******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11533&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 63
23 december 2008

Geen toenadering tussen industrielanden en ontwikkelingslanden met aanvullende toezeggingen, maar wel een agenda voor de onderhandelingen in 2009 over een nieuw mondiaal klimaatakkoord na 2012. Dat is het voornaamste, maar nog dunne resultaat van twee weken overleg in het Poolse Poznan, begin december.

Zo'n 190 landen aanwezig in Poznan hebben een aantal vergaderdata voor 2009 vastgesteld waarbij ambtenaren een 'Kopenhagen Akkoord' zullen voorbereiden. Uiterlijk in juni zal de voormalige executive secretary van het Klimaatbureau van de Verenigde Naties, de Maltees Michael Zammit Cutajar, een onderhandelingstekst klaar hebben. In december 2009 te Kopenhagen moet de 190 landen unaniem besluiten tot een opvolger van het Kyoto Protocol, dat in 2012 afloopt.

De huidige baas van het Klimaatbureau, de Nederlander Yvo de Boer, toonde zich niet ontevreden met de uitkomst van Poznan. "Poznan was bedoeld als een werkconferentie om praktische resultaten te halen, en dat kwam zo uit."

De onderhandelingen over een klimaatakkoord in 2009 zullen, zo wordt verwacht, sterk afhangen van de positie van de Verenigde Staten. In Poznan was de VS vertegenwoordigd door een delegatie namens de huidige president Bush, maar de nieuwe president Obama heeft al bij verschillende gelegenheden gezegd veel meer aandacht te willen besteden aan een nieuw klimaatakkoord dan zijn voorganger. In Poznan had Obama echter nog geen formele stem.

Ten aanzien van de lopende klimaatafspraken binnen het Kyoto Protocol zijn nog geen nieuwe regels afgesproken voor de zogenoemde CDM projecten in ontwikkelingslanden. Wel start per 1 januari het Adaptatiefonds, bedoeld voor ontwikkelingslanden die al gevolgen van klimaatverandering ondervinden.

  • Terug naar Inhoud
  • In vergelijking met de oorspronkelijke plannen van de Europese Commissie zullen vanaf 2012 minder emissierechten via een veiling aan de Europese industrie verkocht worden. In de energiesector zullen een paar uitzonderingen worden gemaakt op de regel dat vanaf 2012 alle rechten zullen worden geveild. De overige industrie die niet onder de sectoren valt die blootstaan aan dreiging van 'carbon leakage', moet in 2013 20% van alle rechten op de veiling kopen, oplopend naar 70% in 2020. Volgens de huidige definitie van die sectoren gaat het hier nog om een beperkt deel van de industrie.

    Zowel het Europese Parlement als de Europese Raad van regeringsleiders hebben de afgelopen weken hun fiat gegeven aan de plannen van de Europese Commissie voor invulling van de EU energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020. In dat jaar wil de EU 20% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990, onder andere via een 20% aandeel van duurzame energie en 20% extra energiebesparing. Als er een internationale klimaatafspraak komt, zou de EU zelfs tot 30% emissiereductie willen gaan.

    Het Energie- en Klimaatpakket omvat een revisie van het emissiehandelssysteem, richtlijnen voor duurzame energie, opslag en opvang van CO2 in centrales en transport en een document over energiebesparing in sectoren die niet aan emissiehandel meedoen.

    Enkele van de belangrijkste veranderingen in het systeem na 2013:
    - Een deel van de rechten zal worden geveild aan de industrie die niet blootstaat aan internationale concurrentie: 20% in 2013, oplopend naar 70% in 2020 en 100% in 2027; 100% in de energiesector met mogelijke uitzonderingen voor landen die relatief veel kolen gebruiken en weinig verbinding hebben met internationale stroomnetwerken zoals Polen. Volgens de overeengekomen definitie van de 'carbon leakage' sectoren, hoeft vermoedelijk nog maar een beperkt deel van de industrie naar de veiling.
    - Kleine emitters (<25 kton) hoeven niet aan emissiehandel mee te doen.
    - De periode waarover rechten zullen worden toebedeeld of geveild is acht jaar; de emissieplafonds tot 2020 zijn al vastgesteld (in 2020 21% lager dan in 1990).
    - Credits uit CDM-projecten in ontwikkelingslanden mogen gebruikt worden, maar nooit voor meer dan 50% van de emissiereductie tussen 2008 en 2020. Dat percentage kan oplopen als de EU besluit om de 20% doelstelling te verhogen naar 30%.
    - De opbrengsten van 300 miljoen geveilde emissierechten worden besteed aan demonstratie van CO2-opvang bij centrales.
    - Er komen geen nationale toewijzingsplannen meer, maar een Europees geharmoniseerd systeem.
    - De lidstaten organiseren zelf de veilingen van emissierechten; zij krijgen elk een aandeel dat is gebaseerd op historische emissies.
    - Vanaf 2012 valt ook luchtvaart onder emissiehandel. De doelstelling voor 2012 is 3% lagere emissies dan in 2004-06 en 5% in 2013. In 2012 krijgen de luchtvaartmaatschappijen nog 85% van hun emissierechten gratis, maar het veilingspercentage zou daarna moeten oplopen. Het aandeel CDM-rechten moet nog worden vastgesteld, maar mag minimaal 1,5% van de emissies bedragen.

    Voor meer informatie, zie de website van de Europese Commissie (Engels).

  • Terug naar Inhoud


  • De aardgasfactor voor 2009 is vastgesteld en zal binnenkort officieel gepubliceerd worden in de Staatscourant.

    Inrichtingen uit de zogenoemde B- en C-klasse (met emissies groter dan 50 kton per jaar) kunnen gebruik maken van deze standaardfactor, die jaarlijks door de overheid wordt vastgesteld. Deze bedrijven hebben kenbaar gemaakt dat ze willen werken met een standaardfactor. De toewijzing van emissierechten is ook berekend op basis van deze gasfactor. Bedrijven uit de B- en C-klasse die geen gebruik maken van de factor moeten monitoren met de werkelijke emissiefactor van het gebruikte aardgas.

    Zoals bekend, was de standaard CO2-emissiefactor voor het kalenderjaar 2008 voor de verbranding van aardgas vastgesteld op 56,7 kg/GJ. Deze emissiefactor moet bij het opstellen van het emissieverslag over het jaar 2008 worden gehanteerd door alle bedrijfslocaties die in hun monitoringplan hebben aangegeven gebruik te gaan maken van de standaard CO2-emissiefactor voor aardgas die door VROM jaarlijks wordt vastgesteld.

    De standaard CO2-emissiefactor is vastgesteld aan de hand van gegevens van Gasunie Engineering BV en Zebra Gasnetwerk BV. De vaststellingsmethodiek maakt gebruik van meetgegevens in de 34 gasgebieden in Nederland, waarvoor elk uur de gassamenstelling wordt bepaald.

  • Terug naar Inhoud
  • Op de website van de NEa is een geactualiseerd informatieblad gepubliceerd dat is bestemd voor bedrijfslocaties die komend jaar het handelsjaar 2008 moeten afsluiten: Het informatieblad is te downloaden van de website van de Nederlandse Emissieautoriteit.

    In dit informatieblad staat wat bedrijven moeten doen om hun handelsjaar succesvol af te sluiten en met welke deadlines zij te maken hebben. Daarnaast is een aantal aandachtspunten genoemd, specifiek voor 2009, en worden veelgestelde vragen beantwoord.

  • Terug naar Inhoud


  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).