******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=9357&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 45
20 maart 2007

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer is op 15 maart akkoord gegaan met het plan voor toewijzing van emissierechten voor de periode 2008-2012. Het kabinet had eerder het plan gewijzigd naar aanleiding van het oordeel van de Europese Commissie, die het plafond met 5% omlaag wilde hebben.

In hun eerste debat met de Tweede Kamer hielden de ministers Jacqueline Cramer van VROM en Maria van der Hoeven van EZ de wijzigingen staande. Belangrijkste discussiepunten met de Kamer waren de kleine bedrijven in het emissiehandelssysteem, warmtekracht en de plannen voor grote kolencentrales in Nederland, maar die hebben geen consequenties voor het toewijzingsplan.

Ten aanzien van de bedrijven met relatief kleine uitstoot van emissies – waaronder enkele honderden glastuinbouwbedrijven – waren Kamer en ministers het er wel over eens dat deze niet in het systeem van emissiehandel thuishoren, vooral vanwege de relatief hoge administratieve lasten door deelname aan de emissiehandel. "Wij zouden die kleine bedrijven liever via een ander systeem dan via emissiehandel hun uitstoot laten verlagen", zei Cramer.

Het kabinet had een regeling voor kleinere bedrijven ontworpen, maar draaide die op last van de Commissie terug. Het kabinet is niet van plan om, zoals VVD'ster Neppérus graag zag, daartegen bezwaar aan te tekenen bij de Commissie. Dat mede door dit besluit warmtekracht in met name de glastuinbouw nadelig zou worden beïnvloed, bestreed Van der Hoeven: "De meeste warmtekracht loopt vanwege de drempel in de kortingsregeling niet mee in de korting voor elektriciteitsproducenten, en pakt dus nog steeds beter uit dan centrales."

Een felle discussie ging over het toestaan van nieuwbouw van kolencentrales. Volgens GroenLinks-Kamerlid Duijvendak staan er nu vier tot vijf van die nieuwe centrales gepland. "Dit is de eerste harde toets voor de ambities van het kabinet. Als we die plannen toestaan zonder verplichting van CO2-opslag, dan groeit de uitstoot in de elektriciteitssector met 60%, in plaats van dat we, zoals de regering wil, in 2020 30% minder uitstoten."

De beide bewindslieden wilden hiervoor in het huidige toewijzingsplan nog geen andere voorzieningen aanbrengen, maar beloofden wel dat de kolencentrales uitdrukkelijk aan de orde zullen komen in het project 'Schoner en Zuiniger', dat het kabinet in april wil publiceren. Cramer: "Nu zijn we de cijfers over de stand van zaken aan het verzamelen. We kijken naar de korte termijn tot 2012, maar tegelijk naar 2020. Schoner en Zuiniger wordt een strategisch plan, een plan van aanpak voor alle sectoren, waarin we ook de kolencentrales meenemen, en de mogelijkheid om die nu al uit te rusten met voorzieningen voor afvangen en opslag van CO2. Bovendien ontslaat het aannemen van dit allocatieplan ons niet van de verplichting om daarbinnen nog verder te kijken."

In het Kamerdebat over 'Schoner en Zuiniger', dat vermoedelijk nog voor de zomer zal plaatsvinden, komen ook andere zaken rondom de emissiehandel aan de orde, zoals de mogelijkheden om in een volgende fase van de rechten op een andere manier toe te wijzen of het veilen van een groter aandeel rechten.

  • Terug naar Inhoud
  • Nederland past het Nationale Toewijzingsplan broeikasemissierechten 2008 – 2012 (NAP II) aan naar het oordeel van de Europese Commissie en zal de toewijzing van emissierechten aan deelnemende bedrijven met 5% verlagen. De wijzigingen staan in een brief aan de Tweede Kamer van minister Van der Hoeven van Economische Zaken en minister Cramer van VROM.

    De verlaging van het totale emissieplafond met 4.586.542 ton CO2 per jaar (5% van het eerder voorgestelde plafond van 90,4 Mton CO2 per jaar) is de belangrijkste aanpassing van het plan. De verlaging wordt gelijk over alle partijen en elementen van het plan verdeeld. Ook op de reserve voor nieuwkomers en de hoeveelheid geveilde rechten wordt gekort. Zo blijft de structuur van het toewijzingsplan zo veel mogelijk intact.

    Een overzicht van de aanpassingen:
    • De herverdeling van CO2-emissierechten die voortkomen uit de korting van de toewijzing aan de elektriciteitsproducenten zal nu niet meer aan de industriële deelnemers aan het emissiehandelssysteem plaatsvinden op basis van het elektriciteitsgebruik. Dit gebeurt nu generiek.
    • 'Early action' zal met maximaal 10% extra emissierechten worden beloond in plaats van met de oorspronkelijke 15%. Dit is overeenkomstig NAP I. De reden hiervoor is, dat de Commissie heeft aangegeven dat ook in individuele gevallen overallocatie zoveel mogelijk moet worden vermeden. Dit draagt daar toe bij.
    • Kleine installaties moeten in de tweede handelsperiode meedoen, maar de ministeries gaan gebruik maken van de zogenoemde '3MWth optelregel'. Die regel, die onder andere is gebruikt in het goedgekeurde toewijzingsplan van Groot-Brittannië, houdt in dat installaties kleiner dan 3MWth niet hoeven worden meegeteld om te bepalen of bedrijven zo onder de 20 MW-grens blijven. Indien bedrijven ondanks het niet meetellen van installaties van 3 MWth, toch boven de 20 MWth uitkomen, doen alle installaties mee, ook die van kleiner dan 3 MWth. In Nederland gaat het om enkele tientallen bedrijven die zo buiten de emissiehandel kunnen blijven. Zij kunnen wel vrijwillig meedoen.
    • De verhuisregeling, waarbij rechten worden overgeheveld naar bestaande installaties, wordt uit het plan geschrapt.
    • De limiet voor het gebruik van JI/CDM zal worden teruggebracht naar 10%.Vervolgens zal de verlaging van het plafond worden verdeeld. De voorlopig afgeronde cijfers laten zien, dat het plafond wordt terug gebracht van (de eerder voorgestelde) 90,4 Mton CO2 per jaar naar 85,5 Mton CO2 per jaar. Deze verlaging van 5 % wordt als volgt verdeeld:

    • De reserve voor nieuwkomers wordt met 5% verlaagd tot 5,9 Mton per jaar.
    • De juridische reserve wordt ook gekort met 5%.
    • De korting van de elektriciteitsproducenten als gevolg van de windfall profits die zij maken wordt gehandhaafd. Het deel dat verkocht wordt zal met 5% worden verlaagd. Dit wordt nu ca. 3,7 Mton per jaar.
    • Het plafond van de hoeveelheid te verdelen rechten aan bestaande installaties zal met 5% verlaagd worden.

    Alle andere onderdelen van het plan, waarover de Europese Commissie niets in haar beschikking van 16 januari 2007 heeft gezegd, blijven onveranderd. De rekenregels, het kolenconvenant, de vaste rendementen, de nieuwkomersregeling en de behandeling van de bedrijventerreinen hebben de toets van de Commissie doorstaan.

    Op 15 maart zijn de aanpassingen van het Toewijzingsplan met de Tweede Kamer besproken. De volgende stap is het opstellen van de Toewijzingsbesluiten per installatie.

  • Terug naar Inhoud
  • In het tweede jaar van het Europese systeem voor handel in CO2-emissierechten hebben bedrijven aanzienlijk meer interne maatregelen genomen dan in het eerste jaar. Antwoordde vorig jaar nog slechts 15% van alle bedrijven bevestigend op de vraag of zij technische maatregelen hadden genomen, over 2006 was dat 65%.

    Een elektronische enquête, gehouden door Point Carbon, werd ingevuld door 2250 respondenten. De totale emissiereductie door deze maatregelen is niet bekend, maar volgens Point Carbon begint het systeem voor emissiehandel nu 'te werken zoals het hoort'. Volgens de onderzoekers was het overschot door overallocatie in het tweede handelsjaar aanzienlijk lager. "Ons vermoeden is dat er veel efficiencymaatregelen zijn genomen", zegt een onderzoeker. "Er wordt ook meer bio-energie toegepast, zoals in de papierindustrie."

    Volgens het officieuze 'jaarverslag' van Point Carbon was het totaal verhandelde volume aan emissierechten in 2006 1,6 miljard ton, met een waarde van 22,5 miljard Euro. In volume zal de markt in 2007 nog iets toenemen, bij ongeveer dezelfde waarde omdat de gemiddelde prijs voor een ton CO2 is gedaald.

    De meeste ondervraagden verwachten een post-Kyoto akkoord waaraan ook landen als de VS en Australië gaan meedoen. Een groot deel verwacht zelfs dat landen als China en India op een of andere manier in zo'n mondiale overeenkomst gaan deelnemen.

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Raad heeft deze maand ingestemd met plannen van de Europese Commissie om in 2020 20% minder broeikasgas uit te stoten dan in 1990. De EU wil zelfs nog verder gaan tot 30% als ook de andere industrielanden in de wereld zich aan soortgelijke doelstellingen willen gaan houden.

    De beslissing van de regeringsleiders, op 9 maart bijeen in Brussel, werd door Commissievoorzitter Barroso 'historisch' genoemd. De Portugees noemde het besluit "het bewijs dat de EU in staat is tot belangrijke beslissingen". De doelstellingen voor de periode na 2012 zullen voor een belangrijk deel moeten worden ingevuld via het systeem voor emissiehandel. Het huidige systeem loopt tot en met 2012.

    De klimaatdoelstellingen maken deel uit van een ambitieus pakket van energie- en klimaatmaatregelen dat de Europese Commissie in januari presenteerde. Omdat het Europees Parlement ook hoge ambities heeft, kan de Commissie nu aan de slag om nieuwe wetgeving voor te stellen, onder andere voor duurzame energie, energiebesparing en emissiereductie na 2012.

    Belangrijke opdracht daarbij is nu een taakverdeling voor te stellen tussen de lidstaten. De doelstellingen zijn gemiddeld over Europa. De nationale doelstellingen die daaruit zullen voortkomen, zullen bindend zijn.

  • Terug naar Inhoud
  • Op 6, 8 en 15 februari 2007 heeft de NEa drie regionale seminars georganiseerd met workshops over de nieuwe monitoringseisen en vergunningverlening voor 2008 en over het afsluiten van het handelsjaar 2006.

    Bedrijven die hun handelsjaar 2006 moeten afsluiten konden zich bij de seminars informeren over de verplichtingen en de deadlines voor de komende maanden. Bedrijven die in 2008 deelnemen aan CO2-emissiehandelkregen praktische informatie over wat hen nog dit jaar te doen staat om per 1 januari 2008 te voldoen aan hun verplichtingen. De NEa-workshops in februari dit jaar over de monitoring 2008-2012 werden goed bezocht. Liefst 214 van de 226 bedrijven gaven aan de uitnodiging voor deze workshops gehoor.

    Extra seminar 13 maart
    Het seminar op 13 maart was bestemd voor die bedrijfslocaties waarvan pas recentelijk bekend is geworden dat zij vanaf 1 januari 2008 verplicht gaan deelnemen aan CO2-emissiehandel. Voor enkele tientallen (betreft rond de 70 )bedrijfslocaties werd die verplichting pas onlangs bekend, onder andere naar aanleiding van de reactie van de Europese Commissie op het Nationaal allocatieplan. Tijdens de seminars in februari bleken er al veel vragen te bestaan over de toewijzing, waarover EZ en SenterNovem tijdens dit seminar een presentatie verzorgden. De NEa gaf een presentatie over de monitoringsverplichtingen voor 2008-2012 en de deadlines. Ditmaal waren 35 van de 74 genodigden ook aanwezig.

    Informatiemateriaal
    Tijdens de seminars kregen de deelnemers praktisch informatiemateriaal mee, waaronder de Leidraad CO2-monitoring: een toegankelijke uitleg van de monitoringseisen en diverse infobladen. De digitale versies van het informatiemateriaal en de presentaties zijn te downloaden via de NEa website.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfslocaties die op 1 januari 2008 onder het systeem van CO2-emissiehandel vallen, moeten in 2007 een nieuw of gewijzigd monitoringsplan indienen. Voor verschillende categorieën bedrijfslocaties gelden verschillende deadlines:
    • Bedrijfslocaties die nu nog geen emissievergunning voor CO2 hebben, moeten voor 1 juni 2007 een vergunningaanvraag met een nieuw monitoringsplan bij de NEa indienen. De NEa heeft in december 2006 een brief over deze verplichtingen en deadline gestuurd naar de betreffende bedrijfslocaties.
    • Nieuwe bedrijfslocaties waarvan de afgelopen weken bekend is geworden dat zij vanaf 1 januari 2008 verplicht deelnemen aan CO2-emissiehandel, moeten voor 1 juli 2007 een vergunningaanvraag en monitoringsplan indienen bij de NEa. De NEa heeft hierover op 20 februari 2007 een brief gestuurd naar de betreffende bedrijfslocaties.
    • Bedrijfslocaties die nu al een emissievergunning voor CO2 hebben en per 1 januari 2008 blijven deelnemen aan CO2-emissiehandel, moeten voor 1 augustus 2007 een geactualiseerd monitoringsplan indienen bij de NEa. De NEa heeft deze bedrijfslocaties hierover in december 2006 een brief gestuurd.
    • Bedrijfslocaties waarvan de afgelopen weken pas bekend is geworden dat zij hun monitoringsplan moeten actualiseren voor 2008, hebben hierover op 20 februari 2007 een brief ontvangen.

    Kijk voor meer informatie over de deadlines op de NEa-website.

    De NEa zal de bedrijfslocaties tijdig en persoonlijk herinneren aan hun verplichtingen en het verstrijken van de deadline.

  • Terug naar Inhoud
  • De NEa heeft het standaard-monitoringsplan voor de periode 2008-2012 gereed. Met dit invuldocument kunnen niet-complexe bedrijfslocaties aangeven hoe zij hun CO2-uitstoot in de periode 2008-2012 gaan monitoren.

    Behalve deze standaard kunnen bedrijfslocaties in de keramische branche een voorbeeldmonitoringsplan specifiek voor deze sector downloaden. Daarnaast zal er vanaf half maart ook een voorbeeld beschikbaar zijn voor de glastuinbouw.

    Het standaard monitoringsplan en de voorbeeldplannen zijn te downloaden van de NEa-website.

  • Terug naar Inhoud
  • Na het verslagjaar 2007, dat begin 2008 zal worden afgerond met goedgekeurde verslagen, zal de markt voor verificateurs van emissieverslagen volledig open zijn. Het VBE, dat nu voor veel bedrijven actief is vanwege de financiële regeling die is getroffen met de overheid, trekt zich na afloop van de eerste handelsperiode terug als verificateur. Bedrijven die gebruik maakten van de diensten van het VBE doen er goed aan vanaf nu zelf op zoek te gaan naar een (geaccrediteerde) verificateur voor de tweede handelsperiode.

    De terugtrekking van VBE als verificateur is direct gekoppeld aan het intrekken van de overheidssteun voor verificatie na het verslagjaar 2007. In de overgangsfase zal het VBE ook geen nieuwe klanten meer mogen aantrekken. Bedrijven die gedurende de eerste handelsperiode nieuw meedoen aan de emissiehandel kunnen nog wel bij VBE terecht.

    "De rol van de overheid bij verificatie is dus nu beperkt tot het toezicht op de open markt en de accreditatie", zegt Paul van Slobbe van EZ. "De bedrijven moeten dus zelf op zoek naar een verificateur. Zij zijn ook altijd zelf eigenaar van alle gegevens die voor die verificatie relevant zijn." Het bedrijf kan dus aan het VBE opdracht geven om de gegevens over te dragen aan een nieuwe verificateur. Om de overgang soepel te laten verlopen is afgesproken dat een bedrijf aan VBE kan melden dat zij een vertegenwoordiger van de nieuwe verificateur wil laten meelopen bij de verificatie over het verslagjaar 2007. Ook kunnen ze verzoeken dat het VBE de nieuwe verificateur (tegen vergoeding) inhuurt.

  • Terug naar Inhoud
  • De eerste fase van de evaluatie van de systemen voor emissiehandel voor NOx en CO2 is deze maand gestart met een dertigtal interviews met verschillende betrokken partijen. Overheden, NEa, bedrijven en verificateurs worden nu gehoord. Rond 1 april zullen alle bedrijven via internet ook een elektronische enquête kunnen invullen over de werking van de systemen.

    De vragen maken deel uit van een Nederlandse evaluatie van emissiehandel, die tot doel heeft de systemen in Nederland waar mogelijk te vereenvoudigen en te verbeteren. "Het is een zeer breed onderzoek, naar alle aspecten van de systemen", aldus Vincent Swinkels van DHV, projectleider van de evaluatie. De evaluatie wordt uitgevoerd door een consortium met DHV, adviseur Jan van der Kolk, juriste Joke Hofland en KPMG.

    Naast de elektronische enquête en de interviews, komt er nog een aparte telefonische enquête naar de administratieve lasten. "We willen weten of de lasten die tevoren door allerlei studie waren voorspeld in de praktijk ook zo hebben uitgepakt", aldus Swinkels. "Dat onderwerp leent zich niet goed voor een schriftelijk of elektronisch onderzoek, dus dat doen we per telefoon."

    De evaluatie loopt ongeveer tot aan de zomer. Overigens loopt er naast de evaluatie ook een onderzoek van de Rekenkamer naar de systemen voor emissiehandel. De eindrapportage daarvan wordt verwacht in oktober.

  • Terug naar Inhoud
  • Op 15 mei 2007 organiseren het ministerie van VROM, het ministerie van EZ, VNO-NCW en de NEa het zevende Congres Emissiehandel. Het congres wordt gehouden in congrescentrum de Reehorst te Ede. Meer informatie over het congres komt in de volgende Nieuwsbrief Emissiehandel en zal ook binnenkort op de website van SenterNovem te vinden zijn.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.

    Vraag: Mijn bedrijfslocatie heeftin de huidige periode 2005-2007 al een monitoringsplan voor CO2;kan ik deze versie niet gewoon blijven gebruiken voor de periode 2008-2012?

    Antwoord: Nee, het is de bedoeling dat alle bedrijfslocaties die nu al een emissievergunning voor CO2 hebben, hun monitoringsplan updaten aangezien de veranderingen van de monitoringseisen voor 2008-2012 fundamenteel zijn.

    Bij de Helpdesk NEa kunt u terecht met al uw vragen over de Nederlandse Emissieautoriteit en de uitvoering van emissiehandel. Vragen over de registers kunt u ook daar stellen. Het telefoonnummer is 070-3395250 (werkdagen 9.00-12.00u), het emailadres nea@minvrom.nl.

  • Terug naar Inhoud


  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).