******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=10238&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 51
6 november 2007

Nederland heeft het Europese systeem voor CO2-emissiehandel op hoofdlijnen goed ingevoerd, maar er zijn enkele duidelijke verbeteringen mogelijk. In een recent rapport doet de Algemene Rekenkamer suggesties om het effect van het systeem op het milieu te vergroten en enkele weeffouten te herstellen. In veel gevallen is daarvoor overigens een strakkere Europese regie noodzakelijk.

In het rapport Europees handelssysteem voor CO2-emissierechten, dat op 1 november 2007 is gepubliceerd, constateert de Rekenkamer onder andere dat er op een paar punten frictie bestaat tussen het systeem voor emissiehandel en algemene energie- en klimaatbeleid. Die wrijving is er bijvoorbeeld ten aanzien van duurzame energie. Als een bedrijf bijvoorbeeld (met overheidssteun) biomassa toepast, leidt dat niet tot een extra verlaging van de uitstoot, terwijl dat wel het doel is van het beleid. Het systeem voor emissiehandel heeft namelijk de jaarlijkse emissieruimte voor dat bedrijf al vastgelegd, waardoor de uitstootreductie door de biomassa ruimte slechts ruimte creŽert voor andere emissies en het totaal niet afneemt.

Overigens erkent de overheid in een reactie op het rapport van de Rekenkamer dat er op dit punt sprake is van overlap. Zij kondigt dan ook aan dat in het systeem voor de Stimulering van Duurzame Energie, dat volgend jaar ingaat, rekening zal worden gehouden met de toegewezen emissierechten.

De overheid is het echter niet eens met de conclusie van de Rekenkamer dat de ministeries bij het toedelen van de emissierechten het bedrijfsleven te weinig beperkingen wil opleggen, waardoor Nederland het Kyoto-doel voor 2012 (-6% emissies) dreigt mis te lopen. De Rekenkamer wil de buffer van 4,6 miljoen ton CO2, die is ontstaan doordat de Europese Commissie het door Nederland voorgestelde plafond heeft verlaagd met 5%, niet te snel inzetten. De overheid wil met die 4,6 Mton echter het aandeel van emissiereductie met projecten in het buitenland kunnen verlagen, omdat de kosten daarvoor hoger oplopen dan aanvankelijk was begroot. De overheid bestrijdt dat daarmee de Kyoto-doelen in gevaar komen.

Een aantal aanbevelingen van de Rekenkamer ten aanzien van het Europese handelssysteem – zoals verdere harmonisatie, betere monitoring, toezicht en verificatie, een transparantere toewijzing - wordt nu al door de Nederlandse overheid in Brussel bepleit.

  • Terug naar Inhoud

  • Het bedrijfsleven wil de uitstoot van broeikasgassen voor 2020 met ten minste 20% terugdringen. Dat is de kern van het Duurzaamheidakkoord dat het kabinet vorige week in Den Haag heeft ondertekend met het georganiseerde bedrijfsleven.

    Namens het kabinet zetten naast minister Jacqueline Cramer van VROM, de minister Van der Hoeven (Economische Zaken) en Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en de staatssecretarissen De Jager (FinanciŽn) en Timmermans (Europese Zaken) hun handtekening. Ook minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat) en minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) zullen het akkoord ondertekenen. Het bedrijfsleven werd vertegenwoordigd door ondernemersorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland.

    De inspanning om de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent te verminderen in 2020 komt"overeen met de minimale doelstelling van de Europese Unie, maar is lager dan het streven van het kabinet (30 procent). Minister Cramer: "Het bedrijfsleven gaat dezelfde richting in. Het wil eerst zekerheid over de Europese reductieplannen. De EU houdt de mogelijkheid open om de uitstoot met 30 procent te verminderen als andere landen hun uitstoot ook verder aanpakken. Daarover is nog geen duidelijkheid. Nederlandse bedrijven willen binnen Europa op gelijke voet kunnen concurreren. In Europa gaan steeds meer stemmen op om op een reductiepercentage van 30% te gaan zitten. Net als het doel van dit kabinet.

    Convenanten tussen de overheid en verschillende sectoren vormen een hoofdlijn in het onlangs gepresenteerde werkprogramma Schoon en Zuinig. Volgens minister Cramer duurt nieuwe wetgeving meestal enkele jaren, terwijl een convenant dat is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, partijen ertoe beweegt snel aan de slag te gaan. "Ik wil dat we vandaag in actie komen", aldus Cramer. "Daarbij is dit akkoord maar ťťn van de instrumenten die ik inzet om Nederland duurzamer te maken."

    Het duurzaamheidakkoord is een akkoord op hoofdlijnen. Het vormt de basis voor de akkoorden met de verschillende bedrijfssectoren, zoals de landbouw, industrie en verkeer & vervoer. Deze wil minister Cramer voor 1 april 2008 hebben afgesloten.

    Zie ook het Duurzaamheidsakkoord (http://www.vrom.nl/Docs/milieu/20071101_Duurzaamheidakkoord.pdf).

  • Terug naar Inhoud

  • Er zit schot in het project 'optimalisatie NOx-handel', dat de mogelijkheden onderzoekt om de handel in NOx-emissies in de nabije toekomst vlot te trekken en in de verdere toekomst meer zekerheden te verschaffen.

    De tussenresultaten van het project zullen op 14 november aanstaande worden besproken in een bijeenkomst van de Stuurgroep Lucht van VNO-NCW. Aan de orde komen belangrijke onderwerpen, zoals de vereenvoudiging van de monitoring, die met name voor de kleinere deelnemers in het handelssysteem de administratieve lasten zullen verminderen.

    Ook zal de herziening van de huidige opt-out regeling worden besproken. Nu mogen installaties met een vermogen kleiner dan 30 MW een opt-out aanvragen om buiten het handelssysteem te mogen blijven. Het is de bedoeling dat straks installaties kleiner dan 50 MW dat mogen, mits zij voldoen aan de uitstootnorm van maximaal 40 g NOx/GJ.

    'PiŤce de resistance' wordt gevormd door de discussie over de waarden voor de Performance Standard Rate (PSR) voor 2011, 2012, met een eventuele indicatie voor de langere termijn. Deze waarden voor de NOx-uitstoot van installaties worden besproken in het licht van de recente aankondiging van minister Cramer van VROM dat aanscherping nodig is om zeker te kunnen stellen dat het NEC-doel in 2012 wordt gehaald. De huidige PSR-waarden, die nu zijn vastgesteld tot en met 2010, zouden daartoe moeten worden aangescherpt. Ook moeten de ambities voor de industriŽle NOx-emissies op de langere termijn worden vastgesteld. VNO-NCW heeft ook zelf ambities voor de langere termijn; de PSR-waarden voor 2011 en 2012 zouden daarin moeten passen.

    VROM wil begin 2008 de aanpassingen in het systeem van de NOx emissiehandel verwerken in een herziening van het Besluit Handel in Emissierechten, zodat bedrijven zo spoedig mogelijk kunnen profiteren van de verbeteringen in het systeem.

  • Terug naar Inhoud

  • Ondanks de problemen met het huidige Nederlandse systeem voor emissiehandel in stikstofoxiden, denkt de werkgeversorganisatie VNO-NCW toch dat het verstandig is om het instrument in stand te houden. "Zeker nu de Europese Commissie ook ruimte lijkt te bieden aan dit instrument in de bestaande regelgeving, denk ik dat we het kind niet met het badwater moeten weggooien", aldus Willem-Henk Streekstra van VNO-NCW.

    Een deel van de problemen met de huidige NOx-emissiehandel is ontstaan door een mismatch met de Europese regelgeving. In een document dat nu intern door de Europese Commissie is verspreid staat, dat emissiehandel meer ruimte zou moeten krijgen in de bestaande IPPC-wetgeving. "Het bedrijfsleven in Nederland is nu natuurlijk zeer kritisch over NOx-emissiehandel. Maar VNO-NCW voorziet voor de langere termijn strengere regels voor de uitstoot, en daarvoor hebben we economische instrumenten nodig."

    Volgende week komen bedrijfsleven en overheid weer samen om te spreken over de toekomst van NOx-emissiehandel. "Ik kan daar nog niet veel over zeggen, maar onze inzet is: hoe plooien we het instrument zů dat we er over een paar jaar nog nut van hebben? Het is bemoedigend dat de Europese Commissie ruimte biedt. Graag bieden wij ons aan als proeftuin, bijvoorbeeld voor een paar jaar."

    Ook Arend Smit, directeur van handelsbeurs Emissiebeurs.nl, ziet perspectief voor NOx-emissiehandel. "En niet alleen omdat ik dat graag zie. De overheid heeft in feite geen ander middel om de NOx-uitstoot verder te verlagen. De industrie heeft wel een keus, en je ziet dat de verkopers van NOx-emissierechten wel willen, maar de kopers niet. Ik geloof in de voordelen, en zou die graag aan de bedrijven laten zien. De meeste kosten zijn nu wel gemaakt, dus in de toekomst zal NOx-emissiehandel goedkoper zijn."

    Eťn advies wil Smit de deelnemers van de bijeenkomst volgende week (14 november) wel meegeven: "We moeten niet wachten tot 2009 voor we een definitief besluit nemen over NOx-emissiehandel, want dan is er te weinig tijd om nog veranderingen voor 2011 te kunnen aanbrengen. We moeten nu alvast gaan sleutelen aan de PSR (de performance standard rate, die bepaalt hoe de NOx-prestatie van installaties per jaar verbeteren, red.)."

  • Terug naar Inhoud


  • Vorige week hebben de ministers van EZ en VROM in een brief aan de Tweede Kamer hun inbreng uitgelegd in de evaluatie van het Europese systeem voor emissiehandel. Harmonisatie van het handelssysteem in de lidstaten en zo veel mogelijk veilen zijn de sleutelwoorden.

    De evaluatie ligt ten grondslag aan de herziening van het handelssysteem voor de periode na 2012. Begin volgend jaar komt de Europese Commissie met een voorstel voor die herziening.

    De Nederlandse overheid hecht belang aan een aantal zaken in het systeem na 2013. De wil om meer emissierechten te gaan veilen, in plaats van gratis uitdelen, doet volgens de overheid meer recht aan de werkelijke waarde van CO2-emissies aan het principe 'de vervuiler betaalt'. Als bedrijven in internationale markten echter rechten moeten gaan kopen kan dat leiden tot concurrentienadeel ten opzichte van bedrijven die dat niet hoeven. Gekeken wordt of hier binnen Europa rekening mee kan worden gehouden, bijvoorbeeld door de veilingopbrengst terug te sluizen naar de bedrijven.

    Te allen tijde is een 'level playing field' voor bedrijven zeer belangrijk. Die gelijkwaardigheid voor bedrijven kan worden verbeterd als bijvoorbeeld de toewijzing van emissierechten, de controle en de behandeling van nieuwkomers in heel Europa op een uniforme manier worden uitgevoerd. Zo zou het totale CO2-plafond voor deelnemende sectoren op EU-niveau moeten worden vastgesteld. De uitvoering van de emissiehandel blijft wel in handen van nationale overheden, maar een harmonisatie geeft de Europese Commissie meer instrumenten voor een goede sturing in handen.

    Ten slotte wijzen de bewindslieden erop dat alle betrokken partijen – bedrijven, overheden en milieuorganisaties – naast harmonisatie ook graag een langjarige zekerheid in het systeem zien. De overheid pleit dan ook voor een handelsperiode van acht jaar, in plaats van vijf jaar voor de periode 2008-2012.

    Tenslotte wil de Nederlandse overheid inzetten op nadere focus op de deelnemende bedrijven. Enerzijds zouden meer relevante sectoren en meer broeikasgassen – zoals lachgas – onder het systeem moeten gaan vallen. Anderzijds pleit Nederland er in internationaal verband al jaren voor om de bedrijven met een lage emissie de gelegenheid te geven buiten het handelssysteem te blijven, in verband met de relatief hoge administratieve lasten.

    De brief van EZ en VROM zal binnnekort in de Tweede Kamer worden besproken.

    Voor meer informatie, zie de Kamerbrief (www.minez.nl).

  • Terug naar Inhoud

  • Nog altijd heeft de overheid gepland dat zij vlak voor 1 januari 2008 het ontwerp-toewijzingsbesluit van emissierechten per bedrijf in de periode 2008-2012 zal publiceren.
    Die deadline laat voldoende tijd voor inspraakprocedures om het definitieve toewijzingsbesluit vůůr 1 maart 2008 vast te stellen. Als in december het ontwerp is gepubliceerd, krijgen de bedrijven zes weken om hun zienswijze in te dienen. De bedrijven die inderdaad van dat recht gebruik maken, krijgen na behandeling van hun zienswijze nog de gelegenheid tot beroep.
    Het wachten is nu op twee zaken. Ten eerste wacht de overheid nog op definitief uitsluitsel van de Europese Commissie over het plan voor toewijzing, alvorens een ontwerp-besluit kan worden opgesteld. Inmiddels heeft de Commissie wel op al haar vragen antwoord gekregen. Ook de steekproef van de VROM Inspectie naar de kwaliteit van de emissiecijfers is nog niet afgerond. "Er zijn geen negatieve signalen over die toets, maar we zullen toch even moeten afwachten", aldus Paul van der Lee.
    Als de deadlines niet worden gehaald, zouden bedrijven per 1 maart 2008 hun emissierechten nog niet krijgen bijgeschreven op hun rekening in het register. Dat zou de handel niet hoeven belemmeren, maar dat voorkomt wel dat verhandelde emissierechten ook direct van eigenaar kunnen veranderen.

  • Terug naar Inhoud


  • In oktober zijn de systeemverificaties van start gegaan van de emissies over het verslagjaar 2007. Dit jaar is het laatste jaar waarover VBE de gegevens in de emissiejaarverslagen van bedrijven zal kunnen verifiŽren. Volgend jaar zal VBE, onderdeel van EZ-agentschap Senternovem, niet langer functioneren als verificateur. De overheidsbijdrage aan de verificatie stopt ook met ingang van verslagjaar 2008.

    De overgrote meerderheid van alle bedrijven die aan de emissiehandel voor CO2 en NOx deelnemen maakt nu gebruik van de diensten van VBE, mede omdat daarmee een bijdrage van de overheid in de kosten gemoeid was. Vanaf verslagjaar 2008, in de nieuwe handelsperiode, zullen alleen commerciŽle verificateurs hun goedkeuring mogen hechten aan de emissieverslagen. Deze verificateurs moeten zelf uiteraard zijn geaccrediteerd bij de Raad van Accreditatie.

    Overigens blijven alle gegevens het bezit van de bedrijven zelf. Deze gegevens kunnen dus direct ter beschikking van de nieuwe verificateur worden gesteld. Bedrijven hebben nog wel de mogelijkheid om de nieuwe verificateur te laten meelopen met de dataverificatie, welke begin 2008 zal plaatsvinden.
    Nu wordt ook bekeken hoe de aanwezige algemene en gedetailleerde kennis bij VBE over systemen van monitoring en verificatie hun weg naar de nieuwe marktpartijen kunnen vinden.

  • Terug naar Inhoud



  • Nederlandse bedrijven krijgen de gelegenheid in de periode vanaf 2008 extra emissierechten van buiten de EU, via Joint Implementation of Clean Development Mechanism projecten, aan te kopen om hun emissie te dekken. Voor Nederland heeft de Commissie het maximum voor de totale verhoging van de hoeveelheid emissierechten per bedrijf vastgesteld op 10%.

    Deze limiet van 10% geldt voor de volledige planperiode vanaf 1 januari 2008 tot en met eind 2012, en niet voor elk individueel verslagjaar. "Dat betekent dus dat een bedrijf in ťťn jaar best meer dan 10% rechten uit JI en CDM kan inkopen, zolang het gemiddelde voor de gehele periode niet boven 10% uitkomt", verduidelijkt Nicole van Klaveren van Economische Zaken.

    Overigens is het percentage van 10% beduidend lager dan het maximum dat bijvoorbeeld Duitsland kreeg opgelegd (20%). Dat komt omdat de Nederlandse overheid ook zelf al JI en CDM-rechten inkoopt om de nationale doelstellingen voor CO2 te kunnen halen. De Europese Commissie wilde het Nederlandse verzoek voor een hoger percentage daarom niet honoreren.

  • Terug naar Inhoud


  • De NEa en SenterNovem hebben een nieuw hulpmiddel ontwikkeld voor het implementeren van een kwaliteitsborgingssysteem voor NOx-emissies. Bedrijven, leveranciers en toezichthouders kunnen dit instrument gebruiken om aan de recentste kwaliteitseisen voor NOx-metingen te voldoen.

    Bedrijven, leveranciers en toezichthouders kunnen de rekensheet 14181 voor NOx meetsystemen gebruiken om alle activiteiten te registreren die noodzakelijk zijn voor de correcte uitvoering van de NEN-EN 14181 met Continuous Emission Monitoring systemen (CEMS). De hulpmiddelen voor het meten van NOx op Predictive Emission Monitoring-systemen (PEMs) blijven ongewijzigd.

    De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en SenterNovem hebben deze rekensheet ontwikkeld als opvolger van de bestaande set hulpmiddelen. De rekensheet is voorlopig tweetalig. Gebruikers kunnen de NEN-EN 14181 op een eenvoudige manier invullen en een aantal onduidelijkheden en praktische problemen is opgelost. De grootste veranderingen zijn dat bedrijven nu kunnen werken met defaultwaarden (indien leveranciergegevens ontbreken) en beginnen met ťťn scherm, van waaruit zij alle diverse noodzakelijke stappen kunnen openen. Relevante resultaten zien zij daarbij overzichtelijk weergegeven.

    NEa en SenterNovem hebben, samen met Infomil een methode ontwikkeld om op een eenvoudige wijze aan de verplichtingen van de norm te voldoen. Verschillende leveranciers zijn benaderd en potentiŽle gebruikers hebben de rekensheet uitgebreid getest.

    De rekensheet is hier (http://www.emissieautoriteit.nl/mediatheek/hulpmiddelen bij NEN EN 14181) te downloaden. Bij het openen van de rekensheet dient u de macro's in te schakelen. Een uitgewerkt praktijkvoorbeeld is nog in ontwikkeling.

    Voor meer informatie belt u Helpdesk NEa 070-3395250 (ma-vrij, 9-12 u), of stelt u uw vraag via nea@minvrom.nl.

  • Terug naar Inhoud

  • Met de beoordeling van de laatste twee allocatieplannen – van RoemeniŽ en Bulgarije -is nu het beeld van het totale plafond voor de emissiehandel in de periode 2008-2012 compleet. Het plafond voor die periode ligt ruim 10% lager dan het plafond van de eerste fase (2005-2007).

    In totaal zijn nu 27 allocatieplannen goedgekeurd, onder de voorwaarde dat elk land nog enkele vragen beantwoordt. Op Denemarken, Frankrijk, SloveniŽ en Groot-BrittanniŽ na, zag elk land zijn voorgestelde plafond verlaagd. Nederland moest van de Commissie ongeveer 5% inleveren.

    Het totale plafond voor alle bedrijven die gaan meedoen aan het Europese handelssysteem ligt op 2,08 miljard ton CO2. Dat is iets lager dan de totale geverifieerde emissies onder het systeem in 2005. "Als je corrigeert voor de emissies van bedrijven die nu niet meedoen maar in de volgende fase wel, ligt het plafond 6% onder het werkelijke niveau van 2005", zegt onderzoeker Max Rathmann van Ecofys. "Vergeleken met 'business-as-usual' voor de jaren 2008-2012 is het plafond 7% lager."

    Dat betekent waarschijnlijk dat het overschot van emissierechten uit de eerste periode waarschijnlijk wordt omgezet in een tekort, dat kan worden opgelost door maatregelen te nemen voor emissiereductie. Een andere mogelijkheid die de tweede fase van emissiehandel biedt, is de aankoop van extra emissierechten van buiten de EU, via Joint Implementation of Clean Development Mechanism projecten. Nederlandse bedrijven mogen hun allocatie met maximaal 10% ophogen met dergelijke rechten.

  • Terug naar Inhoud


  • In de komende tien tot vijftien jaar zal emissiehandel een leidend instrument blijven voor het klimaatbeleid in de industrie. Daarnaast leunt de overheid sterk op convenanten met verschillende sectoren, zoals ook in de industrie.

    Dat zijn twee kernboodschappen uit het werkprogramma voor 'Schoon en Zuinig', genoemd Nieuwe Energie voor het Klimaat. Het werkprogramma, dat in september is gepresenteerd en vorige week in de Tweede Kamer is besproken, moet leiden tot 30% minder CO2-emissies in 2020, onder andere via een aandeel van 20% duurzame energie in het totale energieverbruik en een efficiŽntieverbetering oplopend naar meer dan 2% per jaar.

    De industriŽle bedrijven die niet onder de emissiehandel vallen of willen vallen, zullen in een geÔntensiveerde meerjarenafspraak, of anders met vergelijkbare inspanningen worden geconfronteerd. Op vragen tijdens het Kamerdebat over de afspraken zei minister Cramer van VROM: "De afspraken zijn zeker niet vrijblijvend, ze worden 'afrekenbaar'."

    Belangrijke nieuwe aspecten binnen 'Schoon en Zuinig' zijn het duurzaamheidsakkoord tussen bedrijfsleven en overheid (zie elders in deze nieuwsbrief), efficiŽntieverbetering in de keten – dus ook 'buiten de poort' – en inventarisaties van de mogelijkheden voor energiebesparing op de langere termijn. Er komen extra stimulansen voor 'koploperbranches', die zich richten op 50% energiebesparing in 2030.

    Zie meer informatie over 'Schoon en Zuinig' op de website van VROM: http://www.vrom.nl/pagina.html?id=32950&term=schoon+en+zuinig.

  • Terug naar Inhoud

  • In de handelsperiode 2008-2012 gaat een groot aantal bedrijfslocaties voor het eerst deelnemen aan CO2-emissiehandel, vooral in de sectoren glastuinbouw en keramiek. 183 nieuwe bedrijfslocaties hebben van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) een ontwerpvergunning voor CO2 gekregen. Op 16 november 2007 krijgen deze bedrijfslocaties hun (definitieve) emissievergunning voor CO2 of wordt de bestaande NOx-emissievergunning gewijzigd in een emissievergunning voor NOx en CO2. Die emissievergunning kan dan per 1 januari 2008 in werking treden.

  • Terug naar Inhoud


  • Er zijn 40 bedrijfslocaties die in 2005-2007 wel deelnemen aan het systeem van CO2-emissiehandel, maar die hieraan door wijziging van de deelnamecriteria in 2008-2012 niet meer deelnemen. Aan die bedrijfslocaties heeft de NEa een brief verzonden met het voornemen om de emissievergunning voor CO2 in te trekken. Bedrijfslocaties die menen dat de intrekking onterecht is, kunnen dat aan de NEa doorgeven. Aan de bedrijven van wie de NEa niets hoort, zal de NEa op 19 november een intrekkingsbesluit sturen. Dat besluit treedt op 1 januari 2008 in werking.

  • Terug naar Inhoud

  • De NEa is op dit moment druk bezig met het toetsen van de plannen van 168 bedrijfslocaties die al een emissievergunning voor CO2 hebben, maar hun monitoringsplannen op 1 januari 2008 aangepast moeten hebben aan de nieuwe regels.

    Deze bedrijven hebben hun monitoringsplan ter toetsing aan de NEa voorgelegd om zekerheid te krijgen of het aan de nieuwe regels voldoet. Samen zullen de NEa en de bedrijven streven naar validatie van de monitoringsplannen voor het eind van dit jaar. Die deadline kan worden gehaald als bedrijven een verbeterde versie van het monitoringsplan indienen binnen de termijn die de NEa hieraan stelt.

    In december zal de NEa aan de bedrijfslocaties met een gevalideerd plan een brief sturen met het gewaarmerkte monitoringsplan. In de brief staat dat het gewaarmerkte plan aan de eisen voldoet en vanaf 1-1-2008 gebruikt moet worden voor de CO2-monitoring.

  • Terug naar Inhoud

  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).