******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=8705&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 41
16 november 2006

Het eerste deel van de voorevaluatie van de NOx-emissiehandel staat op de website van VROM. Een van de belangrijkste conclusies is dat de markt tot 2010 vermoedelijk 'long' zal blijven: het aanbod van NOx-emissierechten is groter dan de vraag.

In 2007 staat een "grote" evaluatie gepland voor de systemen van handel in zowel NOx- als CO2-emissierechten. Omdat de prognoses voor de NOx-emissies uit industrie en elektriciteitssector deden vermoeden dat het vastgestelde plafond voor 2010 zal worden overschreden, werd begin dit jaar besloten tot een voorevaluatie. Een consortium onder leiding van Jan van der Kolk is sindsdien met onderzoek bezig geweest naar de juridische aspecten van vergunningverlening en emissiehandel, de ramingen en prognoses van NOx-emissies, de administratieve lasten en de invloed van het NOx-emissiehandelssysteem.

Van der Kolk analyseerde de situatie aan de hand van 19 vragen, samengesteld door overheid en bedrijfsleven. Een belangrijke vraag betrof onder andere de houdbaarheid van het NOx-emissiehandelssysteem en de vergunningverlening op basis van de (Europese) IPPC-richtlijn. Die vraag kwam mede op door een aantal besluiten van de Raad van State (RvS) om milieuvergunningen te vernietigen. In de analyse luidt het antwoord op deze vraag dat een vergunning stand kan houden mits aan de minimale IPPC-eisen is voldaan: de emissie-eis ligt binnen de BREF-range (referentiedocumenten van de best beschikbare technieken) en is beredeneerd vanuit de IPPC. Simpelweg verwijzen naar het bestaan van NOx-emissiehandel zal de toets der kritiek van de RvS niet doorstaan.

Tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat er een verschil is tussen de afspraken over de Performance Standard Rate (PSR), die gebruikt wordt als basis voor de toedeling van emissierechten, en datgene wat de IPPC eist. De IPPC vraagt om toepassing van 'best beschikbare technieken', en hoewel die term onderhevig is aan veel verschillende interpretaties is de technologische innovatie kennelijk sneller gegaan dan verwacht bij het afspreken van de daling van de PSR. "De PSR daalt in 2010 naar 40 gram per gigajoule, maar de bovengrens van de IPPC – dus de minimumeis - zit nu al op gemiddeld ongeveer 37 gram per gigajoule", zegt Julia Williams, programmaleider Emissiehandel bij VROM.
"Van deze waarden gaat geen stimulans uit voor de NOx-emissiehandel", constateert Williams. "De emissies zullen voor de bedrijven gemiddeld lager liggen dan de emissierechten die ze opbouwen. De NOx-handelsmarkt wordt gedomineerd door bedrijven die aan hun doelstellingen moeten voldoen, dus de handel zal niet fors zijn. Maar ook niet nul, omdat sommige bedrijven toch emissierechten zullen moeten kopen."

Prognoses
In 2005 ging volgens de voorevaluatie ongeveer 16,7 kiloton emissierechten over de toonbank, waarvan 3 kiloton over de emissiebeurs tegen bekende prijzen, tussen 30 en 60 eurocent per kilo. Voor de komende tien jaar emissiehandel worden de administratieve lasten begroot op 42 miljoen euro voor 230 inrichtingen, stijgend naar maximaal 75 miljoen euro voor 430 inrichtingen.

Volgens de analyse zal het afgesproken emissieplafond voor de bedrijven in NOx-emissiehandel van 55 kiloton NOx in 2010 worden overschreden. Als alleen de PSR van de emissiehandel zou gelden, dan zou de emissie 67 kiloton bedragen. Volgens de bovenwaarden van IPPC is 65 kiloton reŽel, en voor de (grotendeels praktisch niet haalbare) IPPC-ondergrens 56 kiloton. Julia Williams: "Dat is een probleem, ja."

Om het probleem op te lossen, is een tweede tranche van de voorevaluatie NOx gestart. Daarin wordt gezocht naar een verstandig verband tussen de PSR en wat er technisch haalbaar zal zijn in de toekomst (2010 – 2020). Onderzoeker Jan van der Kolk: "Ik proef dat de industrie dit een interessant voorstel vindt. We zullen dus onderzoeken of de totstandkoming van de PSR een andere grondslag kan krijgen. Vroeger werd de PSR bepaald op basis van historische emissies, nu zou dat mogelijk kunnen op basis van wat technologisch mogelijk is. In de tweede tranche gaan we ook onderzoeken wat de technologische mogelijkheden voor NOx-emissiereductie tot 2010 zijn, maar ook daarna, voorlopig tot 2020."

Daarmee is nog niet direct een oplossing gevonden voor het feit dat het NOx-plafond van 55 kiloton in 2010 dreigt te worden gemist. Williams: "We hebben echter nog een 'reserve' van 13 kiloton achtergehouden toen de NOx-plafonds voor de verschillende sectoren zijn bepaald. Het zal erom spannen of die reserve voldoende is om onder de Europese NOx-eisen te blijven. Daarover zal de overheid binnenkort rapporteren aan de Tweede Kamer en aan Brussel."

De tweede tranche van de voorevaluatie wordt naar verwachting komend voorjaar afgerond.

  • Terug naar Inhoud
  • Binnenkort publiceert de Europese Commissie de Nederlandse vertaling van de verplichte richtsnoeren voor monitoring en rapportage van CO2-emissies na 2008. Intussen bereiden het ministerie van VROM en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) een wijziging van de ministeriŽle regeling regeling 'monitoring handel in emissierechten' voor, waarvan de inhoud eind januari 2007 zal worden vastgesteld en die vanaf 1 januari 2008 in werking treedt. Dat betekent dat vanaf die datum de nieuwe eisen verwerkt moeten zijn in gevalideerde monitoringsplannen van nieuwe en bestaande bedrijfslocaties.

    Al uit de Engelse versie van de richtsnoeren is duidelijk dat enkele zaken nog voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Weliswaar heeft de Commissie ook het concept van een lijst van vragen en antwoorden ten aanzien van monitoring gepubliceerd, maar enkele antwoorden op de discussiepunten moeten nog worden uitgedokterd. "Een paar dingen hangen nog af van de interpretatie", zegt Jeroen Bremmer van VROM, die nauw samenwerkt met de NEa.

    Zo moet de zogenoemde 'tier'-structuur nog verder worden ingevuld. De tier geeft aan welke onzekerheden een bedrijf in zijn meetgegevens mag hanteren. "Grotere bedrijven vallen in de hoogste en dus de strengste tier", legt Bremmer uit. "Zij mogen een onzekerheid van 1,5% in de grootste brandstofstromen hanteren. Maar er is bijvoorbeeld nog onduidelijkheid over hoe je die onzekerheid moet bepalen, en over de mogelijkheid voor bedrijven om terug te vallen op een lagere tier als de kosten 'onredelijk hoog' worden. Voor kleinere bedrijven met een uitstoot minder dan 25 kton per jaar komt er de mogelijkheid voor een eenvoudiger monitoringsplan. Maar wanneer val je nu precies in die categorie?"

    Er zijn wel al een paar zaken eenduidig geregeld. Nieuw is bijvoorbeeld een onderscheid tussen standaardbrandstoffen zoals diesel, en handelsbrandstoffen waarvan de koolstofinhoud nog wel eens wil variŽren.

    Nederland overlegt momenteel met een aantal landen – Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk – over het formuleren van eenduidige antwoorden op de openstaande vragen. "Idealiter zou die interpretatie voor alle lidstaten hetzelfde zijn", zegt Jeroen Bremmer, "maar we kunnen daar niet onbeperkt de tijd voor nemen, want de Nederlandse bedrijven moeten tijdig aan het werk kunnen. Het uitgangspunt is daarom dat de inhoud van de ministeriŽle regeling op 31 januari 2007 definitief zal zijn. Voor een aantal andere zaken, die niet in de regeling opgenomen hoeven te worden, kunnen we iets meer tijd nemen voor de afstemming met de andere lidstaten."

    Nederlandse bedrijven zullen begin december een brief krijgen met daarin verder uitsluitsel over de zekere en nog onzekere veranderingen in de monitoring vanaf 2008. In de brief zullen ook handvatten staan over wat bedrijven nķ al kunnen doen om zich voor te bereiden op de nieuwe eisen. "Bedrijven kunnen dan vast een voorschot nemen op het formuleren van een nieuw monitoringsplan, dat nieuwe bedrijfslocaties voor 1 juni en bedrijfslocaties met een bestaande emissievergunning voor 1 augustus 2007 bij de NEa moeten indienen", aldus Bremmer.

    Voor het handelsjaar 2007 zijn er dus geen veranderingen in de monitoringsregels. De veranderingen vanaf 2008 raken volgens Bremmer voor de meeste bedrijven het hart van het monitoringsplan en zullen dus een aanzienlijke inspanning vergen voor nieuwe en bestaande bedrijfslocaties. "Vooral voor de complexere bedrijven met veel brandstofstromen, zoals raffinaderijen, verandert er veel. Ook voor kleinere bestaande bedrijfslocaties, zijn er essentiŽle veranderingen. Deze zijn soms ten gunste van het bedrijf, maar vereisen in elk geval fundamentele aanpassingen van het monitoringsplan. Bedrijfslocaties die nu nog niet meedoen met CO2-emissiehandel, maar vanaf 2008 wel, hebben natuurlijk ook veel werk voor de boeg."

  • Terug naar Inhoud
  • Het ministerie van VROM stuurt deze week aan 12 bedrijven ontwerpbesluiten met daarin vermeld hoeveel emissierechten deze nieuwkomers krijgen toegewezen. In totaal krijgen de nieuwkomers 701,689 kiloton aan rechten toegewezen tot en met 2007. Dat is 4,5 keer zo veel als vorig jaar aan nieuwkomers is toegewezen (bijna 150 kiloton).

    De toewijzing van emissierechten aan nieuwkomers heeft even op zich laten wachten, onder andere doordat de beoordeling van en berekeningen aan het tweede nationale allocatieplan vertraging opliep. "De toewijzing van de emissierechten aan nieuwkomers en de beoordeling van het tweede nationaal allocatieplan is de verantwoordelijkheid van dezelfde mensen, vandaar het oponthoud', aldus Paul van de Lee van VROM.

    Van de negentien verzoeken die bij VROM zijn ingediend, krijgen twaalf bedrijven emissierechten toegewezen. Drie bedrijven kwamen in aanmerking voor de opt-out regeling voor kleinere bedrijven; ze hadden alleen voor de zekerheid een toewijzing van rechten aangevraagd. De vier overige bedrijven krijgen geen emissierechten toegediend; hun verzoek is afgewezen.

    VROM legt de ontwerpbesluiten nu zes weken ter inzage voor inspraak. Vervolgens worden rond eind december de definitieve besluiten vastgesteld. Op 28 februari 2007 krijgen de betreffende bedrijven de emissierechten verleend.

    Het aantal resterende emissierechten in de reservepot is nu in totaal 6.077,36 kiloton, inclusief de reserveringen voor bekende nieuwkomers. Er moet nog een besluit genomen worden over de mogelijkheden om de overgebleven emissierechten eventueel uit de markt te halen of te veilen.

  • Terug naar Inhoud
  • Behalve Nederland gaat ook Frankrijk emissierechten toewijzen aan bedrijven die lachgas uitstoten. De richtlijn voor emissiehandel biedt de mogelijkheid om andere broeikasgassen dan CO2 via een ' opt-in' onder de emissiehandel te laten vallen.

    Er zit echter wel een verschil in de manier waarop Nederland en Frankrijk aan de N2O-producerende salpeterzuur-industrie emissierechten wil toewijzen. Nederland wil rechten toewijzen naar de stand der techniek en komt dan uit op 1,8 kilo N2O per ton geproduceerde salpeterzuur (100%). Frankrijk heeft in zijn allocatieplan een toewijzing staan van 2,47 kg/ton. Daarmee zou de Franse industrie een voordeel verkrijgen ten opzichte van de Nederlandse fabrieken.

    Uiteindelijk moet de Europese Commissie oordelen over deze verschillen in de toewijzing. Eind deze maand wordt naar verwachting het oordeel uitgesproken over de eerste tranche allocatieplannen – waarschijnlijk nog zonder Nederland. De Commissie heeft al toegezegd dat met deze besluiten nog niet het definitieve oordeel is geveld over de opt-in voor N2O. Dat besluit de Commissie pas later, wellicht begin volgend jaar.

  • Terug naar Inhoud

  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).