******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=10001&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr 50
14 september 2007

De Nieuwsbrief Emissiehandel, die ongeveer tien tot twaalf keer per jaar verschijnt, beleeft vandaag zijn vijftigste editie. Eind 2003 startte de kerngroep CO2-emissiehandel met de nieuwsbrief met de bedoeling de deelnemers aan het in 2005 te introduceren systeem voor emissiehandel te voorzien zo veel mogelijk informatie.

Aan die informatieve rol voldoet de nieuwsbrief nog altijd, getuige de hoge waardering (7,8) door deelnemers aan het Congres over Emissiehandel, dit voorjaar. "Ik ben blij dat we destijds het besluit tot deze nieuwsbrief hebben genomen", zegt Wiel Klerken, secretaris milieu bij werkgeversvereniging VNO-NCW en lid van de kerngroep. "De nieuwsbrief wordt goed gelezen, merk ik aan reacties van onze leden. We hebben natuurlijk ook onze eigen magazines, zoals Forum, maar via deze nieuwsbrief komt de informatie over emissiehandel bij precies de juiste mensen."

De nieuwsbrief is uniek in Europa, bedrijven in andere lidstaten kennen dit informatiemedium niet. "Maar dat komt doordat het bedrijfsleven en de overheid in Nederland zo nauw samenwerken", denkt Klerken. "De nieuwsbrief is daarvan een exponent. In andere landen praten de bedrijven liever niet met 'de vijand', dat is toch vooral de Nederlandse cultuur."

De Nieuwsbrief Emissiehandel wordt samengesteld door Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).

  • Terug naar Inhoud
  • De overheid zal vlak voor 1 januari 2008 het ontwerp-toewijzingsbesluit van emissierechten per bedrijf in de periode 2008-2012 publiceren. Dat laat voldoende tijd voor inspraakprocedures om het definitieve toewijzingsbesluit vůůr 1 maart 2008 vast te stellen.

    Eerst wordt nu een toetsing van de kwaliteit van de toewijzing en de feitelijke berekening van de rechten uitgevoerd. Deze toetsing wordt uitgevoerd door de VROM-inspectie, in samenwerking met de accountantsdiensten van de ministeries van EZ en VROM. Julia Williams van de afdeling Klimaatverandering en Industrie van VROM: "We hebben in het verleden geen gebruik gemaakt van het recht om deze toetsing op de kwaliteit van de toewijzing te laten uitvoeren. Dat doen we nu wel, mede omdat nu geen sprake meer is van een proefperiode. Het gaat in het toewijzingsbesluit om het bod van de overheid aan de bedrijven, dat moet dus direct goed zijn."

    Als begin december het ontwerp is gepubliceerd, krijgen de bedrijven zes weken om hun zienswijze in te dienen. De bedrijven die inderdaad van dat recht gebruik maken, krijgen na behandeling van hun zienswijze nog de gelegenheid tot beroep.

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie heeft inmiddels 24 van de 27 ingediende toewijzingsplannen van de lidstaten beoordeeld en daarover een besluit genomen. Deze allocatieplannen dekken ongeveer 93% van alle emissies onder het handelssysteem. Alleen over Portugal, Bulgarije en RoemeniŽ moet nog een besluit worden genomen.

    Voor de 24 lidstaten geldt dat de opgetelde toegewezen emissierechten voor de periode 2008 tot en met 2012 een stuk lager zijn dan de werkelijke emissies in 2005. Het verschil bedraagt 7% (140 miljoen ton CO2). Het verschil met de plafonds die voor 2005 waren toegewezen is zelfs tweemaal zo groot (14%).

    Ook ligt het totaal aan toegewezen rechten in Europa een stuk lager dan de emissies die de lidstaten verwachten in hun 'business-as-usual' scenario's, namelijk 17%. Dat betekent dus dat de deelnemende bedrijven in de komende handelsperiode daadwerkelijk emissies moeten gaan reduceren.

    Ook bestaat de mogelijkheid dat bedrijven extra emissierechten verkrijgen uit emissie-reducerende projecten die buiten de EU worden uitgevoerd, zoals in ontwikkelingslanden (CDM). Het aandeel van dergelijke verkregen rechten in het totaal aantal rechten ter dekking van de uitstoot van een bedrijf is echter in de meeste gevallen wettelijk beperkt. In Nederland bedraagt het maximum voor dekking van de uitstoot met CDM-rechten 10%.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse glastuinbouwers zijn in gevorderd stadium van onderhandeling met de ministeries van VROM, FinanciŽn en LNV voor een eigen systeem om de kosten voor CO2-emissiereductie zo laag mogelijk te houden. Met een 'vereveningssysteem' voor CO2-emissies kunnen de goedkoopste maatregelen het eerst worden genomen, ongeacht de locatie van de kas. Tijdens een bijeenkomst eergisteren bleek dat overheid en bedrijven op ťťn lijn zitten.

    Het vereveningssysteem beoogt dus hetzelfde als het Europese systeem voor CO2-emissiehandel, maar ziet er om verschillende redenen anders uit. Zo vallen de meeste glastuinbouwers niet onder het Europese handelssysteem, omdat zij niet de 20 megawatt-grens van het eigen thermische ketelvermogen overschrijden. Slechts een tachtigtal van de in totaal 7000 tot 9.000 bedrijven voldoet aan die grenswaarde. Daarnaast wil de sector als geheel emissies reduceren, in plaats van individuele emissierechten die per bedrijf worden toegewezen. "Veel bedrijven stoten minder uit dan 1000 ton CO2. Het loont de moeite niet om die bedrijven op individuele basis in rechten te laten handelen", zegt Hans Warmenhoven van SpinConsult, die de sector heeft ondersteund bij het opzetten van het systeem.

    Streefwaarde
    Het vereveningssysteem is bedoeld om onder de streefwaarde voor de sectoremissies te blijven. Die streefwaarde wordt vertaald in een emissiequotum per bedrijf, dat wordt vastgesteld op basis van emissienormen voor bijvoorbeeld groepen gewassen, naar oppervlak of volgens emissies in voorgaande jaren. Die normen zullen de komende periode nader uitgewerkt worden. Blijft het bedrijf onder het quotum, dan ontvangt het na afloop van een verslagjaar een premie, als het boven het quotum komt moet het betalen.

    Het vereveningssysteem, dat kan rekenen op grote instemming van de bedrijven, zou bij voorkeur vanaf 2012 moeten worden gekoppeld aan het Europese systeem van emissiehandel. In dat geval zou de sector als geheel deelnemen en een plafond toegewezen krijgen. Blijft zij onder het plafond, dan heeft de sector emissierechten te koop; overschrijdt zij de streefwaarde dan moet zij emissierechten bijkopen. "Maar die koppeling kan niet binnen de huidige EU wetgeving voor emissiehandel", legt Paul van der Lee van VROM uit. "Wij proberen die koppeling nu mogelijk te maken via de herziening van de richtlijn, die uiteindelijk tot aanpassing moet leiden." Wel zou het systeem van monitoring van emissies, verslaglegging en verificatie op eenzelfde leest worden geschoeid als die voor het Europese handelssysteem. "Maar voor bedrijven met ťťn gasleiding is die monitoring zeer eenvoudig", voegt Warmenhoven toe.

    Proefjaar 2010
    De sector, verenigd in het Productschap Tuinbouw en LTO Glaskracht Nederland, wil het vereveningssysteem in 2011 starten, met 2010 als proefjaar. Tot dan geldt nog het Glami-convenant, waarbij milieuprestaties van glastuinbouwers worden beloond met een verlaging van de energiebelasting. Die verlaging zou volgens de glastuinbouwers en de overheid moeten worden voortgezet om de investeringen in besparende maatregelen mogelijk te maken, maar vereist wel goedkeuring door Brussel. Dat staat nog ter discussie.

    Voordat het systeem kan worden geÔntroduceerd, zijn er wat mijlpalen. Van der Lee: "Eerst moeten we weten of de Europese Commissie bereid is om de richtlijn voor emissiehandel in deze richting te veranderen. Verder moeten alle randvoorwaarden nog worden ingevuld, moeten we de Wet milieubeheer veranderen, en moeten nog alle product-emissienormen worden vastgesteld. Maar de sector wil graag, en wij zijn de sector graag ter wille."

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie heeft besloten om vanaf januari 2008 nieuwe regels voor de monitoring van emissies in te stellen. De regels moeten leiden tot lagere administratieve kosten.

    De nieuwe richtsnoeren ('guidelines') zijn al opgenomen in de Regeling monitoring handel in emissierechten, vooruitlopend op de officiele publicatie van de richtsnoeren (zie Staatscourant 2007, nr. 154). De herziening is het resultaat van een intensieve evaluatie van de monitoring in de eerste periode. De herziening betreft heldere en striktere eisen aan monitoringsplannen, een uitgebreide herziene lijst van emissiefactoren voor tal van industriŽle processen en brandstoffen en lichtere eisen aan plannen die worden ingediend door bedrijven met minder dan 25 kiloton emissie per jaar.

    De richtsnoerenvervangen soortgelijke regels voor monitoring en verslaglegging. De veranderingen brengen de monitoring meer in overeenstemming met de rapportage van emissies onder het regime van het VN klimaatverdrag.

    Zie ook de herziene regels op Eur-lex.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse Emissieautoriteit NEa ligt op schema met de toetsing van de monitoringsplannen voor de periode 2008-2012. Afgelopen vrijdag heeft de NEa 68 ontwerpvergunningen verstuurd aan nieuwe bedrijfslocaties die al een vergunbaar monitoringsplan hebben.

    In de toetsing zijn allereerst de 183 nieuwe deelnemers aan de orde, die bijna allemaal op tijd hun gegevens hebben aangeleverd. Als de bedrijven ook hun monitoringsplannen en eventuele aanpassingen op tijd inleveren, heeft de NEa de resultaatsverplichting om op uiterlijk donderdag 27 september ontwerpvergunningen te versturen aan alle nieuwe bedrijfslocaties die per 1-1-2008 een in werking getreden emissievergunning moeten hebben.

    Knelpunten
    De belangrijkste inhoudelijke knelpunten in de toetsing van nieuwe en geactualiseerde plannen hangen samen met de beperkte definitie van verbrandingsinstallatie voor de periode 2008-2012. Door de beperkte definitie valt een behoorlijk aantal bedrijfslocaties slechts voor een deel onder het systeem van CO2-emissiehandel. Dat levert problemen op in bijvoorbeeld de juiste afbakening van de CO2-installatie en het bepalen van de meetonzekerheid van de brandstofhoeveelheden.

  • Terug naar Inhoud
  • De NEa publiceerde enige tijd geleden de spreadsheet 'Onzekerheid variabelen CO2-emissie' op haar website. Hiermee kunnen bedrijven op een eenvoudige manier bepalen met welke monstername- en analysefrequentie zij de onzekerheidseisen voor de calorische waarde, emissiefactor, biomassafractie en andere variabelen kunnen halen.

    In een formule van het tabblad 'historie' in de spreadsheet is een fout ontdekt, waardoor de geadviseerde monstername- en analysefrequentie te hoog uitkomen. Inmiddels is de spreadsheet bijgewerkt. De actuele, juiste versie van de spreadsheet is hier te downloaden.

  • Terug naar Inhoud
  • Op basis van het Nationaal Toewijzingsplan over de toewijzing van CO2-emissierechten voor de periode 2008-2012 zal een aantal bedrijfslocaties vanaf 1 januari 2008 niet meer deelnemen aan CO2-emissiehandel. Het gaat bijvoorbeeld om bedrijven die door de andere definitie van het begrip 'verbrandingsinstallatie' niet meer vallen onder het emissiehandelssysteem. In totaal gaat het om ruim veertig bedrijven.

    Een bedrijfslocatie die vanaf 1 januari 2008 niet meer onder het systeem van CO2-emissiehandel valt, ontvangt in september of oktober 2007 een brief van de NEa waarin zij informeert over het voornemen om de CO2-emissievergunning in te trekken. Daarnaast geeft de brief aan hoe het bedrijf eventueel bezwaar kan maken tegen het intrekken van de CO2-vergunning.

    Voor meer informatie: de Helpdesk NEa, 070 - 339 5250.

  • Terug naar Inhoud
  • Binnenkort zullen de ministeries van VROM en EZ zich met werkgeversorganisatie VNO-NCW buigen over een voorstel om de verbetering van de handel in NOx-emissies te onderzoeken (zie ook in Nieuwsbrief nr. 48).

    "Belangrijkste vraag die we willen laten onderzoeken is: Is NOx emissiehandel na 2010 kosteneffectief?", licht Willem-Henk Streekstra van VNO-NCW toe. "Zo niet, dan moeten we zo snel mogelijk stoppen. Zo ja, dan moeten we zo snel mogelijk de oplossingen invoeren."

    VNO-NCW denkt binnen een jaar antwoord op deze vraag te hebben. Streekstra. "Wij zijn nog steeds van mening dat emissiehandel voor NOx een interessant instrument kan zijn, maar als de kosten te hoog worden, moeten we dat ook eerlijk onder ogen kunnen zien. Ik denk dat we al vrij snel aanwijzingen over de voortgang kunnen geven aan onze leden, zodat die zich een mening kunnen vormen."

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).