******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=7770&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 35
27 april 2006

De deelnemende bedrijven aan de emissiehandel voor CO2 en NOx hebben in het jaar 2005 emissierechten overgehouden. Voor CO2 blijkt de werkelijke emissie ongeveer 7% lager dan de toegewezen hoeveelheid emissierechten. Bij NOx was het overschot aan rechten 22% van de emissies over het jaar 2005.

Dit blijkt uit de rapportage van de NEa over de emissiejaarverslagen over 2005. Marc Allessie, directeur van de NEa, presenteerde de resultaten tijdens het Congres Emissiehandel van 24 april. Uit de getallen van de NEa blijkt dat het overschot aan CO2-emissierechten in 2005 ongeveer 6,1 miljoen ton CO2 is, wat tegen een marktwaarde rond 20 €/ton een waarde vertegenwoordigt van zo'n 120 miljoen euro. In een overzicht over 206 gecontroleerde inrichtingen blijkt het merendeel 0 tot 30% meer rechten te hebben gekregen dan de werkelijke emissies. Maar er zijn ook uitschieters van 100%, terwijl zo'n vijftig bedrijven in 2005 juist een tekort aan emissierechten hadden.

Als voornaamste reden voor het overschot wordt aangevoerd dat Nederlandse bedrijven al relatief energiezuinig opereren en dus beloond worden voor hun 'early action'. Daarnaast is de te verlenen hoeveelheid rechten over de jaren 2005 tot en met 2007 steeds hetzelfde, terwijl wel een groei in emissies wordt verwacht. Op dezelfde manier zal de toewijzing voor 2008-2012 krapper zijn: het plafond is hetzelfde, maar de emissies groeien dankzij economische groei, door nieuwkomers en door uitbreidingen.

Het overzicht van NOx-emissies laat zien dat de overschotten per inrichting hoger zijn, maar de waarde ervan (nog geen 0,5 €/kilo) is aanzienlijk lager. Het overschot van 10 kiloton op een emissie van 55 kiloton (vanaf 1 juni 2005 gemeten) vertegenwoordigt een totale waarde van enkele tienduizenden euro's. Ondanks het overschot meent Marc Allessie: "De markt voor emissiehandel werkt ook voor NOx. Gezien het feit dat de NOx-emissiehandel pas op 1 juni 2005 is gestart, vind ik ook niet dat deze markt al de maat van een volwassen markt mag worden genomen. De komende jaren zal met het dalen van de PSR-waarde een beter evenwicht tussen vraag en aanbod van NOx-emissierechten ontstaan."

Zie ook het persbericht van VROM en de presentatie van NEa-directeur Marc Allessie.

  • Terug naar Inhoud
  • Met de opening door staatssecretaris Van Geel van VROM kregen de 200 bezoekers van het Congres Emissiehandel afgelopen dinsdag 24 april nog eens bevestigd dat emissiehandel een 'blijvertje' is. Wat betreft de overheid geldt dat niet alleen voor CO2-emissiehandel, maar ook voor NOx. En wellicht in de toekomst ook voor SO2.

    Volgens Van Geel is emissiehandel een goed voorbeeld van 'intelligent milieubeleid', waaraan zeker het klimaatbeleid in de komende jaren dringend behoefte heeft. Van Geel benadrukte dat Nederland, met zijn relatief hoge milieudruk en dus hoge milieukosten, op zoek moet naar 'nuchter, kosteneffectief milieubeleid'. "Ik wil streven naar zo veel mogelijk marktwerking binnen de spelregels, met een zo hoog mogelijk effect op het milieu", lichtte Van Geel toe. Deze elementen maken dan ook deel uit van de Toekomstagenda Milieu, die Van Geel eveneens dinsdag aan de Tweede Kamer stuurde.

    In de Toekomstagenda staat ook dat de overheid zoekt naar uitbreiding van bestaande emissiehandel, 'al dan niet in Europees verband, naar andere sectoren en naar niet-broeikasgassen'. Tijdens het congres sloot Hans Bolscher, directeur van de VROM-directie Klimaatverandering en Industrie, ook niet uit dat na 2010 een Europees handelssysteem voor SO2 kan worden geÔntroduceerd. "Andere lidstaten komen ook al belangstellend informeren naar ons systeem voor NOx-emissiehandel", aldus Bolscher.

    Emissiehandel is een 'slim beleidsinstrument', al verwacht Van Geel wel kritiek op de emissiehandel in CO2 en NOx, zeker nu blijkt dat de toewijzing van emissierechten hoger is dan de werkelijke uitstoot in 2005. "Die kritiek is onterecht, want dit signaal komt niet onverwacht. Het komt gewoonweg doordat de industrie in Nederland ten opzichte van de rest van Europa al veel acties in besparende maatregelen heeft ondernomen. Gezien het hoge tempo waarin de emissiehandel in Nederland is ingevoerd, mogen we tevreden zijn. Al zijn er natuurlijk altijd wel verbeterpunten."

    De 'verbeterpunten' zitten volgens Van Geel vooral in de positie van kleinere bedrijven, die hij liever buiten het systeem wil houden vanwege de slechte kosten/batenverhouding, en de harmonisatie van de emissiehandel in Europa. "Om de kleintjes buiten het systeem te houden gaan we echt de grens van de Europese richtlijn opzoeken. En harmonisatie wil tegenwoordig iedereen in de EU." Tevens wil Van Geel meer sectoren en gassen in het systeem onderbrengen, zoals transport, de luchtvaart en lachgas. Tegelijk erkent hij dat er aan het handelssysteem moet worden gesleuteld om ook CO2-opslag en warmtelevering tot hun recht te laten komen.

    Van Geel kon dinsdag nog niet het nieuwe plan voor de toewijzing van CO2-emissierechten voor de volgende handelsperiode presenteren. "We zijn nog bezig met het uitwerken van het probleem van de windfall profits van de energiebedrijven, die de gratis uitgedeelde emissierechten toch doorberekenen aan de consumenten. Maar vaststaat dat de toewijzing vanaf 2008 meer gaat knellen."

  • Terug naar Inhoud
  • Het Congres Emissiehandel kwam nog te vroeg, maar het tweede ontwerp-plan voor de toewijzing van de emissierechten voor de jaren 2008 tot en met 2012 staat in de steigers. Publicatie hangt nog op een besluit over de korting op de toewijzing aan elektriciteitproducerende bedrijven. Die zal wellicht 15 tot 20% gaan bedragen. De korting wordt echter beperkt tot de elektriciteit die aan het net wordt geleverd.

    De toewijzing aan energiebedrijven staat ter discussie, omdat de verwachting is dat zij de marktwaarde van de gratis verleende emissierechten door zullen berekenen aan de klanten. Daardoor gaan de elektriciteitsproducenten overwinsten ('windfall profits') maken van totaal enkele honderden miljoenen euro's. Om deze overwinst te korten, wil de overheid voor de periode 2008-2012 aan de elektriciteitsproducenten 15 tot 20% minder emissierechten geven dan waarop zij volgens de oorspronkelijke rekenregels recht zouden hebben. "We denken erover om eenderde van die korting toe te wijzen aan de overige deelnemers aan emissiehandel en de rest te verkopen. De opbrengsten komen ten goede aan de elektriciteitsconsumenten", aldus Van Slobbe van EZ, projectleider van het allocatieplan. De korting geldt alleen voor elektriciteit die aan het openbare net wordt geleverd. "Het betreft dus niet de warmteproductie of productie voor eigen verbruik."

    De discussie over de details van de korting zijn de oorzaak van de vertraging in de publicatie van het ontwerp-allocatieplan, die nu is voorzien voor half mei. Dan start ook de inspraakprocedure voor zes weken. Op 30 juni moet het plan bij de Europese Commissie liggen.

    Van Slobbe schetste tijdens het Congres wel vast de grote lijnen, "uiteraard onder voorbehoud. We willen een opt-in voor lachgas in de salpeterzuurindustrie. Die bedrijven brengen overigens hun eigen 'rugzak' van emissies mee, dus dat gaat niet ten koste van andere deelnemers. We zijn ook nog op zoek naar de grenzen in de Europese richtlijn om de kleine partijen buiten de emissiehandel te houden."

    Ten aanzien van het onderbrengen van verbrandingsinstallaties groter dan 20 megawatt in de emissiehandel heeft Nederland van Europees Commissaris van Milieu Dimas de verzekering gekregen dat alle landen dezelfde definitie moeten hanteren die de Europese Commissie in haar Guidance document voor het tweede allocatieplan heeft opgenomen. Nederland is ook van plan dat document te volgen. "Toch gaan we, vlak voordat we ons toewijzingsplan naar Brussel sturen, voor alle zekerheid kijken of alle landen dit gaan volgen."

    Er komt ook in het tweede allocatieplan een apart depot van emissierechten, bedoeld voor eventuele juridisch onderbouwde vorderingen en voor nieuwkomers. "Nieuwkomers zijn echt nieuwe bedrijven of uitbreidingen met minimaal 50 kton CO2-emissie of een toename met minimaal 10% van de CO2-emissies. We maken daarbij een verschil tussen nieuwkomers vůůr 1 januari 2007, die gewoon meelopen in de toewijzing, en vanaf nŠ die datum: die laatste moeten een aparte aanvraag doen voor het reservedepot." De grootte van het depot moet nog worden bepaald. Er komt ook een apart depot voor de uitkomst van juridische procedures. "Mocht dat depot te klein blijken te zijn, dan moeten de toegewezen emissierechten aan de andere bedrijven worden herberekend. Het kan in elk geval niet zo zijn dat de handelende bedrijven een ruimter emissieplafond krijgen dan we vooraf hebben vastgesteld."

    De emissieruimte is in principe op hetzelfde niveau als bij de vorige toewijzing, maar per bedrijf dus krapper vanwege nieuwkomers en groei in de productie. Binnen het nieuwe allocatieplan is ook minder ruimte voor individuele bedrijven om een beroep te doen op 'bijzondere omstandigheden'. Van Slobbe: "Die bijzondere omstandigheden ondervangen we door bedrijven de keuze te geven uit drie basisjaren in de periode 2001-2005. Storingen enzovoort worden daardoor uitgefilterd. We denken dat dit plan daarmee transparanter en simpeler wordt. Er is nog wel ťťn mogelijkheid voor bijzondere omstandigheden, maar dan op sectorniveau, zoals bijvoorbeeld procesemissies of het kolenconvenant."

  • Terug naar Inhoud
  • Gedurende de laatste dagen is de handelsprijs voor CO2-emissierechten drastisch gedaald, van boven de 30€/ ton op maandag tot onder de 20 €/ton gistermiddag. Analisten vermoeden dat berichten over overschotten aan emissierechten in Nederland, TsjechiŽ, Frankrijk en BelgiŽ daaraan debet zijn.

    Albert de Haan van European Climate Exchange, de leidende handelsbeurs voor CO2 in Europa, constateerde tijdens het Congres Emissiehandel van afgelopen dinsdag reeds een verhoogde activiteit van Nederlandse bedrijven. "Veel bedrijven willen nu wel wat proberen met hun overschot aan emissierechten, al is het nog voorzichtig. Het is meer om te oefenen dan echt serieuze handel", aldus De Haan. "We zitten nog steeds in een leerfase van de CO2-emissiehandel. Maar je ziet toch dat CO2 werkelijk een waarde gaat vertegenwoordigen. De handel begint een enorme drive te worden om werkelijk iets aan energie-efficiency te doen. Dat werkt dus veel beter dan wetgeving. Het is toch opmerkelijk dat het Europese handelssysteem de markt hiertoe aanzet."

    De markt wordt momenteel gedomineerd door elektriciteitsproducenten en banken, met name uit Noord-West-Europa. De Haan voorspelt dat in 2006 nog veel meer emissierechten over de toonbank zullen gaan dan de pakweg 250 miljoen ton in 2005. "Ik verwacht dat we dit jaar wel 500 tot 700 miljoen ton zullen halen."

  • Terug naar Inhoud
  • De komende voor-evaluatie van de NOx-emissiehandel moet nader licht werpen op de problemen die dreigen rond de NOx-emissies door de industrie. De nationale plafonds voor 2010 dreigen niet te worden gehaald. Overheid, bedrijfsleven en het bevoegd gezag beraden zich op de volgende stappen.

    Hans Bolscher, directeur van Klimaatverandering en Industrie bij VROM, schetste tijdens het Congres Emissiehandel de situatie rondom industriŽle NOx-emissies. Voorop staat het bereiken van de Europese NEC-plafonds, waarvoor elk land een resultaatsverplichting op zich heeft genomen. Voor de sector industrie in Nederland is die destijds vertaald in een inspanningsverplichting van 55 kiloton in 2010.

    Ten aanzien van de totale emissies is er enig verschil tussen de prognoses van het Milieu- en Natuur Planbureau, dat 67 kiloton industriŽle uitstoot voorziet, en de NEa (Nederlandse Emissieautoriteit) die op grond van de laatste cijfers over 2005 een lagere uitstoot voorziet (maar wel hoger dan 55 kiloton). "Daarover moet de voor-evaluatie ook uitsluitsel geven", aldus Bolscher.

    De overschrijding van het industriŽle plafond was al eerder voorzien. Reservemaatregelen die voor halen van het nationale NOx-plafond waren ingericht, blijken onvoldoende te zijn. "Ook de stuurbaarheid van de emissies in andere sectoren, zoals transport, is beperkt", aldus Bolscher. Samen met de industrie en de lokale overheden zoekt de rijksoverheid nu naar oplossingen.

    Bij de inwerkingtreding van het systeem voor emissiehandel is afgesproken dat deze leidend zou zijn voor het halen van het NEC. Binnen de emissiehandel zijn de plafonds gebaseerd op een steeds lagere (gemiddelde) Performance Standard Rate voor apparatuur met NOx-emissies. Ooit is afgesproken dat een uiterste PSR van 40 gram per gigajoule zou worden gehanteerd, maar die is vermoedelijk niet toereikend om de NEC-plafonds te halen.

    Daarnaast moet worden voldaan aan de Europese IPPC-richtlijn. Die schrijft voor elke nieuwe installatie – en vanaf 2007 ook voor elke bestaande installatie – individueel voor, dat de emissies vergelijkbaar moeten zijn met het toepassen van de best beschikbare technieken. De IPPC-richtlijn wordt toegepast door provincies en gemeenten bij het verlenen van milieuvergunningen.

    Beide beleidsinstrumenten lijken elkaar nu in de weg te lopen, maar nog onduidelijk is hoe zij in de nabije toekomst zullen uitpakken voor zowel het bedrijfsleven als voor het bereiken van de nationale plafonds. "Daarover moet de voor-evaluatie nadere informatie leveren. Vervolgens gaan we met het bedrijfsleven om de tafel praten over de te volgen weg", aldus Bolscher.

    De voor-evaluatie zal naar verwachting in de eerste weken van juni klaar zijn.

  • Terug naar Inhoud
  • De ministerraad heeft half april in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat het kabinet er vertrouwen in heeft dat Nederland de doelstellingen uit het Kyoto Protocol gaat halen.

    Met name over de haalbaarheid van de buitenlandse Kyoto-doelstellingen door aankoop van emissierechten via JI (Joint Implementation in centraal en Oost-Europa) en CDM (Clean Development Mechanism voor onwikkelingslanden) bestond eind oktober 2005 bij het schrijven van de Evaluatienota Klimaatbeleid nog onduidelijkheid. Nu is er meer duidelijk en de buitenlandse emissiedoelstelling kan met voldoende zekerheid worden gehaald.

    De buitenlandse doelstelling is de aankoop van 20 Mton/jaar CO2-equivalent emissierechten in de periode 2008 tot en met 2012, dus 100 Mton in totaal. Dit is verdeeld in 34 Mton voor JI en 67 Mton voor CDM. Pas bij contractering van een project is er sprake van een verplichting om de betreffende emissierechten te leveren. De flink toegenomen concurrentie op de JI- en CDM markt sinds de inwerkingtreding van het Kyoto Protocol heeft geleid tot vertraging in de contractonderhandelingen. Inmiddels is voor zowel JI als CDM ruim de helft van de doelstellingen vastgelegd in contracten.

    Er worden maatregelen genomen om de contractering van projecten, ook nu de prijzen stijgen, succesvol af te ronden. De financiŽle gevolgen zijn afgedekt of worden afgedekt in de begroting voor 2007.

    Ten aanzien van binnenlandse emissies zijn ook extra maatregelen genomen. In verband met een hogere emissie in de sector verkeer, zal het aandeel biobrandstoffen in motorbrandstoffen worden verhoogd naar 5,75 % in 2020. De streefwaarde voor de industrie- en energiesector blijft 109,2 Mton in 2010.

    Onder het Kyoto Protocol moet Nederland in de periode 2008 t/m 2012 de emissies van broeikasgassen met 6% reduceren ten opzichte van 1990. In 2007 maakt het kabinet weer een tussentijdse afweging voor het klimaatbeleid en beoordeelt dan opnieuw of de beleidsvoortgang voldoende is om de Kyoto-doelstelling te halen.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijven kunnen sinds 2 januari met al hun vragen over CO2- en NOx-emissiehandel terecht bij de Bedrijvenhelpdesk Emissiehandel. De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de helpdesk, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden. Ditmaal de vraag:

    Hoeveel NOx-emissierechten mag ik sparen of lenen?

    Een deel van de NOx-emissierechten van een lopend jaar mag u opsparen voor het volgende jaar. Ook kunt u lenen van het volgende jaar. De maximaal toegestane hoeveelheid te sparen/lenen emissierechten wordt begrensd door het spaar-/leenplafond. Dit is een percentage van het verkoopplafond.

    In 2005 mag u 7% van het verkoopplafond sparen naar 2006 en/of 7% lenen van 2006. In de jaren 2006 t/m 2010 is dit 5%. Deze plafonds zijn weergegeven op uw exploittanttegoedrekening (ETR). Ook is aangegeven hoeveel van de spaar-/leenruimte u reeds heeft gebruikt. Het plafond is niet aangepast voor 2005 omdat NOx emissiehandel pas per 1/6 van start is gegaan. Het is dus gerelateerd aan 12 maanden. Hiermee hebben de bedrijven een relatief voordeel in het eerste jaar.

    Let op: sparen en lenen is alleen toegestaan op een ETR!

    De Bedrijvenhelpdesk Emissiehandel is ondergebracht bij SenterNovem en is bereikbaar via telefoonnummer 0900-6080600 (10 eurocent per minuut). De helpdesk is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur. Vragen kunnen ook worden ingestuurd via het mailformulier op www.SenterNovem.nl>Contact>Front office bedrijven.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).