******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiŽren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11840&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 76
29 januari 2010

Komend weekeind verloopt de deadline voor landen die zich willen aansluiten bij het Kopenhagen Akkoord om hun reductiedoelstellingen voor de komende jaren in te vullen. Naar verwachting zal de EU op die lijst een emissiereductie van 20%/30% in 2020 invullen. Daarbij plaatst de EU de voetnoot waarin zij aangeeft wat de voorwaarden zijn om te bewegen naar een reductie van 30%: andere ontwikkelde landen nemen vergelijkbare reducties op zich en ontwikkelingslanden leveren adequate bijdragen.

Zowel de EU als de Nederlandse overheid ziet vooralsnog geen reden om onvoorwaardelijk naar 30% te gaan. Die mogelijkheid zou zich op z'n vroegst pas voordoen bij de volgende Klimaattop, eind dit jaar in Mexico City. Gezien de uitkomst van de Kopenhagen-top in afgelopen december is het te vroeg om al naar 30% te gaan, maar de EU wil de hogere doelstelling ook niet uitsluiten. De EU blijft de voorwaardelijke 30% doelstelling hanteren als breekijzer voor de onderhandelingen.

Voor de wet- en regelgeving voor onder andere emissiehandel na 2012 betekent dit dat de EU en de lidstaten op de reeds ingezette koers voortgaan. "Het is moeilijk voor de Commissie om nu al die 30% om te zetten in wetgeving," zegt Linda van Houwelingen van VROM, afdeling Internationale Zaken. "Het verandert dus niets principieels aan de huidige methodiek en systematiek. Maar intussen worden wel al allerlei aspecten uitgewerkt. Als de EU dan besluit om naar 30% te gaan, kan de hele EU snel werken aan een omzetting."

Voor emissiehandel zou een omzetting van de doelstelling van 20 naar 30% betekenen dat de emissies – net als in non-ETS sectoren – sneller moeten dalen. Het huidige tempo waarmee het totale emissieplafond vanaf 2012 omlaag gaat (1,74% per jaar) moet dan versnellen.

  • Terug naar Inhoud
  • De Nederlandse Emissieautoriteit heeft gisteren als voorzorgsmaatregel de toegang tot het Register CO2-Emissiehandel tijdelijk opgeschort vanwege een poging onrechtmatig toegang te verkrijgen tot rekeningen in het register. Het register is inmiddels weer geopend, met enkele extra veiligheidsmaatregelen.

    De zogenaamde 'phishing attempt' is uitgezet in de meeste Europese landen. Een aantal rekeningbevoegden heeft een e-mail ontvangen met onderwerp 'Emission Trading System (EU ETS) - New Security Measure' met als doel onrechtmatig gebruikersgegevens te bemachtigen. De NEa publiceerde al eerder een waarschuwing voor dergelijke pogingen op de website.

    In een klein aantal gevallen zijn de gebruikersgegevens ook bemachtigd, al zijn er geen gevallen bekend waarin onbevoegden vanuit het Nederlandse register ook daadwerkelijk transacties hebben uitgevoerd. Met de maatregelen die getroffen zijn, zal dit ook niet meer gebeuren. Naast het Nederlandse register zijn ook enkele andere registers offline gegaan.

    De NEa heeft alle rekeningbevoegden op de hoogte gesteld. Het register is nu weer open, maar tot volgende week donderdag zullen alle rekeninghouders die willen inloggen op het register contact moeten opnemen met de NEa om enkele controlevragen te beantwoorden.

  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijfsleven en overheden zijn nog volop in discussie over de methode waarop vanaf 2013 gratis emissierechten zullen worden toegewezen. De benchmarkmethode die als basis dient voor die gratis toewijzing zal in april gereed moeten zijn om verder in regels uitgewerkt te kunnen worden.

    In oktober wil de Europese Commissie het definitieve ontwerp voor de uitvoeringsmaatregelen voor na 2012 goedgekeurd hebben door lidstaten en het Europese Parlement, zodat de lidstaten hun eigen wetgeving op tijd kunnen optuigen. Dat betekent dat de methode onder tijdsdruk zal worden ontworpen.

    Een groot deel van de Europese bedrijven die aan emissiehandel deelnemen zullen een hoeveelheid gratis emissierechten toegewezen krijgen op basis van een vergelijking met de best presterende 10% in hun sector: de benchmark. Jan Janssen van AgentschapNL (voorheen Senternovem) zegt: "Er zijn al benchmarks voor zo'n vijftig sectoren, er komen er wellicht nog vijftien bij. Die benchmarks moeten in april zijn geverifieerd, zodat de juiste cijfers naar het Europees Parlement kunnen."

    Als voor een sector geen productbenchmark kan worden opgemaakt, kan zo'n sector terugvallen op een benchmark voor het warmtegebruik, of zelfs op een benchmark voor de gebruikte brandstoffenmix. "Daarover zijn nog geen definitieve besluiten genomen," zegt Janssen. "De Commisie moet bijvoorbeeld nog besluiten aan wie de emissierechten voor warmte moeten worden toegewezen: aan de producent of aan de afnemer. Er moeten nog wel wat politieke besluiten vallen. Daarbij is het voortdurend afwegingen maken tussen het gemak waarmee de regels kunnen worden toegepast, en de eerlijkheid."

    Naast de bilaterale onderhandelingen over de respectievelijke benchmarks tussen bedrijven en de Commissie vindt er ook uitgebreid overleg plaats tussen de Commissie en de lidstaten. In de Technische Werkgroep buigen alle 27 lidstaten zich over de te ontwerpen regels, terwijl in de Taskforce veertien landen zich vrijwillig buigen over een aantal proeven en tests. Zie daarvoor het volgende artikel.

  • Terug naar Inhoud
  • Met de uitnodiging aan een vijftiental bedrijven heeft de Nederlandse overheid een begin gemaakt met de proefallocatie van emissierechten volgens het regels voor het handelssysteem na 2012. De test is bedoeld als vingeroefening om uit te vinden waar de knelpunten in het nieuwe systeem opduiken.

    Yoni Dekker van VROM verwacht ook dat zeker de helft van de genodigde bedrijven op de uitnodiging ingaat. "Met zo veel deelnemers aan de proef hebben we voldoende verscheidenheid." Begin februari zullen de deelnemers met VROM een bijeenkomst hebben, vanaf half februari start de verzameling van gegevens van de deelnemende bedrijven.

    Vorige week heeft VROM aan de Taskforce Benchmarking in Brussel de vragenlijst voorgelegd op grond waarvan de proef zal worden gehouden. In deze taskforce zitten veertien landen die eigen proeven houden. Nederland is samen met het Verenigd Koninkrijk het verst gevorderd.

    Dekker: "Wij zien het als proef, maar Groot-BrittanniŽ gaat uiteindelijk met die gegevens al direct echt alloceren. Zij hebben zichzelf al de wettelijke plicht opgelegd om met benchmarks toe te wijzen, al zitten er nog wel mogelijkheden in om fouten te herstellen of te omzeilen."

    De proefallocatie moet nog voor april klaar zijn om de resultaten te kunnen inbrengen in het definitieve Commissievoorstel.

  • Terug naar Inhoud


  • Deze week heeft Wiel Klerken in kleine kring afscheid genomen als milieusecretaris van werkgeversvereniging VNO-NCW. Klerken, die met pensioen gaat, stond als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven aan de wieg van de emissiehandel in Nederland.

    Meer dan tien jaar geleden, toen de eerste initiatieven voor een 'vereveningssysteem NOx', werden genomen was Klerken er al bij. NOx-emissiehandel was bedoeld als vingeroefening voor het echte werk, maar uiteindelijk ging de Nederlandse industrie eerder handelen in CO2-emissierechten. "Eerst met enige reserve, want we hadden al een mooi benchmarksysteem in Nederland opgetuigd om de emissies te reduceren," zegt Klerken. "Maar emissiehandel is een mooi marktconform systeem. En hoewel de EU aanvankelijk benchmarks niet wilde gebruiken in de toewijzing van emissierechten, gaat dat nu wel gebeuren. Dat is iets wat wij altijd hebben gewild."

    Klerken heeft vanaf 2003 deel uitgemaakt van de Kerngroep CO2-Emissiehandel, die de fundamenten legde voor het handelssysteem in Nederland op basis van de regels uit Brussel. In de onderhandelingen met de overheid stelde VNO-NCW zich constructief op en werden tegelijk de belangen van het bedrijfsleven verdedigd. "Wij stonden vooraan en konden het systeem mede vormgeven. Tenslotte kunnen bedrijven zelf wel het beste aangeven wat werkt en wat niet. En tegelijk streefden we naar zo veel mogelijk rechten voor het bedrijfsleven, dat is wel logisch. Achteraf gezien is die toewijzing te royaal geweest, want bedrijven willen wel eens te optimistisch hun eigen toekomst inschatten. Maar dat was in de hele EU zo, en in bijvoorbeeld Duitsland misschien nog wel royaler."

    Terugkijkend op waar emissiehandel nu staat zegt Klerken: "Het is een mooi systeem, en dat blijft het zolang de overheid zich er maar zo weinig mogelijk mee bemoeit. Het is wel uitermate jammer dat de Klimaattop in Kopenhagen zo teleurstellend is afgelopen. Voor de EU blijft het systeem wel intact, maar verbreden tot andere delen in de wereld is natuurlijk het beste. Dat had in Kopenhagen moeten gebeuren. Koppelen met andere systemen is niet simpel, maar ik zie wel mogelijkheden om het systeem verder te verbreden."

    De opvolger van Klerken als milieusecretaris bij VNO-NCW wordt binnenkort bekendgemaakt.

    Nog voor het eind van dit kwartaal zal de eerste veiling van emissierechten in Nederland plaatsvinden. Over enkele weken zal de datum worden bekendgemaakt waarop 4 miljoen emissierechten (4 miljoen ton CO2) zullen worden geveild.

    De eerste veiling staat onder regie van het ministerie van FinanciŽn. Het concept is een zogenoemde 'Dutch Direct Auction' en is gestoeld op hetzelfde veilingconcept als waarmee de staat haar obligaties veilt. De geveilde emissierechten kunnen worden gekocht door elke partij die ook een rekening heeft bij het CO2-register. Enkele banken zijn aangewezen om partijen voor de veiling aan te brengen.

    De bedoeling is dat ook juist kleinere partijen die de emissierechten nodig hebben om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen, aan bod komen bij de veiling. De verwachting van het ministerie van FinanciŽn is dat de veiling relatief kort zal duren, in de orde van enkele uren.

    FinanciŽn streeft naar een zo transparant mogelijk proces van de veiling. De volgende Nieuwsbrief Emissiehandel zal uitgebreid aandacht besteden aan het concept van deze veiling. Naast de veiling die door het ministerie van FinanciŽn wordt georganiseerd is ook nog een veiling in voorbereiding door VROM en EZ. In totaal heeft Nederland in de huidige handelsperiode 16 miljoen emissierechten beschikbaar om te veilen.

  • Terug naar Inhoud
  • Volgens de nieuwe regels zullen enkele nieuwe sectoren gaan deelnemen aan het systeem voor emissiehandel na 2012. De overheid heeft begin januari zo'n 110 inrichtingen een brief over deze nieuwe deelname gestuurd met daarin het verzoek voor het aanleveren van gegevens.

    Die gegevens zijn nodig vanuit de gehele EU om te kunnen bepalen hoeveel het plafond te corrigeren voor deze nieuwe sectoren. Het aanleveren van deze gegevens staat los van de individuele toewijzing van rechten aan bedrijven.

    De nieuw deelnemende inrichtingen in Nederland moeten voor 30 april hun emissiegegevens over de jaren 2005 tot en met 2008 hebben aangeleverd. Het gaat om gegevens over CO2-emissies bij verbranding, uit processen en emissies vanpfk's. De overheid gaat deze gegevens verifiŽren om ze voor 30 juni dit jaar door te sturen naar de Europese Commissie. De Commissie zal op grond van al deze data bepalen met hoeveel het plafond voor emissiehandel wordt bijgesteld.

    Een groot deel van de 110 aangeschreven bedrijven zijn asfaltbedrijven. Verder maken onder andere bedrijven uit de keramische sector en uit de voedingsindustrie deel uit van de 110 bedrijven.

    Via het emailadres datacollectie@minvrom.nl kunnen de benaderde bedrijven informatie opvragen en vragen stellen. Ook is Julia Williams beschikbaar: 070 – 3392872.

  • Terug naar Inhoud
  • Vorige week heeft ook de Eerste Kamer zijn fiat gegeven aan de aanpassing van de wet milieubeheer die regelt dat de luchtvaart vanaf 1 januari 2012 deelneemt aan emissiehandel.

    Er moeten nu nog slechts enkele formele handelingen worden verricht om de wet definitief in werking te laten treden. Binnenkort publiceert de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) de nieuwe lijst van luchtvaartoperators die volgens de nieuwe regels onder de emissiehandel zouden vallen. Volgende week verloopt de deadline van de Europese Unie om de deelname van de luchtvaart in de nationale wetgeving te hebben vastgelegd
    .
  • Terug naar Inhoud
  • Bedrijven kunnen meldingsverplichte wijzigingen voor het afsluiten van het handelsjaar 2009 nog uiterlijk tot 1 februari melden bij de NEa.

    Als meldingsplichtige wijzigingen of tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan uit 2009 niet zijn gemeld aan de NEa, kan dit ertoe leiden dat de verificateur die het emissieverslag komt verifiŽren geen goedkeurende verklaring kan afgeven voor het emissieverslag. Het is daarom van groot belang dat bedrijfslocaties die vergeten zijn meldingen over 2009 tijdig in te dienen dit alsnog zo spoedig mogelijk doen.

    Voor meldingen die uiterlijk 1 februari 2010 zijn ingediend, garandeert de NEa dat zij deze meldingen afhandelt voor 31 maart 2010. De verificateur kan het meldingsbesluit van de NEa dan nog betrekken bij het afgeven van de verklaring. Voor meldingen die na 1 februari 2010 worden ingediend, kan de NEa deze garantie niet geven.

  • Terug naar Inhoud
  • Van de 35 emissie-monitoringsplannen die de NEa sinds september heeft ontvangen van luchtvaartoperators heeft de NEa er nu 34 inhoudelijk goedgekeurd.

    De NEa heeft vanaf september 2009 monitoringsplannen (MP's) getoetst van luchtvaartoperators. Luchtvaartoperators die aan de criteria voor emissiehandel voldoen moeten in 2010 hun CO2-emissies monitoren op basis van een door de NEa goedgekeurd emissie-MP.

    Luchtvaartoperators die aanspraak willen maken op gratis emissierechten moeten in 2010 bovendien tonkilometers monitoren op basis van een goedgekeurd plan voor het monitoren van de tonkilometers. De NEa heeft 26 van de 27 ontvangen tonkilometer-monitoringsplannen inhoudelijk goedgekeurd.

    De meeste operators hebben het formele goedkeuringsbesluit op de ingediende plannen inmiddels ontvangen. De NEa verwacht ook in de loop van 2010 nog monitoringsplannen te ontvangen van operators die niet eerder hebben gereageerd op correspondentie van de NEa. Ook zijn er nog operators waarvan de Europese Commissie pas later heeft geconstateerd dat deze voldoen aan de criteria voor emissiehandel.

  • Terug naar Inhoud
  • De NEa is van plan om op 22 februari 2010 de CO2-emissierechten voor het jaar 2010 over te boeken naar de Nederlandse bedrijfslocaties die verplicht onder het Europese systeem van CO2-emissiehandel vallen.

    De NEa doet dit door de rechten te storten op de rekeningen van deze bedrijfslocaties in het Register CO2-Emissiehandel. Het gaat om ongeveer 80 miljoen emissierechten, die 80 megaton CO2-uitstoot vertegenwoordigen. In het nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2008-2012 en in de besluiten nieuwkomers 2008 is vastgesteld hoeveel emissierechten elke bedrijfslocatie krijgt.

    Nieuwkomers 2009
    Nieuwkomers die vanaf 2009 in aanmerking komen voor toewijzing van CO2-emissierechten krijgen de emissierechten nog niet op 22 februari. Dit kan pas als de ministers van VROM en Economische Zaken de definitieve toewijzingsbesluiten hebben genomen. De bedoeling is dat het storten van de toegewezen rechten ruim voor 30 april 2010 gebeurt, de datum waarop bedrijfslocaties uiterlijk emissierechten moeten inleveren om hun uitstoot in 2009 te vereffenen.

    Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Helpdesk NEa.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).