******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11827&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr.75
23 december 2009

Het Kopenhagen Akkoord dat in de nachtelijke uren van afgelopen vrijdag is gesloten, is voor de Europese Commissie vooralsnog geen reden om haar klimaatdoelstelling (20% minder emissies in 2020) te verhogen naar 30%. Dat betekent ook dat het Europese systeem voor emissiehandel vanaf 2012 zal voortgaan op de weg van gratis emissierechten via benchmarking aan sectoren die blootstaan aan het risico van carbon leakage.

Een sterk internationaal akkoord zou de concurrentievervalsing voor internationaal opererende bedrijven aanzienlijk verkleinen, waardoor de kans op carbon leakage klein zou zijn. "Het bod van de Verenigde Staten (14 tot 17% minder in 2020 dan in 2005, red.) komt niet in de buurt van het bod van de EU of Japan," zegt de Zweedse premier Reinfeldt, tot 1 januari de voorzitter van de EU. "Er is nu geen reden om naar 30% te gaan."

De Europese Unie sprak kort na het publiceren van het Akkoord zijn teleurstelling uit. "Het is beter dan geen akkoord, maar het is minder dan wij verwachtten," aldus de voorzitter Barroso van de Europese Commissie. "Het is geen juridisch bindende overeenkomst, en dat is wel nodig voor snelle actie. Aan de andere kant is het wel de eerste keer dat industrie- en ontwikkelingslanden hun doelen samenbrengen."

Doelstellingen
Het Kopenhagen Akkoord bevat de intentie van de ondertekenaars om klimaatverandering te beperken tot onder 2°C temperatuurverhoging. Naar verwachting zullen de meeste van de 193 landen het akkoord wel ondertekenen. Maar de vertaling van de 2°-doelstelling in emissiereducties per land is nog niet gemaakt.

In twee Appendices zullen voor 1 februari de doelstellingen per land worden geregistreerd: een appendix voor industrielanden, een voor ontwikkelingslanden. Volgens Fredrik Reinfeldt zijn de huidige doelstellingen bij elkaar onvoldoende om de temperatuurstijging onder 2°C te houden. "Daarvoor zouden de industrielanden bij elkaar 25 tot 40% moeten reduceren, maar onze specialisten komen niet verder dan 18%," aldus de Zweedse premier. Ook de ontwikkelingslanden bieden nog te weinig. Zij zouden in 2020 gezamenlijk 15 tot 30% lager moeten uitkomen dan 'business as usual'.

Voor de jaren na 2020 noemt het Kopenhagen Akkoord nog geen reductiepercentage. Op het laatste moment werd het streefcijfer van 50% voor 2050 geschrapt, tot teleurstelling van de meeste EU-delegaties.

Ook Frits de Groot, manager milieu en energie van VNO-NCW en MKB NL, is teleurgesteld, vooral omdat de andere rijke landen in de wereld hun klimaatbeleid nu nog niet gelijkschakelen met dat van de EU. Maar volgens De Groot zullen beide ondernemingsorganisaties doorgaan met het Duurzaamheidsakkoord dat zij in 2007 met het kabinet hebben gesloten. "Wij zetten onze inspanning voort om de Nederlandse economie te verduurzamen, maar wel onder voorwaarde dat de overheid de concurrentiepositie van het bedrijfsleven beschermt. Het is natuurlijk teleurstellend dat Kopenhagen voor vrijwel geen enkele sector een internationaal gelijk speelveld biedt. Daarom rekenen wij erop dat de Nederlandse overheid nu langs andere wegen de concurrentiepositie zal waarborgen."

  • Terug naar Inhoud
  • De overheid zal binnenkort zo'n tien tot vijftien Nederlandse bedrijven verzoeken deel te nemen aan een project dat zal uitmonden in een proeftoewijzing van emissierechten op basis van de Europese ontwerpregels voor de periode 2013-2020. De proef is bedoeld om de allocatieregels op basis van benchmarking te testen en eventuele problemen op te sporen.

    De betreffende bedrijven zullen binnenkort een brief krijgen waarin zij worden uitgenodigd tot deelname. Yoni Dekker van VROM: "We gaan achtereenvolgens gegevens opvragen, kijken hoe die gegevens kunnen worden geverifieerd, en uiteindelijk ook daadwerkelijk toewijzen. Het project moet in mei zijn afgerond." De betrokken bedrijven zullen overigens niet daadwerkelijk rechten op hun rekening gestort krijgen.


    Het Nederlandse project past in een twaalftal proefprojecten die worden uitgevoerd in verschillende lidstaten, met het doel om de Europese Commissie te voeden met praktijkervaringen. "We willen vooral leren van de obstakels en de fouten die we tegenkomen in de uitvoering van de procedures," zegt Dekker. In juni wil de Commissie een voorstel gereed hebben hoe de toewijzing van emissierechten vanaf 2012 gaat plaatsvinden. "De tijd dringt dus," aldus de VROM-ambtenaar.

  • Terug naar Inhoud
  • Zowel de Nederlandse overheid als de Europese Commissie is momenteel op verschillende fronten in overleg met het bedrijfsleven over de toewijzing van gratis rechten vanaf 2012 op basis van benchmarking. De benchmark-methode die begin november is gepresenteerd door Ecofys, zal nog verder moeten ontwikkeld voordat in juni een voorstel van de Commissie naar de lidstaten kan worden gestuurd.

    "Er zijn nog veel onopgeloste vragen," zegt Elske van Efferink van het ministerie van Economische Zaken. "Zo heeft Ecofys aangegeven dat de benchmarks nog moeten worden fijngeslepen. Daarnaast zijn we nu bezig om het bedrijfsleven in te lichten en ook de zorgen die daar leven te inventariseren. Er zijn natuurlijk veel specifieke wensen van bedrijven, maar ook algemene vragen die we in informatieve gesprekken naar boven willen halen."

    Het proefproject voor de allocatie van gratis rechten is één manier om informatie te krijgen, en dan vooral over de uitvoering. Daarnaast vond op 20 november een meeting plaats met stakeholders, waarin veel informatie werd uitgewisseld. Sindsdien overlegt de overheid ook periodiek met het bedrijfsleven over benchmarken.

    Tegelijk is ook de Europese Commissie zelf bezig om in samenspraak met lidstaten, milieuorganisaties en industrie het systeem op basis van benchmarking te verfijnen.

    Enkele vragen die nog spelen zijn:

    - Als er geen product-benchmark mogelijk is, valt een sector terug op benchmarks voor warmtelevering of voor de brandstofmix. Ook voor deze benchmarks spelen nog veel vragen.
    Bijvoorbeeld: Hoe om te gaan met warmtestromen tussen verschillende installaties? De vraag betreft hier met name aan wie (producent, consument of beide) de rechten voor de warmte toebedeeld moeten worden en op basis van welke allocatieformule. Ook bij onvermijdelijke afvalgassen speelt de vraag wie de rechten krijgt toegewezen.

    - Naast het verfijnen van de voorgestelde productbenchmarks, vragen sommige sectoren om extra benchmarks voor hun producten. Dat betekent wellicht nieuwe productbenchmarks voor nieuwe sectoren, of juist binnen sectoren meer gedifferentieerde productbenchmarks.

    - Hoe moeten de benchmarks geverifieerd worden?

    - Er is ook veel discussie over de uiteindelijke toewijzingsprocedure

  • Terug naar Inhoud
  • De lijst van carbon leakage sectoren die in september door de Europese Commissie is goedgekeurd zal eind deze maand ook door het Europese Parlement onder de loep worden genomen. Deze lijst bepaalt welke bedrijfssectoren er blootstaan aan het risico van 'carbon leakage' en vanaf 2012 in aanmerking komen voor gratis emissierechten op basis van de benchmarkingmethode.

    Sectoren die op de lijst staan, zullen daar in elk geval tot en met 2014 blijven. In dat jaar kan een nieuwe lijst worden vastgesteld voor de periode vanaf 2015. Er kunnen intussen nog wel sectoren worden toegevoegd. Sommige sectoren zijn nog in onderzoek.

    De carbon leakage lijst moet eind 2009 definitief worden. Voor eind juni 2010 moet de Commissie met een rapport komen of de uitkomsten van Kopenhagen leiden tot aanpassing van behandeling van carbon leakage, maar dat is nu onwaarschijnlijk. Over de manier waarop bedrijven emissierechten op veilingen kunnen gaan kopen is ook nog volop debat. Er gaan stemmen op om de veiling van emissierechten Europees te organiseren, maar landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk willen graag nationale veilingen kunnen organiseren. Eind januari zal de Commissie hierover een ontwerpverordening publiceren.

  • Terug naar Inhoud

  • Zowel in Brussel als in Den Haag worden in de komende jaren besluiten genomen over de regels rond het herziene systeem voor emissiehandel in de periode 2012-2020. Op Europees niveau wordt via 'comitologie' (in comités van de Commissie en de lidstaten) naar uitvoeringsbesluiten toegewerkt. De Nederlandse overheid dient daarvoor voortdurend gegevens aan te leveren, mee te discussiëren en uiteindelijk uitvoering aan te geven.

    Een kort overzicht van de verwachte planning zoals gepresenteerd door Paul van der Lee van VROM op de stakeholdermeeting op 20 november.

    EU Plafond: Betreffende een eventuele aanvulling op het EU-plafond van 1720 megaton CO2, dienen lidstaten voor 30 juni 2010 hun gegevens bij de Commissie in te dienen. Voor 30 april moet de overheid zelf die data van bedrijven hebben gehad. Op 30 september publiceert de Commissie de aanvulling. Eind 2010 stelt de Commissie ook vast hoeveel emissierechten van elders (JI/CDM: 11%?) door bedrijven mogen worden gebruikt.

    Toewijzing: Toewerkend naar de verlening van gratis emissierechten op uiterlijk 28 februari 2013, zullen uiterlijk eind volgend jaar de Europese benchmarks bekend zijn. Medio 2011 publiceren de lidstaten een concept-toewijzing, die eind september 2011 wordt vastgesteld. Vervolgens zal de Europese Commissie die lijsten toetsen.

    Veilingen: Begin volgend jaar doet de Commissie een voorstel voor een Europese verordening, die voor 30 juni moet zijn vastgesteld. Er zijn in de komende jaren al veilingen die gelden voor de periode tot 2013. Voor de periode erna zal wellicht in 2011 al een eerste veiling plaatsvinden.

    Opt-out: In de loop van volgend jaar valt een besluit over de vraag of kleinere bedrijven na 2012 buiten het emissiehandelssysteem kunnen blijven. Als dat besluit positief uitvalt, zal medio 2011 een conceptlijst met opt-out bedrijven worden gepubliceerd.

    Monitoring en verificatie: Medio 2011 zal de Commissie een voorstel doen voor verbeterde regels voor monitoring, reporting en verificatie vanaf 1 januari 2013.

  • Terug naar Inhoud

  • Met het naderen van de jaarwisseling gaan vele bedrijven ook weer aan de slag met het afsluiten van hun handelsjaar voor CO2 en NOx emissiehandel.

    Zij hebben hiervoor een aantal verplichtingen.
    - Op 1 april moeten bedrijven een geverifieerd emissieverslag hebben ingediend bij de NEa, vergezeld van een verklaring van de verificateur.
    - Ook op 1 april dienen zij de emissiegegevens in de betreffende registers te hebben ingevoerd en laten bevestigd.
    - Op 1 mei moeten de bedrijven voldoende rechten hebben ingeleverd om de gerapporteerde en geverifieerde emissies te vereffenen.

    Digitaal emissieverslag
    Voor het opstellen van het emissieverslag kunnen bepaalde bedrijfslocaties gebruik maken van het digitale format dat de NEa op haar website heeft gepubliceerd. Met de beslisboom op de NEa website kunnen bedrijven bepalen of hun bedrijfslocatie gebruik kan maken van dit format.

    Selecteren verificateur
    Bedrijven die voor het eerst het handelsjaar afsluiten of die een andere verificateur hebben dan vorig jaar, moeten zo snel mogelijk hun verificateur selecteren in het Register Emissiehandel. De nieuwe verificateur kan anders de uitstoot van de bedrijfslocatie niet online verifiëren in het Register. Voor het selecteren van een (andere) verificateur in het Register, zie de handleiding voor CO2 of NOx.

    Op de NEa-website staat meer informatie over het Afsluiten van het handelsjaar.

    Meldingen 2009 voor 1 februari
    Bedrijven moeten sommige veranderingen binnen de bedrijfslocatie verplicht bij de NEa melden. Als er in 2009 meldingsplichtige veranderingen hebben plaatsgevonden die nog niet aan de NEa zijn gemeld, moet het bedrijf dat zo spoedig mogelijk alsnog doen. Voor meer informatie over de meldingsplicht zie de website.

    Voor meldingen over 2009 die voor 1 februari 2010 worden ingediend, garandeert de NEa dat zij voor 1 april 2010 een besluit hierover neemt. De verificateur kan dan bij het afgeven van de verklaring bij het emissieverslag nog rekening houden met het besluit van de NEa. Voor meldingen die na 1 februari worden ingediend, kan de NEa geen garantie geven dat deze tijdig worden afgehandeld.

  • Terug naar Inhoud
  • Minister Cramer van VROM zal dr. Dorette Corbey aanstellen als voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Begin 2010 gaat de NEa haar werkzaamheden uitvoeren als zelfstandig bestuurorgaan en zal Dorette Corbey formeel aantreden.

    Van 1999 tot medio 2009 was Dorette Corbey lid van het Europees Parlement. Daar was zij onder meer lid van de tijdelijke commissie klimaatverandering, rapporteur luchtkwaliteit en woordvoerder energie, klimaat en milieu. Dorette Corbey studeerde Sociale geografie in Amsterdam. Momenteel is zij ook voorzitter van de Adviesraad voor Wetenschap en Technologie, die in komend najaar waarschijnlijk gaat fuseren met de Energieraad.
    Dorette Corbey verheugt zich op haar nieuwe taak bij de NEa: "Het is belangrijk dat er goed zicht is op de uitstoot van broeikasgassen en andere stoffen. De NEa vervult deze rol al enige jaren met grote toewijding. Een bestuur met onafhankelijke besluitvorming, optimaliseert de werking van het emissiehandelsysteem bovendien. Vanuit deze gedachte verheug ik me erop hieraan een bijdrage te leveren."

  • Terug naar Inhoud

  • Op haar website heeft de NEa een actueel overzicht gepubliceerd van de emissierechten onder het EU-systeem van CO2-emissiehandel (inclusief de opt-in voor N2O).
    Met deze lijst geeft de NEa inzicht in de hoeveelheid broeikasemissierechten die Nederland in bezit en uitgegeven heeft.

    In het overzicht staat onder andere hoeveel rechten in de tweede handelsperiode (vanaf 2008) uitgegeven zijn, nog uitgegeven worden en hoeveel de Nederlandse overheid gaat veilen. Daarnaast laat de tabel zien hoeveel rechten er in de verschillende depots aanwezig zijn voor nieuwkomers.

    Voor meer informatie: Helpdesk NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • Recent heeft het ministerie van VROM de waarde van de emissiefactor voor aardgas voor het jaar 2010 vastgesteld op 56,6 ton CO2/TJ. In 2009 was de waarde van deze emissiefactor 56,7 ton CO2/TJ.

    Bedrijfslocaties die deze emissiefactor hanteren, hebben in hun monitoringsplannen beschreven dat zij gebruik maken van de 'jaarlijkse (standaard)emissiefactor van VROM'. Door het gebruik van deze emissiefactor voldoen grotere bedrijfslocaties (klasse B en C) voor de emissiefactor van aardgas aan de hoogste nauwkeurigheidseis (tier 3). De Staatscourant publiceert de emissiefactor in januari 2010 officieel.

    In januari 2010 zal het ministerie van VROM de bedrijfslocaties aanschrijven die op dit moment niet deelnemen aan CO2-emissiehandel, maar daartoe vanaf 2013 wel verplicht zijn.

    Het gaat onder andere om aluminiumproducenten, asfaltcentrales en offshore platforms. Op grond van herziene Europese richtlijn voor emissiehandel zullen deze bedrijfslocaties uiterlijk 30 april 2010 hun emissiegegevens bij de NEa moeten aanleveren, zodat er bij het vaststellen van de totale hoeveelheid emissierechten rekening kan worden gehouden met deze nieuwe deelnemers aan CO2-emissiehandel.

    De emissiegegevens moeten onderbouwd en onafhankelijk geverifieerd zijn en moeten betrekking hebben op de periode 2005 tot en met 2008. De bedrijfslocaties zijn zelf verantwoordelijk voor het laten verifiëren van de emissiegegevens. De betreffende bedrijven krijgen in januari 2010 meer uitleg over de gegevens die zij moeten aanleveren en de eisen die daaraan worden gesteld.

  • Terug naar Inhoud
  • De Tweede Kamer heeft op 15 december het wetsvoorstel aangenomen dat de deelname regelt van de luchtvaart aan het Europese systeem voor CO2-emissiehandel.

    De Kamer diende drie moties in ter wijziging van het wetsvoorstel maar die konden geen meerderheid krijgen. De moties waren ingediend na de behandeling van het wetsvoorstel op 9 december. Het debat ging vooral over het risico van carbon leakage, over de klimaattop in Kopenhagen en over de uitzondering van de militaire luchtvaart.

    Het wetsvoorstel wordt nu ter goedkeuring aan de Eerste Kamer voorgelegd. Als ook die het voorstel goedkeurt, zal de luchtvaart per 1 januari 2012 worden opgenomen in het systeem voor emissiehandel.

  • Terug naar Inhoud

  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).