******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=10982&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 55
24 april 2008

De emissie van Nederlandse bedrijven die zowel in 2006 als 2007 deelnamen aan emissiehandel blijkt te zijn gestegen met 4,1%. Uit de controle van de emissiegegevens blijkt dat 196 van de in totaal 209 bedrijven in 2007 78,7 miljoen CO2 hebben uitgestoten, terwijl dezelfde bedrijfslocaties in 2006 75,6 Mton emitteerden. Ondanks de groei was de werkelijke emissie ook in 2007 lager dan de hoeveelheid verstrekte emissierechten.

Dit blijkt uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), op basis van de geverifieerde emissiejaarverslagen over 2007. In 2006 daalden de emissies nog met 3,7 Mton (4,6%) CO2 ten opzichte van 2005, toen de uitstoot 80,4 Mton was. Op 15 mei 2008 zal de NEa een analyse publiceren van deze cijfers, samen met de emissies van stikstofoxiden (NOx) in 2007.

De geverifieerde individuele emissies van bijna alle Europese deelnemers zijn sinds 2 april op te vragen uit het Europese transactielogboek CITL. Voor de gehele EU laten de voorlopige cijfers zien dat de emissies van de deelnemende bedrijven gemiddeld met 1% zijn gestegen ten opzichte van 2006, althans volgens een analyse van Carbon Market Data.

Tot dusverre heeft de NEa, gerekend naar de totale uitstoot in 2006, 94,3% van de totale CO2-uitstoot binnen de Nederlandse emissiehandel verwerkt. De NEa controleert deze cijfers steekproefsgewijs en heeft de bevoegdheid ze alsnog aan te passen.

Om verplichtingen voor 2007 na te komen, moeten de bedrijven vůůr 1 mei 2008 precies zoveel emissierechten bij de NEa inleveren als zij hebben uitgestoten. Als dat tijdig is gebeurd, zal Nederland op 1 mei de eerste Europese emissiehandelsperiode 2005-2007 afsluiten. Deze periode gold officieel nog als 'demonstratieperiode'. Vanaf 2008 treedt het nieuwe Toewijzingsbesluit in werking (zie elders in deze nieuwsbrief).

  • Terug naar Inhoud
  • Deze maand heeft het Luxemburgse 'Gerecht van Eerste Aanleg' geoordeeld dat het Nederlandse systeem voor NOx-emissiehandel geen vorm is van staatssteun. Daardoor heeft de Nederlandse overheid formeel meer vrijheid van handelen bij wijzigingen in het systeem.

    In 2003 oordeelde de Europese Commissie dat het systeem een vorm is van staatssteun. Omdat het zogenoemde 'milieusteunkader' sommige vormen van staatssteun toestaat zolang die ingericht zijn ten behoeve van milieuverbetering, is NOx-emissiehandel wel toegestaan. Dat houdt echter in dat Nederland over de handel moet rapporteren en alle wijzigingen bij de Europese Commissie moet melden en laten goedkeuren.

    "Het Gerecht oordeelde dat Nederlandse bedrijven weliswaar een voordeel krijgen door aan NOx emissiehandel mee te doen", legt Angťlique van Herwijnen van VROM uit, "maar omdat het geen selectieve groep is die ten opzichte van een vergelijkbare groep bevoordeeld wordt, is het geen staatssteun. Het emissiehandelsysteem zelf maakt onderscheid tussen ondernemingen tussen met een hoge uitstoot van stikstofoxiden en ondernemingen met een lagere emissie van NOx."

    De uitspraak levert de Nederlandse overheid vooral een procedureel voordeel op, die wellicht positief uitpakt voor de deelnemende bedrijven omdat wijzigingen sneller kunnen worden doorgevoerd. De Europese Commissie kan nog tegen de uitspraak in beroep gaan bij het Luxemburgse Hof van Justitie.

  • Terug naar Inhoud
  • Naar verwachting krijgen bedrijven in september hun definitieve toewijzing van emissierechten over de jaren 2008-2012. Bij monde van VNO-NCW milieusecretaris Wiel Klerken is het bedrijfsleven furieus: "Schande dat de overheid, de EU voorop, zich niet aan de eigen wettelijke termijnen houdt.

    De definitieve toewijzing hangt nog op een formele goedkeuring vanuit Brussel. Een aantal vragen moest nog worden beantwoord naar aanleiding van het eerder ingediende allocatieplan. De beantwoording heeft weliswaar wel een informele goedkeuring van de Europese Commissie gekregen, maar nog niet formeel. "De Nederlandse overheid zou niet mogen accepteren dat de Commissie zo lang op zich laat wachten", zegt Klerken. "Ze zet wel het bedrijfsleven onder druk als wij wat moeten leveren, maar blijft zelf in gebreke. Des te erger dat bijna heel Europa nog op zijn rechten moet wachten."

    VROM heeft begrip voor de klachten vanuit het bedrijfsleven. Julia Williams van VROM: "De laatste loodjes wegen zwaar, maar we willen wel zorgvuldig zijn. Het is ook niet simpel om de Commissie onder druk te zetten. Als de formele goedkeuring vanuit Brussel er is en de interne toetsing is afgerond, kunnen we na enkele weken het ontwerp-toewijzingsbesluit publiceren. Dan zijn er zes weken nodig voor de zienswijzen van bedrijven, enige tijd voor de verwerking daarvan, en dan nog een keer zes weken voor beroep tegen het toewijzingsbesluit. Dan zitten we in september."

    Voor bedrijven betekent dit dat er tot september geen emissierechten van registerrekening kunnen veranderen. Wel blijft het mogelijk om te handelen in 'forwards'.

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie gaat in de komende anderhalf jaar onderzoeken welke ruimte er kan worden gecreŽerd voor zogenoemde 'flexibele instrumenten' zoals emissiehandel binnen de Europese regelgeving ten aanzien van bijvoorbeeld stikstofoxiden of zwaveloxiden.

    Flexibele instrumenten maken het mogelijk voor een bedrijf om niet direct op de eigen site bij alle installaties emissies te reduceren, maar keuzes te maken binnen de site of te investeren in emissiereductie elders. Eťn van de huidige problemen omtrent het Nederlandse systeem voor NOx-emissiehandel is momenteel dat deelnemende bedrijven geen dispensatie krijgen voor de Europese IPPC-richtlijn. De IPPC-richtlijn schrijft voor dat de 'best beschikbare techniek' wordt gebruikt, terwijl emissiehandel juist de keus laat tussen investeren in techniek of kopen van emissierechten.

    Bij een bijeenkomst begin april, georganiseerd door VROM en VNO-NCW, werden de flexibele instrumenten nader onder de loep genomen door een internationaal gezelschap. Willem-Henk Streekstra van VNO-NCW: "Daarbij bleek ook wel de speciale positie van Nederland, als dichtbevolkt land met specifieke emissieproblematiek. Dat wordt door andere landen niet altijd herkend." Wel werd erkend dat flexibele instrumenten hun waarde vooral benutten als de emissieplafonds omlaag gaan. "Nederland komt dan wat eerder in de problemen."

    Voorlopig kan er wat betreft de Europese Commissie nog geen sprake zijn van veel ruimte voor bijvoorbeeld emissiehandel. Bij de bijeenkomst kondigde de Commissie wel aan over anderhalf jaar te komen met een voorstel hoe om te gaan met flexibele instrumenten. Streekstra: "Wellicht een kleine richtlijn met criteria voor instrumenten om ruimte te mogen krijgen binnen de IPPC, wellicht op een andere manier. Ik geloof dat ook de Commissie op langere termijn flexibiliteit nodig acht om kosteneffectieflagere emissieplafonds te kunnen bereiken."

  • Terug naar Inhoud
  • Zowel het Europese Parlement als de Europese Raad is voortvarend bezig met het beoordelen van de voorstellen van de Europese Commissie ten aanzien van het klimaat. Beide streven ernaar om het gehele klimaatpakket al in 'eerste lezing' integraal goed te keuren, eind 2008 of begin 2009.

    Parlement en Raad willen een 'tweede lezing' voorkomen, omdat zo'n tweede lezing al snel een jaar extra in beslag zou nemen. Omdat dan ook de verkiezing van een nieuw Europees Parlement, in juni 2009, tussentijds zou gaan spelen, zou inwerkingtreding van de diverse richtlijnen in de periode 2010-2012 in het gedrang komen. Richtlijnen moeten daarna immers ook nog worden omgezet in nationale wetgeving in de lidstaten. Bovendien heeft de EU dan onvoldoende ammunitie voor de internationale klimaatonderhandelingen die in december 2009 in Kopenhagen zouden moeten worden afgesloten met een akkoord.

    "Ik ben voorzichtig optimistisch dat we de deadline gaan halen", zegt Aldrik Gierveld van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel. Gierveld neemt deel aan de nauwgezette beoordeling van de Commissievoorstellen ter voorbereiding van een beslissing van de Europese Raad. "Als het Parlement in de eerste week van oktober zich voor het eerst heeft uitgesproken over het pakket, dan kunnen de Raad en het Parlement eind 2008, begin 2009 de besluiten nemen."

    Dat wil nog niet zeggen dat alles zonder slag of stoot wordt aangenomen. Parallel zijn het Parlement en de Raad nu de voorstellen aan het keuren. "Dat gebeurt artikel voor artikel, zeer nauwgezet," schetst Gierveld. "Er zijn nog veel onderwerpen waarover keihard wordt onderhandeld. Maar de regeringsleiders hebben al zo veel politiek kapitaal in dit pakket geÔnvesteerd dat niemand het meer wil laten stranden."

    Heikele punten
    Er zijn nog veel punten waarover Parlement en Raad nog tot overeenstemming moeten komen, zoals het gebruik van het basisjaar voor de berekening van de emissiereducties, de allocatiemethode en het veilen, de ruimte voor emissierechten uit projecten buiten de EU (via JI en CDM) en de methodes voor monitoring en verificatie.

    De zwaarste punten zijn geconcentreerd rond de nieuwe toewijzingsmethode. Vanaf 2012 wil de Europese Commissie een toenemend aandeel van alle emissierechten gaan veilen, in plaats van gratis uitdelen via een vooraf bepaalde methode. Door veilen zou een zogenoemde 'carbon leakage' kunnen ontstaan, omdat zware industrie niet meer in Europa investeert vanwege concurrentienadeel door veiling van emissierechten. Geen emissiereductie dus, maar wel verlies van banen. Veel landen willen dit koolstoflek voorkomen door een aantal sectoren van veiling vrij te stellen, maar onduidelijk is nog welke sectoren, en ook wanneer deze sectoren worden aangewezen. De Commissie wil dat in 2010 of 2011 beslissen, de meeste lidstaten waaronder Nederland dringen aan op een eerder besluit.

    Terugsluizen
    Daarnaast is het terugsluizen van de inkomsten uit de veiling naar de industrie een discussiepunt. De industrie, en ook de Commissie, willen ten minste een deel van de vele miljarden opbrengst van de veiling (voor Nederland alleen al jaarlijks een half tot drie miljard euro) besteden aan klimaatbeleid. Maar de verzamelde ministers van FinanciŽn in de EU willen dergelijke Europees geoormerkte fondsen niet.

    Ten slotte heeft Nederland ook nog de indirecte kosten van emissiehandel op de agenda van de besprekingen gezet. Paul van Slobbe van EZ: "Omdat de elektriciteitsproducenten de CO2 kosten doorberekenen aan hun afnemers zullen sommige industrieŽn, zoals de aluminiumindustrie, hiervan extra te lijden krijgen. Zij betalen mogelijk niet alleen hun eigen emissierechten, maar in ieder geval ook de indirecte kosten in de elektriciteit. Daarvoor heeft Nederland extra aandacht gevraagd."

    Informeel is er veel contact tussen de 'rapporteurs' van het Parlement, die amendementen voorbereiden voor stemming in het plenaire debat, en de raadswerkgroepen. Aldrik Gierveld: "Als we bij eerste lezing klaar willen zijn, moeten we het al eens zijn over amendementen voordat de plenaire stemming in het Parlement plaatsvindt. Eťn punt van onenigheid kan al een tweede lezing noodzakelijk maken."

  • Terug naar Inhoud
  • Het overleg tussen de ministeries van VROM en EZ en het bedrijfsleven over de toekomst van de NOx-emissiehandel heeft tot dusverre nog niet geleid tot een akkoord. "Wij willen emissiehandel in leven houden, vooral voor de periode na 2010", aldus Willem Henk Streekstra van werkgeversvereniging VNO-NCW. "We hopen er voor de zomer uit te zijn." VROM streeft ernaar om binnen enkele weken uitsluitsel te hebben over de voortgang.

    Twee weken geleden bleken de visies van beide partijen over het verloop van de Performance Standard Rate (PSR; de NOx-prestatie per gigajoule energie-input) te ver uiteen te lopen. Streekstra: "Wij willen een PSR-verloop dat in de pas loopt met Europa en niet sterker daalt dan de industrie aankan." Julia Williams van VROM: "Daarin zit het verschil van mening. Wij hebben wat andere ideeŽn over wat de industrie aankan. Bovendien, het drukbevolkte Nederland vereist een hoge eco-efficiŽntie, van de mensen ťn van de industrie."

    Extra complicatie voor de werkgeversvereniging is dat ook de eigen leden niet op ťťn lijn zitten. Willem Henk Streekstra: "Sommige bedrijven willen het liever helemaal niet meer, andere juist heel graag. Als een bedrijf in emissiehandel alleen rechten zou moeten kopen, is het logisch dat het tevreden is met een vergunning onder de Europese IPPC-richtlijn. Maar om de vier jaar worden de IPPC-regels herzien en kan dat bedrijf strengere emissienormen krijgen opgelegd. Emissiehandel is in onze ogen ook een solidariteitsinstrument. Andere bedrijven kunnen zo een deel van hun hoge investeringen terugverdienen."

    Op dit moment botst de emissiehandel nog te veel met de Europese regelgeving in de IPPC-richtlijn. Willem Henk Streekstra: "Maar de Commissie heeft beloofd om binnen anderhalf jaar te komen met een voorstel hoe flexibele instrumenten zoals emissiehandel ruimte kunnen krijgen in de Europese regelgeving. Als de plafonds na 2010 verder omlaag gaan, hebben we zo'n flexibel instrument nodig om de kosten laag te houden."

  • Terug naar Inhoud
  • Op 1 april 2008 heeft de NEa de Leidraad NOx-monitoring gepubliceerd. Deze leidraad, die in eerste instantie is bedoeld voor bedrijven die als nieuwkomer gaan deelnemen aan het systeem van NOx-emissiehandel, is een toegankelijke handleiding voor bedrijven bij het opstellen van een monitoringsplan.

    De leidraad kan worden beschouwd als een bedrijfsvriendelijke interpretatie van het NOx-deel van de MinisteriŽle Regeling Monitoring Handel in Emissierechten en komt in de plaats van het volledige Programma van Eisen (PvE). Eerder verscheen al een soortgelijke leidraad voor CO2-emissies.

    De leidraad bevat enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van het oude PvE. Daarnaast zijn er enkele vereenvoudigingen van de NOx monitoring in opgenomen ter vermindering van de administratieve lasten. Bedrijfslocaties die al een emissievergunning voor NOx – en dus al een monitoringsplan - bezitten, mogen gebruik maken van deze wijzigingen, maar zijn nog niet verplicht deze door te voeren in hun monitoringsplan. Als aanpassing nodig is, zal de NEa deze bedrijfslocaties tijdig informeren.

    Vereenvoudigingen in NOx-monitoring
    Bedrijfslocaties die al een emissievergunning voor NOx hebben en die gebruik willen maken van de vereenvoudigingen in de NOx-monitoring is verzocht om dit vůůr 1 mei 2008 voor een tweetal vereenvoudigingen te melden bij de NEa. De NEa heeft al ca. 40 van deze meldingen ontvangen.

    Meer informatie en de meldingsformulieren vindt u hier:
    - Infoblad Vereenvoudigingen NOx-monitoring
    - Formulier Melding halvering meetfrequentie
    - Formulier Melding identieke installaties

  • Terug naar Inhoud


  • De NEa beoordeelt momenteel circa 150 aanvragen voor een opt-out voor NOx-emissiehandel voor de periode 2009-2010. De eerste 26 bedrijfslocaties hebben medio april al een bericht ontvangen waarin de NEa aankondigt of zij de aanvraag gaat afwijzen of goedkeuren. De formele besluiten zullen over een aantal maanden worden verzonden, na inwerkingtreding van de regelgeving waarin de opt-out is geregeld. Bijna 100 bedrijfslocaties zijn er door de NEa nogmaals op geattendeerd dat hun opt-out-aanvragen niet volledig zijn.

  • Terug naar Inhoud
  • De bedrijfslocaties die over de afgelopen handelsperiode een emissieverslag hebben ingediend en hun emissierechten hebben ingevoerd, moeten uiterlijk op 30 april 2008 voldoende emissierechten inleveren. Hiertoe moet de eerste of tweede rekeningbevoegde een zogenoemde 'nalevingstransactie' uitvoeren, vanaf de exploitant tegoedrekening (ETR) in het Register CO2-emissiehandel.

    De rechten uit planperiode 1 (CP0) komen na 30 april te vervallen. Alle rechten op uw rekening zullen automatisch worden geannuleerd in de nacht van 30 april op 1 mei.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met de Helpdesk NEa, via e-mail op nea@minvrom.nl of telefonisch op 070-3395250.

    Let op: Van 30 april t/m 5 mei is de Helpdesk NEa gesloten, dus op de laatste dag van de deadline is geen ondersteuning mogelijk! De NEa beveelt aan dat uiterlijk 29 april alle handelingen in het Register zijn verricht. Van 24 april t/m 29 april is de Helpdesk NEa de gehele dag (9.00 – 17.00 uur) telefonisch te bereiken onder nummer 070 -339 5250.

  • Terug naar Inhoud
  • De bedrijfslocaties die de afgelopen periode emissieverslag hebben ingediend en hun emissierechten hebben ingevoerd, moeten uiterlijk op 30 april 2008 voldoende emissierechten inleveren. Hiertoe moet de eerste of tweede rekeningbevoegde een nalevingstransactie doen vanaf de exploitanttegoedrekening (ETR) in het Register NOx-emissiehandel.

    Rechten die na 30 april nog op het saldo van 2007 staan kunnen niet meer door u gebruikt worden en zullen hierdoor waardeloos worden.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met de Helpdesk NEa, via e-mail op nea@minvrom.nl of telefonisch op 070-3395250.

    Let op: Van 30 april t/m 5 mei is de Helpdesk NEa gesloten, dus op de laatste dag van de deadline is geen ondersteuning mogelijk! De NEa beveelt aan dat uiterlijk 29 april alle handelingen in het Register zijn verricht. Van 24 april t/m 29 april is de Helpdesk NEa de gehele dag (9.00 – 17.00 uur) telefonisch te bereiken onder nummer 070 -339 5250.

  • Terug naar Inhoud
  • Nieuwe installaties die gaan meedoen in het systeem voor CO2-emissiehandel kunnen in veel gevallen nog in het jaar van de start van de installatie emissierechten krijgen toegewezen. Als de start echter valt na 1 september, zullen de rechten pas in het volgende jaar worden toegewezen, en wel met terugwerkende kracht. Voor die installaties krijgen bedrijven dus dispensatie bij het inleveren van emissierechten, dat officieel vůůr 1 mei van het navolgende jaar moet plaatsvinden.

    Deze nieuwe regeling is van kracht geworden omdat in het verleden gebleken is dat een start niet altijd kon worden gerealiseerd op de aangekondigde datum. Bedrijven kregen daardoor soms ten onrechte extra rechten. "Het is moeilijk te controleren of een start van een nieuwe installatie of een uitbreiding inderdaad op de juiste datum heeft plaatsgevonden", zegt Nermin Atmaca van het ministerie van VROM. "Vandaar dat we late starts nu met terugwerkende kracht van emissierechten gaan voorzien. Daarvoor kunnen we voldoende putten uit het nieuwkomersdepot, dat we daarvoor gereserveerd hebben. Wel worden bedrijven geacht grote uitbreidingen alvast tevoren te melden."

    Voor meer informatie zie de Senternovem-site.

  • Terug naar Inhoud

  • Recent is de overheid met een consultatieronde gestart over de vraagop welke wijze een regeling voor het reserveren van emissierechten door nieuwkomers kan worden vormgegeven. Eerder kondigde het nationale toewijzingsplan broeikasgasemissierechten 2008-2012 dit onderzoek al aan.

    Op de website van Senternovem is een conceptvoorstel gepubliceerd waarop bedrijven kunnen reageren.

    Reacties van bedrijven dienen uiterlijk op 14 mei bij VROM binnen te zijn.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).