******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=10591&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 53
1 februari 2008

Volgende week zullen de overheid en het bedrijfsleven opnieuw met elkaar in overleg treden over de toekomst van de handel in NOx-emissiehandel. Ter tafel komen nieuwe voorstellen ten aanzien van de verdere verlaging van NOx-uitstoot in 2011 en 2012.

In het kader van de NOx-emissiehandel zijn tot 2010 zogenoemde Performance Standard Rates (PSR) vastgelegd voor de norm-uitstoot van verbrandingsinstallaties. Deze norm-uitstoot is de basis voor het toewijzen van NOx-emissierechten en zal in 2010 40 gram NOx per gigajoule primaire energie-input bedragen. In de jaren daarna moet deze PSR nog verder omlaag om – weliswaar met vertraging – uit te komen onder het plafond voor de sector industrie.

Over de PSR-waarden voor 2011 en later gaat nu het debat. In een gesprek half januari tussen werkgeversvereniging VNO-NCW en de ambtelijke top van VROM heeft de overheid een nieuw bod op tafel gelegd. Het bedrijfsleven broedt nu op een tegenbod. Wiel Klerken, secretaris milieu van VNO-NCW: "We dreigen nu PSR-waarden te krijgen die zeer laag zijn in vergelijking met de rest van Europa."

Volgens Julia Williams van VROM is er nog wel ruimte voor het verder verlagen van de PSR. "Volgens het onderzoek van Jan van der Kolk (http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbox/ecofys/default.asp?briefid=8967#titel4) stond de Europese wetgeving in 2005 al op een bovenwaarde van 37 en een onderwaarde van 32 g/GJ. Voorlopig knelt de Europese IPPC-wetgeving harder dan de PSR-eisen in onze emissiehandel. Dat houdt een keer op en dan willen we wel échte emissiehandel. Bovendien is er in Nederland nu eenmaal niet te ontkomen aan een zeer hoge milieu-efficiency. We hebben veel industrie, verkeer, bebouwing en natuur."

De onderhandelingen lopen stroef, erkent ook Klerken. "Wij willen echt nog graag door met NOx-emissiehandel, want de flexibiliteit die dat biedt is voor ons goed. Maar bedrijven zitten nu met het probleem dat ze niet én emissiehandel én IPPC-normen willen. De vraag aan de Europese Commissie om de IPPC-normen te laten vallen ten faveure van emissiehandel is nog altijd niet positief beantwoord. De lobby van VROM en ons in Brussel is stevig, maar we krijgen weinig steun van andere lidstaten. De onderhandelingen over de PSR-waarden na 2010 zouden een stuk gemakkelijker zijn als de Commissie al wel een positief oordeel had."

Zie ook vorige artikelen over dit onderwerp, zoals VNO-NCW: "Hou NOx emissiehandel in stand voor langere termijn", NOx: gesprekken overheid en bedrijfsleven duren voorten Projectvoorstel NOx emissiehandel aanstaande.

  • Terug naar Inhoud

  • Vorige week heeft de Europese Commissie haar plannen met het systeem voor emissiehandel in de periode 2012-2020 onthuld. De emissierechten zullen, anders dan nu in de nationale toewijzing, EU-breed worden verdeeld, volgens EU-plafonds die nu al vaststaan. Die verdeling zal toenemend via veiling van rechten gaan gebeuren. Nederland haalde een diplomatiek succesje binnen omdat landen vanaf 2012 mogen voorstellen om de kleinere bedrijven buiten het handelssysteem te houden.

    De Europese Commissie wil met ingang van het handelsjaar 2013 de rechten via een Europees geharmoniseerd systeem gaan verdelen. Veiling is daarbij het streven. De elektriciteitssector zal al direct in 2013 te maken krijgen met 100% veiling, al kunnen ze extra rechten krijgen als zij ook warmte uit hun krachtcentrales nuttig gaan toepassen. Daarnaast zullen zij voor centrales waar CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, geen rechten nodig hebben.

    Voor de andere industriesectoren zal het aandeel geveilde rechten langzaam toenemen, vanaf ongeveer 60% in 2013 tot (bijna) 100% in 2020. Deze veilingen zullen overigens wel nationaal worden georganiseerd, met toegewezen plafonds die gebaseerd zijn op de onderlinge verhoudingen in 2005. Voor een eerlijke verdeling, krijgen de rijkere lidstaten iets minder, om armere staten de ruimte voor groei te verschaffen. Over de wijze van toewijzing van gratis rechten moet nog worden besloten, maar die zal wellicht worden gebaseerd op een vergelijking van energieprestatie per eenheid product, in plaats van op historische uitstoot.

    Pas in 2010 of 2011 zal de Commissie besluiten welke bedrijven in aanmerking kunnen komen voor gratis emissierechten. Het gaat in eerste instantie om bedrijven die concurreren op de wereldmarkt en die dus concurrentienadeel zouden kunnen ondervinden als alleen Europa strenge CO2-eisen stelt. Maar volgens de Commissie zijn er ook andere mogelijkheden om dit nadeel op te vangen, zoals internationale afspraken per sector of CO2-heffingen op geïmporteerde producten.

    Bredere scope
    Het nieuwe handelssysteem wordt verder gestroomlijnd en verbreed. Eén van de belangrijkste kenmerken van het nieuwe schema is, dat bedrijven voor een lange termijn (tot 2020 en zelfs daarna) weten waar zij op aan kunnen. Het systeem is erop ontworpen dat de totale emissies in 2020 met 21% zullen afnemen ten opzichte van 2005. Omdat in de handelsperiode 2008-2012 al 6,5% reductie wordt gerealiseerd, wordt in de jaren daarna het plafond telkens met 1,74% omlaag geschroefd. Let wel: die verlaging wordt vanaf 2012 per jaar toegepast, en niet – zoals nu – als gemiddeld per handelsperiode. Overigens zet die jaarlijkse verlaging van 1,74% per jaar zich ook na 2020 voort, totdat de Commissie in 2025 de voortgang van de emissies nader gaat onderzoeken.

    Daarnaast wil de Commissie het systeem verder uitbreiden. Naast de huidige sectoren zouden ook de aluminium- en ammoniaproducenten mee moeten doen, alsmede de installaties die lachgas (N2O) of PFK's uitstoten. Daarnaast mogen landen voorstellen dat de bedrijven met een relatief lage uitstoot niet onder het handelssysteem hoeven te vallen. Nederland had in de vorige handelsperiode al zo'n 'opt-out' regeling, maar moest die schrappen omdat de Richtlijn daarvoor vanaf 2008 geen ruimte meer liet. Netto zal de verbreding leiden tot een 6% hogere dekking van alle emissies in Europa.

    Losse eindjes
    Ondanks een paar duidelijke doelstellingen, is het handelssysteem voor de periode nog niet in kannen en kruiken. Naast de al genoemde mogelijke gratis toewijzing aan mondiaal concurrerende energie-intensieve industrie, moet er ook nog een besluit worden genomen over de bestemming van de opbrengsten van de veilingen. Die opbrengst kan, bij een prijs van bijvoorbeeld 20 Euro per ton CO2, oplopen tot wel 40 miljard Euro per jaar. Afgesproken is dat ten minste 20% van dit bedrag direct wordt besteed aan maatregelen voor bijvoorbeeld emissiereductie, duurzame energie, opslag en afvang van CO2, tegengaan van ontbossing in ontwikkelingslanden, en energiebesparing bij lage inkomens. De industrie zou graag zien dat een deel van de inkomsten worden teruggesluisd, bijvoorbeeld ter compensatie van hogere elektriciteitsprijzen, maar die voorziening zit nog niet in de huidige voorstellen.

  • Terug naar Inhoud
  • De herziening van het systeem voor CO2 emissiehandel is door de werkgevers van VNO-NCW niet bepaald met gejuich ontvangen. Vooral de plannen om voortaan de emissierechten grotendeels te gaan veilen in plaats van gratis toe te wijzen stuit of veel kritiek. Secretaris Milieu Wiel Klerken van VNO-NCW: "Je haalt zo een hoop geld weg bij bedrijven die dat geld nodig hebben om te investeren in emissiereductie."

    De industrie vreest voor negatieve consequenties voor de industrie op de wereldmarkt als bedrijven buiten de EU niet dezelfde investeringen hoeven te doen. Weliswaar heeft de Commissie dit probleem onder ogen gezien, maar zij wil pas in 2011 besluiten of die oneerlijke concurrentie eventueel gratis toewijzen rechtvaardigt. "Dat is een belangrijke concessie, maar zo'n besluit komt veel te laat. Je kunt bedrijven niet zo lang laten bungelen", zegt Klerken. "Bovendien is de invulling van de huidige voorstellen nog te vaag. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de tientallen miljarden opbrengst van veilingen? In Nederland gaat het wellicht om vijf miljard €. Wordt dat geld teruggesluisd?"

    Volgens VNO-NCW is veilen niet nodig. "Natuurlijk kun je zo in één klap de hele toewijzing in de EU harmoniseren. Maar het is niet nodig om de doelen te halen. Daar heb je de plafonds voor, en vervolgens de handel. Veilen is alleen maar een manier om de rechten te verdelen."

    Dé oplossing is, ook volgens Klerken, een wereld-klimaatverdrag. "Dat verschaft het level playing field. Maar de EU pakt dat niet handig aan, door zich zo op te blazen. Ik zie nog niet gebeuren dat andere landen zich daardoor gaan aansluiten."

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse salpeterzuurfabrikanten voor de kunstmestproductie wachten nog op uitsluitsel over de aan hen toe te wijzen emissierechten voor de uitstoot van lachgas (N2O). De Europese Commissie neemt, na advies van de lidstaten, hierover binnenkort een beslissing
    De uitstoot van lachgas (N2O) door salpeterzuurfabrieken in Nederland wordt op verzoek van de overheid en de industrie per 1 januari onder het emissiehandelssysteem gebracht. De Europese Commissie is daarmee in principe akkoord en wil zelf vanaf 2012 alle uitstoot van lachgas in de EU onder het systeem laten vallen.

    Een belangrijk discussiepunt is nu de berekening van de hoeveelheid toe te wijzen emissierechten aan de twee Nederlandse producenten van salpeterzuur, DSM en Yara. Die berekening wordt gebaseerd op een 'benchmark' in kilo's N2O per geproduceerde ton salpeterzuur. Wanneer de salpeterzuurbedrijven niet deelnemen aan emissiehandel zouden ze vanwege Europese IPPC regelgeving verplicht zijn om zogenoemde Best Bestaande Technieken (BBT) toe te passen. Daarbij moet worden voldaan aan een emissiegrenswaarde die wordt opgenomen in de milieuvergunning. In Duitsland geldt daarvoor een norm van omgerekend 2,5 kg/ton. . Voor emissiehandel zet VROMin op 1,8 kg/ton als basis voor de allocatie, maar studies die voor de Europese Commissie zijn uitgevoerd komen uit op 1,3 tot 1,5 kg/ton.

    "Dat zijn te lage getallen", oordeelt Jos van Damme van Yara in Sluiskil. "Als je weet dat in Oost-Europa voor Joint Implementation projecten wordt gewerkt met een baseline van 7,5 kg/ton, is er absoluut geen sprake van een level playing field. Wij zitten lager met onze huidige installaties, maar willen graag beloond worden voor onze proactieve emissiereductie. Wij hebben daar veel geld ingestopt."Overigens kwam de Europese commissie onlangs met een voorstel om de baseline voor JI-projecten naar beneden bij te stellen.
    Vorige week heeft de Vereniging van Kunstmest Producenten aan minister Cramer van Milieu een brief gestuurd met het dringende verzoek om in Europees verband toch vooral vast te houden aan de waarde van 1,8 kg N2O/ton salpeterzuur. Omdat N2O een veel grotere invloed heeft op klimaatverandering, wordt gerekend met een omrekeningsfactor (Global Warming Potential) van 310, zodat met een benchmark van 1,8 kg N20 per ton geproduceerd salpeterzuur iets meer dan een halve ton (zo'n 560 kg) aan emissierechten zou worden toegewezen.

  • Terug naar Inhoud
  • De uitkomsten van het project vereenvoudiging NOx monitoring worden per 1 april 2008 doorgevoerd. VROM zal de aangekondigde vereenvoudigingen, die in samenwerking met de Begeleidingsgroep Monitoring, Rapportage en verificatie tot stand zijn gekomen, opnemen in de eerstvolgende wijziging van de Regeling Monitoring.. De vereenvoudigingen zijn bedoeld om de kosten voor bedrijven omlaag te brengen.

    Bedrijven kunnen met enkele van de aanstaande vereenvoudigingen nu al rekening houden. Een belangrijke wijziging is de halvering van de meetfrequentie (voor klasse 3 of 4 installaties). Alle bedrijven kunnen van deze kostenbesparing profiteren. Andere aanstaande wijzigingen zijn de mogelijkheid voor het toepassen van één kental voor het hele jaar met terugwerkende kracht, het uitvoeren van minder deelmetingen bij gebruik van een zogenoemde 'mini-PEMS' en de mogelijkheid voor het gebruik van een historisch of onderbouwd kental voor huurketels en reserveketels. Tevens bestaat straks de mogelijkheid voor het opstellen van één kental voor vergelijkbare klasse 3 of 4 installaties.

    De NEa zal in het kader van het ToVer NOx project hierover uitgebreid met de bedrijven communiceren.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse overheid krijgt één dezer dagen het groene licht van de Europese Commissie om het toewijzingsplan te notificeren. Dat betekent dat een definitief akkoord over enkele weken kan worden verwacht.. De daadwerkelijke toewijzing van emissierechten aan Nederlandse bedrijven zal minimaal nog drie maanden in beslag nemen.

    Al in januari 2007 keurde de Commissie het Nederlandse plan goed, onder voorwaarde dat het emissieplafond met 5% omlaag werd geschroefd en enkele andere veranderingen. Daarop heeft de Nederlandse overheid een aantal aanpassingen aangebracht, die eind november het laatst zijn besproken met de Europese Commissie. Sinds begin december heeft de Nederlandse overheid nog wat extra vragen moeten beantwoorden "De Commissie is zeer bezorgd over eventuele overallocatie, dus over enkele bedrijven moesten we nog nadere uitleg verschaffen", aldus Esther Spaans van het ministerie van VROM.

    Pas nadat de Commissie haar akkoord heeft gegeven, kan de overheid een ontwerp-toewijzingsbesluit publiceren, inclusief alle individuele toewijzingen. Daarna zijn er tweemaal zes weken nodig voor inspraakprocedures. De situatie in Nederland is zeker niet uniek, want zeer weinig landen hebben nog emissierechten toegewezen.

    In Europa zullen daardoor de meeste bedrijven per 1 maart nog niet kunnen beschikken over emissierechten op hun rekening. In de praktijk maakt dat voor de mogelijkheden tot handelen niet veel uit, want ook nu handelen bedrijven al in zogenaamde 'forwards'.

  • Terug naar Inhoud

  • Minister Jacqueline Cramer van Milieu heeft in december aan de Tweede Kamer laten weten dat de emissiehandelssystemen voor NOx en CO2 in de eerste twee jaar hebben gewerkt 'zoals ze bedoeld waren: om de doelen te behalen'.

    In 2007 zijn de huidige systemen voor emissiehandel in respectievelijk CO2 en NOx geëevalueerd. "De betrokken partijen, de overheid en het bedrijfsleven, staan na de invoering van emissiehandel positief tegenover het instrument van emissiehandel," schrijft Cramer. Bovendien hebben alle bedrijven voldaan aan de eisen op het gebied van monitoring, rapportage en verificatie.

    Met genoegen constateert Cramer dat het systeem van emissiehandel nauwkeuriger emissiecijfers dan ooit oplevert. Belangrijk in de evaluatie is ook het functioneren van de Nederlandse Emissie-autoriteit. "Deze nog jonge organisatie functioneert als een professionele organisatie die met succes de grote projecten als de eerste ronden van vergunningverlening voor CO2 en NOx en het beoordelen van de emissiejaarverslagen over 2005 heeft afgerond. De NEa heeft zich in korte tijd ook ontwikkeld tot een kenniscentrum over monitoring van NOx en CO2-emissies."

    In de evaluatie geeft Cramer aan dat ze voornemens is de NEa de statusvan zelfstandig bestuursorgaan te verlenen. Individuele beslissingen kunnen daarmee niet meer door de politiek worden beïnvloed. Dat is mede van belang omdat de staat Nederland per 1 januari 2008 zelf ook actief is op de handelsmarkt, terwijl zij via de NEa tegelijkertijd toegang zou hebben tot het Register waarin alle transacties zijn vastgelegd.

    Ook verwijst Cramer in haar brief naar de herziening van de de Europese richtlijn, die inmiddels is gepubliceerd (zie het artikel elders in deze nieuwsbrief). In die herziening wordt tegemoet gekomen aan enkele specifieke Nederlandse wensen, zoals de uitbreiding van het handelssysteem met nieuwe sectoren, de toedeling van emissierechten per veiling en de harmonisatie van de toewijzing, de uitvoering en de handhaving.

    De wet- en regelgeving voor beide emissiehandelssystemen is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen, constateert Cramer. Inmiddels is, mede dankzij een aantal wijzigingen, de kwaliteit van de wetgeving zodanig goed dat er prima mee gewerkt kan worden. De administratieve lastendruk voor zowel CO2 als NOx was hoger dan gewenst, zeker voor kleinere bedrijven, maar daaraan wordt gesleuteld. Cramer noemt een aantal maatregelen om die druk verder te verlagen, zoals vereenvoudigde monitoringseisen (vooral voor kleinere bedrijven) en een vernieuwde toezichtstrategie van de NEa waarbij bedrijven die hun zaken op orde hebben in het vervolg minder toezicht zullen krijgen. Daarnaast treft Cramer voorbereidingen om de interferentie tussen de Europese IPPC-richtlijn en de NOx-handel te verminderen. "Ik weet ik dat de Commissie het Nederlandse voorstel voor een betere afstemming tussen de IPPC-richtlijn en emissiehandel serieus in overweging neemt."

    De volgende evaluaties zullen voortaan om de vier jaar worden uitgevoerd en worden voorgelegd aan de Tweede Kamer.

    Zie ook de brief.

  • Terug naar Inhoud
  • Per 1 januari 2009 zullen de criteria veranderen op grond waarvan bedrijven gebruik kunnen maken van een opt-out voor de NOx- emissiehandel. Bedrijven worden deze week opgeroepen hun aanvraag voor de opt-out voor 1 maart aanstaande in te dienen.

    De bedrijfslocaties die onder de reikwijdte van het systeem NOx-emissiehandel vallen kunnen profiteren van de mogelijkheid tot een opt-out voor de periode 2009-2010, mits zij voldoen aan de criteria (zie http://www.emissieautoriteit.nl/vergunningen/criteria-emissiehandel/NOx-opt-out-2009): Niet meer dan 50 megawatt thermisch en een gemiddelde uitstoot kleiner dan 40 gram per gigajoule. Bedrijfslocaties die op basis van de nieuwe criteria geen opt-out kunnen krijgen, dienen op 1-1-2009 toch te beschikken over een emissievergunning voor NOx. Bedrijfslocaties die voor de opt-out op basis van de nieuwe criteria in aanmerking komen, moeten hun aanvraag voor 1 maart a.s. bij de NEa ingediend hebben.

    Deze week ontvangen bedrijven gespecificeerde informatie over de criteria en de procedure voor het aanvragen van de opt-out.

  • Terug naar Inhoud
  • In deze maanden zijn de bedrijven die deelnemen aan de emissiehandel in CO2 en NOX bezig met de afronding van hun emissieverslag over handelsjaar 2007. Het geverifieerde jaarverslag moet uiterlijk 31 maart 2007 bij de NEa worden ingediend.

    Voor het opstellen, laten verifiëren en indienen van het emissieverslag over 2007 kunnen bepaalde bedrijfslocaties gebruik maken van het format dat de NEa op haar website aanbiedt.

    Zie ook het dossier over Afsluiten handelsjaar.

  • Terug naar Inhoud
  • Eind vorig jaar heeft minister Cramer van Milieu aan de Tweede Kamer toegezegd om te onderzoeken of bedrijven prijs stellen op de mogelijkheid om hun deelname aan emissiehandel te 'poolen'. De huidige richtlijn verschaft die mogelijkheid, die in de herziening voor de periode na 2012 overigens wordt geschrapt.

    Ook zonder de mogelijkheid van poolen hebben kleinere bedrijven de mogelijkheid derden machtigen voor de verkoop en het inleveren van emissierechten. Bij poolen worden de rechten toegewezen aan een 'trustee', die ook gedeeltelijk de plicht overneemt om voldoende rechten in te leveren en eventueel de bijbehorende sancties te ondergaan. Pooling heeft geen verdere consequenties voor de vergunningplicht, de monitoring en verificatie door de installatie die een trustee heeft ingeschakeld.

    Om pooling mogelijk te maken, zoude Wet milieubeheer moeten worden gewijzigd. Die procedure zou één tot anderhalf jaar in beslag nemen. Als die wetswijziging zou zijn doorgevoerd, zou een bedrijf een verzoek tot pooling kunnen indienen dat Nederland zou moeten laten toetsen bij de Europese Commissie. Goedkeuring zou drie maanden vergen.

    Bedrijven worden opgeroepen om hun standpunt over pooling kenbaar te maken. De consultatie van bedrijven over dit onderwerp wordt gecoördineerd door de NEa. Bedrijven kunnen hun visie mailen naar de NEa (nea@minvrom.nl).

  • Terug naar Inhoud
  • Op korte termijn zal de overheid een consultatieronde starten over de vraag hoe nieuwkomende bedrijven een reservering van rechten zouden kunnen aanvragen.

    Eerder kondigde het nationale toewijzingsplan broeikasgasemissierechten 2008-2012 dit onderzoek al aan. Via de website http://www.CO2-allocatie.nl/ zal een conceptvoorstel worden gepubliceerd. Bedrijven zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om te reageren.

    Zie ook de Senternovem-site.

  • Terug naar Inhoud

  • Op 19 december is voor het eerst eenstuurgroep bijeengekomen om verder te werken aan het ontwerp van een CO2-vereveningssysteem van de glastuinbouw. In de bijeenkomst hebben de ministeries van VROM en LNV hun steun voor het voorstel uitgesproken en hebben zij financiële steun toegezegd.

    In de bijeenkomst zijn de uitgangspunten, de projectaanpak en de begroting de revue gepasseerd. De voorstellen die al eerder zijn gedaan, zijn verder ontwikkeld. De overheid onderzoekt momenteel de manier waarop het kostenvereveningssysteem kan worden gekoppeld aan het Europese systeem voor emissiehandel.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.

    Vraag: Kan ik mijn NOx-melding over 2007 nog indienen?

    Antwoord: Ja, als u deze uiterlijk op 1 februari 2008 indient, kan de NEa de garantie geven dat zij voor 31 maart 2008 een besluit zal nemen. Uw verificateur kan dit besluit dan nog betrekken bij de verklaring over het emissieverslag van uw bedrijfslocatie. Voor NOx-meldingen die na 1 februari 2008 binnenkomen, zal de NEa zich inspannen om voor 31 maart een besluit te nemen. De garantie hiervoor kan zij voor deze meldingen echter niet geven.

    Bij de Helpdesk NEa kunt u terecht met al uw vragen over de Nederlandse Emissieautoriteit en de uitvoering van emissiehandel. Vragen over de registers kunt u ook daar stellen. Het telefoonnummer is 070-3395250 (werkdagen 9.00-12.00u), het emailadres nea@minvrom.nl.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).