******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11214&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 57
11 juli 2008

Vandaag verstuurt het kabinet het ontwerp-Nationaal Toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2008-2012. Na een inspraakprocedure die maandag start krijgen de bedrijven naar verwachting eind oktober hun emissierechten voor 2008 op hun rekening bijgeschreven.

Voor de periode 2008 tot en met 2012 krijgen de Nederlandse deelnemers aan de Europese emissiehandel voor 385,9 miljoen ton CO2 aan emissierechten, ofwel 77,2 Mton per jaar. Ook de specifieke toewijzing per bedrijf is bepaald. Daarnaast wordt jaarlijks 6,4 miljoen ton (31,8 Mton voor de gehele periode) gereserveerd voor nieuwkomers en voor eventueel te honoreren beroepen.

Deze plafonds zijn conform de beschikking van de Europese Commissie in januari 2007, maar iets lager dan de indicatieve toewijzing in mei 2007. "Toen hadden wij de laatste gegevens van bedrijven geactualiseerd, maar de Commissie hield vast aan het beschikte plafond," legt Paul van der Lee van VROM uit. " Daarnaast is de toewijzingsmethode uit het toewijzingsplan voor een aantal gevallen nader uitgelegd. Voor een paar bedrijven hebben we de toewijzing daardoor naar beneden moeten bijstellen. De meeste bedrijven komen daardoor weer iets hoger uit dan de indicatieve toewijzing in mei 2007."

Daarnaast hebben wat bijstellingen plaatsgevonden bij individuele bedrijven, op grond van actuele gegevens.

Vandaag publiceert de Staatscourant de kennisgeving van het ontwerp-besluit . Het besluit wordt ook naar iedere deelnemer toegezonden, ligt ter inzage bij VROM en Provinciehuizen en is digitaal beschikbaar op www.CO2-allocatie.nl.

Zie ook
  • elders
  • in deze nieuwsbrief een artikel over de inspraakprocedures.

  • Terug naar Inhoud
  • Nu het ontwerp-toewijzingsbesluit door het kabinet is gepubliceerd, kunnen inspraak- en beroepsprocedures formeel starten. Met de termijnen die daarvoor staan, zullen de Nederlandse deelnemers aan CO2 emissiehandel naar verwachting eind oktober de emissierechten op hun rekening gestort krijgen. Bedrijven dienen hun emissierechten voor 1 mei 2009 ingeleverd te hebben.

    Met de publicatie op maandag 14 juli start de inspraakronde van zes weken. Na eventuele verwerking van de ingediende zienswijzen zal het Nationaal Toewijzingsbesluit 2008-2012 eind september worden vastgesteld. Voordat de emissierechten in het nationale en het Europese register kunnen worden ingeboekt, zijn er nog een controleronde en de definitieve toestemming van de Europese Commissie nodig.

    Na vaststelling van de toewijzing krijgen bedrijven die al eerder een zienswijze hadden ingediend nog zes weken de tijd om beroep aan te tekenen bij de Raad van State. Daarop kan de overheid een verweer schrijven, waarna de Raad van State medio maart 2009 een tussenuitspraak kan doen die kan leiden tot wijzigingen in het besluit. Daarna is nog vier weken beroep mogelijk. Medio augustus 2009 is de einduitspraak.

    Zienswijzen moeten uiterlijk op maandag 25 augustus schriftelijk binnen zijn bij:
    N. Atmaca,
    directie Bronnen en Emissies,
    IPC 650,
    Postbus 30945,
    2500 GX Den Haag,

    onder vermelding van 'zienswijze ontwerp nationaal toewijzingsbesluit' en het referentienummer BREM 2008068666.

    Eventuele mondelinge zienswijzen kunnen uitsluitend gedurende deze zes weken worden ingediend op elke dinsdag en woensdag, van twee tot vier uur, op telefoonnummer
    (+31) (0)6 46647371.

    Reacties die na 25 augustus binnenkomen worden niet meer in behandeling genomen.

    Zie ook www.co2-allocatie.nl

  • Terug naar Inhoud
  • De luchtvaart zal vanaf 1 januari 2012 deelnemen aan het emissiehandelssysteem. Maatschappijen moeten voor de CO2-uitstoot van alle vluchten van en naar luchthavens in de EU emissierechten kunnen overleggen. Zo gaat ook de luchtvaart mee bijdragen aan de Europese doelstellingen voor klimaatbeleid.

    Het akkoord werd op 27 juni gesloten tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, na een tweede discussieronde (de zogenoemde 'tweede lezing'). Na de goedkeuring door het plenaire Europese Parlement afgelopen dinsdag zal ook de Europese Raad het akkoord bekrachtigen.

    Het akkoord over het vliegverkeer is een belangrijke opmaat tot een akkoord over de emissiehandel na 2012, als onderdeel van het Energie- en Klimaatpakket van de Europese Commissie. Twee wezenlijke elementen van het luchtvaartakkoord komen ook aan de orde bij de herziening van de emissiehandel.

    Zo is het plafond voor de uitstoot van CO2 door vliegtuigen vastgesteld op het gemiddelde van de jaren 2004-2006, maar wordt bij de start in 2012 meteen een reductie van 3% toegepast. In 2013 zal dat reductiepercentage 5% bedragen, tenzij in het kader van de algehele herziening van de EU-emissiehandel in de periode 2013-2020 anders wordt beslist.

    Ook ten aanzien van veiling neemt de luchtvaart een voorschot, waarbij luchtvaartmaatschappijen in 2012 al rechten kunnen kopen op de veiling. Daar zal 15% van het emissieplafond worden aangeboden. De andere 85% wordt gratis verdeeld. In de herziening van de emissiehandel 2013-2020 wordt dat veilingpercentage nog nader bepaald, maar voor de luchtvaart bedraagt die ook in 2013 minimaal 15%.

    De besteding van de opbrengst van de veilingen blijft een nationale aangelegenheid. Er is in het akkoord nog geen geld 'geoormerkt' voor een bepaalde bestemming. Dit is ook belangrijk voor de herziening van de emissiehandel, waar het Europees Parlement een claim wil leggen op de besteding van veilingopbrengsten. Op EU-niveau gaat het om bedragen van enkele tientallen miljarden, die de lidstaten (ook Nederland) vooralsnog zelf willen kunnen besteden.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse Emissieautoriteit NEa legt momenteel de laatste hand aan het afhandelen van de aanvragen voor de opt-out voor NOx-emissiehandel. Van de 151 ingediende aanvragen, zijn er inmiddels 112 afgehandeld.

    Bij dertig aanvragen zijn nog aanvullende gegevens van de aanvrager nodig. De verwachting is dat de helft hiervan op korte termijn wordt aangeleverd.

    Overigens gaat het hier steeds om voorgenomen beschikkingen over vergunningen. Die kunnen pas definitief worden op het moment dat het besluit over de NOx-emissiehandel vanaf 2009 formeel in werking treedt, naar verwachting nog voor het einde van dit jaar.

  • Terug naar Inhoud
  • De NEA heeft een eerste grote batch behandeld van nieuwe aanvragen voor een vergunning om mee te mogen doen aan de NOx-emissiehandel.

    Op 30 juni verstreek de deadline voor het indienen van een vergunningaanvraag voor NOx-emissiehandel. Een grote stroom van nieuwe vergunningaanvragen kwam op gang. In totaal heeft de NEa 81 aanvragen met monitoringsplannen ontvangen.

    De behandeling van deze plannen verloopt volgens plan. Van 45 monitoringsplannen is de eerste toetsing inmiddels uitgevoerd.


  • Terug naar Inhoud
  • Afgelopen vrijdag presenteerde het Rotterdam Climate Initiative een nieuw rapport over de mogelijkheden voor opvangen en opslaan van CO2, als middel om de uitstoot van broeikasgassen bij elektriciteitscentrales en industrie terug te brengen. Volgens de pleitbezorgers beschikt de Rotterdamse haven over de ideale condities om met opvang, transport en opslag van CO2 te beginnen. De financiering daarvoor moet komen van de waardering van opslag van CO2 in het emissiehandelssysteem, en daar bovenop nog publiek geld.

    Rotterdam wil zo snel mogelijk starten met een aantal demonstraties van afvang en opslaan van CO2 (Carbon Capture and Storage, CCS), om al in 2015 de jaarlijkse CO2-uitstoot met zo'n 5 miljoen ton te kunnen reduceren. In het kader van het Rotterdam Climate Initiative (RCI) is een business plan opgesteld om in een aantal stappen tot zelfs 20 miljoen ton emissiereductie in 2025 te reiken. "Het bedrijfsleven ziet de kansen, de bal ligt nu in Den Haag," zei havenwethouder Mark Harbers van Roterdam vorige week tijdens de persconferentie.

    In een brief aan het kabinet vragen oud-premier Ruud Lubbers en burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam namens het Rotterdam Climate Initiative dringend om 'helderheid' voor de lange termijn. Dat betekent dat de overheid de eindverantwoordelijkheid moet nemen voor transport en opslag van CO2, het zogenoemde 'kleine-velden-beleid' nieuwe inhoud moet geven en financiŽle middelen beschikbaar moet stellen.

    Een groot deel van de kosten moet, aldus het business plan, worden gecompenseerd doordat opwekkers van energie geen CO2-rechten over de opgeslagen CO2 hoeven te overleggen. Volgens de business case scheelt dat een elektriciteitsbedrijf rond 2015 waarschijnlijk ongeveer 45 €/ton, maar dat is onvoldoende om de kosten voor CCS te dekken.

    In de eerste fase tot 2015 zal voor de infrastructuur ongeveer 300 miljoen € nodig zijn, terwijl de opvang en de opslag 45 tot 68 € per ton zullen kosten. Het RCI ziet de opbrengsten uit veiling van emissierechten als ťťn van de bronnen waaruit geput zou kunnen worden. Ook de extra toewijzing van emissierechten aan CCS – zoals momenteel bediscussieerd binnen het Europees Parlement – is een mogelijkheid.

    Voor meer informatie, zie de website van RCI.

  • Terug naar Inhoud
  • Overheid en bedrijfsleven wachten op een definitieve goedkeuring van de Europese Commissie over het onderbrengen van lachgas-emissies in het systeem voor emissiehandel. "Hopelijk hebben we aan het eind van de zomer uitsluitsel," zegt Julia Willliams van VROM, "maar zekerheid hebben we niet."

    De Nederlandse bedrijven die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008 willen deelnemen zijn Yara en DSM Agro, beide producenten van salpeterzuur ten behoeve van de kunstmestproductie. Hoewel in Europa Oostenrijk en Groot-BrittanniŽ ook onderzoeken of de lachgasemissies van hun industrie kunnen worden ondergebracht in het handelssysteem, is Nederland de eerste officiŽle Europese aanvrager. "We hebben geprobeerd om ons systeem zo goed mogelijk af te stemmen op de wensen elders," aldus Williams. "Dat bevordert de kans op een spoedige goedkeuring. We weten dat de Commissie veel belang hecht aan een geharmoniseerde opt-in. Wij vinden dat trouwens ook belangrijk. Dat betekent dat de beschikking die de Commissie gaat geven op onze aanvraag de standaard zal worden voor opt-in in andere landen."

    In het voortraject zijn overheid en bedrijven tot overeenstemming gekomen over de condities van de opt-in. De toewijzing van emissierechten voor N2O gebeurt op basis van een benchmark, en niet op basis van historische emissies zoals bij CO2-emissies. De Nederlandse bedrijven zouden in de eerste twee jaar van deelname emissierechten krijgen op basis van 1,7 kilogram N2O per ton zuivere salpeterzuur. Daarna daalt de toewijzing in twee stappen naar 1,5 en 1,3 kg per ton. Vanwege de hoge 'Global Warming Potential' volgens internationale normen, staat ťťn kilo lachgas gelijk aan 310 kilo CO2.

    "Dat getal van 1,7 kg/ton is lager dan we aanvankelijk wilden voorstellen in de eerste plannen, twee jaar geleden," zegt Marc van Doorn van DSM Agro. "Maar met dit compromis kunnen wij leven. De lage waarden trekken weliswaar een hypotheek op toekomstige technologische ontwikkelingen, maar zowel bij de industrie als bij de overheid is de wens groot om de N2O-uitstoot bij emissiehandel onder te brengen."

    Volgens Van Doorn gaat het om een aanzienlijk reductiepotentieel, van het huidige uitstootniveau van jaarlijks vijf miljoen ton CO2-equivalenten naar ongeveer ťťn mln ton. Die emissiereductie komt vooral tot stand door de zogenaamde 'secundaire' katalyse van de N2O die vrijkomt uit het primaire productieproces van salpeterzuur uit ammoniak en water. "Bij processen met een hoge rookgastemperatuur is nog een efficiŽnter proces mogelijk, maar dat vraagt veel hogere investeringen," aldus Van Doorn.

    Als DSM Agro en Yara aan het emissiehandelssysteem gaan meedoen, zijn er volgens Van Doorn 'drie winnaars': "Het milieu, de overheid en het bedrijfsleven. Wij kunnen onze emissies terugbrengen met investeringen die zich terugbetalen via de emissiehandel."

  • Terug naar Inhoud
  • Voor de energiesector en de industrie blijft CO2-emissiehandel het belangrijkste instrument voor verduurzaming van de energievoorziening. Dit staat in het Energierapport 2008, dat medio juni werd gepubliceerd, met daarin de kabinetsplannen voor de komende vier jaar.

    In het Energierapport rekent het kabinet voor dat in 2050 40% van alle Nederlandse elektriciteit uit duurzame bronnen moet komen, dat CO2-afvang en opslag belangrijk zijn en dat forse energiebesparing voor emissiereductie moet zorgen.

    De plaats van de emissiehandel in deze toekomstperspectieven is zeer belangrijk. "Hoe het ETS er na 2012 uit zal zien is nog niet bekend, maar de doelstelling voor 2020 wťl: 20% CO2-reductie ten opzichte van 1990, en 30% reductie wanneer een internationaal klimaatverdrag getekend wordt."

    De voorstellen van de Europese Commissie uit januari 2008 voor het handelssysteem vanaf 2013 tot 2020 hebben in de ogen van het kabinet "het level playing field in Europa sterk verbeterd. Dit betekent wel dat de nationale regeringen geen invloed meer hebben op de CO2-prestaties van de bedrijven die onder het ETS vallen."

    In de beschrijving van de Europese inspanningen om de zogenoemde 'carbon leakage' (een 'koolstoflek' door vertrek van energie-intensieve bedrijven naar buiten de EU) kondigt het kabinet aan ook zelf te onderzoeken welke industriŽle sectoren aan deze dreiging blootstaan in de specifieke Nederlandse situatie. "Het onderzoek zal onder meer in kaart brengen wat de toegevoegde waarde is van de energie- en uitstootintensieve bedrijven voor de Nederlandse economie."

    In het Energierapport kondigt het kabinet aan in de jaren tot 2012 ongeveer 7 miljard Euro uit te trekken voor een 'fundamentele systeemverandering'. Daartoe hoort ook een actief industrie- en innovatiebeleid om de mogelijkheden van de energietransitie beter te benutten. De Integrale Innovatieagenda Energie, die vorige week werd gepubliceerd, werkt dit nader uit voor technologieŽn zoals afvang en opslag van CO2, wind op zee, groen gas en biobrandstoffen.

    Voor de innovatieagenda bestemt het kabinet in de periode 2008-2012 30 miljoen aan elk van zeven thema's (met onder andere ketenefficiency en groene grondstoffen) en 228 miljoen aan speciale, nog nader te bepalen onderwerpen zoals bioraffinage, CO2-opslag of warmte.

  • Terug naar Inhoud

  • De Franse regering bereidt momenteel een 'Tour d'Europe' voor om de herziening van het Europese systeem van emissiehandel na 2012 binnen het eigen EU voorzitterschap (van 1 juli tot 1 januari) af te ronden.

    Er is de Fransen veel aangelegen om voor 1 januari, als TsjechiŽ het voorzitterschap overneemt, een principe-akkoord over emissiehandel na 2012 te hebben. Daarbij moeten in hoog tempo ook gesprekken plaatsvinden tussen de Europese Raad, de Commissie en het Parlement, die tenslotte alledrie akkoord moeten gaan met wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie.

    Dat is geen eenvoudige opgave. Zo heeft het Europees Parlement bijvoorbeeld ruim 400 amendementen ingediend, en vermoedelijk blijft het daar niet bij.

    Ten opzichte van de vorige Nieuwsbrief Emissiehandel heeft de discussie nog weinig heikele punten opgelost. Nog steeds staan de veiling, de besteding van de opbrengsten en de concurrentiepositie van mondiaal concurrerende bedrijven bovenaan de agenda, naast een groot aantal kleinere problemen. "Iedereen wil nu zo snel mogelijk duidelijkheid welke sectoren mogelijk blootstaan aan 'carbon leakage'," zegt Paul van Slobbe van EZ. "We zijn nu zo ver dat we de criteria voor dergelijke sectoren proberen vast te stellen. De Commissie wil in elk geval pas nŠ de klimaattop eind 2009 in Kopenhagen definitief beslissen wat er gaat gebeuren met de sectoren die carbon leakage riskeren."

    Er is wel nadere vooruitgang geboekt ten aanzien van de 'opt-out'voor kleinere bedrijven. Van Slobbe: "Alle lidstaten vinden het huidige voorstel van de Commissie onvoldoende en willen meer 'kleintjes' de gelegenheid geven om buiten het handelssysteem te blijven." De discussie gaat nu vooral over de grenswaarden en de definities van bedrijven waaraan een opt-in zou moeten worden toegestaan.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).