******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=8362&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
Nr. 39
4 september 2006

Gisteren stuurde minister Wijn van EZ, mede namens de staatssecretaris van VROM, een brief aan de Kamer met daarin een overzicht van de in totaal 109 reacties van verschillende marktpartijen en hoe de overheid daarmee omgaat. Het allocatieplan wordt, zo blijkt, op enkele punten aangepast, maar de hoofdlijnen blijven hetzelfde.

De brief wordt aanstaande donderdag 7 september behandeld tijdens een vergadering van de Tweede Kamer over het toewijzingsplan voor CO2-emissierechten aan de Nederlandse industrie. Dat gebeurt op verzoek van de Kamer, die in een debat vlak voor de zomer liet blijken over enkele aanvullende punten nog te willen worden geïnformeerd voordat het plan naar de Europese Commissie wordt verstuurd. Als de Kamer donderdag akkoord gaat met het toewijzingsplan, inclusief aanpassingen, dan kan het plan kort daarna bij de Europese Commissie worden genotificeerd.

Het plafond voor de totale emissies van alle deelnemende bedrijven blijft intact. De bewindslieden houden ondanks protest ook vast aan de korting op de rechten voor elektriciteitsproducenten met 15% (met een ondergrens van 350 GWh productie per jaar). Dat percentage zien zij gestaafd in berekeningen die uitwijzen dat de korting in Nederland netto zelfs iets lager zal uitpakken dan in Duitsland. Ook wordt de klacht gepareerd dat de inspraakperiode van zes weken te kort zou zijn geweest. Later in de toewijzingsprocedure krijgen bedrijven nog de gelegenheid hun zienswijze over de toewijzing in te spreken. Dat kan bij het nationale toewijzingsbesluit, dat volgt op het allocatieplan.

Aanpassingen
De reacties betreffen een groot aantal onderwerpen binnen het allocatieplan. In de brief pareren de bewindslieden een aantal reacties, maar kondigen zej ook enkele aanpassingen aan. De belangrijkste zijn:
• Bedrijven krijgen nog tot 1 oktober 2006 de tijd om de basisjaren – op grond waarvan de historische emissie is berekend - te veranderen. De drie basisjaren zijn eerder gekozen uit de jaren 2001 tot en met 2005.
• De gehanteerde benchmark in het toewijzingsplan voor de opt-in van lachgas wordt verhoogd van 1,7 naar 1,8 kilogram lachgas per ton 100% salpeterzuur.
• De limiet voor het gebruik van emissierechten uit projecten in het buitenland (via JI of CDM) wordt opgetrokken van 8% naar 12%. Dit percentage wordt ook in het Duitse plan gebruikt. Als bedrijven nog meer dan 12% van hun toegewezen nationale rechten via JI/CDM verkrijgen, kunnen ze die overtollige rechten op de markt verkopen.
• Op enkele onduidelijkheden in teksten over nieuwkomers en sluiting is redactie gevoerd.
• Emissierechten van een gesloten inrichting kunnen alleen worden overgedragen aan een soortgelijke inrichting die de productie overneemt, mits de gesloten en de overnemende inrichtingen beide aan de emissiehandel deelnemen.
• Energieinstallaties op duurzame bedrijventerreinen kunnen extra emissierechten krijgen wanneer door vestiging van nieuwe bedrijven de afname van stroom of andere thermische energiedragers toeneemt. Op duurzame bedrijventerreinen staat vaak een relatief grote warmtekrachtinstallatie die energie levert aan meerdere bedrijven op het terrein. Het ontbreken van rechten bij een toename van de levering van energie zou echter geen beletsel mogen vormen voor uitbreiding met nieuwe bedrijven.
• Inrichtingen met een vermogen kleiner dan 20 MW worden buiten het plan gelaten. Deze bedrijven mogen wel tot drie weken na goedkeuring van het plan door de EU commissie aangeven toch aan emissiehandel te willen meedoen (via een zogenoemde 'opt-in'). Indien de Commissie niet akkoord gaat met het uitsluiten van deze inrichtingen, dan vallen deze alsnog onder het handelssysteem.

Kolenconvenant en MEP
Op enkele punten worden nog enkele wijzigingen voorzien. Het belangrijkste onderwerp is de kwantitatieve verwerking van het Kolenconvenant. Elektriciteitsproducenten met kolencentrales kunnen door een recent besluit van minister Wijn over duurzame energie geen nieuwe plannen meer indienen om een beschikking te krijgen voor de MEP-premies voor de bijstook van biomassa. Dit besluit werkt door in de toewijzing en de voorgenomen korting van 15% op de toewijzing van emissierechten aan alle leveranciers van elektriciteit aan het openbare net. Kolencentrales die nog geen MEP krijgen, krijgen dan ook de volledige emissieruimte toebedeeld, en worden dus niet gekort. Bedrijven die al wel MEP hebben gekregen, en waarbij ook geen belemmeringen in de vergunningensfeer aanwezig zijn om biomassa te stoken, krijgen een korting in de toewijzing. Die korting komt overeen met de helft van de verplichting uit het Kolenconvenant.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse Emissieautoriteit heeft zich deze zomer in een nieuwe jas gestoken. De website is vernieuwd en het jaarverslag is in de nieuwe huisstijl gepubliceerd.

    De nieuwe website, www.emissieautoriteit.nl, vervangt de twee oude websites waarop respectievelijk het NEa-dossier (op de VROM-website) en het register (www.nederlandse-emissieautoriteit.nl) stonden. Alle relevante materiaal betreffende de NEa is nu dus verzameld op één website, waarop ook enkele documenten kunnen worden gedownload en op de registers kan worden ingelogd.

    In het jaarverslag maakt de NEa de balans op van 2005, onder andere met enkele cijfers over het aantal verleende vergunningen en het register.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfsleven en overheid praten binnenkort met elkaar verder over de vormgeving van de toekomst van de NOx-emissiehandel. Intussen is in het staande handelssysteem een jaar relatieve rust ingebouwd door het aantal wijzigingen tot een minimum te beperken.

    Zoals eerder in deze nieuwsbrief gemeld, (nr 35 en nr 34) zoeken overheid en bedrijfsleven gezamenlijk naar een oplossing voor de problemen rondom het NOx-plafond en de frictie tussen het systeem voor emissiehandel en de IPPC-richtlijn. Uiterlijk in december moet Nederland aan de Europese Commissie rapporteren over de stand van zaken ten aanzien van de zogenaamde NEC-plafonds, waaronder die voor NOx. Het ziet ernaar uit dat Nederland alle zeilen moet bijzetten om onder dat plafond te komen. Met de voor 2010 afgesproken prestatiestandaard voor installaties (PSR) in het handelssysteem wordt het plafond voor de sector industrie overschreden. Overheid en bedrijfsleven zitten sinds dit voorjaar om de tafel en zetten dat gesprek binnenkort voort.

    Intussen is besloten om de eisen voor verificatie van de emissiejaarverslagen te handhaven op het niveau van 2005 (dus een 'beperkte mate van zekerheid' in de verificatie van de NOx-emissiegegevens). Ook de monitoring zal voorlopig ongewijzigd kunnen blijven – anders dan bij CO2, waar nieuwe richtsnoeren van de Europese Commissie moeten worden uitgevoerd. Ten slotte is de geldigheid van de NOx opt-out regeling, waarvan nu 72 bedrijven gebruikmaken, verlengd met een jaar tot 1-1-2009. Het aantal opt-out beschikkingen zal de komende tijd nog groeien (zie elders in deze nieuwsbrief).

  • Terug naar Inhoud
  • Het ministerie van VROM heeft half augustus 104 bedrijven, meest uit de glastuinbouw, aangeschreven om gegevens over de NOx-emissies aan te leveren. De bedrijven vallen mogelijk onder het regime van het NOx-emissiehandelssysteem, maar komen in veel gevallen tevens in aanmerking voor een opt-out.

    De bedrijven zijn onder de aandacht gekomen omdat de Nederlandse Emissieautoriteit hen opspoorde, of vanwege het feit dat zij zichzelf aanmeldden voor een opt-in voor het systeem van CO2-emissiehandel. Aan CO2-emissiehandel moeten alle bedrijven deelnemen die ten minste één installatie hebben van meer dan 20 MW thermisch vermogen. Bedrijven die daaraan niet voldoen, maar wel opgeteld aan dat vermogen komen, mogen vrijwillig via een opt-in aan CO2-emissiehandel meedoen.

    Voor NOx geldt dat bedrijven moeten meedoen als zij een opgeteld vermogen hebben van meer dan 20 MW, maar als zij minder dan 30 MW hebben, mogen ze een aanvraag indienen om toch buiten het systeem te blijven via de opt-out. "Wij denken dat veruit de meeste van de aangeschreven bedrijven voor de opt-out in aanmerking komen", aldus Wouter Verweij van VROM. "Er zijn ook bedrijven gevonden die helemaal niet onder de reikwijdte van de NOx-emissiehandel vallen."

    Tot dusverre hebben 72 bedrijven gebruik gemaakt van de opt-out voor NOx. Wouter Verweij: "Ik heb gemerkt dat de nieuw aangeschreven bedrijven soms nog vragen hebben bij het bepalen van het gezamenlijk vermogen,. Deze vragen worden door VROM beantwoord, zodat de bedrijven weten of ze voldoen aan de criteria voor de opt-out. Maar ik verwacht wel dat op veel opt-out verzoeken positief zal worden beschikt." De aangeschreven nieuwe bedrijven hebben tot 1 oktober de tijd om te reageren.

  • Terug naar Inhoud
  • Sinds 1 juli jl. hebben VROM en EZ verzoeken in behandeling in de toewijzingsronde voor CO2 voor nieuwkomers in 2006. Er liggen nu 19 verzoeken van 16 inrichtingen.

    De totale omvang van de aanvragen beloopt waarschijnlijk hooguit enkele honderdduizenden ton CO2, terwijl er nu nog bijna zeven miljoen ton in de 'reservepot' voor nieuwkomers zit. Vorig jaar legden nieuwkomers beslag op zo'n 150 kton CO2 daarvan voor de periode tot en met 2007. Vier bedrijven komen vermoedelijk al in aanmerking voor de opt-out voor kleinere bedrijven, maar hebben voor de zekerheid toch een verzoek om toewijzing van rechten ingediend. De meeste bedrijven hebben inmiddels ook de benodigde aanvullende gegevens aangeleverd.

    Over ongeveer een week legt VROM de ontwerpbesluiten zes weken ter inzage voor inspraak. Rond 1 november kan dan de ondertekening en de verzending van de definitieve beschikkingen plaatsvinden.

    Overigens is nu nog niet bekend wat er gebeurt met het eventuele overschot in de reservepot ultimo 2007. Een besluit over bijvoorbeeld veilen of uit de markt halen van dit overschot moet nog worden genomen.

  • Terug naar Inhoud

  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).