******************************************************************************************************
Indien u dit kunt lezen wordt de onderstaande nieuwsbrief niet correct door uw mailprogramma getoond.
Een correcte HTML weergave van deze nieuwsbrief kunt u zien door het hiernavolgende webadres te kopiëren
en vervolgens te plakken in uw webbrowser:
http://www.emailnieuwsbrieven.nl/sbo/EcoFys/showarch.asp?LijstID=1123&BriefID=11842&Persoonid=[SysPersoonID]
******************************************************************************************************
 
nr. 77
18 februari 2010

Met een bijeenkomst met de deelnemers is vorige week de eerste fase van de Nederlandse proefallocatie afgesloten. Na de verzameling van de gegevens komen in de tweede en derde fase respectievelijk de verificatie en de daadwerkelijke proeftoewijzing volgens de benchmarkingmethode aan de orde.

Tijdens de bijeenkomst hebben de tien bedrijven de praktische ervaringen bij het invullen van de vragenlijsten met de overheid uitgewisseld. Voor de proefallocatie zijn gegevens nodig over de productie van bedrijven. De criteria waaraan die historische productiegegevens moeten voldoen zijn nog niet geheel helder.

Om bedrijven in te kunnen delen bij sectoren die een benchmark krijgen, worden de zogenoemde NACE/Prodcom-codes voor producten toegepast. Die lijsten zijn soms niet compleet en moeten bij de echte allocatie door Brussel beschikbaar worden gesteld.

Verschillen tussen lidstaten
De deelnemende bedrijven maken zich zorgen over verschillen tussen lidstaten, bijvoorbeeld bij de verificatie van productiedata of bij vergunningen voor uitbreidingen. Ook de manier waarop het warmtegebruik moet worden opgegeven - voor een eventuele warmtebenchmark als een productbenchmark niet mogelijk is – werd ter discussie gesteld.

De overheid zal de bevindingen in de proefallocatie aan de orde stellen in de Task Force van een tiental landen waarin allocatieregels en proefallocaties besproken worden. "Daar zullen wij, maar ook de Commissie, conclusies uit trekken ter verbetering van het systeem," aldus Yoni Dekker van VROM.

De Europese Commissie heeft deze week aangekondigd binnen twee weken een eerste concept van de voorgenomen allocatieregels naar de lidstaten te sturen. Op basis van deze regels zal de proefallocatie fase III plaatsvinden.

  • Terug naar Inhoud

  • In een recente zogenoemde 'non—paper' heeft de Europese Commissie een aantal voorlopige conclusies getrokken over verzoeken voor nieuwe productbenchmarks. Sommige sectoren en producten die aanvankelijk nog niet waren opgenomen in de lijst met benchmarks hebben dergelijke verzoeken ingediend.

    Productbenchmarks (PBM's) zullen worden gebruikt als basis voor toewijzing van emissierechten in de handelsperiode na 2012. Aanvankelijk omvatte de studie van Ecofys, die door de Commissie als uitgangspunt wordt gebruikt, 42 van dergelijke benchmarks in dertien sectoren, maar er was altijd de mogelijkheid voor verfijning en uitbreiding. Volgens de Commissie komen vijf nieuwe PBM's in aanmerking voor goedkeuring: een gedifferentieerde productbenchmark tussen verschillende methoden in de kalkindustrie, tussen productiemethoden van flessen, tussen waterstof en syngas en tussen recycled en schoon basismateriaal voor de kartonindustrie.

    De productbenchmark voor mouterijen (leveranciers voor bierfabrieken) is nieuw. Vijf sectoren die aanvankelijk een productbenchmark wilden, hebben zich teruggetrokken: bier, zetmeel, zuivel, oliezaadpers en asfalt. De noodzaak voor drie additionele productbenchmarks (ijzererts pellets, differentiatie tussen grijze en wit cement, schalieolie) is nog niet overtuigend aangetoond en benchmarks voor olie- en gas upstream (zie ook elders in de nieuwsbrief), en suiker blijken na evaluatie niet haalbaar.

    Verificatie
    De non-paper is deze week besproken met de lidstaten. Nog deze maand moet de lijst van productbenchmarks compleet zijn, want in april moeten de benchmarks worden geverifieerd.

    Ook ten aanzien van enkele andere regels voor de nieuwe toewijzingsmethode is nog discussie tussen de Comissie, de lidstaten en de industrie. Zo protesteert Polen nog tegen de grondslag voor een benchmark voor warmtelevering op basis van aardgas en is de staalindustrie nog in debat met de Commissie en de lidstaten over de toewijzing van emissierechten voor het gebruik van restgassen (hoogovengas) voor elektriciteitopwekking. Binnen enkele weken wil de Commissie de ontwerpregels voor de allocatie aan de lidstaten sturen.

  • Terug naar Inhoud
  • Voor de upstream olie- en gassector zullen geen product benchmarks kunnen worden ontwikkeld als basis voor de toewijzing van gratis emissierechten vanaf 2013. Voor de olie- en gaswinning zal de Europese Commissie grotendeels terug moeten vallen op een toewijzing op basis van een benchmark volgens de gebruikte brandstofmix.

    Dat is de uitkomst van een studie die de Nederlandse en Britse overheid gezamenlijk hebben laten uitvoeren. Een consortium van Entec, Ecofys en GreenPartners voerde de studie uit. In een recente non-paper neemt de Europese Commissie deze conclusie over.

    Voor de derde handelsperiode wil de Europese Commissie een EU-breed systeem ontwerpen voor de toewijzing van gratis emissierechten aan een deel van het bedrijfsleven. De toewijzing zal worden gebaseerd op 'product benchmarks', waarbij de CO2-emissies per product van de best presterende 10% bedrijven in een sector maatgevend zijn.

    Complex
    De onderzoekers hebben de gegevens van zo'n 122 representatieve olie- en gasbedrijven in een achttal landen nader onderzocht op de bruikbaarheid voor de uniforme benchmarkmethode die de Europese Commissie wil invoeren. De analyse toont aan dat er geen sterke correlatie is tussen CO2 uitstoot en productie. Voor één enkele benchmark voor olie- en gaswinning blijken de factoren per site te specifiek te zijn. Meer gedifferentieerde productbenchmarks zijn waarschijnlijk wel mogelijk. Van de complexe sector zijn dan wel gegevens nodig met een zekere mate van detail. Die zijn nog niet beschikbaar, zodat dergelijke benchmarks waarschijnlijk niet op tijd kunnen worden ontwikkeld.

    Als product benchmarks niet mogelijk zijn, kan de Commissie eerst terugvallen op een benchmark voor het warmtegebruik, en als dat niet mogelijk is op fuelmix-benchmark of zelfs op historische emissiecijfers. Voor het merendeel van de olie- en gasactiviteiten lijkt een vergelijking op brandstofmix de best haalbare methode.

    De olie- en gassector gebruikt energie voor onder andere oppompen, comprimeren van gas, ontwateren en zuiveren van de fossiele brandstoffen en de eigen energiebehoefte op een site. In totaal was de Europese upstream olie- en gassector in 2008 goed voor bijna 34 miljoen ton uitstoot.

    De resultaten van de studie worden ingebracht in de Europese discussie over de benchmarkmethode tussen de Commissie en de 27 lidstaten.

  • Terug naar Inhoud

  • Morgen publiceert de Staatscourant twee regelingen met betrekking tot het opnemen van de luchtvaart in het systeem voor emissiehandel. De aanpassing van de Algemene maatregel van bestuur (Amvb) en het inwerkingtredingsbesluit worden volgende week in het Staatsblad gepubliceerd. Enige dagen daarna treedt de gehele regelgeving in werking (24 februari).

    De complete wetswijziging is een wettelijke bevestiging van de verandering in de Europese Richtlijn voor emissiehandel die de luchtvaart in de EU-lidstaten vanaf 1 januari 2012 opneemt als deelnemer aan emissiehandel. De twee ministeriële regelingen die morgen worden gepubliceerd zijn een aanpassing van de regeling monitoring ten behoeve van de luchtvaart en een nieuwe regeling die meer informatie geeft over de reikwijdte van de wetswijziging. De wet passeerde in de laatste maanden zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

  • Terug naar Inhoud

  • Vorige week zijn 23 ontwerp-toewijzingsbesluiten verstuurd aan bedrijfslocaties die in 2009 broeikasgasemissierechten aangevraagd hebben.

    De kennisgeving van deze ontwerpbesluiten is op 9 februari in de Staatscourant gepubliceerd. De bedrijfslocaties hebben tot en met 23 maart de tijd om een zienswijze over het ontwerpbesluit in te dienen. Voor meer informatie kunnen bedrijven contact opnemen met S.J. Laman Trip van de Nederlandse Emissieautoriteit, tel: 070 339 28 00.

  • Terug naar Inhoud
  • Op 31 maart 2010 moeten alle bedrijfslocaties die deelnemen aan CO2- en NOx-emissiehandel hun emissieverslag, met bijbehorende verklaring van de verificateur, bij de NEa hebben ingediend. Op dit moment heeft de NEa de eerste zes van de in totaal 470 emissieverslagen ontvangen.

    Meer informatie over het afsluiten van het handelsjaar staat op de website van de NEa. Ook de Helpdesk NEa (nea@minvrom.nl) is beschikbaar, op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur, via telefoonnummer 070 339 5250.

  • Terug naar Inhoud
  • Het ministerie van VROM heeft het voornemen om de opt-out voor NOx-emissiehandel te verlengen in de periode 2011-2013, maar onder gewijzigde voorwaarden. De huidige opt-out loopt eind 2010 af.

    Bedrijfslocaties met een opgesteld vermogen van minder dan 50 MWth én een gewogen gemiddelde NOx-emissie van maximaal 37 g NOx per GJ verbruikte brandstof kunnen een opt-out aanvragen, maar hoeven dat niet. Bij toewijzing kunnen deze bedrijfslocaties gedurende de periode 2011-2013 vrijgesteld worden van de verplichtingen van NOx-emissiehandel.

    Alle bedrijfslocaties die een opt-out verleend kregen voor 2009-2010 ontvangen uiterlijk in maart informatie over wat van hen wordt verwacht voor het aanvragen van een nieuwe opt-out of een emissievergunning. Voor bedrijfslocaties die voor de opt-out periode 2009-2010 bij de NEa gegevens hebben aangeleverd waaruit blijkt dat zij mogelijk ook aan de criteria voor 2011-2013 voldoen, zal de aanvraagprocedure zo eenvoudig mogelijk worden opgezet.

    Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit emissiehandel, dat in de verlenging van de opt-out zal voorzien, wordt naar verwachting in maart gepubliceerd in de Staatscourant. Dat is het startsein voor de procedure waarbij zienswijzen kunnen worden ingebracht.

    Opt-out beschikkingen kunnen uiteraard pas definitief worden als de regeling formeel is bekrachtigd. De verwachting is dat het Staatsblad deze wijziging medio 2010 publiceert. De dag erna treedt het besluit in werking.

  • Terug naar Inhoud
  • Recent heeft de klankbordgroep 'Monitoring, rapportage en verificatie' (MRV) de mogelijkheden besproken om de MRV van NOx emissiehandel verder te vereenvoudigen. De belangrijkste doelgroep wordt gevormd door de kleinere bedrijven met lage uitstoot, die MRV als een relatief zware last ervaren.

    Een eerdere evaluatie in 2007 heeft geleid tot verregaande vereenvoudiging van de monitoringsvoorschriften. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) zal verschillende nieuwe opties voor vereenvoudiging onderzoeken. De opties liggen vooral op het vlak van verificatie.

  • Terug naar Inhoud
  • Minister Cramer van VROM heeft met de ondertekening van nieuwe regeling haar akkoord gegeven aan een wijziging van de regeling monitoring voor NOx.

    De regeling heeft betrekking op het gebruik van kwaliteitsstandaarden voor het meten van NOx-emissies. Met de wijziging krijgt de NEa de mogelijkheid om wat betreft de QAL1-procedure af te wijken van de bestaande NEN-EN-norm 14181 voor de kwaliteitsborging van continue metingen. Sommige locaties blijken de NEN-EN-norm niet te kunnen halen, maar kunnen met een alternatief voor de QAL1 procedure een vergelijkbare kwaliteit voor de meetresultaten waarborgen. De regeling zal voortaan ook een lijst bevatten van de van toepassing zijnde CEN normen voor kwaliteitsborging.

    De regeling wordt binnenkort gepubliceerd in de Staatscourant. Voor meer informatie is de NEa helpdesk ((nea@minvrom.nl) beschikbaar.

  • Terug naar Inhoud
  • Deze nieuwsbrief wordt aan u verstuurd door de ministeries van EZ en VROM en door VNO-NCW, die gezamenlijk de Kerngroep CO2-Emissiehandel vormen. De nieuwsbrief staat onder redactie van Ecofys Publishing (eindredacteur Rolf de Vos).