******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=9129&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 44
15 februari 2007

Voorzitter Wientjes van werkgeversvereniging VNO-NCW zal deze week een brief sturen naar het Nederlandse kabinet over aanpassingen van de toewijzing van CO2-emissierechten voor de periode 2008-2012. Enkele weken geleden eiste Brussel aanpassing van het ingediende plan, onder andere met een 5% lager emissieplafond.

VNO-NCW pleit ervoor dat de 5% korting (ongeveer 4,6 miljoen ton) niet wordt toegepast op de rechten van de deelnemende bedrijven, maar voor een groot deel (2 miljoen ton) ten laste komt van de hoeveelheid geveilde emissierechten. "We zijn niet tevoren overeengekomen om een eventuele korting op het bedrijfsleven af te wentelen", zegt Wiel Klerken, secretaris Milieu bij VNO-NCW. "De pijn moet gelijk verdeeld worden. Dat betekent dat er minder emissierechten geveild moeten worden. De overheid zal daarmee inkomsten mislopen, maar aan de andere kant hoeft de overheid nu ook voor 4,6 miljoen ton CO2 minder projecten in het buitenland te financieren om Kyoto te kunnen halen."

Als de hoeveelheid geveilde emissierechten van aanvankelijk vier miljoen ton wordt gehalveerd, kan de resterende 2,6 miljoen ton gelijkelijk worden gekort op de toewijzing aan de industrie, de elektriciteitsproducenten en de reserve.
De demissionaire minister Wijn van Economische Zaken en staatssecretaris Van Geel van VROM hebben besloten hun voornemens over aanpassingen op te schorten en over te laten aan het nieuwe kabinet. Daardoor werd ook het Kameroverleg van vorige week opgeschort. De nieuwe ministers Van der Hoeven van Economische Zaken en Cramer van Milieu en Energie, die volgens het regeerakkoord ambitieuze plannen hebben voor emissiereductie (30% in 2020), zullen nu over de aanpassingen besluiten.

  • Terug naar Inhoud
  • Het CO2-deel van de emissiejaarverslagen moet vanaf het verslagjaar 2006 worden geverifieerd met een zogenoemde 'redelijke mate van zekerheid'. De verificateur dient in de komende emissiejaarverslagen over 2006 een positieve verificatieverklaring af te geven over de CO2-rapportage. Voor de nationale NOx-emissiehandel blijft gelden dat verificaties worden uitgevoerd met 'beperkte mate van zekerheid'.

    Om tegemoet te komen aan de bedrijven besloot de overheid om in het eerste verslagjaar 2005 te laten verifiëren op grond van 'beperkte mate van zekerheid'. Nederland nam hiermee binnen de CO2-emissiehandel in Europa een uitzonderingspositie. De Europese Commissie stelt verificaties met redelijke mate van zekerheid vanaf 1 januari 2008 verplicht. Nederland wil nu al ervaring opdoen met de nieuwe standaard.

    Het verschil tussen de twee verificatiestandaarden komt tot uitdrukking in het aantal controles dat de verificateur uitvoert. Bij een beperkte mate van zekerheid volstaat een goedkeurende verklaring waaruit blijkt dat er de verificateur geen aanwijzingen heeft gevonden dat het emissieverslag niet klopt. Bij een redelijke mate van zekerheid voert de verificateur intensievere controles uit zodat hij of zij kan verklaren dat de data in het emissieverslag kloppen. De goedkeurende verklaring houdt in dat de gegevens van het bedrijf materieel gezien juist zijn.

    Tijdens een workshop in juni 2006 met vertegenwoordigers van alle bij de emissiehandel betrokken partijen, werd duidelijk dat de overstap naar redelijke mate van zekerheid niet gepaard hoeft te gaan met hogere kosten voor de bedrijven. In de meeste gevallen zullen de kosten vergelijkbaar zijn. Een eerste reden hiervoor is dat de werkwijzen voor beide verificatiemethoden redelijk overeenkomen. Ten tweede zijn de verificateurs inmiddels bekend met hun bedrijven en zouden zij daarom minder tijd nodig hebben om hun verificatie uit te voeren. Een verzwaring van de controles zal per saldo geen of weinig extra kosten opleveren. Als de verificatie wel leidt tot hogere kosten, dan betreft het waarschijnlijk zeer complexe bedrijven.

  • Terug naar Inhoud
  • Volgende week zal de Milieucommissie van werkgeversvereniging VNO-NCW zich beraden op haar standpunt ten aanzien van de handel in NOx-emissierechten. In de weken daarna zal er overleg plaatsvinden met de overheid over de toekomst van de NOx-emissiehandel.

    VNO-NCW beraadt zich naar aanleiding van de bevindingen in de voorevaluatie van de NOx-emissiehandel. Momenteel oordeelt het bedrijfsleven het systeem niet erg positief over het systeem. "Bij de handel zelf gaat het nu om dubbeltjes, het is een relatief duur systeem en het is ineffectief", zegt Wiel Klerken, secretaris Milieu bij VNO-NCW. "Het is bovendien onduidelijk hoeveel ruimte wij krijgen van Brussel om ons eigen handelssysteem te houden."

    Met dat laatste doelt Klerken op de wrijving die is ontstaan tussen het Nederlandse handelssysteem en de Europese wetgeving: de zogenoemde NEC-plafonds voor NOx-emissies in landen en de IPPC-richtlijn die geldt voor installaties groter dan 50MWth en die oplegt dat de betreffende bedrijven de beste beschikbare technieken moeten toepassen. Deze richtlijn geldt ook voor stikstofoxiden. Momenteel wordt in de voorevaluatie een laatste scenario voor de ontwikkeling van de NOx-uitstoot (voor installaties en landelijk) afgerond. "Als de IPPC-norm streng wordt gehandhaafd, is er weinig ruimte meer voor handel", zegt Klerken. "Handel floreert juist als een bedrijf kan kiezen tussen investeren of kopen. Bij de CO2 handel heeft de Commissie dat ook ingezien, en IPPC op dit onderdeel buiten werking gesteld. Dat zou ook voor NOx moeten gebeuren. Maar wij ervaren dat er bij de huidige Europese herziening van de NEC-plafonds, die in 2009 moet zijn afgerond, meer bereidheid ontstaat om hiernaar te kijken."

    Volgens Klerken is stoppen met NOx-emissiehandel niet aan de orde. "Dat kan niet zomaar. Er is wetgeving en de vergunningen voor bedrijven zijn erop gebaseerd. Eerder denken we aan verbreding van het gebied voor emissiehandel, bijvoorbeeld met het Ruhrgebied of de regio Antwerpen en met hulp van Brussel."


  • Terug naar Inhoud
  • Begin maart zullen alle bedrijven die deelnemen aan handel in CO2- en NOx-emissierechten worden geënquêteerd over de werking van beide systemen in de afgelopen twee jaar. De vragen maken deel uit van een Nederlandse evaluatie van emissiehandel, die tot doel heeft de systemen in Nederland waar mogelijk te vereenvoudigen en te verbeteren.

    Vincent Swinkels van DHV, projectleider van de evaluatie: "We zullen ons concentreren op een aantal hoofdzaken: de juridische structuur, de praktische uitvoering, de kwaliteit van het werk van de Nederlandse Emissie-autoriteit, de werking van de emissierechtenmarkt en de administratieve lasten voor bedrijven. De evaluatie zal niet specifiek gaan over de allocatie van emissierechten of de rekenregels, maar wel over het proces dat uiteindelijk leidt tot de toewijzing, inclusief de overlegstructuren."

    De enquête is onderdeel van de evaluatie die wordt uitgevoerd door een consortium met DHV, adviseur Jan van der Kolk, juriste Joker Hofland en KPMG. Er zullen ook gesprekken worden gevoerd met betrokken bedrijven, overheden, NEa en verificateurs. De eindrapportage wordt verwacht voor begin juli. "Uit de evaluatie zou ook input voor de grote Europese herziening van het handelssysteem kunnen voortkomen", aldus Vincent Swinkels. "Ook kijken we bijvoorbeeld naar hoe Nederlands zijn invloed in Brussel heeft aangewend. Maar de evaluatie blijft primair gericht op de systemen in Nederland, voor zowel NOx als CO2."

  • Terug naar Inhoud
  • Harmonisatie van uitvoering, toezicht en handhaving zal voor de Nederlandse overheid een speerpunt zijn in de komende besprekingen over de 'review' van het Europese systeem voor CO2-emissiehandel.

    Volgens het nieuwe regeerakkoord zet Nederland in op 30% minder emissies van broeikasgassen in 2020, bij voorkeur in Europees verband. Nederland blijft het systeem zien als hét instrument voor verdere emissiereductie. Ook de Europese Commissie heeft al uitgesproken het systeem ook na 2012 te willen voortzetten. In Europa zal dit jaar een uitgebreide evaluatie van het handelssysteem plaatsvinden, die naar verwachting eind dit jaar zal uitmonden in een voorstel voor aanpassingen in het systeem na 2012.

    Hoewel de inzet van Nederland in deze besprekingen nog definitief moet worden bepaald door het nieuwe kabinet, wordt harmonisatie van groot belang geacht. "EU-lidstaten hebben nu veel verschillende systemen voor de uitvoering van de emissiehandel, het toezicht en de handhaving", zegt Paul van Slobbe van EZ. "Het vergunningtraject, de monitoring en de verificatie van de gegevens zou verder moeten worden geharmoniseerd, en ook de toewijzing gebeurt in elk land anders. Het zou goed zijn als er een standaard voor de industrie zou komen, op basis waarvan rechten worden toegewezen." Nederland zet tevens in op een groter aandeel te veilen emissierechten en een coulante behandeling van de kleinere installaties.

    In de komende maanden belegt de Europese Commissie een viertal bijeenkomsten met vertegenwoordigers van lidstaten, milieuorganisaties en andere belangenorganisaties. Tijdens die bijeenkomst komen tal van aspecten van het Europese systeem aan de orde, zoals de toewijzing, de handhaving, het veilen van rechten en de positie van kleinere bedrijven. Van Slobbe; "Voor ons staat voorop dat het systeem effectief is in het realiseren van emissiereductiedoelstellingen. Daarbij spelen ook zaken als lange termijn zekerheid, de stimulering van innovatie, vereenvoudiging en verbetering van de robuustheid en de uitvoerbaarheid van het systeem."

  • Terug naar Inhoud
  • Volgende week ligt in de Milieuraad het voorstel van de Europese Commissie op tafel om de CO2-emissie van de luchtvaart vanaf 2011 onder te brengen in het Europese systeem voor emissiehandel. De sector is na aanvankelijke reserves welwillend. Waarschijnlijk zullen de emissies binnen de luchtvaartsector wel verder groeien, maar onder andere de KLM denkt die groei te kunnen dekken met de aankoop van emissierechten.

    De uitstoot van broeikasgassen door de luchtvaart is in de periode 1990 tot 2004 met 87% gegroeid. Volgens prognoses gaat het aantal vluchten nog voor 2020 verdubbelen. Nu komt 3% van de uitstoot van broeikasgassen op het conto van de luchtvaart, maar dat wordt dus nog meer, alle efficiencyverbeteringen van vliegtuigen ten spijt. Volgens Eurocommissaris van Milieu, Stavros Dimas, dreigt de luchtvaart de voortgang van andere sectoren gedeeltelijk teniet te doen. Europa moet in 2012 volgens 'Kyoto' 8% minder CO2 uitstoten, maar een kwart daarvan dreigt te worden opgevuld door meer vluchten.

    Het voorstel van de Europese Commissie ligt nu bij de lidstaten op tafel. Aniel Bangoer, senior beleidsmedewerker bij VROM, heeft de indruk dat de intentie van het voorstel in de verschillende landen goed ontvangen wordt. Wel is er verschil van mening over hoe een dergelijke regeling ingevoerd moet worden: alleen vluchten binnen Europa of ook vluchten vertrekkend van en aankomend op een EU luchthaven? Wat betekent het als bijvoorbeeld Amerikaanse maatschappijen daar niet aan mee willen doen?

    Het voorstel draait om het uitgeven van emissierechten op basis van de uitstoot in de periode van 2004 tot en met 2006. "Het aantal rechten zal worden bevroren op het niveau van het gemiddelde van de emissies van de jaren 2004, 2005 en 2006", licht Bangoer toe, "meer dan dat kan het niet worden."

    Het ziet er naar uit dat de emissierechten voor het grootste deel gratis uitgegeven gaan worden, een klein deel, 3% volgens de Commissie, zal ter veiling aangeboden worden. Luchtvaartmaatschappijen zullen de emissiekosten doorberekenen aan hun klanten, wat ongeveer 5 euro extra zal kosten voor een korte vlucht (minder dan 500 kilometer) en ongeveer 40 euro voor een intercontinentale vlucht.

    "KLM is samen met Air France en onder andere British Airways een voorstander van de emissiehandel", zegt Udeke Huiskamp, director sustainability bij KLM. Liefst zou KLM het wereldwijd ingevoerd zien, maar Amerikaanse maatschappijen hebben al laten weten geen emissiebeperkingen te accepteren van de Europese Commissie, vooralsnog ook niet na 2012. "Het is goed dat Europa voorop loopt, maar laat ze eerst laten zien dat emissiehandel bij de luchtvaart werkt, dat het te monitoren is en te verifiëren. Dat is de beste manier om de Amerikanen mee te krijgen." Voor de Europese luchtvaartmaatschappijen is dat van belang omdat ze anders een concurrentienadeel vrezen.

    Vormt het emissierechtensysteem een belemmering voor de groei van de luchtvaart? "Als het een eerlijk systeem is waarbij de milieukosten doorberekend kunnen worden in de ticketprijs zal dit niet zoveel invloed hebben op de groei", verwacht Huiskamp. "Emissiehandel maakt het mogelijk om de toename van CO2 te compenseren door aankoop van emissierechten en dat is nodig zolang er voor luchtvaart geen alternatieve techniek of brandstof beschikbaar is om het klimaateffect van vliegen verder terug te dringen."

    Als de luchtvaart wordt ondergebracht in een emissiehandelssysteem, wil KLM ook mee kunnen doen aan het zogenaamde Clean Development Mechanism, dat het mogelijk maakt om de CO2 van vluchten ergens anders te compenseren. Zo kan een luchtvaartmaatschappij altijd emissierechten kopen als extra vraag naar vluchten dat nodig maakt. Dat kan overigens ook gewoon op de Europese emissiehandelsmarkt. Als het voorstel een rondje heeft gemaakt door de lidstaten, zal het in september naar voren worden gebracht op de bijeenkomst van de internationale burgerluchtvaart organisatie ICAO.

  • Terug naar Inhoud
  • Het verslagjaar 2007 is het laatste jaar waarover VBE de gegevens in de emissiejaarverslagen van bedrijven zal kunnen verifiëren. Zoals van meet af aan de bedoeling was zal het VBE, onderdeel van EZ-agentschap Senternovem, niet langer functioneren als verificateur. De overheidsbijdrage aan de verificatie stopt met ingang van verslagjaar 2008.

    De overgrote meerderheid van alle bedrijven die aan de emissiehandel voor CO2 en NOx deelnemen maakt nu gebruik van de diensten van VBE, mede omdat daarmee een bijdrage van de overheid in de kosten gemoeid was. Vanaf verslagjaar 2008, in de nieuwe handelsperiode, zullen alleen commerciële verificateurs hun goedkeuring mogen hechten aan de emissieverslagen. Deze verificateurs moeten zelf uiteraardzijn geaccrediteerd bij de Raad van Accreditatie.

    Overigens blijven alle gegevens het bezit van de bedrijven zelf. Deze gegevens kunnen dus direct ter beschikking van de nieuwe verificateur worden gesteld. Voor een soepele overgang krijgen de bedrijven de mogelijkheid dat de nieuwe verificateur dit jaar alvast kan meelopen met de verificatie door VBE. Hoe dat precies gaat werken, wordt de komende weken verder uitgewerkt.

  • Terug naar Inhoud
  • Op 5 februari heeft de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) de Leidraad CO2-monitoring op haar website gepubliceerd. Deelnemers aan de NEa-seminars hebben hiervan al een papieren exemplaar ontvangen.

    De Leidraad is een toegankelijke uitleg van de monitoringseisen voor CO2 die vanaf 1 januari 2008 in werking treden. Bedrijfslocaties die al een emissievergunning voor CO2 hebben, kunnen de Leidraad gebruiken bij het actualiseren van hun monitoringsplan. Het geactualiseerde monitoringsplan moet uiterlijk 31 juli 2007 bij de NEa ingediend worden.

    Bedrijfslocaties die in 2008 voor het eerst gaan meedoen aan het systeem van CO2-emissiehandel, kunnen de Leidraad gebruiken bij het maken van het monitoringsplan. Dit moet, inclusief de aanvraag van een emissievergunning voor CO2, uiterlijk 31 mei 2007 bij de NEa ingediend worden. U kunt de Leidraad CO2-monitoring downloaden vanuit de online mediatheek van de NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.


    Vraag: Staat de aanvraag van de emissievergunning los van de aanvraag van CO2-emissierechten?
    Antwoord: Ja. De emissievergunning gaat alleen over de monitoring van CO2-emissies en is een soort 'toegangskaartje' tot het systeem van CO2-emissiehandel. Zij zegt niets over de CO2-emissierechten; deze moeten apart aangevraagd worden. Meer informatie over de emissievergunning vindt u op www.emissieautoriteit.nl onder 'Vergunningen'. Meer informatie over de toewijzing van CO2-emissierechten vindt u op www.CO2-allocatie.nl.


    De Helpdesk NEa is op 2 januari 2007 van start gegaan. Bij deze uitgebreide versie van de Helpdesk Registratie Emissiehandel kunt u terecht met al uw vragen over de Nederlandse Emissieautoriteit en de uitvoering van emissiehandel. Vragen over de registers kunt u voortaan ook daar stellen. Het telefoonnummer is 070-3395250 (werkdagen 9.00-12.00u), het emailadres nea@minvrom.nl.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).