******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11122&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 56
5 Juni 2008

Vorige week heeft minister Cramer van Milieu een wijzigingsbesluit over NOx emissiehandel 2011-2013 voor commentaar aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Het besluit is erop gericht om de NOx-emissies in de industrie in 2011 tot en met 2013 te stabiliseren, de opt-out te verlengen en de deelname van de off-shore olie- en gaswinning te regelen.

Het voorstel is om van 2010 tot en met 2013 de Performance Standard Rate van verbrandingsinstallaties met jaarlijks 1 gram NOx per gigajoule energie-input terug te brengen. Daarmee wordt in 2013 ten opzichte van ongewijzigd beleid een extra emissiereductie van 5 kiloton gerealiseerd.

De PSR wordt gebruikt om voor elk jaar het aantal NOx-emissierechten per bedrijf te berekenen. Voor verbrandingsinstallaties zal de PSR in 2010 40 gram/GJ bedragen, en in 2013 dus 37 g/GJ. In de jaren tussen 2005 en 2010 neemt de PSR met 5 of 6g/GJ per jaar af.

Ook voor de procesinstallaties is een verdere reductie van de NOx-uitstoot voorzien, maar dan procentueel half zo snel als bij de verbrandingsinstallaties. Een van de grootste proces-emitters, staalconcern Corus, had in mei een brief aan het kabinet gestuurd met een verzoek om een uitzonderingspositie vanwege de beperkte mogelijkheden voor emissiereducerende maatregelen. In reactie staat nu in het wijzigingsvoorstel dat het staalconcern geen beroep kan doen op een uitzonderingspositie. Wel is het kabinet bereid met Corus 'de situatie rondom de procesemissies van het bedrijf verder te bezien'.

Naast de PSR-waarden, behandelt het wijzigingsvoorstel ook de verlenging van de mogelijkheid tot 'opt-out' tot 1 januari 2011.

Met de wijzigingen komt een voorlopig eind aan de discussies rond de NOx-emissiehandel en de PSR-waarden tot en met 2013. Daarmee is echter de interferentie tussen het Nederlandse systeem voor emissiehandel en het Europese IPPC-systeem nog altijd niet opgelost. Van vrijstelling van de Europese IPPC-normen voor deelnemers aan emissiehandel kan voorlopig nog geen sprake zijn, al gaat de Europese Commissie wel een onderzoek instellen naar de mogelijkheden van emissiehandel.

Het besluit is eerst naar de Kamers gestuurd vanwege de zogenoemde 'voorhang'-procedure. Na vier weken gaat het besluit naar de Raad van State.

Voor de periode na 2013 is nog geen PSR-verloop vastgesteld, omdat voor de periode vanaf 2020 de Europese plafonds nog moeten worden vastgesteld. Dat gebeurt niet eerder dan deze zomer.

  • Terug naar Inhoud
  • Eind deze week zal zowel de Europese Raad van Ministers voor Milieu als die voor Energie zich buigen over het energie- en klimaatpakket dat de Europese Commissie begin dit jaar voorstelde. Belangrijk onderdeel daarin is de herziening van het Europese systeem voor emissiehandel met ingang van 2013, dat in de Milieuraad ter sprake zal komen.

    Na de eerste beleidsdiscussies in afgelopen maanden, staan nu vooral de internationale concurrentiepositie van deelnemers aan emissiehandel, de veiling van emissierechten en de taakverdeling tussen landen op de agenda.

    Boxen
    In de discussie over de veiling van rechten met ingang van 2013 wordt het bedrijfsleven nu in drie categorieŽn onderverdeeld. In Box I zitten de energiebedrijven, die al hun emissierechten moeten kopen. De discussie betreft vooral of deze bedrijven al direct met ingang van 2013 100% moeten gaan kopen of geleidelijk steeds meer.

    Box II vertegenwoordigt de bedrijven die in 2012 het merendeel (80%?) van hun rechten nog gratis zullen krijgen maar in 2020 alles op de veiling moeten aanschaffen.

    Box III betreft bedrijven die te maken hebben met onacceptabele concurrentienadelen voor mondiaal concurrerende energie-intensieve sectoren, die geconfronteerd worden met mondiale concurrenten die geen (met de EU) vergelijkbare reductieverplichtingen kennen. Deze bedrijven hebben te maken met marktprijzen die tot stand komen op de wereldmarkt, waardoor doorberekening niet mogelijk is. Hierdoor zou de bedrijvigheid buiten de EU worden geplaatst (carbon leakage).

    Zij kunnen rekenen op flexibiliteit als zij, door het blijvende ontbreken van internationale klimaatafspraken, concurrentienadeel zullen ondervinden van de aanschaf van emissierechten. Zij zullen bij uitblijven van zo'n afspraak grotendeels of geheel gratis hun emissierechten krijgen toebedeeld. Nederland ijvert voor een snelle beslissing, liefst in 2009, over welke bedrijven in deze categorie vallen. Nederland beijvert zich om ook indirecte kosten voor deze bedrijven, bijvoorbeeld door hogere elektriciteitsprijzen, te kunnen compenseren.

    Veiling
    De opbrengst van de veiling, wellicht enkele tientallen miljarden per jaar, gaat in principe naar de schatkisten van de lidstaten. Ten aanzien van 20% daarvan wordt in het richtlijnvoorstel een indicatie gegeven aan welke doelen de opbrengst besteed zou kunnen worden, bijvoorbeeld milieudoelen.

    Een punt van discussie is ook de taakverdeling tussen de landen om de doelstelling van 20% emissiereductie te halen, of zelfs 30% als het komt tot wereldwijde afspraken. Waar de Commissie voorstelt om alle emissiereductie vanaf 2005 te berekenen, willen vooral Oost-Europese landen 1990 als basisjaar hanteren. Op die manier krijgen deze landen ook een beloning voor de emissiereducties die zijn gerealiseerd tussen 1990 en 2005. Oost-Europa kreeg in die periode te maken met een economische recessie, waardoor ook de uitstoot veel lager werd.

    Samen met de Energieraad en het Europese Parlement wil de Milieuraad nog dit jaar definitieve besluiten nemen over wijzigingen in het energie- en klimaatpakket van de Europese Commissie. Ook de Franse regering, vanaf 1 juli voorzitter van de EU, heeft zich in die zin uitgelaten.

    Kabinetsstandpunt
    Reeds in maart formuleerde het kabinet de uitgangspunten voor het overleg over de herziening van het emissiehandelssysteem. De inzet van het kabinet concentreert zich op een vroege duidelijkheid over de positie van sectoren die te maken hebben met carbon leakage (Box III), een ondergrens van 25 kiloton waaronder verbrandingsinstallaties niet aan emissiehandel hoeven deelnemen en versterking en harmonisatie van het gehele systeem. Daarnaast vraagt het kabinet aandacht voor de gevolgen van een stijgende elektriciteitsprijs voor grootverbruikers.

    De afgelopen dagen discussieerde de Kamer nog over de Nederlandse inzet voor de Milieuraad van donderdag 5 juni en de Energieraad van aanstaande vrijdag. De meeste partijen konden instemmen met die inzet, hoewel nog specifieke wensen werden geuit ten aanzien van vroege zekerheid voor grootverbruikers (de Box III gebruikers) en eventuele compensatie voor gestegen elektriciteitsverbruikers voor sectoren die te maken hebben met carbon leakage.

    Zie ook het vorige artikel in deze nieuwsbrief over de inzet van het kabinet.

  • Terug naar Inhoud

  • In de vorige Nieuwsbrief Emissiehandel stond een kort artikel over de emissierechten aan nieuwkomers, die in sommige met terugwerkende kracht zullen worden verstrekt.

    In dat artikel stond dat bedrijven 'voor die installaties dus dispensatie krijgen bij het inleveren van emissierechten'. Dat is onjuist. Starters na september, die pas in het volgende jaar definitief hun emissierechten krijgen toegewezen, moeten ook vůůr 1 mei van het navolgende jaar voldoende emissierechten inleveren om hun uitstoot te dekken. Dispensatie is onmogelijk binnen de huidige Europese wetgeving.

    Een en ander betekent dat bedrijven voor hun nieuwe installaties zelf hun rechten moeten 'voorschieten'. Later kunnen zij de emissierechten die met terugwerkende kracht worden verstrekt dus weer gebruiken voor de emissies van het jaar erop of verkopen.

  • Terug naar Inhoud
  • In 2007 hebben Nederlandse deelnemers aan emissiehandel gezamenlijk meer CO2, maar minder NOx uitgestoten dan in 2006. Dit heeft de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) half mei bekend gemaakt.

    CO2 -emissies 2007: 4,1% toename ten opzichte van 2006
    De Nederlandse deelnemers aan emissiehandel hebben in 2007 79,9 Mton CO2 uitgestoten. In 2006 was dit 76,7 Mton. De energiesector had het grootste aandeel in deze toename. De allocatie bedroeg 87,0 Mton aan CO2-emissierechten, waarmee het overschot in 2007 7,1 Mton bedroeg. Ten opzichte van 2005 hebben de deelnemende bedrijfslocaties een reductie van 0,5 Mton aan CO2-emissie gerealiseerd.

    In de online mediatheek van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) staat een gedetailleerd overzicht van de allocatie, CO2-uitstoot en ingeleverde emissierechten per Nederlandse bedrijfslocatie in 2005, 2006 en 2007. De voorlopige CO2-emissies stonden al sinds 2 april 2008 op de website van het Community Independent Transaction Log (CITL). Toen hadden een paar bedrijfslocaties hun emissie nog niet gerapporteerd. Na het rapportages van deze cijfers kon de NEa de definitieve berekening maken.

    NOx-emissies 2007: 10,9% daling ten opzichte van 2006
    Nederlandse bedrijfslocaties met een NOx-vergunning hebben in 2007 68,8 kton NOx uitgestoten. In 2006 was dit nog 77,2 kton. De bedrijfslocaties bouwden in 2007 84,7 kton aan emissierechten op tegen 89,9 kton in 2006. In de online mediatheek van de NEa (http://www.emissieautoriteit.nl/mediatheek/nea-publicaties) staat een gedetailleerd overzicht met de NOx -uitstoot en opgebouwde emissierechten per Nederlandse bedrijfslocatie in 2005, 2006 en 2007.

    Naleving
    De Nederlandse deelnemers aan CO2-emissiehandel hebben voldoende emissierechten ingeleverd om hun emissies van het vorige jaar te vereffenen. Voor informatie over naleving in andere deelnemende landen aan CO2-emissiehandel kunt u op korte termijn overzichten verwachten op de CITL-website van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu/environment/ets/). Van alle deelnemers aan NOx-emissiehandel heeft 99,6% aan alle verplichtingen voldaan.

    Voor meer informatie: nea@minvrom.nl of 070-3395250.

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie, het Europese Parlement en de lidstaten in de Europese Raad zijn dichtbij een definitieve wetgeving voor de deelname van de luchtvaart aan het Europese emissiehandelssysteem. Vanaf 1 januari 2012 moeten alle vluchten in, van en naar EU lidstaten verplicht voor al hun emissies rechten kunnen overleggen en inleveren.

    "Er moeten nog enkele zaken in de 'triloog' tussen Commissie, Parlement en Raad worden afgehandeld," zegt Aniel Bangoer van het ministerie van VROM. "Er moet nog worden gepraat over het emissieplafond, het te veilen gedeelte en het gebruik van de opbrengst van die veiling. Maar alle partijen willen graag dit definitieve akkoord."

    Met name het gebruik van de opbrengst van de veiling is nog een heikel punt. Het Parlement wil graag dat de opbrengsten van de veiling worden bestemd voor milieudoelen, maar eerder hebben de gezamenlijke ministers van FinanciŽn van de lidstaten zich daartegen uitgesproken. Bangoer: "Het Parlement maakt hiervan een punt, omdat dit ook aan de orde komt bij het veilen van emissierechten na 2012."

    Niettemin denkt Bangoer dat in juli een definitief akkoord zal worden gesloten. Vervolgens hebben de lidstaten nog tweeŽnhalf jaar om de richtlijn in de nationale wetgeving te vertalen.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse Emissieautoriteit is bezig met het afhandelen vande NOx- opt-out-aanvragen. Van de 150 ingediende aanvragen is ruim de helft afgehandeld. De betreffende bedrijfslocaties ontvangeneen aankondiging van de NEadat zij de aanvraag goedkeurt of afkeurt. De NEa verstuurt de formele besluiten over een aantal maanden, na inwerkingtreding van de regelgeving.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfslocaties die per 1-1-2009 voor het eerst gaan deelnemen aan NOx-emissiehandel, moeten uiterlijk 30 juni 2008 een vergunningaanvraag en monitoringsplan bij de NEa indienen.

    Voor deze bedrijfslocaties heeft de NEa in april twee bijeenkomsten georganiseerd waar bedrijven uitleg kregen over de vergunningprocedure en de inhoud van het monitoringsplan. De eerste vijf monitoringsplannen zijn al ingediend en worden op dit moment inhoudelijk getoetst door de NEa. Uit de vele inhoudelijke vragen die aan de NEa worden gesteld is op te maken dat ook de overige (circa 70) bedrijfslocaties bezig zijn met het opstellen van hun monitoringsplannen.

    Circa 140 bedrijfslocaties die nu al aan NOx -emissiehandel deelnemen hebben een melding ingediend ter vereenvoudiging van de monitoringsmethodiek voor kleine installaties. De komende weken gaat de NEa de besluiten hierop verzenden.

  • Terug naar Inhoud
  • De NEa heeft de rekeningen in het Register CO2 Emissiehandel geopend voor de Nederlandse bedrijfslocaties die per 1 januari 2008 zijn toegetreden tot het systeem van CO2-emissiehandel.

    De bedrijfslocaties hebben deze rekening nodig om te kunnen beschikken over CO2-emissierechten en te voldoen aan de verplichtingen in de wet- en regelgeving. Zolang het Toewijzingsbesluit nog niet definitief is, stort de NEa nog geen CO2-emissierechten op de rekeningen. Het is al wel mogelijk om op de rekeningen rechten te ontvangen die door andere EU-lidstaten wťl zijn toegekend aan hun bedrijfslocatie.

  • Terug naar Inhoud

  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).