******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11590&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 64
6 februari 2009

Komend weekeinde zullen de Nederlandse deelnemers aan het Europese systeem van CO2-emissiehandel de rechten voor het jaar 2009 op hun rekening gestort krijgen. Dat is enkele weken eerder dan de verwachte stortingsdatum.

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is verplicht om de broeikasgasemissierechten voor het jaar 2009 uiterlijk op 28 februari op de rekeningen van de betreffende bedrijfslocaties te storten. Omdat het nationaal toewijzingsbesluit genomen is, ziet de NEa geen beletsel om de rechten eerder te storten.

De bedrijfslocaties die genoemd zijn in het nationaal toewijzingsbesluit en een actieve rekening hebben in het Register CO2 Emissiehandel, zullen de komende dagen de rechten op hun rekening ontvangen.

Voor nieuwe bedrijfslocaties of uitbreidingen die vanaf 1 januari 2007 in bedrijf zijn gesteld en daarom niet in het toewijzingsbesluit zijn opgenomen, geldt een apart traject. Zie het artikel elders in deze nieuwsbrief.

  • Terug naar Inhoud
  • Met het Europese akkoord van medio december is de nieuwe vormgeving van de emissiehandel na 2012 nog lang niet definitief. Er moeten nog veel facetten worden ingevuld voordat er sprake kan zijn van een implementatie in nationale wetgeving. Vorige week publiceerde de Europese Commissie het voorlopige werkprogramma voor de komende maanden, ter voorbereiding van de implementatie.

    In totaal zijn er nog vijftien maatregelen in de richtlijn voor emissiehandel die nog moeten worden ingevuld, zoals dat heet volgens 'comitologie'. Dat betekent dat maatregelen worden voorbereid in allerlei commissies, zoals de Klimaatcommissie (Climate Change Committee) van lidstaten. Het Parlement en de Europese Raad krijgen ook de gelegenheid een oordeel te vormen.

    Er zijn nog een paar hete hangijzers, zoals bepaling van de zogenoemde 'carbon leakage' sectoren, die niet aan een veiling van emissierechten hoeven deelnemen. Zij zouden worden vrijgesteld omdat zij vanwege mogelijke concurrentievervalsing met al hun emissies zouden kunnen verhuizen naar buiten de EU. De industrie wil daarover snel duidelijkherid. Naar verwachting zullen deze sectoren uiterlijk eind dit jaar zijn bepaald.

    Daarnaast moeten uiterlijk eind 2010 de ijkpunten (benchmarks) voor de verschillende sectoren worden bepaald op basis waarvan de gratis emissierechten in Europa zullen worden verdeeld. Hoe streng de benchmarks worden is nog niet bepaald. Startpunt hiervoor is dat bedrijven rechten krijgen toebedeeld alsof zij qua energie-efficiency bij de top-10% van hun sector behoren. Mogelijk wordt die 10%-grens nog aangescherpt. Eťn van de problemen daarbij is dat het verschil tussen het gemiddelde en de top-10% per sector nogal kan verschillen, waardoor de (financiŽle) inspanningen nogal uiteen kunnen lopen.

    Naast de carbon leakage en de benchmarks zijn er tal van andere onderwerpen, zoals de organisatie van de veilingen, compensatie voor indirecte effecten (zoals voor hogere elektriciteitsprijzen bij bepaalde industriŽle sectoren), de 'kleintjes' die niet hoeven deelnemen, monitoring en rapportage van emissies en de toelating van emissierechten van buiten de EU. Daarnaast zijn ook de cijfers voor de plafonds vanaf 2012 nog niet definitief.

    In juni zal de Richtlijn voor de aanpassing van de emissiehandel na 2012 vermoedelijk in werking treden. In december verwacht de overheid ook te hebben voldaan aan de wens om een deel van de richtlijn al te hebben geÔmplementeerd. Het gaat daarbij om de procedure voor het opstellen van de lijst met alle installaties en aanvullende input voor het bepalen van het plafond.

  • Terug naar Inhoud
  • Veel van de 45 beroepen tegen de toewijzing van emissierechten voor de periode 2008-2012 zijn afkomstig van elektriciteitsproducenten. De beroepschriften moesten voor 12 januari jongstleden zijn ingediend voor behandeling door de Raad van State. 28 bedrijven die wel eerder inspraken op het ontwerp van het toewijzingsbesluit hebben geen beroep ingesteld.

    De elektriciteitsbedrijven en vereniging EnergieNed maken vooral bezwaar tegen de korting op de toewijzing van emissierechten vanwege de in het verleden genoten 'windfall'-winsten en tegen de berekening van die korting. Ook zou er volgens hen onvoldoende rekening zijn gehouden met het kolenconvenant, waarin energiebedrijven bepaalde emissiereducties beloven.

    Naast de bezwaren vanuit de energiesector, voeren vooral bezwaren tegen de berekening van de procesemissies de boventoon. Ook zijn er individuele bedrijven die om uitzonderingen vragen, bijvoorbeeld omdat zij in de vijf jaren (2001-2005) die gelden als historische referentie voor de toewijzing van de emissierechten speciale omstandigheden hebben ondervonden.

    De beroepen worden in twee rondes behandeld. In de eerste ronde krijgt de overheid – in casu de afdeling Bestuurlijk Juridische Zaken van VROM – de kans een verweer te schrijven die behandeld worden tijdens een eerste serie zittingen van de Raad van State (vanaf eind maart). Medio mei doet de RvS daarover een tussenuitspraak.

    Als dat mocht leiden tot aanpassing van de toewijzing en de besluiten daarover, krijgt de overheid daarvoor de gelegenheid: de zogenoemde 'bestuurlijke lus'. Daarna doet de Raad van State na een tweede serie zittingen in september een einduitspraak in oktober.

    Voor een eventuele extra toewijzing is een depot gereserveerd van 5% van het totaal aan emissierechten in een jaar.

  • Terug naar Inhoud
  • Recent hebben alle nieuwe bedrijfslocaties of uitbreidingen die gaan deelnemen aan het systeem voor CO2-emissiehandel een ontwerpbesluit ontvangen over de toewijzing van broeikasgasemissierechten in de handelsperiode 2008-2012.

    Nieuwkomers zijn bedrijfslocaties of uitbreidingen van bedrijfslocaties die vanaf 1 januari 2007 in bedrijf zijn gesteld en gaan deelnemen aan het EU-handelssysteem. Deze nieuwkomers kunnen op de besluiten zienswijzen indienen bij het ministerie van VROM. De officiŽle beroepstermijn is zes weken (deadline 11 maart). Hoe sneller VROM eventuele zienswijzen ontvangt, des te sneller kunnen de rechten op de rekeningen worden gestort.

    Voordat de broeikasgasemissierechten kunnen worden gestort is nog wel de definitieve toestemming van de Europese Commissie vereist. Omdat het vooraf niet precies te zeggen is hoelang het duurt om deze toestemming te krijgen, is er geen vaste datum te noemen waarop de NEa de rechten zal storten.

    De verwachting is dat dit begin maart 2009 zal kunnen gebeuren voor de bedrijfslocaties met een emissievergunning voor CO2 en een actieve rekening in het Register CO2 Emissiehandel.

    Zodra er een concrete datum bekend is, zal de NEa de betrokken bedrijfslocaties hierover informeren.

  • Terug naar Inhoud
  • Eind 2008 heeft de Nederlandse Emissieautoriteit 111 opt-out aanvragen voor NOx emissiehandel beoordeeld. De nieuwe aanvragen om niet aan het handelssysteem te hoeven meedoen waren nodig omdat de eerste opt-out per 1 januari 2009 afliep. Voor de periode 2009-2010 zijn bovendien nieuwe criteria vastgesteld om voor een opt-out in aanmerking te komen.

    Per 1 januari kunnen alleen bedrijfslocaties met een opgesteld vermogen van minder dan 50 MWth ťn een NOx-emissie van maximaal 40 g/GJ verbruikte brandstof aanspraak maken op een opt-out en daarom buiten het systeem voor NOx-emissiehandel blijven. De NEa heeft tot nu toe 96 opt-out aanvragen goedgekeurd. Twintig gehonoreerde aanvragen waren van bedrijven die eerder wel deelnamen aan het systeem. De emissievergunning voor NOx is voor deze bedrijven ingetrokken.

    De 15 bedrijfslocaties waarvan de opt-out aanvraag is afgewezen beschikken inmiddels allemaal over een emissievergunning. Er zijn nog ongeveer 25 opt-out aanvragen in behandeling, omdat bedrijfslocaties nog aanvullende informatie moeten leveren.

  • Terug naar Inhoud
  • Op 1 januari 2009 zijn 79 nieuwe emissievergunningen voor NOx in werking getreden. Het zijn vooral bedrijfslocaties die een opt-out hadden in de periode 2005-2008, maar niet voldoen aan de nieuwe criteria per die sinds 1 januari 2009 gelden. Deze bedrijven vallen nu wel onder het nationale systeem voor NOx emissiehandel en hebben daarvoor een emissievergunning gekregen. Ook zijn nieuwe sectoren opgenomen, die niet eerder onder het handelssysteem vielen.

    Omdat het vaak kleine bedrijven betreft, zal de invloed op de handelsmarkt niet heel erg groot zijn. Het gaat onder andere om bedrijfslocaties uit de offshore sector en om asfaltcentrales. De 79 extra deelnemers betekenen een toename van het aantal deelnemers aan NOx -emissiehandel met ongeveer een derde.

    Alle vergunningaanvragen die voor de deadline (1 juli 2008) waren ingediend, zijn tijdig afgehandeld door de NEa. Twee aanvragen die na 1 juli zijn ingediend zijn nog in behandeling.

  • Terug naar Inhoud
  • De Europese Commissie heeft recent een studie aangekondigd naar mogelijkheden voor een EU-breed systeem voor emissiehandel voor NOx en SO2. Momenteel heeft binnen Europa alleen Nederland een dergelijk systeem voor NOx.

    De studie zal worden uitgevoerd door de Britse consultant Entec UK Ltd, met medewerking van Met.no, IVL, Eera, Okopol , IHE en Garrigues. Deze adviseurs nemen in de komende maanden contact op met verschillende relevante sectoren om gegevens te verzamelen.

    De Commissie wil in maart 2009 een ontmoeting tussen lidstaten en sectoren organiseren om over de voortgang van de studie te praten. De emissiehandel zou alleen van toepassing zijn op installaties die vallen onder de Europese IPPC regelgeving voor geÔntegreerde vervuiling, preventie en controle (Integrated Pollution, Prevention and Control).

  • Terug naar Inhoud
  • Op 2 februari jl. is officieel de Europese richtlijn in werking getreden die de luchtvaart per 1 januari 2012 opneemt in het systeem voor emissiehandel. De emissies van alle vluchten van en naar Europese vliegvelden zullen dan moeten worden afgedekt met emissierechten.

    Het gaat in heel Europa naar schatting om zo'n drieduizend kleine en grote luchtvaartmaatschappijen die aan het systeem voor emissiehandel gaan deelnemen. Daarvan zijn er naar schatting 60 waarvoor Nederland als 'administrerende lidstaat' zal gaan optreden. De Europese Commissie zal begin 2009 een lijst publiceren met daarop alle deelnemende luchtvaartmaatschappijen en hun administrerende lidstaat. Deze lijst zal elk jaar worden geactualiseerd.

    De vliegtuigexploitanten moeten een deel van de benodigde emissierechten via de veiling verkrijgen. Het plafond voor 2012 is bepaald op 97% onder de totale jaaremissie gemiddeld over 2004, '05 en '06. 15% van dit totaal aan emissierechten zal via de veiling beschikbaar worden gesteld, 3% wordt gereserveerd voor nieuwkomers en significante uitbreidingen (>18%) van bestaande maatschappijen.

    De overige 82% van het vastgestelde plafond wordt gratis toegewezen door de EU volgens een verdeelsleutel die is gebaseerd op de vluchtbewegingen van de bedrijven in de periode twee jaar voor het jaar van aanvraag (dus 2010 is leidend voor de toewijzing voor het jaar 2012).

    De vluchtbewegingen worden uitgedrukt in tonkilometers (tkm): ťťn tkm is gelijk aan het transport van ťťn ton vracht over ťťn kilometer. Als maatschappij A in 2010 twee keer zoveel tonkilometers heeft gemaakt als bedrijf B, krijgt A ook twee keer zo veel gratis rechten voor 2012 toegewezen.

    Vanaf 2013 gaat het plafond nog iets omlaag (naar 95% van 2004/2006) en blijft het veilingspercentage op 15%.

    "In de praktijk zal de luchtvaartsector vooral een 'koopsector' gaan worden," voorspelt Karin Verschueren van het ministerie van VROM. "Weliswaar heeft de luchtvaart wel mogelijkheden om de emissies terug te brengen, bijvoorbeeld met zuinigere motoren en vliegtuigen. Maar dat is relatief duur, dus zijn de maatschappijen goedkoper uit als zij emissierechten kopen."

    De luchtvaartsector mag wel emissierechten inleveren die komen van industriŽle deelnemers in het huidige systeem, maar andersom kan dat niet. Ook mogen de luchtvaartmaatschappijen rechten kopen in ontwikkelingslanden (CDM-projecten) of het voormalige Oostblok (JI-projecten). Dat mag in 2012 tot een percentage van 15% van de emissierechten. Voor de periode vanaf 2013 moet dit percentage nog worden vastgesteld. De maatschappijen monitoren en rapporteren hun emissies van handelsperiodes op soortgelijke manier als de huidige industriŽle deelnemers aan het handelssysteem.

    Omdat de luchtvaart waarschijnlijk vooral emissierechten gaat kopen, zal de druk op de markt voor emissierechten worden verhoogd. Verschueren: "Het totale emissieplafond voor industrie en luchtvaart moet omlaag, daar gaat het om. Als er goedkopere maatregelen voor emissiereductie in de industrie te vinden zijn, betaalt de luchtvaart daar dus aan mee. Dat is het principe van de emissiehandel. De markt zou dus in principe krapper kunnen worden, en de prijzen hoger."

    De Europese richtlijn moet nog worden 'vertaald' in nationale wetgeving. Op dit moment wordt hard gewerkt aan conceptteksten. Vermoedelijk zal het wetsvoorstel in maart naar de ministerraad gaan. Bij goedkeuring wordt een spoedadvies bij de Raad van State aangevraagd, waarna goedkeuring van de wet door het parlement nog dit jaar mogelijk is.

    Een snelle implementatie is voor de bedrijven van belang omdat in 2010 al gestart moet worden met het monitoren van emissies en tonkilometerdata voor het aanvragen van de gratis rechten. Luchtvaartmaatschappijen die onder Nederland gaan vallen moeten voor 1 september een plan indienen voor de monitoring van hun emissies en tonkilometerdata. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) zal de maatschappijen die Nederland als administrerende lidstaat hebben hiervoor benaderen.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).