******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=9823&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 49
19 juli 2007

Bedrijfslocaties die vanaf 1 januari 2008 blijven deelnemen aan CO2-emissiehandel en hierover op 18 juni jongstleden een herinneringsbrief van de NEa hebben ontvangen, moeten hun monitoringsplan aanpassen aan de nieuwe monitoringseisen. Zij moeten het geactualiseerde monitoringsplan uiterlijk 31 juli 2007 bij de NEa ter toetsing indienen.

Meer informatie over de procedure en hulpmiddelen kunt u vinden op de website van de NEa.

Alle 63 nieuwe bedrijfslocaties hebben vóór de deadline van 30 juni hun vergunningaanvraag en monitoringsplan voor de periode 2008-2012 ingediend.

Voor deze bedrijfslocaties heeft de Nederlandse Emissieautoriteit NEa zichzelf een resultaatsverplichting gesteld voor de tijdige afhandeling van de vergunningaanvraag, mits de ingediende monitoringsplannen van goede kwaliteit zijn. De bedrijven dienen ook eventuele wijzigingen die zij de komende tijd in het monitoringsplan moeten aanbrengen, op tijd en goed te verwerken. NEa garandeert dat deze bedrijfslocaties op tijd (per 1-1-2008) een emissievergunning krijgen die in werking is getreden.

De komende maanden gaat de NEa aan de slag met de toetsing van de monitoringsplannen. Als het ingediende monitoringsplan nog niet helemaal aan de eisen voldoet, zal zij de bedrijfslocaties vragen het plan aan te passen. De NEa heeft de monitoringsplannen van de eerste groep bedrijfslocaties, die met de deadline van 31 mei te maken hadden, inmiddels vrijwel allemaal getoetst. Deze bedrijven hebben een e-mail ontvangen met daarin het verzoek hun monitoringsplan aan te passen en binnen een 'deadline op maat' een tweede versie in te dienen bij de NEa.

De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.

Vraag: Ik heb bij het opstellen van mijn monitoringsplan gebruik gemaakt van een voorbeeldmonitoringsplan of het standaardmonitoringsplan en daarbij stap voor stap de instructies gevolgd. Nu krijg ik commentaar van de NEa dat sommige elementen uit het monitoringsplan nog niet voldoen aan de eisen. Hoe kan dat?
Antwoord: De NEa ziet in de praktijk dat bedrijfslocaties soms te gemakkelijk onderdelen uit het standaardmonitoringsplan of de voorbeelden overnemen, terwijl het de bedoeling is dat deze onderdelen worden aangepast aan de specifieke situatie bij de bedrijfslocatie.

Ook heeft de NEa, mede naar aanleiding van commentaar van derden, enkele onderdelen uit het voorbeeldmonitoringsplan voor de keramiek aangepast. U kunt het aangepaste voorbeeldmonitoringsplan vinden op de website van de NEa.

Vraag: Welke source streams mag ik als kleine of zeer kleine source streams aanmerken?
Antwoord: U kunt zelf bepalen welke source streams u als (zeer) klein aanmerkt. Hierbij geldt wel:
- voor zeer kleine source streams: alle zeer kleine (of de-minimis) source streams mogen gezamenlijk of maximaal 1 kton CO2-emissie per jaar opleveren, of minder dan 2 % van de totale CO2-emissie van de installatie, met een maximum van 20 kton/jaar.
- voor kleine source streams: alle kleine source streams mogen gezamenlijk of maximaal 5 kton CO2/jaar uitstoten of minder dan 10 % van de totale CO2-emissie van de installatie met een maximum van 100 kton/jaar.
Hierbij is ook nog van belang dat de-minimis bronstromen onderdeel uitmaken van kleine bronstromen. De kilotonnen of percentages van de-minimis-bronstromen tellen dus ook mee bij de limieten die gelden voor de kleine bronstromen.

Vraag: Wanneer valt een fakkel onder het systeem van CO2-emissiehandel?
Antwoord: Een fakkel kan in twee gevallen onder het systeem van CO2-emissiehandel vallen:
1. De bedrijfslocatie valt onder een aangewezen sector. In dit geval moeten álle CO2-eenheden meedoen, waaronder de fakkels.
2. De bedrijfslocatie heeft fakkeleenheden met een gezamenlijk vermogen van meer dan 20 MWth voor de verbranding (voor andere doeleinden dan energieproductie) van koolwaterstoffen of andere organische verbindingen. Deze komen voort uit offshore olie en gas, inclusief geïmporteerd gas en olie die zijn opgeslagen in offshore reservoirs, op onshore olie- en gasontvangststations of offshore olie- en gasfaciliteiten.
In alle andere gevallen valt de fakkel buiten de systeemgrenzen voor CO2-emissiehandel.

Bij de Helpdesk NEa kunt u terecht met al uw vragen over de Nederlandse Emissieautoriteit en de uitvoering van emissiehandel. Vragen over de registers kunt u ook daar stellen. Het telefoonnummer is 070-3395250 (werkdagen 9.00-12.00u), het emailadres nea@minvrom.nl.

Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).