******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=9564&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 47
10 mei 2007

Er zijn nog enkele tientallen plaatsen beschikbaar op het zevende overheidscongres Emissiehandel, dat op 15 mei in De Reehorst te Ede plaatsvindt. Het congres, getiteld 'Emissiehandel in een veranderend klimaat', concentreert zich op de actuele ontwikkelingen in het beleid in de NOx- en CO2-emissiehandel, en evalueert daarnaast de recente ervaringen.

Traditioneel organiseren de ministeries van EZ en VROM samen met VNO/ NCW en de Nederlandse Emissieautoriteit NEa eens of twee keer per jaar dit congres. Volgende week zullen sprekers van onder andere VROM, EZ, en VNO-NCW in het plenaire ochtendprogramma de actuele ontwikkelingen en evaluaties toelichten. Ook maakt de NEa de resultaten van handelsjaar 2006 openbaar. Het middagprogramma bestaat uit een aantal parallelsesies over bijvoorbeeld nieuwkomers, CO2-afvang en -opslag en CDM/JI rechten.

De dag wordt van 16.00 tot 17.30 afgesloten met een borrel.

Belangstellenden wordt verzocht zich zo snel mogelijk in te schrijven. U kunt zich via deze link aanmelden. De toegang is gratis. Deelnemers die zich al hebben aangemeld hebben inmiddels een bevestiging van deelname gekregen.

Het programma vindt u hier.

  • Terug naar Inhoud
  • Overheid en bedrijfsleven zijn eind april tot overeenstemming gekomen over de verdere voortgang van het nationale handelssysteem voor NOx-emissierechten. "De grondhouding is en blijft positief, maar we gaan wel direct een paar zaken aanpakken", zegt Julia Williams van VROM. "De afspraken over de emissiehandel tot 2010 blijven staan, in 2009 nemen we definitief een besluit over de periode erna", zegt Willem-Henk Streekstra van VNO-NCW.

    De NOx-emissiehandel zit door enkele oorzaken in zwaar weer. Enerzijds kampt de overheid met het probleem dat de Europese emissieplafonds voor 2010 waarschijnlijk niet worden gehaald met de huidige afspraken met de industrie, terwijl anderzijds de industrie kampt met de vraag of emissiehandel wel een (kosten)effectief instrument is om de uitstoot terug te brengen. Er is een overschot aan emissierechten en het handelsvolume is daardoor klein, de prijzen zijn te laag om bedrijven tot veel actie te bewegen. Daarnaast vereist emissiehandel een zekere flexibiliteit in het treffen van technische maatregelen bij bedrijven, terwijl de Europese IPPC-richtlijn juist vereist dat per locatie de beste technologieën worden gebruikt.

    In de afgelopen maanden hebben overheid en bedrijfsleven uitgebreid van gedachten gewisseld over deze problematiek, die onder andere ook onderwerp was van de zogenoemde 'voorevaluatie' van het handelssysteem. "We hebben afgesproken dat we op drie punten actie gaan ondernemen", zegt Julia Williams van VROM. "We gaan de ruimte voor de handel verder vergroten en willen dat ook bevechten in de lopende Europese review van de IPPC-richtlijn en de plafonds. We willen ook een eenvoudiger monitoring. Daarnaast gaan we samen met VNO-NCW de mogelijkheden onderzoeken of het Nederlandse systeem kan worden uitgebreid met bijvoorbeeld België, Nordrhein-Westfalen of Groot-Brittannië."

    Ook zal VROM in de komende maanden een voorstel voorbereiden voor het verloop van de zogenoemde 'Performance Standard Rate' PSR. Deze emissiefactor geeft per jaar aan hoeveel emissierechten een bedrijf krijgt. Eerdere afspraken gaven aan dat deze PSR in 2010 40 gram per gigajoule energie-input bedraagt. Deze emissiefactor biedt echter onvoldoende soelaas om het aan de industrie opgelegde plafond van 55 kton NOx in 2010 te kunnen halen. Maar om het plafond toch te halen (vermoedelijk iets later dan in 2010) zal de PSR na 2010 dus vrij snel verder moeten dalen, tot onder 40 g/GJ in 2012. Williams: "Voor het gehele PSR-stelsel, inclusief de onderverdeling naar proces- en verbrandingsemissies, zullen we voor de periode na 2010 samen met VNO-NCW een voorstel doen."

    Streekstra ten slotte: "In 2009 zullen we de afspraken evalueren in dialoog tussen overheid en VNO-NCW. Dan zullen we ook definitief een besluit kunnen nemen over de voortgang van de NOx-emissiehandel na 2010."

  • Terug naar Inhoud
  • Vandaag stuurt Senternovem naar alle Nederlandse bedrijven die deelnemen aan het Europese systeem voor emissiehandel een brief met daarin een indicatieve berekening van de CO2-emissierechten die zij voor de periode 2008-2012 zullen krijgen. Bedrijven kunnen hun eigen berekening spiegelen aan die van Senternovem en worden uitgenodigd om eventuele onjuistheden te corrigeren.

    In de brief staan de laatste wijzigingen in het toewijzingsplan, op basis van de beoordeling door de Europese Commissie en de gegevens die in de laatste maanden door het bedrijfsleven zijn aangeleverd. De 'spiegelbrief' is bedoeld om de berekeningen die op grond van deze laatste gegevens zijn gebruikt, nog eenmaal te checken.

    De brief attendeertbedrijven die daarvoor in aanmerking komen op de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor een 'opt-in'. Hierbij gaat het om inrichtingen die buiten de sectoren vallen die al verplicht moeten deelnemen en die geen gebruik willen maken van de zogenoemde '3 MW-regel'. Bedrijven hoeven dankzij die regel verbrandingsinstallaties met minder dan 3 MW thermisch vermogen niet mee te tellen, zodat zij onder de verplichte deelnamegrens van 20 MW kunnen blijven. Bedrijven kunnen ervoor kiezen om installaties van minder dan 3 MWth wel mee te tellen zodat zij via de opt-in toch mee kunnen doen aan de emissiehandel.Ook bedrijven die al eerder hebben aangegeven van deze opt-in regeling gebruik te willen maken, moeten nu een officiële opt-in aanvraag doen. Bedrijven moeten voor 8 juni, binnen drie weken nadat het Allocatieplan is vastgesteld in de Staatscourant, deze correcties en aanvragen doorgeven.

    Ook verwijst de brief naar de nieuwe manier waarop het gebruik van aardgas in de berekeningen wordt meegenomen. Voor deze 'gasfactor', zie elders in deze nieuwsbrief. Bedrijven kunnen ook de basisjaren waarop hun toewijzing is gebaseerd, wijzigen.

  • Terug naar Inhoud
  • Veel Nederlandse bedrijven die deelnemen aan het Europese systeem voor CO2-emissiehandel mogen in de handelsperiode vanaf 2008 in de monitoring van hun emissies gebruik maken van standaardfactoren voor aardgasgebruik.

    Inrichtingen uit de zogenoemde B- en C-klasse (met emissies groter dan 50 kton per jaar) moeten voor 8 juni, binnen drie weken na de publicatie van het Allocatieplan in de Staatscourant, laten weten of zij inderdaad gebruik willen maken van deze standaardfactor, die jaarlijks door de overheid wordt vastgesteld. De aardgasfactor wordt elk jaar in de tweede week van januari gepubliceerd. Omdat de toewijzing van emissierechten ook is berekend op basis van deze gasfactor, is voor de toewijzing voor de periode 2008-2012 een factor van 56,8 ton CO2 per terajoule afgesproken.

    In de 'spiegelbrief' (zie elders in deze nieuwsbrief) zit een formulier waarmee bedrijven zich voor de gehele tweede handelsperiode 2008-2012 kunnen aanmelden. Het formulier is ook te downloaden. Bedrijven uit de B- en C-klasse die zich niet of niet op tijd aanmelden moeten gaan monitoren met de werkelijke emissiefactor van het gebruikte aardgas en krijgen een toewijzing op basis van de werkelijke gasfactor in 2004.

    De wijziging van de ministeriële regeling op dit punt zal binnenkort worden gepubliceerd in de Staatscourant.

    Raadpleeg voor meer informatie over de gevolgen van uw keuze de NEa-website.



  • Terug naar Inhoud
  • In de komende maanden zal de Inspectiedienst van het ministerie van VROM een steekproef doen naar de kwaliteit van de gegevens die door bedrijven zijn aangeleverd als basis voor de toewijzing van emissierechten na 2008. Er bestond al een reguliere check op het systeem, de Inspectie doet daarop een extra kwaliteitstoets.

    Alle deelnemende bedrijven aan de CO2-emissiehandel krijgen rond het weekeinde een brief met daarin de mededeling dat zij mogelijkdeel uitmaken van de steekproef. Een deel van die bedrijven zal ook worden geselecteerd voor een bedrijfsbezoek. Wanneer uw bedrijf daadwerkelijk onder de steekproef valt, krijgt u nader bericht hierover van de VROM-Inspectie.


  • Terug naar Inhoud
  • Op het congres emissiehandel zal Carel Cronenberg van DHV volgende week de eerste resultaten bekendmaken van de evaluatie van de CO2- en NOx-emissiehandel. 'Nog niet in veel detail, want de analyse van de resultaten doen we onder andere samen met stakeholders op 22 mei", aldus Cronenberg. "Maar wel is duidelijk dat de bedrijven een hoge complexiteit ervaren."

    Sinds half februari heeft een consortium van DHV, adviseur Jan van der Kolk, juriste Joke Hofland en KPMG een aantal gesprekken en enkele enquêtes uitgevoerd. De vragen zijn gericht op vijf hoofdonderwerpen: de juridische structuur, de praktische uitvoering, de kwaliteit van het werk van de Nederlandse Emissie-autoriteit, de werking van de emissierechtenmarkt en de administratieve lasten voor bedrijven. Cronenberg: "Wat het eerst opvalt, is het grote aantal betrokken partijen. Dat geeft al de complexiteit aan die door veel bedrijven wordt ervaren."

    De CO2-handel lijkt goed te verlopen, ook de doelen zijn helder en haalbaar. Dat ervaren veel bedrijven anders in de NOx-emissiehandel. "Het is wel een publiek geheim dat het meten van NOx-emissies als een zware en dure last worden ervaren, in relatie tot de werking van de NOx-emissiehandel en de doelstellingen", aldus Cronenberg.

    Ook komt uit de enquêtes en interviews helder naar voren dat bedrijven zorgen hebben over de toepassing van de regels ten aanzien van CO2-emissiehandel in de rest van Europa. "Bedrijven vermoeden dat de Nederlandse overheid streng is, en wil dat de concurrenten in de rest van de EU op dezelfde manier wordt behandeld, bijvoorbeeld bij de toewijzing van de emissierechten en de handhaving van de regels. Daar is niet iedereen van overtuigd."

    Op 22 mei zullen de resultaten van de enquête samen met een dertigtal betrokken partijen uit overheid en bedrijfsleven worden geanalyseerd. De eindrapportage is gepland voor rond de zomer.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze maand zal het kabinet een besluit nemen over de inzet van Nederland in de onderhandelingen over de vormgeving van de Europese emissiehandel in de periodena 2012. De Europese Commissie wil eind dit jaar een standpunt over voorstellen innemen. Nederland wil bij voorkeur emissierechten gaan veilen.

    Nederland en enkele andere EU-lidstaten maken al vanaf 2008 een begin met het veilen van rechten, in plaats van gratis uitdelen. Zo wordt de Nederlandse elektriciteitssector voor een deel gekort op de toewijzing van emissierechten; van dat gekorte aandeel wordt weer een deel geveild. In het ideale geval zou een 100% veiling van alle rechten voorkomen dat er een gratis toewijzing van rechten bestaat, met alle rekenregels van dien. "Maar geveilde emissierechten kosten geld, en bezorgen bedrijven die op wereldschaal concurreren een concurrentienadeel", nuanceert Paul van Slobbe van Economische Zaken. "Veilen van rechten is dus alleen vooral van toepassing op sectoren die daar geen last van hebben en toch de kosten kunnen doorberekenen aan hun klanten." Of de EU overeenstemming zal bereiken over 100% veilen is natuurlijk nog maar de vraag.

    Er blijft dus een flink deel van de industrie over die gratis rechten krijgen toegewezen. Voor dat deel zou de toewijzing veel evenwichtiger moeten gebeuren dan in het huidige systeem, met een grote mate van autonomie van verschillende lidstaten. Dat vraagt om harmonisatie. Van Slobbe: "Bijvoorbeeld nieuwe bedrijven zouden in de hele EU vanuit één reservepot moeten kunnen putten. Dat geeft ook de lidstaten in Oost-Europa voldoende ruimte om te groeien. Ook zou de EU meer moeten inzetten op het toedelen op basis van normen, maar wel dezelfde normen binnen de hele EU."

    Harmonisatie van toewijzing en een gelijk speelveld zijn de belangrijke voorwaarden die het kabinet stelt aan versterking van het handelssysteem. Nederland zet verder in op onder andere verbreding van het handelssysteem met andere broeikasgassen dan alleen kooldioxide, alsmede nieuwe sectoren. De positie van de kleine emitters moet nader worden bekeken.

    Harmonisatie is ook één van de belangrijkste onderwerpen van gesprek in werkgroepen van de European Climate Change Program, die periodiek het emissiehandelssysteem onder de loep nemen. Vorige maand was een bijeenkomst met name geconcentreerd op monitoren, rapportage en verificatie. "Onder tijdsdruk zijn er in Europa nu veel verschillende systemen tot stand gekomen", zegt Iris van Tol van de Nederlandse Emissieautoriteit NEa, die namens Nederland aanwezig was. "Iedereen is het er over eens dat dat onhoudbaar is. Doel moet zijn dat de handhaving zodanig wordt geharmoniseerd dat die voor iedereen betrouwbaar is. Dat komt dan ook tegemoet aan de zorgen die het bedrijfsleven hierover heeft."

  • Terug naar Inhoud
  • Hoewel het overzicht nog niet compleet is, blijken de emissies door de Europese bedrijven die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem in 2006 licht gestegen ten opzichte van 2005. Niettemin is de groei in de emissies veel lager dan de groei van de betreffende industrieën, dus lijkt er sprake te zijn van (relatieve) emissiereductie.

    Nu de werkelijke emissies zijn toegenomen en het volume aan verstrekte emissierechten ongeveer gelijk is aan het jaar ervoor, neemt ook het overschot aan emissierechten ten opzichte van de werkelijke emissies af. Er blijft echter sprake van een overschot, waardoor in de gehele eerste handelsperiode 2005 tot en met 2007, geen tekort aan emissierechten zal ontstaan. Dit resulteert in de lage CO2-prijs van dit moment, ongeveer een halve euro per ton.

    Voor de tweede handelsperiode zullen de plafonds aanzienlijk lager zijn, hetgeen wordt weerspiegeld in de prijzen voor emissierechten voor 2008 en 2009 (net onder de 20 €/ton). Nu twintig van de 27 toewijzingsplannen voor de periode 2008-2012 zijn gekeurd door de Europese Commissie, wordt duidelijk dat totaal aan uitgedeelde emissierechten voor die periode ongeveer 10% lager zal liggen dan in de periode 2005-2007 en ongeveer gelijk aan de daadwerkelijke emissies in 2005. De voorspelde economische groei zal in de komende jaren dus gecompenseerd moeten worden met reductiemaatregelen.

    In een recente enquête van informatieleverancier Point Carbon wordt ook duidelijk dat steeds meer bedrijven in Europa ook zelf maatregelen nemen. Vorig jaar zei nog 15% zelf reductiemaatregelen te hebben getroffen, in 2006 was dat al tweederde van alle bedrijven.

  • Terug naar Inhoud
  • Op 8 juni organiseert de Vereniging van Milieuprofessionals in de Beurs van Berlage een symposium over Emissiehandel. Het instrument emissiehandel is inmiddels niet meer weg te denken uit het milieubeleid. Mede naar aanleiding van de lopende (voor)evaluaties van de handel in NOx en CO2-emissierechten wil de VVM de mogelijke toepassing van het instrument voor nieuwe sectoren of beleidsterreinen beoordelen en de reacties daarop verzamelen.

    De VVM heeft een dagprogramma met deskundige sprekers en opiniemakers, onder wie enkele leden van het Europarlement. De discussies zijn bedoeld voor bestuurders, overheid, onderzoek en adviespraktijk. Het volledige programma van dit symposium staat, incl. inschrijfformulier, hier.

    Voor verdere informatie over het programma: j.vanham@plant.nl.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfslocaties die vanaf 1 januari 2008 voor het eerst deelnemen aan CO2-emissiehandel, en hierover op 19 december 2006 een brief van de NEa/VROM/VNO NCW hebben ontvangen, moeten uiterlijk 31 mei 2007 hun vergunningaanvraag bij de NEa indienen, op basis van een kwalitatief goed monitoringsplan.

    De betreffende bedrijven hebben op 18 april jongstleden een herinneringsbrief van de NEa hierover ontvangen. Meer informatie over de vergunningaanvraagprocedure en hulpmiddelen kunt u vinden op de website van de NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.

    Vraag: Mijn bedrijfslocatie moet voor de tweede CO2-handelsperiode 2008-2012 een geïntegreerd CO2- en NOx-monitoringsplan maken. In hoofdstuk 3 van de Leidraad CO2-monitoring staat dat ik een overzicht moet bijhouden van afwijkingen die de huidige versie van het monitoringsplan heeft ten opzichte van de laatst gevalideerde versie. Wat betekent dit voor CO2? En voor NOx?

    Antwoord:Als u in de huidige handelsperiode 2005-2007 al meedoet aan het systeem van CO2-emissiehandel, moet u hoofdstuk 3 voor CO2 opschonen in het geactualiseerde monitoringsplan voor 2008-2012, dat u bij de NEa indient. Dit betekent dat u alle wijzigingen voor CO2 die in het overzicht met wijzigingen staan, kunt verwijderen.

    Voor NOx moet u in het monitoringsplan dat u in 2007 bij de NEa indient, alle wijzigingen laten staan. De toetsing van de monitoringsplannen in 2007 gaat namelijk alleen over de CO2-monitoring en laat het NOx-gedeelte van het monitoringsplan helemaal links liggen.

    Een algemeen aandachtspunt voor het overzicht met wijzigingen is dat u dit tijdens de toetsing van het monitoringsplan door de NEa voor CO2 leeg moet laten. Pas als het monitoringsplan is gevalideerd en u vanaf 1-1-2008 de CO2-emissie van uw bedrijfslocatie gaat monitoren volgens het monitoringplan, moet u wijzigingen voor CO2 bijhouden in hoofdstuk 3.

    Vraag: In onderdeel 5.1.1 van de Leidraad CO2-monitoring (pag. 39) staat dat ik een meerjarenplan validatie moet opnemen in het monitoringsplan óf ernaar moet verwijzen. Wanneer mag ik naar het meerjarenplan verwijzen en wanneer moet ik het opnemen in het monitoringsplan?
    Antwoord: U mag zelf beslissen of u het meerjarenplan validatie opneemt in uw monitoringsplan of dat u ernaar verwijst. Als u naar een meerjarenplan verwijst dat binnen uw bedrijfslocatie aanwezig is, moet de verwijzing wel eenduidig en traceerbaar zijn en moet u een korte samenvatting van het meerjarenplan opnemen in het monitoringsplan. Omdat in het meerjarenplan essentiële informatie is opgenomen over de CO2-monitoringsmethodiek (o.a. de frequentie van het onderhoud en de kalibratie van de meetinstrumenten) zal de NEa die informatie bij de toetsing van het monitoringsplan wel willen zien. Als u in het monitoringsplan verwijst naar een meerjarenplan dat binnen uw bedrijfslocatie aanwezig is, moet u dit dus wel meesturen met het monitoringsplan dat u naar de NEa opstuurt. Doet u dit niet, dan zal de NEa ernaar vragen tijdens de toetsingsfase, waardoor de toetsing van uw monitoringsplan meer tijd in beslag zal nemen dan nodig is.

    Bij de Helpdesk NEa kunt u terecht met al uw vragen over de Nederlandse Emissieautoriteit en de uitvoering van emissiehandel. Vragen over de registers kunt u ook daar stellen. Het telefoonnummer is 070-3395250 (werkdagen 9.00-12.00u), het emailadres nea@minvrom.nl.


  • Terug naar Inhoud
  • De NEa heeft een fout ontdekt in de Leidraad CO2-monitoring. In het overzicht van standaardwaarden in Bijlage 1 van de Leidraad (pag. 46) is voor aardgas de standaard calorische onderwaarde genoemd van 48,0 TJ/1000 ton aardgas. Deze waarde is rechtstreeks uit de Europese Monitoring and Reporting Guidelines overgenomen, maar klopt niet.

    De juiste waarde is 38,0 TJ/1000 ton aardgas. Deze waarde komt overeen met 31,65 MJ/Nm3 aardgas.
    Overigens is deze standaard calorische waarde alleen van toepassing op source streams waarop tier 1 voor emissies van verbrandingseenheden van toepassing is (zie pag. 57 van de Leidraad CO2-monitoring).

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).