoen) wil Nederland ook hanteren, op voorwaarde dat ook andere landen dat doen. "Een definitief besluit zullen de bewindslieden dus pas in een latere instantie nemen", zegt Van Slobbe.

Ook zijn bedrijfsleven en overheid in principe overeengekomen dat er van één groeicijfer voor alle sectoren wordt uitgegaan waarin al rekening is gehouden met enkele verwachte grote nieuwkomers. Daarnaast zal de toewijzing per sector plaatsvinden op grond van de historische emissies en de correctiefactor (om binnen de totale beschikbare emissieruimte te blijven). Ook blijft er bij (hoge) uitzondering de mogelijkheid om te corrigeren voor 'bijzondere omstandigheden' op sectorniveau. ECN berekent het groeicijfer.

Tot slot wordt nu nog uitgezocht of de bedrijven met relatief lage emissies buiten het handelssysteem kunnen blijven. "Dat is wel de intentie", herhaalt Van Slobbe nog maar, "Maar het is een ingewikkeld juridisch verhaal, waarvan we nu nog niet weten of het gaat lukken."

De brief van minister Brinkhorst aan de 2e Kamer, met studies van DTe en ECN naar windfall profits, vindt u hier.

  • Terug naar Inhoud
  • Vlak voor deadline van het versturen van de geverifieerde emissiejaarverslagen over CO2 aan de NEa (vóór 1 april) heerst bij het Verificatiebureau Benchmarking Energie-efficiency (VBE) topdrukte. Medio maart was ongeveer 25% van de door VBE af te geven verklaringen over de verificatie van het emissiejaarverslag verstuurd naar de respectievelijke bedrijven, de meeste andere zijn nog in de afrondingsfase.

    Circa 80% van alle verklaringen die de NEa verwacht (krap 300) wordt door het VBE afgegeven. Een belangrijk onderdeel van de verificatie is het onderzoek naar de datamanagement- en controlesystemen, uitgevoerd in het eerste kwartaal van 2006. Daarbij gaat het VBE na wat er is gebeurd met de constateringen, aanbevelingen en suggesties uit de systeemanalyses (systeemverificaties) die zijn uitgevoerd in 2005. In het algemeen bleken de bedrijven deze onderwerpen goed te hebben opgepakt.

    De CO2-emissieverslagen worden getoetst tegen de monitoringsprotocollen die eerder door de NEa zijn gevalideerd. "De proef op de som daarbij is een intensief onderzoek van één of meerdere sporen van data," zegt Jaap Verhoeff van het VBE. "We beginnen dan bij de inname van brandstof en volgen het spoor tot de emissies uit de schoorsteen. De analyse is daarbij gericht op de meest risicovolle onderdelen van de dataverwerking van meten tot rapporteren."

    De industrie heeft veel aandacht en zorg besteed aan de eerste productie van het vereiste emissieverslag, zo ervaart het VBE. Toch moesten veel concept-emissieverslagen worden aangepast naar aanleiding van het bedrijfsbezoek door de verificateurs en de uitgevoerde analyses van systemen en geproduceerde data. Verhoeff: "Het aangepaste concept moest daarna opnieuw kritisch worden bekeken. Maar meestal was het niet nodig om opnieuw een bedrijfsbezoek uit te voeren."

    Uiterlijk 28 maart 2006 wil het VBE alle verklaringen hebben verstuurd, waarna de bedrijven zelf verantwoordelijkheid dragen voor het versturen van het verslag plus de verklaring naar de NEa, uiterlijk op 30 maart. Ook voeren zij zelf de cijfers van de tekst van de verklaringen in de betreffende registers in (met aangeven van de bevoegde verificateur, voor VBE is dat Jaap Verhoeff). Daags na het versturen van de verklaringen zorgt het VBE ook voor bevestiging van de ingevoerde cijfers.

  • Terug naar Inhoud
  • Eind vorige week had de Nederlandse Emissieautoriteit NEa zo'n 10% van de verwachte 300 goedgekeurde emissiejaarverslagen voor CO2 en NOx binnen. Gezien het feit dat het verslag voor 1 april 2006 moet zijn ingeleverd , zullen bedrijven en de NEa de komende anderhalve week dus nog veel werk moeten verzetten. "We hadden liever wat meer spreiding gehad", zegt Ton Grosjean van de NEa, "maar wij zijn er op voorbereid."

    Uiterlijk 31 maart dienen bedrijven die meedoen aan het Europese systeem voor emissiehandel een paar belangrijke handelingen te hebben verricht. Behalve het zorgen voor een geverifieerd emissiejaarverslag, moeten zij dit indienen bij de NEa, de bijbehorende gegevens in het register invoeren en die laten goedkeuren door de verificateur. "Op 1 april begint het handhavingstraject", zegt Grosjean, hoofd Toezicht en Handhaving bij de NEa. "Wij kunnen daar niet coulant in zijn, de termijnen voor het handhavingstraject zullen we hanteren."

    Die termijnen komen er op neer dat al vanaf 3 april een dwangsomkan worden opgelegd aan bedrijven die hun goedgekeurde verslag nog niet hebben ingediend. "We zullen kijken naar de verwijtbaarheid en de omstandigheden waarom bedrijven nog niet hebben ingeleverd", zegt Grosjean.

    Overigens zal de NEa, steeksproefsgewijs, ook de goedgekeurde emissieverslagen in april nog toetsen en controleren. Grosjean: "Ik kan, ondanks de goedkeuring door de verificateur, niet uitsluiten dat er in de praktijk nog iets mis is met de emissieverslagen."

    Inleveren emissierechten
    Uiterlijk 30 april moet elk bedrijf evenveel emissierechten inleveren als het tonnen CO2 en kilo's NOx heeft uitgestoten. Een bedrijf moet daartoe in het register een 'nalevingstransactie' uitvoeren vanaf zijn tegoedrekening. Uiteraard moet het saldo op de rekening minimaal de daadwerkelijke CO2- en NOx-emissies in 2005 dekken. Inapril valt daarom nog wel wat extra handel in emissierechten te verwachten. Grosjean: "Hier is het bedrijf dat in een vroeg stadium zijn emissiegegevens heeft laten goedkeuren in het voordeel, want hij weet dus al of hij moet verkopen of kopen." Bedrijven die hun rechten later dan 30 april inleveren riskeren een 'bestuurlijke boete'. Bedrijven die te weinig inleveren worden beboet met 1 € per kilo NOx of 40 € per ton CO2, plus de verplichting het tekort in het jaar erop alsnog aan te vullen.

    Zie voor meer informatie het volgende artikel en het informatieblad 'Afsluiten handelsjaar' op de NEa website.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijven kunnen sinds 2 januari met al hun vragen over CO2- en NOx-emissiehandel terecht bij de Bedrijvenhelpdesk Emissiehandel. De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de helpdesk, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden. Ditmaal twee vragen:

    Wat is het exacte tijdstip voor het indienen van het geverifieerde emissieverslag?
    Let op: u dient uw emissieverslag en de verklaring van de verificateur voor 1 april 2006 bij de NEa in te leveren. Dit kan per post of per e-mail. Voor uw digitale emissieverslag geldt dat u het verslag uiterlijk 31 maart kunt inleveren tot 24.00 uur. Mocht u op vrijdag 31 maart uw emissieverslag af willen geven ten kantore van de NEa, dan kunt u dat tot 17.00 uur doen. Zie ook het informatieblad 'Afsluiten handelsjaar' op de NEa website.

    Heeft het nu nog zin om een melding te doen bij de NEa?
    Ja. De NEa geeft absolute prioriteit aan de meldingen (van wijzigingen in het monitoringsprotocol) die in het kader van de verificatie van het emissieverslag worden gedaan. De NEa heeft in theorie een wettelijke termijn van zes weken, maar verwerkt meldingen binnen een paar dagen. Het is dus van belang dat een bedrijf duidelijk in zijn melding aangeeft dat deze te maken heeft met het laten verifiëren van het emissieverslag over 2005. Deze prioriteit blijft de NEa tot in april aan de behandeling van de meldingen geven. Zie ook het informatieblad 'Dit is uw meldingsplicht'.

    De Bedrijvenhelpdesk Emissiehandel is ondergebracht bij SenterNovem en is bereikbaar via telefoonnummer 0900-6080600 (10 eurocent per minuut). De helpdesk is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur. Vragen kunnen ook worden ingestuurd via het mailformulier op www.SenterNovem.nl>Contact>Front office bedrijven.

  • Terug naar Inhoud
  • Op 25 april vindt het zesde Congres Emissiehandel plaats in het Omniversum in Den Haag. Het congres staat dit keer vooral in het teken van het tweede Nationale Allocatieplan en wordt daarom tijdens de inspraakperiode van dit plan gehouden. Net als voorgaande keren wordt het congres georganiseerd door de Ministeries van Economische Zaken en VROM en door VNO-NCW.

    Het programma vindt 's middags plaats en bestaat uit twee delen: één deel is gewijd aan de CO2-handel en één deel gaat over de NOx-emissiehandel en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het eerste deel bevat onderwerpen als de inhoud van het Allocatieplan en de keuzes achter het plan, de ontwikkelingen in de CO2-markt en de indrukken van het afgelopen handelsjaar. Het tweede deel gaat over de relatie tussen de realisatie van de NEC-plafonds, de implementatie van de IPPC-richtlijn en de vraag of dat gevolgen heeft voor de NOx-handel. Een blik op de toekomst is onderdeel van het programma, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de periode na 2012.

    Het congres duurt van 13.00 tot 16.30 uur. U bent welkom vanaf 12.00 uur en na afloop van het congres is er gelegenheid om informeel na te praten onder het genot van een hapje en een drankje.
    U kunt zich aanmelden door uw naam, organisatie, adres, telefoonnummer en e-mailadres uiterlijk 15 april te sturen aan: Jennifer.tieleman@minvrom.nl. U ontvangt een bevestiging van uw inschrijving. Het definitieve programma en informatie over de congreslocatie volgen per post.

  • Terug naar Inhoud
  • In 25 lidstaten lopen de discussies over de komende toewijzingsplannen voor de tweede handelsperiode voor CO2-emissiehandel van 2008 tot 2012 momenteel hoog op. Maar de Europese Commissie wil het nog wel eens benadrukken: "Het gaat om de handel in emissierechten, niet om de toewijzing."

    Aldus Peter Zapfel van de Europese Commissie, drie weken geleden tijdens het jaarlijkse congres over emissiehandel in Kopenhagen, georganiseerd door marktonderzoeker Point Carbon. "Eigenlijk is een 'perfecte' toewijzing van emissierechten onmogelijk, want dan krijg je geen handel", zegt Zapfel. "Eenvoud in de toewijzing is de grote uitdaging."

    Het congres in Kopenhagen liet zien dat de wereldwijde handel in emissierechten vorig jaar, onder invloed van het Europese handelssysteem, fors is toegenomen. Voor ongeveer negen miljard Euro ging over de toonbank, totaal zo'n 800 miljoen ton aan CO2. De helft hiervan was afkomstig uit projecten in ontwikkelingslanden. Deze emissierechten zijn echter een stuk goedkoper dan die in Europa, die nu boven de 27 € per ton waard zijn.

    De emissierechten uit ontwikkelingslanden kunnen echter nog niet officieel worden verhandeld zo lang er geen internationaal register is waar alle transacties kunnen worden geregistreerd. Olivia Hartridge van de Europese Commissie verwachtte echter dat dit internationale register in april 2007 online zal zijn – ruim op tijd om de bedrijven de gelegenheid te geven om deze emissierechten te verrekenen in de eerste handelsperiodevan het Europese systeem.

    Volgens analisten is de hoeveelheid emissierechten die in 2005 werd verhandeld nog maar een topje van de ijsberg. De Europese Commissie is blij verrast met de groeiende handel, maar waakt voor te vroege conclusies. "De hamvraag is: heeft dit alles daadwerkelijk tot emissiereductie geleid?" zegt Zapfel.

    Niettemin is de Europese Commissie er veel aan gelegen om ook na 2012 – de afloop van de Kyoto-afspraken – door te gaan met het emissiehandelssysteem, bij voorkeur met handelsperioden langer dan vijf jaar. "Het systeem is de eerste stap naar de groei naar een werkelijk mondiale markt", aldus Hartridge. De Commissie zal derhalve niet nalaten om de voorspoedige groei in de handel, met alle kansen voor bedrijven vandien, te benadrukken in de internationale onderhandelingen voor post-Kyoto-afspraken.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).