******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=9642&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 48
5 juni 2007
Inhoud

In 2006 hebben de Nederlandse deelnemers aan emissiehandel gezamenlijk minder CO2 en NOx uitgestoten dan in 2005. Directeur Marc Allessie van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) maakte dat bekend tijdens het zevende Congres Emissiehandel, op 15 mei in Ede.

De optelsom voor de emissies van Nederlandse bedrijfslocaties voor 2006 komt uit op 76,7 Mton CO2, in 2005 was dit nog 80,4 Mton. Omdat de deelnemende bedrijfslocaties, inclusief nieuwkomers, in totaal 86,7 Mton aan emissierechten hebben ontvangen, was er dus ook in 2006 sprake van een overschot aan rechten.

Ook Nederlandse bedrijfslocaties met een NOx-vergunning hebben hun emissies omlaag gebracht. In 2006 was de gezamenlijke uitstoot 77,2 kton NOx, in 2005 was dit (omgerekend, omdat het verslagjaar toen 7 maanden bedroeg) 81,4 kton. De bedrijfslocaties bouwden in 2006 89,9 kton emissierechten op tegen 99,0 in 2005 (omgerekend).

Zie ook de mediatheek van de NEa voor een gedetailleerd overzicht met per bedrijfslocatie de uitstoot, de ontvangen en de ingeleverde emissierechten in 2005 en 2006.

100% naleving
De Nederlandse deelnemers aan NOx- en CO2-emissiehandel hebben allemaal voldoende emissierechten ingeleverd om hun emissies van het vorige jaar te vereffenen. Voor naleving van andere deelnemende landen aan CO2-emissiehandel zijn gegevens beschikbaar op de website van de Europese Commissie (CITL) .

  • Terug naar Inhoud
  • Hans Bolscher, directeur Klimaatverandering bij het ministerie van VROM, liet zich als vervanger van zijn afwezige minister Jacqueline Cramer positief uit over emissiehandel, tijdens het Congres Emissiehandel op 15 juni. "In Nederland loopt de emissiehandel best goed. Maar er valt nog veel te verbeteren."

    "Wat betekent bijvoorbeeld 30% emissiereductie in 2020?" vroeg Bolscher zich hardop af. "Realiseert u zich dat dit nog maar het begin is. We gaan in de komende jaren veel verder. De plafonds knellen nu nog nauwelijks, er komt meer uit Brussel. Maar emissiehandel is nu een solide basis voor klimaatbeleid."

    De tevredenheid over NOx-emissiehandel is wat minder groot. "Die is niet van onbesproken gedrag", erkende Bolscher. "De kosteneffectiviteit kan beter en de Performance Standard Rate (PSR) voor NOx-emissies per installatie moet na 2010 verder omlaag."

  • Terug naar Inhoud
  • Tijdens het Congres Emissiehandel op 15 mei is een eerste berekening bekendgemaakt van de zogenoemde 'correctiefactor'. In de formule voor de berekening van de toewijzing van emissierechten voor de tweede handelsperiode komt de correctiefactor uit op 0,795.

    De correctiefactor brengt de totaal berekende emissies voor alle bedrijfslocaties in 2008-2012 in overeenstemming met het door de Europese Commissie bepaalde plafond voor diezelfde periode. De berekende emissies zijn de reŽel te verwachten emissies zonder emissiehandel: het resultaat van historische gegevens, een economische groeifactor (universeel vastgesteld op 1,7 %) en een eventuele beloning voor eerdere maatregelen voor emissiereductie.

    De correctiefactor is daarmee min of meer een maat voor de 'krapte' van het plafond. Voor de eerste handelsperiode bedroeg de correctiefactor 0,97. Hoewel niet helemaal te vergelijken omdat andere prognoses zijn gebruikt, geeft het getal 0,795 voor de tweede handelsperiode een aanzienlijk krappere toewijzing van emissierechten aan.

  • Terug naar Inhoud
  • De deadline van 31 mei, waarop de eerste groep van 115 bedrijfslocaties hun vergunningaanvraag en monitoringsplan voor de periode 2008-2012 moest indienen, is verstreken. 108 bedrijfslocaties hebben deze deadline gehaald, een score van 94%.

    Voor deze bedrijfslocaties heeft de NEa zichzelf een resultaatsverplichting gesteld voor de tijdige afhandeling, mits de ingediende monitoringsplannen van goede kwaliteit zijn. De bedrijven dienen ook eventuele wijzigingen die zij de komende tijd in het monitoringsplan moeten aanbrengen, op tijd en goed te verwerken.

    De resultaatsverplichting houdt in dat de NEa garandeert dat deze bedrijfslocaties op tijd (per 1-1-2008) een emissievergunning krijgen die in werking is getreden. Voor de bedrijfslocaties die de deadline niet gehaald hebben heeft de NEa slechts een 'inspanningsverplichting'. Dit betekent dat de NEa zich zal inspannen om aan deze bedrijfslocaties op tijd een vergunning te verlenen, maar dit niet kan garanderen.

    De komende maanden gaat de NEa aan de slag met de toetsing van de monitoringsplannen. Als het ingediende monitoringsplan nog niet helemaal aan de eisen voldoet, zal zij de bedrijfslocaties vragen het plan aan te passen.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfslocaties die vanaf 1 januari 2008 voor het eerst deelnemen aan CO2-emissiehandel, en hierover op 15 mei jongstleden een herinneringsbrief van de NEa hebben ontvangen, moeten uiterlijk 30 juni 2007 hun vergunningaanvraag bij de NEa indienen, op basis van een kwalitatief goed monitoringsplan. Meer informatie over de vergunningaanvraagprocedure en hulpmiddelen kunt u vinden op de website van de NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • Aanstaande vrijdag 8 juni zal een speciale werkgroep van de Milieuraad van EU ministers discussiŽren over de eerste conclusies ten aanzien van de evaluatie van het emissiehandelssysteem. De Milieuraad wil streven naar een krachtiger en effectiever systeem voor de periodes na 2012 en heeft daarvoor verschillende voorstellen.

    De Raad wil een steeds groter deel van alle emissierechten laten veilen en vindt ook benchmarken een belangrijke methode om het systeem verder te harmoniseren. Ook is een heldere vaststelling van de plafonds, over een lange periode, van essentieel belang. Tevens vraagt de Milieuraad de Europese Commissie uit te zoeken of bedrijven met een relatief lage uitstoot van broeikasgassen van het handelssysteem kunnen worden uitgesloten.

    Het standpunt van de Milieuraad is ťťn van de visies die worden ingebracht bij de review van het handelssysteem. De Commissie komt eind dit jaar met een einddocument, dat als basis moet dienen voor eventuele wijzigingen in de Richtlijn. Paul van Slobbe van EZ: "De Nederlandse inzet hierbij gaat vooral over het creŽren van een level playing field voor alle deelnemende bedrijven. Daar past de wens voor meer harmoniseren goed bij. Daarnaast zijn wij voorstander van veilen en hameren we op een goede monitoring en handhaving." (zie ook het eerdere artikel in Nieuwsbrief Emissiehandel nr 47)

  • Terug naar Inhoud
  • Op 16 mei is in de Staatscourant het definitieve toewijzingsplan voor CO2-emissierechten in de handelsperiode 2008-2012 gepubliceerd. Naar verwachting zal het definitieve besluit voor de toewijzing van rechten voor het eind van dit jaar worden genomen.

    De globale planning in het komende halfjaar:
    -Tot deze week (8 juni) hebben bedrijven de gelegenheid om voor een vaste gasfactor te kiezen en/of te kiezen voor de opt-in.
    -Deze zomer zullen Senternovem en VBE een definitieve berekening maken van de toe te wijzen emissierechten.
    -In de tussentijd voert de VROM-inspectie een kwaliteitstoets uit op de cijfers die bedrijven hebben opgevoerd.
    -Na de zomer wordt een ontwerp-toewijzingsbesluit gepubliceerd, waarop bedrijven zes weken lang hun zienswijzen kenbaar mogen maken.
    -Op grond van deze zienswijzen neemt de overheid een definitief toewijzingsbesluit. Dit besluit zal eind dit jaar worden gepubliceerd.
    -Bedrijven die eerder een zienswijze indienden, krijgen dan nog zes weken de tijd om in beroep te gaan. De Raad van State verzamelt deze beroepen en doet in ťťn of enkele sessies, binnen veertig weken, uitspraak.

    Net als bij de toewijzing in de eerste handelsperiode 2005-2007, zullen bedrijven voor 28 februari van het eerste handelsjaar hun rechten op hun rekening krijgen. Beroepen kunnen leiden tot een bijstelling achteraf en in volgende handelsjaren.

  • Terug naar Inhoud
  • Omstreeks deze tijd starten veel bedrijven die deelnemen aan de emissiehandel de zogenoemde 'systeemverificatie', ten behoeve van het emissiejaarverslag over 2007. Met het vooruitzicht dat volgend jaar de belangrijkste huidige verificateur VBE niet langer op de markt is, kunnen bedrijven nu vast 'voorsorteren' met een nieuwe verificateur.

    "Het is verstandig als bedrijven die nu met het VBE werken bij hun systeemverificatie alvast contact opnemen met VBE om te overleggen over de overdracht van alle gegevens", beveelt Julia Williams van VROM aan. "Wellicht zou in enkele gevallen de nieuwe verificateur al mee kunnen lopen. Bedrijven moeten daartoe dus contact opnemen met het VBE en op deze manier zelf toezien op een volledige overdracht van gegevens na afloop van dit emissiejaar."

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijven die in de tweede periode voor CO2-emissiehandel willen werken met een standaard aardgasfactor, zullen dat uiterlijk 8 juni kenbaar moeten maken. Op die dag loopt de wettelijke termijn voor die melding af.

    "Er was enige onduidelijkheid ontstaan over deze termijn", aldus Wouter Verweij van het ministerie van VROM. "De termijn loopt af drie weken na de publicatie in de Staatscourant. Dat betekent: op 8 juni moet de aanvraag zijn verstuurd. Vorige week hadden zich 25 inrichtingen gemeld die met de standaardfactor willen werken."

    De mogelijkheid om te werken met standaard aardgasfactor i.p.v het zelfstandig bepalen van de emissiefactor van het aardgas wordt geboden aan bedrijven in de categorieŽn b en c. Monitoren met de standaard aardgasfactor heeft ook gevolgen voor de toewijzing. Monitoren met de standaard aardgasfactor heeft ook gevolgen voor de toewijzing. Die vindt plaats op basis van de historische aardgasfactor in het jaar 2004 en niet op basis van de gemiddelde aardgasfactor over de drie opgegeven basisjaren. Monitoren met de standaard aardgasfactor die VROM jaarlijks bekend maakt, betekent een toewijzing van CO2-rechten op basis van de standaard emissiefactor 56,8 ton CO2/TJ. De aardgasfactor wordt in beginsel in de eerste week van elk kalenderjaar gepubliceerd op de website van de NEA. De formele publicatie in de Staatscourant volgt dan zo snel mogelijk.

    Het meldingsformulier is bijgevoegd in de spiegelbrief (zie vorige nieuwsbrief, http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbox/ecofys/default.asp?briefid=9564#titel3)

  • Terug naar Inhoud
  • Op 23 mei hebben bedrijfsleven en overheid in gezamenlijk overleg geÔnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om de administratieve lasten voor NOx-emissiehandel omlaag te brengen. In de komende maanden zullen de opties verder worden uitgewerkt, om in het najaar verdere besluiten te kunnen nemen.

    De administratieve lasten zijn een zwaarwegend aspect van de NOx-emissiehandel. Walter Ruijgrok van EnergieNed, voorzitter van de Begeleidingsgroep Monitoring, Rapportage en Verificatie: "Het bedrijfsleven ervaart dat de lasten de baten van NOx-emissiehandel ver overstijgen. Dat komt door de als complex ervaren monitoring, plus de weinig flexibele uitruil van de regels voor emissiehandel met de regels die Europa oplegt met de IPPC-richtlijnen. De kosten moeten dus omlaag, bijvoorbeeld door aanpassing van regels en flexibeler omgaan met die regels. Misschien moet ook niet iedereen die nu meedoet aan emissiehandel, mee blijven doen."

    Tijdens de bijeenkomst in mei passeerden vooral veel opties voor kleine installaties de revue. "Bij grotere bedrijven zijn de mogelijkheden relatief beperkt", zegt Ruijgrok. "Bij de kleinere installaties zijn er belangrijke verbeteringen in de monitoring mogelijk. Of dat voldoende is? Dat kan ik nu nog niet zeggen. Veel zal ook afhangen van het oplossen van de interferentie tussen de emissiehandel en de IPPC-richtlijn."

    Momenteel beschrijft Infomil de opties en hun voor- en nadelen in meer detail. Na de zomer volgt een tweede sessie.

    Intussen wordt ook gewerkt aan het wegnemen van de wettelijke hindernissen die het dubbele NOx-regime (handel en IPPC) opwerpen, en wordt ook de mogelijkheid tot de uitbreiding van het Nederlandse systeem met bijvoorbeeld Noordrijn-Westfalen, Groot-BrittanniŽ of BelgiŽ onderzocht. Een en ander moet medio 2009 leiden tot een definitief go/no-go besluit ten aanzien van NOx-emissiehandel.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.

    Vraag: In de komende maanden breid ik mijn bedrijfslocatie uit. Hoe ga ik daarmee om in het monitoringsplan dat ik bij de NEa moet indienen?
    Antwoord: Het monitoringsplan moet de situatie per 1-1-2008 weerspiegelen. Neemt u de uitbreiding dus op in het monitoringsplan dat u bij de NEa indient. Als u al een monitoringsplan hebt ingediend waarin de uitbreiding nog niet is opgenomen, kunt u deze opnemen in een volgende versie van het monitoringsplan. Meldt u dit dan wel duidelijk in de aanbiedingsmail! Het is geen probleem dat nog niet alle informatie over de uitbreiding voorhanden is, zoals tagnummers en specificaties. Als u dergelijke informatie nog niet hebt, moet u in het monitoringsplan een harde deadline noemen waarvoor u deze bij de NEa aanlevert.

    Vraag: Is er in het systeem van CO2-emissiehandel een ondergrens voor de eenheden die moeten meedoen, zodat bijvoorbeeld noodstroomaggregaten niet onder het systeem vallen?
    Antwoord: Nee, zo'n ondergrens bestaat niet; CO2-eenheden die per 1-1-2008 onder het systeem van emissiehandel vallen (link) doen ongeacht hun grootte mee aan het systeem. Omdat de CO2-emissie meestal berekend wordt aan de hand van de brandstofstroom die door de hoofdbrandstofmeter gaat, zou het ook niet handig zijn om van deze hoofdstroom later nog kleine brandstofstroompjes af te trekken. Als uw bedrijfslocatie de CO2-emissie niet bepaalt aan de hand van de brandstofstroom die door de hoofdgasmeter gaat, kunt u de brandstofstroompjes die naar de kleine eenheden gaan, wellicht beschouwen als een 'zeer kleine source stream' (zie pag. 22 en 24 van de Leidraad CO2-monitoring). In dat geval kunt u de CO2-emissie daaruit bepalen met een methode die niet aan een nauwkeurigheidseis verbonden is, bijvoorbeeld met een energiebalans, een kental of een onderbouwde schatting.

    Bij de Helpdesk NEa kunt u terecht met al uw vragen over de Nederlandse Emissieautoriteit en de uitvoering van emissiehandel. Vragen over de registers kunt u ook daar stellen. Het telefoonnummer is 070-3395250 (werkdagen 9.00-12.00u), het emailadres nea@minvrom.nl.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).