******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11818&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 72
10 september 2009

Gisteren heeft de Raad van State in een laatste zitting de beroepen van Corus en Nuon aangehoord. Op 21 oktober velt de Raad zijn eindoordeel. Voor de andere bedrijven liggen de eerdere stortingen aan emissierechten al definitief vast in het nationaal toewijzingsbesluit CO2-emissierechten.

Waarschijnlijk krijgt alleen staalfabrikant Corus een extra aantal emissierechten toegewezen. Bij de zitting van de Raad van State bleek dat de eerste toewijzing aan Corus van afgelopen juli te laag uitviel omdat die was gebaseerd op onvolkomen cijfers. De overheid en Corus zijn al tot overeenstemming gekomen over de herberekening (in totaal over vijf jaar 162 kiloton extra), de Raad moet daar nu nog definitief mee instemmen. De extra toewijzing komt uit de reservepot, waardoor nieuwkomers over iets minder reserve kunnen beschikken.

De Raad buigt zich ook nog over het beroep van Nuon. Het energiebedrijf wil de Hemweg-centrale terugtrekken uit het kolenconvenant en zou daardoor voor de Amsterdamse centrale meer emissierechten toegewezen willen krijgen. Volgens NUON is bijstoken van biomassa – de kern van het kolenconvenant – in de Hemweg niet mogelijk.

Paul van der Lee van VROM: "In feite staat het beroep van Nuon los van de tussenuitspraak en gaat het niet om een beroep na een herziening – waarvoor deze zitting eigenlijk was bedoeld. De vraag is nu of de Raad van State Nuon ontvankelijk verklaart en of de Raad ook de toewijzing daadwerkelijk wil wijzigen."


  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse overheid bereidt momenteel de veiling voor van een eerste batch van vier miljoen emissierechten, ter waarde van vier miljoen ton CO2. De veiling, eind dit jaar of begin 2010, zal op twee manieren plaatsvinden: via een handelsplatform en via banken.

    Na het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Ierland is Nederland het vierde land in de EU dat tot veiling van de rechten overgaat. De rechten zijn afkomstig uit een strafkorting voor elektriciteitsproducenten op de toewijzing in de jaren 2008-2012 vanwege eerder genoten winsten op emissierechten (de zogenaamde windfall profits). Voor Nederland is in totaal 16 miljoen ton CO2 aan rechten beschikbaar voor de gehele periode.

    De veiling van de rechten wordt momenteel aanbesteed. Het Agentschap van het Ministerie van FinanciŽn doet de aanbesteding aan de banken, terwijl Economische Zaken en VROM aan handelsplatforms offertes vragen. De aanbesteding is aan strikte voorwaarden gebonden. "Transparantie is zeer belangrijk," zegt Maurits Blanson Henkemans van EZ. "Iedereen moet kunnen meedoen, het moet gebruiksvriendelijk zijn en er mag geen marktverstoring optreden."

    De Nederlandse overheid bereidt momenteel de veiling voor van een eerste batch van vier miljoen emissierechten, ter waarde van vier miljoen ton CO2. De veiling, eind dit jaar of begin 2010, zal op twee manieren plaatsvinden: via een handelsplatform en via banken.

    De veiling is relatief klein en mag dan ook worden gezien als een opmaat tot het grotere werk in de periode na 2012. "Harmonisatie van de verschillende nationale systemen is een belangrijk doel," aldus Blanson Henkemans. In principe kunnen deelnemers vanuit heel Europa bieden op elke nationale veiling.


  • Terug naar Inhoud
  • Het Congres Emissiehandel, op 17 september in De Doelen in Rotterdam, heeft als thema: Emissiehandel na 2012: (kool)stof tot nadenken. De titel verwijst naar de grote veranderingen die vanaf 2012 in het systeem zullen plaatsvinden.

    Voor bedrijven die onder het ETS vallen, of vanaf 2012 gaan vallen, zal er veel veranderen. Voor hen is het belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de aankomende ontwikkelingen. Het jaarlijks terugkerende evenement is bedoeld om het bedrijfsleven op de hoogte te houden van ontwikkelingen in het Europese emissiehandelssysteem (ETS).

    In het plenaire gedeelte van het congres worden deelnemers bijgepraat over veranderingen in de herziene ETS-richtlijn en ontwikkelingen rondom de aankomende klimaatonderhandelingen in Kopenhagen. Daarna is er in parallelsessies de mogelijkheid om dieper in te gaan op een specifiek onderwerp naar keuze.

    Onder andere de ontwikkelingen in de luchtvaart komen aan bod in een presentatie van KLM en CO2-afvang en opslag (CCS) in een presentatie van Hans Bolscher. De Oostenrijker Peter Zapfel zal namens de Europese Commissie een mogelijke link van het Europese emissiehandelssysteem met een wereldwijd systeem bespreken.

    Naast het volle programma is er een kennisplein met stands van betrokken instanties en zal de dag afgesloten worden met een netwerkborrel. Er worden ongeveer 350 deelnemers verwacht.

    Aanmelden voor het congres kan nog tot 15 september via de website: www.emissiehandelcongres2009.nl. Daar staat ook meer informatie over het programma en praktische zaken.


  • Terug naar Inhoud
  • Op 2 oktober zullen VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes, enkele voorzitters van branche-organisaties en de ministers Van der Hoeven (EZ), Cramer (VROM), Verburg (LNV) en staatssecretaris De Jager van FinanciŽn hun handtekening zetten onder de opvolger van het Convenant Benchmarking: de Meerjarenafspraak Energie-efficiŽntie ETS-ondernemingen (MEE).

    Het nieuwe convenant legt voor ETS-bedrijven vast welke inspanningen zij gaan verrichten op het gebied van energie-efficiŽntie en welke inspanningen de overheid daar tegenover stelt.

    Het MEE-convenant is alleen bedoeld voor deelnemers aan het Europese systeem voor emissiehandel en is de opvolger van het Convenant Benchmarking uit 1999. Het oude convenant was erop gericht dat bedrijven deel gaan uitmaken van de wereldtop (de top 10%) in efficiŽnt energiegebruik in hun sector. Nu het emissiehandelssysteem leidend is geworden, is het convenant anders geformuleerd.

    Het MEE-convenant is van toepassing op alle ETS-bedrijven, uitgezonderd de elektriciteits- en deels de warmteproductie. Non-ETS bedrijven wordt geadviseerd zich aan te sluiten bij de nieuwe ronde van de Meerjarenafspraken voor de overige bedrijven (MJA3). Andersom kunnen bedrijven die nog niet in het oude Benchmarking-convenant deelnamen maar wel in het ETS zitten zich opgeven voor MEE, maar ze mogen ook in de MJA3 blijven.

    In het nieuwe convenant zijn de deelnemers verplicht zich in te spannen voor substantiŽle verbetering van hun energie-efficiŽntie tot 2020. In periodieke Energie EfficiŽntie Plannen moeten zij hun plannen aangeven. Daarin moeten alle 'rendabele' maatregelen – met een positieve netto contante waarde bij een interne rentevoet van 15% of een terugverdientijd van 5 jaar – zijn meegenomen. Nieuw ten opzichte van het benchmarkconvenant is ook dat nu de efficiŽntie in de keten (dus inclusief leveranciers en afnemers) meetelt en dat de besparingsmogelijkheden op langere termijn ook worden onderzocht. Uiteraard dienen de plannen ook uitgevoerd te worden.

    Als tegenprestatie krijgt het bedrijfsleven hulp van SenterNovem bij het opstellen en uitvoeren van de plannen. Ook worden deelnemers vrijgesteld van de Europese energieheffing, al moeten ze daarvoor geen pauze laten vallen tussen deelname aan MEE en aan het vorige convenant. Anders kan de vrijstelling voor de energiebelasting voor dat jaar in rook opgaan. "De belastingdienst is hier streng op," constateert Wiel Klerken, hoofd milieuzaken van VNO-NCW. Ten slotte verplicht de overheid zich tot allerlei inspanningen op Europees politiek niveau, bijvoorbeeld om gelijke regels voor gelijksoortige industrieŽn te garanderen.

  • Terug naar Inhoud
  • SenterNovem is begonnen met de berekening van toe te wijzen emissierechten aan nieuwe installaties die onder het emissiehandelssysteem vallen. Het gaat om nieuwe installaties of uitbreiding van bestaande installaties die nog geen toewijzing hebben ontvangen en voor 2010 in gebruik worden genomen.

    Op 1 september verstreek de jaarlijkse deadline om de zogenaamde nieuwkomersrechten aan te vragen. Aanvragen die na die datum binnenkomen zullen pas volgend jaar in behandeling worden genomen. In totaal zijn er dit jaar 33 aanvragen in behandeling genomen. Alle aanvragers hebben een ontvangstbevestiging ontvangen.

    Voordat de definitieve toewijzing wordt vastgesteld zal nog een inspraakronde plaatsvinden.

  • Terug naar Inhoud

  • Het Nederlandse bedrijfsleven ziet graag sectorale doelstellingen voor de industrie in zowel industrie- als ontwikkelingslanden als uitkomst bij de internationale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen, eind dit jaar. Deze uitkomst is de beste garantie voor een level playing field en voorkomt oneerlijke concurrentie.

    Dit zei een aantal CEO's van Nederlandse bedrijven drie weken geleden tijdens een informeel overleg met minister Van der Hoeven van EZ, minister Cramer van VROM en voorzitter Wientjes van werkgeversvereniging VNO-NCW. Bij het overleg waren onder andere de hoogste bazen van DSM, Corus, Shell Nederland, Crown en van Gelder, Ballast Nedam, KLM en EnergieNed aanwezig.

    Zij stelden unaniem dat zij het belang van ambitieuze doelstellingen inzien en onderschrijven ook de 2-gradendoelstelling van de EU. Daaraan wil het bedrijfsleven invulling geven, ook na 2020, maar dan wel met maximale flexibiliteit, dus naast maatregelen in eigen beheer via CDM, bossenaanplant en CO2-opslag.

    Volgens de bedrijven ondervinden de meeste internationaal opererende industrieŽn nu ook concurrentie vanuit ontwikkelingslanden. Om die reden moeten de internationaal opererende industrie in ontwikkelingslanden zoals India en China ook een doelstelling krijgen. Doelstellingen per industriŽle sector en niet per land komen daaraan tegemoet, vindt het bedrijfsleven.

    Het bedrijfsleven verlangt van de overheid wel commitment, want alleen het bedrijfsleven is niet voldoende om inzet af te dwingen. Wellicht zou een aantal landen met bepaalde sectoren als sleutellanden kunnen fungeren, om zo een voortrekkersrol te vervullen. Regionale verschillen binnen de mondiale aanpak vinden de CEO's acceptabel, maar belangrijk is dat iedereen mee doet.

    Later dit jaar wordt er opnieuw een klimaatbijeenkomst belegd tussen ministers en top van het bedrijfsleven.

  • Terug naar Inhoud
  • De geluiden over een eventueel klimaatakkoord tussen bijna 200 landen in Kopenhagen, eind dit jaar, zijn nog altijd wisselend en vaak negatief van toon. Een akkoord over een slottekst is nog ver weg.

    De laatste bijeenkomst van specialisten die zo'n akkoord voorbereiden, een maand geleden in Bonn, heeft weinig vooruitgang laten zien. Weliswaar wordt de doelstelling om de klimaatverandering onder de 2 graden temperatuurstijging te houden breed onderschreven door regeringsleiders bij de G8 en G20, maar dat leidt vooralsnog niet tot concrete uitwerking van beleid.

    Er ligt nog steeds een basistekst van zo'n 200 pagina's waarin heikele punten als doelstellingen, financiering van maatregelen voor emissiereductie of adaptatie aan de gevolgen van klimaatverandering worden behandeld. Industrielanden en ontwikkelingslanden staan in veel gevallen nog lijnrecht tegenover elkaar.

    Ook een eventueel nieuw klimaatbeleid in de VS – dat wordt beschouwd als stimulans voor een mondiaal akkoord – is waarschijnlijk nog niet beklonken vůůr Kopenhagen.

    Deze week liet de hoogste klimaatbaas van de Verenigde Naties, de Nederlander Yvo de Boer, echter aan persbureau Reuters weten de voortgang weer positief in te zien. "De vooruitzichten worden helderder", aldus De Boer. Na een teleurstellende uitkomst van een G20 top van financiŽle ministers over klimaat vond De Boer compensatie in de plannen van onder andere China en Japan voor substantiŽle emissiereductie.

    Intussen draait het internationale onderhandelingscircuit op volle toeren. Volgende week komen de grote economieŽn samen in Washington, over twee weken is er een G20 top in Pittsburgh en daags daarna start het volgende VN-overleg in Bangkok.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze zomer vond in Berlijn de eerste zomerschool over emissiehandel plaats, gericht op deelnemers uit ontwikkelingslanden. De zomerschool werd georganiseerd door 'the International Carbon Action Partnership' (ICAP), een organisatie die poogt een platform te faciliteren waarin ervaringen en kennis rondom emissiehandel kunnen worden gedeeld. De Nederlandse overheid is lid van ICAP.

    De tweeweekse zomerschool was bedoeld om de 29 deelnemers uit 19 verschillende landen kennis mee te geven voor het – in de toekomst - ontwerpen en implementeren van emissiehandelssystemen. Daarnaast wil ICAP een netwerk van experts creŽren in ontwikkelingslanden en daarmee de participatie van deze landen in een toekomstig wereldwijd emissiehandelssysteem stimuleren.

    Volgend jaar wordt het initiatief herhaald en zal de zomerschool in Nederland plaatsvinden.

  • Terug naar Inhoud

  • Vanaf 1 januari 2012 zal ook de luchtvaart sector deelnemen aan emissiehandel. In 2010 en 2011 moeten de luchtvaartmaatschappijen al wel hun emissies bijhouden en rapporteren. Daarvoor moesten de maatschappijen voor 31 augustus een monitoringsplan indienen bij de NEa.

    Na het verstrijken van de deadline waren er 30 monitoringsplannen binnengekomen bij de NEa, terwijl de lijst met bedrijven waarover NEa het bevoegd gezag heeft 77 bedrijven telt. Mogelijk staan er verschillende bedrijven op de lijst die niet hoeven deel te nemen aan emissiehandel omdat ze jaarlijks te weinig vluchten uitvoeren.

    De NEa roept bedrijven die wel aan de criteria voldoen en nog geen monitoringsplan hebben ingediend, op dit zo snel mogelijk te doen. Omdat de NEa voldoende tijd nodig heeft om het plan goed te keuren, lopen deze bedrijven het risico om op 1 januari 2010 niet over een goedgekeurd plan te beschikken. Daarnaast zijn er op het laatste moment nog bedrijven toegevoegd aan de lijst. Deze bedrijven krijgen desgevraagd extra tijd om hun monitoringsplannen in te sturen.

    De meeste emissierechten zullen vanaf 2012 gratis worden toegewezen. Voor de luchtvaartsector gebeurt dat op basis van vervoersprestatie. Iedere maatschappij moet in 2010 het gewicht en de afstand bijhouden waarover ze goederen en passagiers vervoeren. Het aantal tonkilometer (het aantal keer dat 1 ton goederen of passagiers over 1 km vervoerd is) in 2010, gecombineerd met een benchmark, bepaalt hoeveel emissierechten een maatschappij ontvangt. De benchmark geeft een maatstaf voor de emissie per tonkilometer en wordt op 30 september 2011 vastgesteld door de Europese commissie.

    In Nederland zullen verschillende wetswijzigingen moeten worden doorgevoerd om de luchtvaart toe te laten treden tot emissiehandel. De Tweede Kamer heeft verschillende vragen gesteld naar aanleiding van het betreffende wetsvoorstel. De vragen betroffen onder andere de relatie met de mondiale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen die in december zullen plaatsvinden, onderbouwing van de nieuwkomersreserve, de reikwijdte van de richtlijn en handhaving. Minister Cramer heeft de Kamervragen schriftelijk beantwoord. De Tweede Kamer zal het voorstel voor 1 december dit jaar bespreken.

    De ingediende wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer zijn vertaald in het Engels en zijn te vinden op de website van de NEa.

  • Terug naar Inhoud

  • Op 3 en 4 september vond in Brussel de 2e Compliance Conferentie over emissiehandel plaats. Ambtenaren uit alle Europese lidstaten bespraken de problemen in de naleving (compliance) en uitvoering van het emissiehandelssysteem (ETS).
    De conferentie bood de ambtenaren de mogelijkheid om uitgebreid de eigen problemen met compliance issues uiteen te zetten en de vragen te bespreken waar de lidstaten tegenaan lopen bij het implementeren, het handhaven en het toezicht op de ETS-richtlijn in de handelsperiode 2012-2020.

    De conferentie besteedde speciale sessies aan toetreding van de luchtvaartsector, aan monitoring en rapportage, verificatie en aan het verzamelen van gegevens voor nieuwe sectoren die vanaf 2013 aan de eisen van ETS moeten gaan voldoen. De conferentie leverde een lange lijst op met actiepunten voor de lidstaten waarvan een selectie in de komende tijd wordt uitgewerkt.
    Eťn van de prioriteiten wordt de gegevensverzameling in nieuwe sectoren. Tijdens de sessie die het ministerie van VROM organiseerde samen met de Duitse emissiehandelsautoriteit (DEHSt) bleek dat een groot aantal kwesties nog verder moet worden ingevuld. Daartoe behoort bijvoorbeeld de harmonisatie tussen lidstaten over gebruik en verificatie van gegevens. Binnenkort zal Duitsland een voorstel doen over de aanpak en zullen de taken verdeeld worden over de lidstaten.

  • Terug naar Inhoud

  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).