******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=10400&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr.52
14 december 2007

De Nederlandse bedrijven die deelnemen aan het Europese systeem voor emissiehandel krijgen voor 1 maart 2008 waarschijnlijk nog niet de aan hen toegewezen CO2-emissierechten voor 2008 op hun rekening. De Nederlandse overheid is nog in afwachting van een definitief akkoord over het allocatieplan van de Europese Commissie.

Oorspronkelijk was het ontwerp-toewijzingsbesluit gepland voor begin december. Dan zou er, inclusief tweemaal een periode van zes weken voor zienswijzen en een beroepsprocedure daarvoor, nog voldoende tijd zijn om de deadline van 1 maart voor het overmaken van de rechten naar de bedrijven te halen. Op die datum kunnen bedrijven daadwerkelijk rechten aan elkaar gaan overmaken. "We zoeken nu naar oplossingen om toch zo dicht mogelijk op die datum van 28 februari rechten te kunnen overmaken", aldus Paul van der Lee van VROM. "Maar we moeten wachten op de definitieve goedkeuring van de Europese Commissie."

Al in januari keurde de Commissie het Nederlandse plan voor toewijzing goed, onder voorwaarde dat het emissieplafond met 5% omlaag werd geschroefd en enkele andere veranderingen. Daarop heeft de Nederlandse overheid een aantal aanpassingen aangebracht, die eind november het laatst zijn besproken met de Europese Commissie.

"De Commissie is vooral bedacht op over-allocatie: meer rechten toewijzen dan een bedrijf nodig zou hebben", zegt Esther Spaans van VROM over het gesprek met de Europese Commissie. "Die vrees heeft bijvoorbeeld betrekking op de energie-efficiency factor van 1,15 die wij wilden toepassen en op onze keuze om de historische emissies te mogen uitkiezen uit drie jaren in de periode 2000-2005, die volgens de Commissie ook gevaar voor over-allocatie oplevert. We hebben de Commissie daarover denk ik veel nadere informatie kunnen verstrekken. We hebben onder meer de efficiency factor verlaagd naar 1,10. Ook hebben we nog eens benadrukt dat ons systeem er juist op gericht is efficiŽnte bedrijven anders te behandelen dan minder efficiŽnte bedrijven. De Commissie is nu nog in beraad over haar definitieve fiat."

"Wij staan hierin niet alleen, want volgens de Commissie zijn wij ťťn van de eerste landen met de toewijzing", aldus Van der Lee. "De vraag is inderdaad wat er met de handel vlak na 1 maart gaat gebeuren. Vermoedelijk niet zo veel. Ook nu wordt er gehandeld in 'forwards' voor 2008, dus met rechten die bedrijven zelf nog niet in bezit hebben."

In principe hebben bedrijven een vol jaar (tot 1 april 2009) de tijd om nog rechten over 2008 over te kunnen maken, teneinde een eventueel tekort in de totale emissies af te dekken ofwel een overschot te kunnen verkopen. "We willen de procedure voor toewijzing van rechten natuurlijk wel zo snel mogelijk na 1 maart 2008 afronden", aldus Van der Lee. Overigens kan ook de toetsing van de gegevens rondom emissies van bedrijven nog tot verandering van de toewijzing leiden. Ten slotte is ook de koppeling tussen het centrale register voor de Europese emissiehandel (het Europese centrale 'transaction log') en dat voor CDM rechten (het 'transaction log' van de Verenigde Naties) nog niet op orde. Die koppeling is nodig als bedrijven ook rechten uit CDM-projecten in ontwikkelingslanden willen gebruiken voor de Europese emissiehandel.

  • Terug naar Inhoud
  • Er is in de laatste maand nog geen definitieve besluit gevallen over de toekomst van de emissiehandel in stikstofoxiden. Bedrijfsleven en overheid zijn nog altijd met elkaar in discussie over de voorwaarden waaronder NOx emissiehandel zal worden voortgezet.

    De besprekingen, onder andere van 14 november, hebben niet geleid tot overeenstemming. Delen van het bedrijfsleven ageren tegen het ontwerp van het verloop van de PSR in de jaren direct na 2010. De doorkijk naar 2020 leidde tot discussies binnen het bedrijfsleven. Beide partijen zien de interferentie tussen emissiehandel en de milieuvergunningen voor bedrijven als probleem. Dit is nog niet opgelost. Willem Henk Streekstra van VNO-NCW: "Beide partijen ervaren NOx emissiehandel voor de lange termijn als zeer zinvol. Maar we moeten wel snel duidelijkheid krijgen over de toekomst, want dat is belangrijk voor het voortbestaan van draagvlak bij onze achterban."

    VNO-NCW bereidt momenteel een brief voor over de toekomst van dit nationale systeem voor emissiehandel. Streekstra: "Daarin zetten we alle feiten weer eens op een rij. Een belangrijke bottleneck ligt nu bij de Europese Commissie. Die moet besluiten welke ruimte het instrument emissiehandel krijgt binnen de Europese wetgeving. Wij willen nu graag zeker weten welke ruimte we daarvoor krijgen, en trekken nu gezamenlijk met de overheid op richting Brussel om die zekerheid te krijgen."

    Zie ook vorige artikelen over NOx-emissiehandel (http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbox/ecofys/default.asp?briefid=10238#titel5).

  • Terug naar Inhoud


  • Met de aanwezigheid van milieuministers uit vele landen ter wereld op Bali, gaat het er vandaag op de wereldklimaattop op het Indonesische eiland echt om spannen. Naast afspraken over de uitvoering van het Kyoto Protocol, dat loopt tot 2012, wordt van de deelnemers vooral verwacht dat zij tot een eerste overeenstemming komen over de periode na 2012.

    Het doel van de 'toekomst dialoog' op Bali is, dat zo veel mogelijk landen afspreken de onderhandelingen te starten voor een mondiale afspraak om de emissies van broeikasgassen terug te brengen tot een niveau met beperkte gevolgen voor de samenleving. Volgens de eerder dit jaar verschenen wetenschappelijke rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change moet daartoe de gemiddelde temperatuurstijging op de wereld onder 2 graden Celsius blijven. Dat betekent dat de wereld-emissies van broeikasgassen rond 2050 moet zijn gehalveerd. Om ontwikkelingslanden nog ruimte voor groei te gunnen, zouden industrielanden zelfs 70 tot 80% terug moeten in de uitstoot.

    In een vergadering met zo'n dertienduizend deelnemers en belangstellende omstanders, zou Bali dezer dagen een eerste aanzet in deze richting moeten geven. Uiterlijk over twee jaar, bij de klimaattop in Kopenhagen, moet dan een nieuwe afspraak (wellicht een Kopenhagen Protocol) worden gesloten.

    De eerste schermutselingen rondom de ontwerp-teksten voor de uitkomst van Bali toonden eerder deze week dat veel landen welwillend zijn om de onderhandelingen te starten. Hoewel Amerika – het enige rijke land dat het Kyoto Protocol niet ondertekende – tegen het opnemen van indicatieve doelstellingen in de basistekst is, worden getallen van 25 tot 40% reductie in 2020 voor rijke landen als noodzakelijke doelstellingen beschouwd. Om ook de sterk groeiende ontwikkelingslanden mee te krijgen, zullen de rijke landen daarnaast ook veel moeite moeten steken in technologie-overdracht en het creŽren van fondsen om de gevolgen van klimaatverandering, zoals overstromingen, te kunnen beperken.

    De besprekingen eerder deze week tonen dat veel landen, de EU voorop, die inspanningen wel willen doen. De verwachting van velen is dan ook dat Bali eind deze week zal eindigen met de afspraak om in de komende twee jaar een afspraak te maken. Maar pas over twee jaar zal duidelijk worden wat die afspraak werkelijk inhoudt.

  • Terug naar Inhoud


  • Hoewel de Europese Commissie pas begin volgend jaar de officiŽle evaluatie van het emissiehandelssysteem zal presenteren, zijn enkele voorgestelde wijzigingen voor het systeem na 2012 al bekend geworden. Jos Delbeke, een hoge ambtenaar op het directoraat-generaal voor milieu, vertelde in de marge van de klimaattop op Bali enkele details aan journalisten.
    Zoals al eerder aangekondigd, wil de Commissie een groot deel van de emissierechten na 2012 gaan veilen. Nu is sprake van ongeveer tweederde deel dat ter veiling zou gaan. Alleen bedrijven die aan een stevige intercontinentale concurrentie blootstaan zouden nog gratis rechten krijgen. In de elektriciteitssector zou bijna alles worden geveild.

    Voorts kondigde Delbeke aan dat de manier van toewijzen veel meer zal worden geharmoniseerd dan nu het geval is in alle nationale toewijzingsmethoden. Dat betekent onder andere dat er een plafond voor heel Europa zal komen, in plaats van nationale plafonds. Het grootste probleem dat daarmee wordt opgelost is dat bedrijven in verschillende landen nu te maken hebben met verschillende condities, en mogelijk dus verschillende toewijzingen. Een strengere Europese regie kan dat voorkomen. Verder kan een Europees plafond gemakkelijker in lijn worden gebracht met de doelstelling, die nu nog op 20% emissiereductie in 2020 (ten opzichte van 1990) staat. Overigens kan dat reductiepercentage nog oplopen naar 30% als de Bali klimaattop uiteindelijk leidt tot soortgelijke inspanningen in andere industrielanden. Dat zal vermoedelijk ook inhouden, zo werd op Bali aangekondigd, dat bedrijven een groter deel van hun emissierechten mogen halen uit projecten in ontwikkelingslanden.

  • Terug naar Inhoud


  • Eind oktober is Nederland partner geworden in een internationaal forum waarin regeringen ervaringen gaan uitwisselen over de inrichting van emissiehandel. Doel is om alle systemen meer op elkaar aan te passen, om uiteindelijk te kunnen toewerken naar ťťn mondiaal systeem.

    Deelnemers zijn enkele Europese landen (onder andere Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Duitsland en Noorwegen), de Europese Commissie zelf, enkele Amerikaanse staten en Canadese provincies, alsmede Nieuw-Zeeland. Centraal in de aanpak van ICAP (International Carbon Action Partnership) staan accurate monitoring, rapportage en verificatie van emissies. Bij de lancering zei gouverneur van de Amerikaanse staat New York Eliot Spitzer: "We zijn zelf met een emissiehandelsprogramma begonnen omdat de federale regering van de VS daarin geen leiderschap toont. Nu willen we in ICAP met onze mondiale partners onze markten verder versterken."

    De ICAP-partners hebben gemeen dat zij emissiehandel in combinatie met afdwingbare emissieplafonds wereldwijd als beste middel zien om de vraag naar producten en diensten met een lage koolstofinhoud te stimuleren. Zo worden emissies het snelst omlaag gebracht, tegen de laagste kosten.

    De Britse Premier Gordon Brown zei: "De ICAP is een belangrijke stap voorwaarts in de mondiale strijd tegen klimaatverandering. Een mondiale koolstofmarkt is cruciaal om emissies te reduceren en tegelijkertijd te groeien."

    Maurits Blanson Henkemans van Economische Zaken verduidelijkt de Nederlandse interesse in ICAP: "Een daadwerkelijke koppeling heeft het Europese systeem al met Noorwegen. Verdere koppeling, met bijvoorbeeld Amerikaanse systemen, is meer voor de langere termijn. Ons idee is dat we eerst kunnen gaan kijken naar monitoring en verificatie, dat speelt in de VS nog helemaal niet zo. En op termijn kunnen we ook kijken naar plafonds en daadwerkelijke koppeling."

    In feite toch staat het Europese systeem vanaf volgend jaar al niet meer op zichzelf. "De systemen zijn dan internationaal aan elkaar gekoppeld via cdm-projecten. Maar dat is natuurlijk slechts indirect," aldus Henkemans.

  • Terug naar Inhoud
  • Vorige maand heeft de Nederlandse Emissieautoriteit NEa aan 183 bedrijfslocaties hun (definitieve) emissievergunning voor CO2 of emissievergunning voor NOx ťn CO2 toegezonden.

    Vanaf 1 januari 2008 gaat de nieuwe handelsperiode in van het Europese systeem voor emissiehandel. Vooral in de sectoren glastuinbouw en keramiek zijn er veel bedrijfslocaties die voor het eerst gaan deelnemen aan CO2-emissiehandel. De 183 bedrijfslocaties hebben hun monitoringsplannen (centraal voor de vergunningverlening) op tijd goedgekeurd gekregen, zodat zij ook tijdig op 1 januari 2008 hun vereiste emissievergunning hebben.

    Intussen moeten ook 168 bedrijfslocaties die al meededen aan de CO2-emissiehandel en dus al een vergunning hebben, op 1 januari 2008 hun monitoringsplannen aangepast hebben aan de regels voor de nieuwe handelsperiode. Deze bedrijven hebben hun monitoringsplan ter toetsing aan de NEa voorgelegd, om zekerheid te krijgen of het aan de nieuwe regels voldoet. De NEa is op dit moment druk bezig met het toetsen van deze plannen. De bedrijfslocaties waarvoor de toetsing begin december succesvol is afgerond, stuurt de NEa deze week een brief met het gewaarmerkte monitoringsplan. In de brief staat dat het plan aan de eisen voldoet en vanaf 1-1-2008 gebruikt moet worden voor de CO2-monitoring. Bedrijfslocaties waarvoor de toetsing later in december is afgerond krijgen zo'n brief toegestuurd op 21 of 28 december.

    Ook zijn er veertig bedrijfslocaties met een bestaande vergunning die door wijziging van de deelnamecriteria vanaf 1 januari 2008 niet langer deelnemen aan emissiehandel. Deze veertig hebben op 19 november 2007 een intrekkingsbesluit ontvangen van de NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • De deelnemers aan emissiehandel gaan binnenkort weer beginnen aan het afsluiten van handelsjaar 2007. Op uiterlijk 31 maart 2008 moeten de bedrijven hun emissieverslag bij de NEa hebben ingeleverd en in de registers hun emissiegegevens hebben ingevoerd. Op uiterlijk 30 april 2008 moeten in de registers voldoende emissierechten worden ingeleverd.

    Naar de ervaringen van de NEa kwamen bedrijfslocaties in het verleden nogal eens in de problemen, doordat ze pas laat ontdekten dat de persoon die als rekeningbevoegde in het register bekend staat niet meer bij hen werkt. De NEa wijst er dan ook op om tijdig de contactgegevens van de rekeningbevoegde te wijzigen zodra de bestaande verantwoordelijke van baan (of functie) wisselt.

    Formulieren staan staan op de NEa-website.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfslocaties die nog melding moeten maken van een wijziging in hun bedrijf en hun monitoring van CO2-emissies, kunnen deze op uiterljik 31 december 2007 nog bij de NEa indienen.

    Vanaf 1 januari 2008 treedt de nieuwe wetgeving in werking en kan de NEa de meldingen over 2007 wettelijk niet meer toetsen aan de wetgeving die in 2007 gold. Lees meer over welk type veranderingen moeten worden gemeld, en hoe, op de website van de NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • Recent heeft de NEa op haar website een nieuwe versie van het template voor het emissieverslag over 2007 geplaatst. Dit template hebben bedrijfslocaties nodig om de emissies in 2007 te berekenen en op de goede manier aan de NEa te rapporteren. Meer informatie in het dossier Afsluiten handelsjaar 2007.

  • Terug naar Inhoud


  • In het voorjaar van 2008 zullen bedrijven met een CO2-emissievergunning – vermoedelijk met enige vertraging, zie artikel elders in deze nieuwsbrief – de hen toegewezen emissierechten krijgen bijgeschreven op hun rekening in het register. Op haar website wijst de NEa erop dat deze rechten alleen gelden voor 2008 en later.

    Bedrijfslocaties die ook al een emissievergunning hadden over 2007 en eerder, zijn op het tijdstip van overmaken van de nieuwe emissierechten vermoedelijk nog bezig met het sluitend maken van de balans over emissierechten over 2007. Daarvoor hebben zij de tijd tot 1 mei 2008. De NEa benadrukt dat de rechten over 2008 niet kunnen worden ingeleverd met het doel om de uitstoot over 2007 te vereffenen. Voor het verslagjaar 2007 kunnen bedrijven alleen emissierechten gebruiken die uitgegeven zijn in de periode 2005-2007.

    Lees meer hierover op de NEa website.

  • Terug naar Inhoud
  • Vanaf 1 januari 2009 veranderen enkele aspecten aan de emissiehandel in NOx-emissiehandel.

    Zo worden de voorwaarden gewijzigd die worden gesteld aan bedrijfslocaties die gebruik willen maken van de mogelijkheid om niet deel te hoeven nemen aan voor NOx-emissiehandel (opt-out). Daarnaast voert het ministerie van VROM begin 2008 een aantal versoepelingen in, waardoor bedrijven hun administratieve lasten kunnen verminderen. Bedrijven die hiermee te maken kunnen krijgen, ontvangen deze week een brief van de NEa. Daarin legt zij puntsgewijs uit wat de veranderingen zijn en wat de gevolgen daarvan voor bedrijfslocaties zijn.

    In 2008 zal de NEa bedrijven hier actief over gaan voorlichten, zodat zij weten wat ze precies moeten gaan doen om ook per 1-1-2009 aan hun verplichtingen voor NOx-emissiehandel te blijven voldoen. Een van de hulpmiddelen die de NEa daarvoor zal ontwikkelen, is een nieuwe Leidraad monitoring NOx-emissiehandel.

  • Terug naar Inhoud
  • Nog niet alle bedrijven die in november hun CO2-emissievergunning hebben ontvangen, blijken een rekening te hebben aangevraagd bij het Register CO2 Emissiehandel, aldus een inventarisatie van de NEa.

    Deze rekening is nodig voor elk bedrijf dat deelneemt aan CO2-emissiehandel. Via deze account kunnen bedrijven emissierechten ontvangen en verhandelen.

    De NEa roept bedrijven die wel onlangs een emissievergunning voor CO2 ontvingen, maar nog geen rekening hebben aangevraagd op om zo snel mogelijk het formulier te versturen dat bij de vergunning was meegestuurd. De NEa Helpdesk (nea@minvrom.nl) is beschikbaar voor eventuele vragen.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).