******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=8967&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 43
17 januari 2007

De Europese Commissie heeft gisteren in een beschikking aan de Nederlandse regering laten weten dat zij het voorgestelde plafond voor CO2-emissies voor bedrijven die aan het Europese handelssysteem meedoen, omlaag wil schroeven met 5%. De Commissie wil een krappere markt voor CO2 en vindt ook het Nederlandse voorgestelde plafond te ruim ten opzichte van de werkelijke emissies in 2005.

Reeds in november besloot de Europese Commissie de toewijzingsplannen voor de handelsperiode 2008-2012 van negen lidstaten met gemiddeld 7% te 'knijpen'. Gisteren kreeg ook BelgiŽ te horen dat het plafond verder omlaag moet, en wel met 7,5%. "De beschikkingen van vandaag en in november geven aan dat Europa volledig toegewijd is aan de Kyoto-doelstellingen", aldus Eurocommissaris Dimas van milieu in het begeleidende persbericht. "We behandelen alle lidstaten gelijk en willen ook verzekeren dat de noodzakelijke schaarste in de Europese markt ontstaat."

In een reactie zegt Paul van Slobbe, die bij EZ projectleider is van het toewijzingsplan: "Het is een hard oordeel, maar niet helemaal onverwachts, want ook de andere landen is dit overkomen. Vreemd is wel is dat wij met ons plan de Kyoto-doelstellingen zouden halen. Maar de Commissie hanteert een formule die is gebaseerd op de emissies in 2005 plus eigen groeiprognoses." De Commissie licht de cijfers in haar beschikking uitgebreid toe.

Kleine emitters
Voorspelbaar was ook dat Nederlandse bedrijven, in plaats van de voorgestelde 12%, niet meer dan 10% van hun emissierechten buiten de EU kunnen verkrijgen, via bijvoorbeeld CDM-projecten in ontwikkelingslanden. Met enkele andere onderdelen van de beoordeling door de Europese Commissie heeft de Nederlandse overheid aanzienlijk meer moeite. In de tweede handelsperiode vanaf 1 januari 2008 zullen bijvoorbeeld ook de bedrijven met relatief kleine emissies aan het handelssysteem mee moeten doen. Daartoe behoren bijvoorbeeld veel tuinders en kleinere bedrijven.

De Europese Commissie houdt vast aan het uitgangspunt dat alle bedrijven met een opgeteld vermogen van meer dan 20 megawatt met de emissiehandel mee moeten doen; Nederland wilde alleen bedrijven met minimaal ťťn installatie groter dan 20 MW mee laten doen. "Dat betekent veel administratieve rompslomp en weinig extra emissiereductie", aldus Van Slobbe. "Het is temeer onbegrijpelijk omdat Groot-BrittanniŽ via een wat andere aanpak wel toestemming heeft gekregen om kleinere bedrijven buiten het systeem te laten." Overigens is die Britse aanpak voor de Nederlandse situatie ongeschikt, omdat daarbij toch te veel 'kleine emitters' mee zouden moeten doen.

Nederland kort de emissierechten voor de elektriciteitsproducenten met 15% vanwege de 'windfall profits' – ontstaan door doorberekenen van gratis rechten aan de eindgebruiker – en wilde een derde deel daarvan doorsluizen naar de grote stroomverbruikers. Die zouden daarmee gecompenseerd worden voor de relatief hoge stroomprijzen, maar dit voorstel vindt geen genade in de ogen van de Commissie. Deze ziet de herverdeling op basis van het stroomverbruik als een 'bonus voor elektriciteitsaankoop', en verwacht daarvan eerder negatieve milieu-effecten. Ook is er waarschijnlijk sprake van concurrentievervalsing.

Ten slotte denkt de Commissie ook dat sommige bedrijven die reeds gerealiseerde besparingsmaatregelen beloond zouden zien met een 1,15 maal hogere toewijzing, meer zouden krijgen dan hun werkelijke behoefte aan emissierechten. Dat overschot zou kunnen ontstaan doordat deze bedrijven ook een portie krijgen van de gekorte emissierechten uit de elektriciteitssector. De Commissie suggereert om de factor 1,15 omlaag te brengen of een groter deel van de toewijzing te veilen.

De ministeries van VROM en EZ gaan de opmerkingen van de Commissie nu verwerken. Het toewijzingsplan moet nog dit jaar worden bekrachtigd in Nederlandse wet- en regelgeving, om op 1 januari 2008 te kunnen starten met de tweede handelsperiode.

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie ziet een goed functionerend systeem voor emissiehandel als het belangrijkste vehikel om de emissies van broeikasgassen ook na 2012 verder terug te brengen. De Commissie wil inzetten op 30% minder emissies in 2020 (dan in 1990) als ook andere industrielanden meedoen. Als zo'n internationale afspraak uitblijft, legt de EU zichzelf een doelstelling van 20% op, mede te realiseren via emissiehandel.

    Als de Europese Raad (in maart) en ook het Europese Parlement, met deze plannen akkoord gaan, lijkt de voortzetting van het Europese systeem voor emissiehandel ook na 2012 verzekerd. Volgens een woordvoerder van het Europese Directoraat-Generaal voor Milieu zal het systeem voor emissiehandel verder worden uitgebreid. Naast het vliegverkeer, waartoe al een besluit is genomen, zal ook aanbevolen worden dat het (weg-, water- en rail-)transport onder het systeem zullen vallen, evenals emissies van bijvoorbeeld fluorhoudende gassen buiten de energiesector. Naast de industrielanden zullen ook ontwikkelingslanden worden gevraagd bij het Europese systeem aan te haken.

    Volgens Willem van Vriesland, ambtenaar bij DG Milieu, is na het akkoord door de Europese Raad een taakverdeling van de emissiereductie per lidstaat nodig. "Over de methodiek daarvoor kan ik nu nog weinig zeggen. Wel hebben we nu een betere kennis over de mogelijkheden dan bij het vorige 'burden sharing agreement'." Voor de periode tot 2012 is deze taakverdeling in 1997 in Kyoto afgesproken, tijdens de onderhandelingen die uiteindelijk leidden tot het Kyoto Protocol voor internationaal klimaatbeleid.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfslocaties kunnen bij de afsluiting van hun handelsjaar 2006 nog geen gebruik maken van CERs (Certified Emission Reduction Certificates); dit zijn emissierechten uit het Clean Development Mechanism (CDM). De reden hiervoor is, dat de registers van de EU-lidstaten niet vůůr 1 mei 2007 kunnen overschakelen van het EU-transactielogboek (CITL) naar dat van de Verenigde Naties (ITL). Pas na deze overschakeling, die volgens de planning wel in 2007 zal plaatsvinden, kunnen CERs uit het CDM-register worden overgeboekt naar de rekeningen van projectdeelnemers.

    De Europese Linking Directive (2004/101/EG) bepaalt dat bedrijfslocaties naast EU-emissierechten ook emissierechten uit de Kyoto mechanismen mogen gebruiken om in te leveren ter vereffening van hun emissies. Het toegestane percentage hiervoor wordt door iedere lidstaat vastgelegd in het allocatieplan voor de betreffende periode. In planperiode 1 (2005-2007) mogen alleen CERs worden gebruikt, in planperiode 2 (2008-2012) ook ERUs (Emission Reduction Units), dit zijn emissierechten verkregen uit Joint Implementation. In de praktijk kunnen deze CERs en ERUs dus pas worden gebruikt als het Nederlandse register is aangesloten op het internationale transactielogboek van de Verenigde Naties.

  • Terug naar Inhoud
  • Eind deze maand zullen de uitvoerders de resultaten van de voorevaluatie NOx-emissiehandel presenteren aan overheid en bedrijfsleven. Overheid en bedrijfsleven zullen vervolgens hun positie bepalen ten aanzien van de consequenties voor de NOx-emissiehandel.

    In het eerste deel van de voorevaluatie onderzocht een consortium onder leiding van Jan van der Kolk de juridische aspecten van vergunningverlening en emissiehandel, de ramingen en prognoses van NOx-emissies, de administratieve lasten en de invloed van het NOx-emissiehandelssysteem. De onderzoekers kwamen toen tot de conclusie dat de markt tot 2010 vermoedelijk 'long' zal blijven: het aanbod van NOx-emissierechten is groter dan de vraag. Het afgesproken emissieplafond voor de bedrijven in NOx-emissiehandel van 55 kiloton NOx in 2010 zal waarschijnlijk worden overschreden.

    In de tweede fase is gezocht naar wat er technisch haalbaar zal zijn in de toekomst. Daarbij wordt voornamelijk gekeken naar de periode tot 2020. In onderzoek zijn de mogelijkheden voor een herziening van de methodiek om de emissierechten aan elk bedrijf toe te wijzen. De belangrijkste onderzoeksvraag daarbij is hoe de toewijzing scherp en wendbaar genoeg kan zijn om het emissieplafond – ook het nog vast te stellen plafond voor de periode na 2010 - te realiseren, zonder dat het emissiehandelende bedrijfsleven daardoor collectief in de technische problemen komt.Als overheid en bedrijfsleven hun positie bepaald hebben, volgt weer overleg.

    Inmiddels loopt ook een 'grote' evaluatie van de werking van de handel in CO2 en NOx-emissierechten in Nederland, "om te kijken waar verbetering en versimpeling mogelijk is binnen de grenzen van de Europese systemen", aldus Julia Williams van VROM. "Wellicht kunnen we de relatieve voordelen wat vergroten door onze systemen verder te stroomlijnen."

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie heeft de Nederlandse vertaling van de Europese Monitoring and Reporting Guidelines (MRG) 2008 - 2012 gereed.

    Eind januari 2007 zullen de monitoringseisen uit de MRG vaststaan in een eindconcept van de nieuwe MinisteriŽle Regeling (MR). Begin februari 2007 publiceert de Nederlandse Emissieautoriteit een toegankelijke uitleg van de MR, de Leidraad CO2-monitoring, op de website van de NEa. De Leidraad CO2-monitoring wordt tevens tijdens de NEa-seminars begin februari in hardcopy uitgedeeld.

    Voor meer informatie over de interpretatie van de MRG kunt u contact opnemen met de Helpdesk NEa, telefoon: 070 - 339 52 50, of per e-mail: nea@minvrom.nl.

  • Terug naar Inhoud
  • De NEa heeft een gecorrigeerde versie gepubliceerd van het format voor het emissieverslag over 2006.In de eerdere versie van het emissieverslag 2006 stond in de tabbladen installatie 6 tot en met 25 een verkeerde Performance Standard Rate (PSR).

    Klik hier om het emissieverslag te downloaden.

  • Terug naar Inhoud
  • In februari 2007 organiseert de NEa drie regionale seminars met workshops over de nieuwe monitoringseisen en vergunningverlening voor de periode 2008 - 2012 en workshops over het afsluiten van handelsjaar 2006. Er zijn aparte workshops voor bedrijfslocaties die voor het eerst onder het systeem van CO2- of de opt-in voor N2O-emissiehandel komen te vallen ťn voor bedrijfslocaties die op dit moment een emissievergunning voor CO2 hebben. Zij ontvingen eind december per e-mail een uitnodiging hiervoor.

    Meldt u zich met dit formulier aan. U krijgt tijdens de seminars relevante en praktische informatie over uw verplichtingen in 2007. In elk geval ontvangt u de Leidraad CO2-monitoring.
    De seminars worden op de volgende data en locaties aangeboden:
    •dinsdag 6 februari 2007 te Rotterdam
    •donderdag 8 februari 2007 te Eindhoven
    •donderdag 15 februari 2007 te Zwolle

    Het programma van de seminars is op alle data gelijk.

    Klik hier voor een overzicht van het volledige programma.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.

    Ik heb nu al een emissievergunning voor CO2-emissiehandel. Kan ik mijn bestaande monitoringsplan blijven gebruiken vanaf 2008?

    Nee, dit is niet mogelijk. De Europese monitoringseisen zijn namelijk zodanig veranderd dat Šlle bedrijven met een emissievergunning voor CO2 hun monitoringsplan moeten aanpassen. Veel veranderingen hebben betrekking op de systematiek van de CO2-monitoring en zullen in het bestaande monitoringsplan leiden tot fundamentele wijzigingen. De grootte van de wijzigingen zal wel beperkter zijn voor kleine, minder complexe bedrijfslocaties dan voor grote, complexe bedrijfslocaties. Overigens zijn veel veranderingen versoepelingen in de eisen of verduidelijkingen ten opzichte van de eisen die in 2005-2007 gelden.

    Hoeveel tijd kost het mij om een monitoringsplan te maken?

    Dat hangt af van de grootte en complexiteit van uw bedrijfslocatie. Voor een gemiddelde bedrijfslocatie zal het zo'n 2 ŗ 3 maanden kosten om een monitoringsplan te schrijven. Als u nog veel punten moet uitzoeken, als uw bedrijfslocatie groot of complex is of als u een externe adviseur wilt inhuren om uw monitoringsplan te schrijven, neemt de tijd toe die het schrijven van een monitoringsplan kost.

    De Helpdesk NEa is op 2 januari 2007 van start gegaan. Bij deze uitgebreide versie van de Helpdesk Registratie Emissiehandel kunt u terecht met al uw vragen over de Nederlandse Emissieautoriteit en de uitvoering van emissiehandel. Vragen over de registers kunt u voortaan ook daar stellen. Het telefoonnummer is 070-3395250 (werkdagen 9.00-12.00u), het emailadres nea@minvrom.nl.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).