******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=10775&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 54
18 maart 2008

Nederland stelt het verlenen van CO2-emissierechten over 2008 uit, zo maakte het ministerie van VROM in de nieuwsbrief van 14 december 2007 al bekend. Daar is nog geen verandering in gekomen. Emissierechten voor 2008 zijn dus op 28 februari nog niet op de Nederlandse rekeningen overgemaakt. Dat zal mogelijk nog enkele maanden duren.

Officieel begon het handelsjaar op 1 januari en zouden bedrijven op 1 maart de beschikking moeten hebben over hun rechten. Reden voor het verdere uitstel is dat de notificatie van het nationale toewijzingsplan voor 2008 - 2012 (NAP II) bij de Europese Commissie nog niet is afgerond. Op dit moment is niet bekend wanneer uitgave van de rechten zal plaatsvinden. Vaststelling van het ontwerp van het nationaal toewijzingsbesluit, de inspraakprocedure en de definitieve besluitvorming zullen zeker nog enkele maanden in beslag nemen.

In Europa kunnen de meeste bedrijven nu nog niet beschikken over emissierechten op hun rekening. Op dit moment hebben alleen Denemarken en Oostenrijk emissierechten uitgegeven. In de praktijk maakt dat voor de mogelijkheden tot handelen niet veel uit, want ook nu handelen bedrijven al in zogenaamde 'forwards'.

Voor meer informatie kunnen rekeninghouders contact opnemen met de Helpdesk NEa. Dit kan via nea@minvrom.nl of, op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur, via telefoonnummer 070-339 5250.

Meern informatie: Persbericht Defra (Ministerie van Milieu Groot-Brittannië) over uitstel verlening rechten, Statusoverzicht Europese Commissie over verlening rechten, Brief VROM over toewijzing en verlening emissierechten 2008.

  • Terug naar Inhoud
  • Het handelssysteem voor emissierechten voor uitstoot van stikstofoxiden, dat sinds 2005 bestaat, is tot dusverre nog niet tot volle wasdom gekomen. In een tijd van felle discussies over de toekomst van NOx-emissiehandel, ziet Arend Smit, directeur van handelsbeurs Emissiebeurs nog een goede toekomst. "Binnen twee of drie jaar gaat de prijs van NOx-emissierechten omhoog. De onderwaarde zal dan, exclusief eventuele marktsentimenten, één à twee Euro per kilo zijn, de waarde van eventuele maatregelen."

    Tot dusverre heeft NOx een prijs van bijna nul, omdat er een overschot aan emissierechten op de markt bestaat. Met andere woorden: bedrijven krijgen meer rechten toebedeeld dan zij nodig hebben voor hun werkelijke uitstoot. Zij krijgen die rechten op basis van een standwaardwaarde (Performance Standard Rate, PSR) voor NOx-emissies, die jaarlijks daalt. Tot 2010 daalt de PSR voor verbrandingsemissies naar 40 gram per gigajoule energie-input. Volgens Arend Smit zou dat dus al voldoende zijn om een prijs aan NOx-emissierechten te kunnen toekennen.

    Tussen werkgeversvereniging VNO-NCW en het ministerie van VROM woedt nu op hoog niveau een felle discussie over de PSR's na 2010. Kort gezegd moeten die waarden laag genoeg zijn om door de EU opgelegde plafonds voor NOx-emissies in Nederland te halen. Tegelijk moeten ze realistisch en haalbaar zijn voor het bedrijfsleven.

    'Geen andere mogelijkheid'
    Op korte termijn moet bekend zijn wat de PSR wordt voor de jaren na 2010. Dat geldt voor de PSR voor verbranding, maar ook voor procesemissies. Die duidelijkheid is belangrijk voor de bedrijven – die dan investeringsbeslissingen kunnen nemen – en voor de voortzetting van het systeem voor NOx-emissiehandel na 2010. "Maar er is nu geen andere mogelijkheid dan doorgaan met emissiehandel," zegt Arend Smit, de directeur van handelsbeurs Emissiebeurs. "Als dat niet gebeurt, moeten we terugvallen op een ingewikkeld systeem met installatie-eisen per installatie. Dat zal veel tijd en inspanning kosten. De Europese doelen raken uit beeld, en vertraging is zeker ook niet in het voordeel van de industrie. Vertraging lijkt misschien interessant, maar de kosten van NOx reductie zullen onder het handelssysteem het laagste zijn."

    Gat
    Er zit nu een behoorlijk gat tussen wat het bedrijfsleven bij monde van VNO-NCW wil en wat de overheid aan PSR-waarden voorstelt. "De overheid hanteert voor de industrie een sectorplafond van 55 kiloton," analyseert Smit. Dat plafond is oorspronkelijk bedoeld voor het jaar 2010. Vanaf dat moment moet de overheid in ieder jaar de Europese NEC-plafonds halen. Smit: "Dat plafond van 55 kiloton gaan we zeker niet halen in 2010, is nu al duidelijk. De hoogte van die NEC-plafonds is niet onderhandelbaar. De overheid heeft dus het sectorplafond voor de industrie nodig, maar er zit naar mijn idee wel ruimte in het jaartal. Dat kan 2012 worden, misschien ook wel nog iets later."

    Arend Smit denkt dat er een middenweg gevonden moet worden waardoor het halen van de plafonds wordt gecombineerd met een goede ontwikkeling van de handelsmarkt. "De PSR moet niet zo hoog zijn dat de markt blijft zoals die is, en ook niet zo laag dat er een duidelijk tekort aan emissierechten ontstaat dat de prijs heel ver opdrijft. Ik zou zeggen: kijk niet al te veel naar de jaartallen, kijk vooral naar het belang van de markt als geheel. Zoals ik al zei, vanaf 2010 gaat de prijs in ieder geval oplopen en ontstaat er een werkelijke stimulans vanuit de markt om emissies te reduceren. Tegelijkertijd kan de markt naar mijn mening best een PSR-daling aan"

  • Terug naar Inhoud
  • Veel bedrijven in Europa hebben plannen om interne maatregelen te nemen voor emissiereductie van broeikasgassen. Maar in de statistieken zijn deze plannen nog niet terug te vinden. Dat is in de komende jaren wel te verwachten, nu de Europese plafonds voor emissiehandel steeds verder omlaag worden geschroefd.

    Dat zeggen onderzoekers van het Noorse onderzoek- en adviesbureau Point Carbon, dat vorige week een rapport uitbracht over de mondiale markten voor emissierechten. Die markten groeien enorm, vooral onder invloed van het Europese systeem voor emissiehandel. Vorig jaar groeide de mondiale markt naar een omvang van 2,7 miljard ton CO2 en een waarde van 40 miljard Euro, een toename van zo'n 80%. Het merendeel van de emissierechten gaat om in Europa, in de vorm van EU-rechten en rechten die zijn gekocht uit reductieprojecten in ontwikkelingslanden (CDM, Clean Development Mechanism).

    Het onderzoek onder 3700 respondenten over de gehele wereld laat zien dat de mondiale 'carbon' markt langzaam volwassen wordt. Meer dan tweederde van de geënquêteerden gelooft dat er een nieuwe afspraak komt na afloop van het Kyoto Protocol in 2012 en dat er een echte mondiale markt voor emissierechten tot stand zal komen. Ook verwacht men dat in de komende jaren de prijzen voor emissierechten verder zullen toenemen. De prijs per ton CO2, nu net boven de 20€, zal stijgen onder invloed van de strengere EU-plafonds. Het onderzoek geeft een verwachtingswaarde van 24 €/ton in 2010 en 35€/ton in 2020, en dat is ruim hoger dan de geënquêteerden vorig jaar verwachtten.

    Maatregelen
    Uiteindelijk zullen de hogere prijzen resulteren in meer maatregelen. Bedrijven zeggen nu ook dat de koolstofprijs meegewogen wordt in de investeringsbeslissingen, maar in de emissiestatistieken is dat nog niet te zien. Onderzoeker Kjetil Røine van Point Carbon: "De indruk is dat veel bedrijven nu kleine dingen doen in hun processen, die niet in de statistieken zijn terug te vinden. Maar dat zal in de komende jaren wel gebeuren. Zo'n tweederde van alle ondervraagden zegt plannen te hebben, of al in uitvoering te hebben gebracht. Dat is hetzelfde percentage als vorig jaar, maar dat zal in de komende jaren verder toenemen. Zeker na 2012 worden de normen steeds strenger."

    Ook de markt voor CDM-projecten in ontwikkelingslanden groeide fors, naar ongeveer 1 miljard ton en 12 miljard euro. De secundaire CDM-markt, waarin de omzetting van CDM-credits naar EU rechten gebeurt, heeft nu al een omvang van 300 miljoen ton. In CDM zijn projecten met duurzame energie en energie-efficiëntie het populairst. Waarschijnlijk komt dat omdat zulke projecten het snelst worden goedgekeurd. CDM-rechten worden alleen tot de markt toegelaten als een project leidt tot extra emissiereductie. Duurzame energie zoals windenergie en biomassa is in ontwikkelingslanden bijna altijd al additioneel.

  • Terug naar Inhoud
  • Met het akkoord van de Raad van Europa afgelopen week is de weg vrijgemaakt voor een herziening van het emissiehandelssysteem vanaf 2012. De regeringsleiders van Europa willen een snel definitief akkoord, liefst nog dit jaar. Maar er moeten nog de nodige punten worden opgelost, waaronder de bestemming van de veilingopbrengst en het beschermen van energie-intensieve industrie tegen valse concurrentie van buiten de EU.

    De EU is vastbesloten om de EU doelstelling van 20% emissiereductie in 2020 te gaan waarmaken. Afgelopen donderdag en vrijdag hebben de regeringsleiders bij de Lentetop in Brussel nog eens benadrukt dat de EU zwaar inzet op een mondiale afspraak in de komende twee jaar. Als die er komt, mag de 20% doelstelling zelfs worden opgeschroefd naar 30% emissiereductie.

    Veilen
    Niettemin zijn er enkele zorgen over de manier waarop het emissiehandelssysteem vanaf 2012 gaat werken. Het feit dat de deelnemers een toenemend aandeel van de emissierechten per veiling moeten kopen, in plaats van de grotendeels gratis verstrekking tot nu toe, zorgt voor hoofdbrekens bij de industrie en de regeringen. Zo wil de industrie zo snel mogelijk duidelijkheid, bijvoorbeeld over de timing van de veiling, de bestemming van de opbrengsten, en de manier waarop oneerlijke concurrentie met landen buiten de EU wordt voorkomen.

    De industrie ijvert nu voor een zo spoedig mogelijke eerste veiling van emissierechten, in elk geval al in 2011. Ook over de opbrengsten van de veiling, die tientallen miljarden Euros zou kunnen bedragen wil men snel duidelijkheid. Binnen de EU is daarover felle discussie. Een geoormerkte bestemming, bijvoorbeeld voor een klimaatfonds voor ontwikkelingslanden of voor duurzame energie, is eerder vorige maand afgewezen door de gezamenlijke ministers van Financiën, die het geld gewoon voor algemene middelen willen gebruiken. Over dit onderwerp hadden ministers Cramer (Milieu) en Van der Hoeven (EZ) vorige maand overleg met VNO-NCW-topman Wientjes.

    'Koolstoflek'
    Zowel industrie als regeringen en sociale partners zijn beducht voor valse concurrentie door de stijgende kosten voor emissierechten. Daardoor zouden bedrijven kunnen vluchten naar landen met minder strenge CO2-wetgeving, waardoor werkgelegenheid verloren gaat en bovendien geen emissiereductie wordt gerealiseerd. Om dit 'koolstoflek' te voorkomen, zouden bedrijven toch gratis emissierechten kunnen krijgen, schadeloos worden gesteld, of via mondiale sectorafspraken dezelfde voorwaarden als hun buitenlandse concurrenten kunnen krijgen. Eerder stelde de Commissie voor uiterlijk in 2010 een definitieve keuze voor één van deze oplossingen te maken, maar dat vindt de industrie te laat. De druk om die beslissing eerder te nemen, neemt nu toe. Ook de Nederlandse overheid is van mening dat er eerder duidelijkheid moet komen.

    Een andere discussie over de voorgenomen wijzigingen in het handelssysteem betreft de ruimte voor het kopen en gebruiken van emissierechten uit projecten in ontwikkelingslanden. De Europese Commissie wil aan dat gebruik een limiet stellen, zoals die nu ook bestaat. Maar de oppositie daartegen wordt steeds groter, zowel uit de hoek van de industrie als uit internationale hoek. Bijvoorbeeld het klimaatbureau van de Verenigde Naties vindt het geen goed idee om beperkingen op te leggen aan deze activiteiten. Hier staat wel tegenover dat een verruiming van de limiet tot een sterke daling van de CO2 prijs zou kunnen leiden, met als mogelijk gevolg dat gewenste investeringen in energiebesparing en duurzame energie niet meer binnenin de EU zouden plaatsvinden.

  • Terug naar Inhoud
  • Het afsluiten van het handelsjaar 2007 is momenteel in volle gang. Op dit moment zijn al 45 Emissieverslagen ingediend bij de NEa en elke dag komt er weer een aantal binnen. De deadline voor het indienen van het geverifieerde emissieverslag en voor het invoeren van de emissiegegevens is 31 maart 2008.

    Meer informatie over deze verplichtingen kunt u teruglezen op de website van de NEa. U kunt ook contact opnemen met de Helpdesk NEa. Dit kan via nea@minvrom.nl of, op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur, via telefoonnummer 070-339 5250.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse Emissieautoriteit NEa heeft van 148 bedrijfslocaties een aanvraag ontvangen om in de handelsjaren 2009 en 2010 niet aan NOx-emissiehandel te hoeven meedoen.

    De meerderheid van deze bedrijfslocaties bezit op dit moment al een opt-out voor NOx. De opt-out mogelijkheid wordt verlengd met de komende twee jaar. Tegelijk zijn de criteria voor opt-out aangepast (tot 50MWth en voldoen aan de PSR van 2010).

    Projectleider Jaap Bousema van de NEa geeft aan dat in veel gevallen nog meetrapporten over 2007 ontbreken. Die kunnen in veel gevallen ook nog niet zijn opgesteld. In maart en april verwacht de NEa veel nagezonden meetrapporten, zodat de NEa naar verwachting medio april 2008 toch over het grootste deel van de aanvragen een voornemen tot een besluit kan nemen.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfslocaties met een emissievergunning voor NOx ontvangen deze week informatie over de aankomende vereenvoudigingen in de monitoring van NOx-emissies. Bedrijfslocaties die deze willen doorvoeren, moeten voor een tweetal vereenvoudigingen voor 1 mei 2008 een speciale melding doen bij de NEa. Hiervoor heeft de NEa aparte formulieren ontwikkeld. De Ministeriële regeling Monitoring Handel in Emissierechten, waarin de vereenvoudigingen zijn verwerkt, treedt in werking met ingang van 1 april 2008.

    Een belangrijke wijziging is de halvering van de meetfrequentie (voor klasse 3 of 4 installaties). Alle bedrijven kunnen van deze kostenbesparing profiteren. Andere aanstaande wijzigingen zijn de mogelijkheid voor het toepassen van één kental voor het hele jaar met terugwerkende kracht, het uitvoeren van minder deelmetingen bij gebruik van een zogenoemde 'mini-PEMS' en de mogelijkheid voor het gebruik van een historisch of onderbouwd kental voor huurketels en reserveketels. Tevens bestaat straks de mogelijkheid voor het opstellen van één kental voor vergelijkbare klasse 3 of 4 installaties.

    De meldingsformulieren kunt u vinden op de website van de NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • Om tijdig een emissievergunning voor NOx te hebben of de vergunning te laten wijzigen dient de aanvraag uiterlijk 30 juni ingediend te worden. Als een bedrijfslocatie op 1 januari 2009 niet beschikt over een emissievergunning voor NOx, dan is er sprake van een overtreding van de Wet milieubeheer. In het informatieblad 'Aanvragen van een emissievergunning' staat meer informatie hierover, zoals de wijze van indienen en de beschrijving van de formele vergunningsprocedure.

    53 bedrijfslocaties die momenteel geen emissievergunning voor NOx hebben noch een opt-out-aanvraag hebben ingediend, en die op 1 januari 2009 wel onder de reikwijdte van het systeem van NOx-emissiehandel gaan vallen, hebben vorige week een brief ontvangen van de NEa. Daarin wordt hen gewezen op hun verplichtingen om op tijd een emissievergunning aan te vragen of een opt-out verzoek in te dienen.

    Zij dienen uiterlijk op 30 juni 2008 hun vergunningaanvraag bij de NEa ingediend te hebben. Die aanvraag begint met het opstellen van een plan voor de monitoring van de NOx-emissies dat aan de kwaliteitseisen voldoet. Als een bedrijfslocatie op 1 januari 2009 niet beschikt over een emissievergunning of een opt-out beschikking voor NOx, dan is die in overtreding van de Wet Milieubeheer.

    Een bedrijfslocatie die op dit moment al een vergunning voor CO2 heeft, kan deze vergunning laten wijzigen. Aan de bedrijfslocaties met een vergunningplicht worden later wellicht nog locaties toegevoegd waarvan de opt-outaanvraag is afgewezen. Deze bedrijven zullen in een later stadium geïnformeerd worden over hun vergunningplicht.

    Toetsing
    In juli en augustus 2008 zal de NEa de monitoringsplannen toetsen. Als het monitoringsplan nog niet helemaal aan de wettelijke eisen voldoet, zal de NEa om aanpassing verzoeken. De NEa beschouwt het als een resultaatverplichting om in september 2008 een (gewijzigde) emissievergunning te verlenen als de aanvraag op tijd is, aan de eisen voldoet en eventueel tijdige aanpassingen. Ook bij een latere vergunningaanvraag zal de NEa zich inspannen om tijdig een emissievergunning te verlenen, maar daarvoor geeft zij geen garanties.

    Voorlichting 2 april
    Bedrijfslocaties die een monitoringsplan moeten gaan opstellen of uitbreiden voor NOx-emissiehandel, zijn uitgenodigd voor een voorlichtingsbijeenkomst op 2 april aanstaande. Het programma zal bestaan uit een inleiding over emissiehandel, uitleg over het opstellen van het monitoringsplan, het indienen van een aanvraag voor een emissievergunning voor en het volledige proces van vergunningverlening. Op die bijeenkomst reikt de NEa de Leidraad NOx Monitoring uit, samen met aanvullende informatie over het aanvragen van een emissievergunning.
    Meer informatie in het informatieblad Aanvragen van een emissievergunning. Opgeven voor de voorlichting op 2 april kan hier.
  • Terug naar Inhoud
  • In Nederland is het tot dusverre niet mogelijk voor bedrijven om bij leningen de beschikbare emissierechten als onderpand te gebruiken. In de wet Milieubeheer is dit 'pandrecht' expliciet verboden. Uit de evaluatie van de systemen van emissiehandel bleek dat de meeste EU landen het vestigen van pandrecht niet onmogelijk hebben gemaakt en dat Nederland hierin een uitzonderingspositie in Europa inneemt De overheid wil onderzoeken of bedrijven behoefte hebben aan dit pandrecht.

    Pandrecht maakt het mogelijk voor bedrijven bij een lening de beschikbare emissierechten als onderpand te gebruiken waarmee de zekerheid van de bank wordt versterkt. De uitvoering ervan is in de Europese lidstaten die het toestaan verder overgelaten aan de markt.

    Bedrijven worden uitgenodigd om hun visie te geven op het pandrecht voor emissierechten. Als de reacties uit het bedrijfsleven daarover positief zijn, wordt nader bestudeerd of het verbod op pandrecht kan worden opgeheven Reden voor het uitsluiten van het pandrecht waren destijds, dat het register voor handel in broeikasgassen geen openbaar register is en dat emissierechten door hun tijdelijke karakter geen geschikt verhaalsobject zouden zijn.

    Uit de evaluatie komt als belangrijkste reden voor de invoering van het pandrecht dat emissierechten niet wezenlijk anders zijn dan andere zaken die een waarde vertegenwoordigen. Daarnaast is ook harmonisatie van wetgeving binnen de EU gewenst. Ten aanzien van de vertrouwelijkheid van gegevens zouden bedrijven ook altijd zelf kunnen aangeven of zij de emissierechten in onderpand willen geven – en daarmee gegevens aan de openbaarheid prijsgeven.

    Een eventuele opheffing van het verbod op pandrecht zal worden meegenomen in een wijziging van de Wet Milieubeheer ten aanzien van emissiehandel.

    Bedrijven kunnen reageren via emissierechten@minvrom.nl

  • Terug naar Inhoud
  • De Nieuwsbrief Emissiehandel behandelt, in samenwerking met de Helpdesk NEa, regelmatig veelgestelde vragen en hun antwoorden.

    Vraag: Kan ik nu met CER's handelen op mijn rekening in het CO2 Register?

    Op dit moment is het nog niet mogelijk om CER's uit CDM projecten te ontvangen op uw rekening en daarmee te handelen. De Europese registers zijn namelijk nog niet aangesloten op het CDM-register, waar de CER's gecreëerd worden. Zodra de connectie tussen EU- en VN-emissiehandel gerealiseerd is, wordt het mogelijk om CER's te ontvangen en over te boeken. De Europese Commissie heeft aangegeven dat deze situatie uiterlijk april 2009, dus vóór afsluiten van het handelsjaar 2008, zal zijn opgelost.

    Meer informatie over rechten uit CDM en JI projecten vindt u op de NEa website en in het infoblad 'CDM- en JI-emissierechten binnen EU-emissiehandel'.

    Informatie over EU en VN emissiehandel vindt u in het infoblad 'EU emissiehandel en het Kyotoprotocol'.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).